DAAD Architecten

Open de tussenruimte

Retrospectief 2040

“De werkelijke fantasten zijn diegenen die denken dat de werkelijkheid van gisteren morgen weer terugkomt” Wouter Hoogland

In 2040 is de ruimtelijke weerslag van wonen, werken en leven in de noordelijke regio terug te

voeren op investeringen in een robuust netwerk van (burger‐)initiatieven en coöperatieve

bedrijvigheid ontstaan in de ‘tussenruimtes’ van stad en regio.
Het Samenwerkingsverband Noord-Nederland heeft zich met hun strategische agenda’s gericht op

het bevorderen van sociale innovatie, en daarmee een stimulerende rol vervuld om nieuwe

verbindingen tussen lokale initiatieven te laten rijpen en te laten beklijven. Dit heeft als motor

gediend voor het ontwikkelen van ‘eigen kracht’ in regio, zodat deze onafhankelijk is geworden van

subsidies en internationale verhoudingen op de wereldmarkt. Daarmee is het weerstandsvermogen

van de regio toegenomen voor oncontroleerbare economische invloeden van buitenaf en is de regio

een inspirerend voorbeeld geworden voor legio andere gebieden in europa. Open de tussenruimte Juist de ruimte die ontstaat door de vergrijzing en krimp kan gebruikt worden als ‘praktijk laboratoria’ om nieuwe sociale en economische modellen te ontwikkelen en uit te proberen. Het gaat om het vrijkomen van schoolgebouwen, agrarische bedrijven, bedrijfspanden, maar ook historische gebouwen en braakliggende terreinen.

  • Sociale innovatie stimuleren

Voor echte verandering is sociale innovatie en ontwikkelkracht nodig van ondernemende personen bij bedrijven, overheden, kennisinstellingen en de bevolking. Sociale innovatie is de motor van technologische innovatie. Juist in de bestaande burgerinitiatieven ligt sociale innovatie besloten!

  • Bottom-up ontwikkeltijd creëren

Topdown aansturing ligt al ver achter ons, er is nieuw leiderschap, met andere competenties en vaardigheden, nodig om alternatieven voor bestaande systemen te ontwikkelen. Faciliteren en cocreatie zijn sleutelwoorden die hierbij een rol spelen. Duurzame ontwikkeling is niet los te zien van betrokkenheid van de burgers, de eindgebruikers. Het is zelfs noodzakelijk om de denk‐ en ondernemerskracht van burgers aan te spreken om de vraagstukken van morgen op te lossen.

  • Eigen bewustzijn & collectieve actie ontwikkelen

Duurzame doelen kunnen pas echt succesvol worden als deze vanuit het eigen bewustzijn en de ‘eigenkracht’ van de bevolking worden gebouwd. Het gaat om het katalyseren van talenten, niet om trainen maar uitdagen. Privaat initiatief is te koppelen aan collectieve actie en andersom.

  • Robuuste netwerken bouwen

De sociaal‐maatschappelijke netwerken van bewonersinitiatieven lijken spontaan te ontstaan als antwoord op reële actuele vragen in het gebied. Vanuit de gedachte dat een systeem sterker wordt naarmate de complexiteit ervan toeneemt (Louis le Roy) lijkt het zinvol de gelaagdheid van het netwerk te intensiveren. Naast de aanwezige lagen zouden in het gebied nieuwe programmatische, organisatorische en/of economische lagen kunnen worden toegevoegd.

De ‘tussenruimte’ in gebouwen We zoeken de mogelijkheden in de ‘tussenruimte’, de ruimte zonder harde gebruiksclaims. De ‘tussenruimte’ bevindt zich in de vele vrijkomende boerderijen, bedrijfsgebouwen, winkelpanden, kerken of woningen. Gebouwen die hun oorspronkelijke functie verloren hebben en waarvoor het lastig blijkt nieuwe gebruikers te vinden. Juist deze gebouwen bieden ruimte voor nieuwe initiatieven, omdat zij tegen relatief lage m2‐kosten te verwerven zijn en er een overmaat in zit die het mogelijk maakt morgen te starten met een programma en een sluitende exploitatie en daarna verder te ontwikkelen. Voorwaarde voor een organisch groeiend programma in een bestaand gebouw is dat de bestaande kwaliteiten van het leegstaande gebouw als vertrekpunt worden genomen. De lege boerderijschuur is een mooi voorbeeld van een overdekte (buiten‐)ruimte waarin veel mogelijk is zoals bijvoorbeeld de plaatsing van geprefabriceerde volumes die worden samengesteld tot woon- en/of werkruimtes. Voordelen van een dergelijke manier van werken:

  • Weinig financieel risico door stapsgewijze bouw
  • Hoge (ver-)bouwsnelheid door het gebruik van geprefabriceerde units
  • Hoge toekomstige flexibiliteit door de makkelijke verplaatsbaarheid van units

 

Hogeland Hotel: verschillende bed-and breakfast voorzieningen vormen samen een decentraal (netwerk) hotel. Lokale voedselproductie: regionale kleinschalige voedselproductie, eten van eigen land

Zorgnetwerk: zorgwoningen, in de vorm van woon-zorgzones of woongemeenschappen met zorg, op diverse locaties en zorgsteunpunten voor grotere gebieden

Cottage farm: plattelandsbedrijfsverzamelgebouw in vrijkomende agrarische bebouwing. Bijvoorbeeld een boerderijschuur waarin kleine bedrijfjes een unit in de schuur hebben/delen

Energiegrid: verknoping van lokale energieproducenten, in een coöperatief energiebedrijf wordt duurzame energie lokaal opgewekt en verdeeld.

Bouwservice: Lokale aannemer en bouwvakkers slaan de handen in één en zorgen voor kleine bouwstromen waarmee de klant voordelig uit is

Coöperatieve kredietvoorziening: initiatiefnemers en investeerders vormen samen een bank

Andere voorbeelden zijn: coöperatieve kredietverstrekking, crowdfunding en andere creatieve vormen zoals een gebiedsfonds.

 

 

Projectgegevens Opdrachtgever: de drie Noordelijke Provincies Jaar: 2012 Project: Prijsvraag Noordervisie 2040, Plan genomineerd voor de laatste ronde Prijsvraag team: Rob Hendriks, Rory Hol, Sietse van Elderen (DAAD Architecten), Peter Kiers (Bouwwerk), Dirk van Impe, Cees Anton de Vries