DAAD Architecten

AGO Dorp Ter Apel

Na de aanleg van het Ruiten-A-kanaal (ca. 1911) vestigden zich in Terapelkanaal enkele industrieën. Eén ervan was de AGO-fabriek, een bedrijf dat houten instrumenten vervaardigde ten behoeve van de textielindustrie. Voor de werknemers van de AGO-fabriek werd naast het werkterrein vanaf 1922 een eigen ‘dorp’ aangelegd, het AGO-dorp.
Alle woningen, zowel de villa’s als de arbeiderswoningen, hebben een grote tuin. Dit gegeven en de ligging aan de rand van het bos geven het AGO-dorp het karakter van een tuindorp.
De huidige eigenaar van het AGO-dorp, Woonstichting Acantus (voorheen Oosterkim), is voornemens de woningen te verkopen aan de bewoners. In deze nieuwe situatie kan door middel van een beeldkwaliteitplan een aantal zaken geregeld worden zodat het unieke karakter van het gebied bewaard blijft.
De kracht van het AGO-dorp ligt voornamelijk in het karakteristieke dorpsbeeld, de kwaliteit en samenhang van architectuur en stedenbouw, de bouw-(detail-)technische staat van de woningen en de sociale cohesie in de buurt. Door een aantal uitgangspunten met betrekking tot de openbare ruimte, de bestaande bebouwing en mogelijke uitbreidingen, vast te leggen in een beeldkwaliteitplan, kunnen deze kwaliteiten van het gebied, ook in een nieuwe eigendomssituatie, bewaard blijven. Ook is er ruimte gemaakt voor individuele aanpassingen.

Openbare ruimte
Gezien het feit dat de verbeeldingskracht van het AGO-dorp ligt in de samenhang tussen stedenbouw en architectuur dient de zorg besteed te worden aan de inrichting van de openbare ruimte. Het kenmerk hiervan is het groene karakter van het gebied.
Door een eenvoudige maatregel, zoals het aanplanten van bomen in de straat en het voorschrijven van (beuken-)hagen als uniforme erf afscheiding aan de straatzijde wordt het groene karakter en het eenheidsbeeld van het gebied versterkt. Het opwaarderen van de openbare ruimte zou ook het hele gebied een impuls geven.

Openbaar – privé
In het complex zijn openbare ruimte en privé-gebied duidelijk van elkaar gescheiden. Qua sfeer zijn de gebieden totaal verschillend. In de openbare ruimte heerst rust en uniformiteit: het straatbeeld van 1930 is nog grotendeels in takt. De achtergebieden daarentegen staan vol met individuele bouwwerken, door de bewoners aangebracht.
Vanaf de straat zijn deze achtergebieden grotendeels ‘onzichtbaar’. De vele schuren, garages en uitbouwen ‘rukken echter op’ richting de openbare weg, waarmee het gevaar zich aandient dat een gesloten wand ontstaat, waarmee AGO-dorp een belangrijke karakteristiek zou verliezen namelijk die van een verzameling vrijstaande huizen.
Om het ‘dichtslippen’ te voorkomen moet vastgelegd worden dat garages/schuren achter op het erf worden gebouwd. (minimaal5 meterachter de woning). Zo blijven ‘doorkijkjes en het open karakter van het gebied gewaarborgd.

Bestaande bebouwing
De bebouwing voldoet op een aantal bouwfysische en bouwtechnische aspecten niet meer aan de hedendaagse eisen. Aan de hand van een checklijst wordt het karakter van de verschillende woningtypen omschreven en de mogelijke en niet gewenste aanpassingen gedefinieerd.

Uitbreidingen
Gezien het ruimtegebrek in de woningen en de ‘onzichtbaarheid’ van de tuinzijde vanaf de straat liggen hier mogelijkheden voor uitbreidingen. Het bij te bouwen deel moet echter niet dominant worden ten opzichte van de bestaande woning. De ruimte tussen de woningen moet niet volgebouwd worden en de vormtaal moet aansluiten bij de vormtaal van de bestaande bebouwing.
Hiertoe is een ‘ruimte-envelop’ per woningtype omschreven, die het maximale toelaatbare bouwvolume en de plaats op de kavel definieert. Bovendien is voorgeschreven dat alle aan- en bijgebouwen worden uitgevoerd met een kap, waarvan ook de toe te passen pannen omschreven zijn.

Projectgegevens
Opdrachtgever: Woonstichting Oosterkim
Jaar: 1999
Project: beeldkwaliteitplan en architectuur