DAAD Architecten

Blaricummermeent

DAAD heeft binnen het stedenbouwkundig plan van Karres en Brands een familie van gebouwen ontworpen. Deze refereren aan woningen en boerderijen in het dorp Blaricum maar dragen tegelijkertijd een duidelijke DAAD signatuur. Hoewel er binnen de familie natuurlijk grote verschillen zijn tussen de relatief kleine boven-benedenwoning en de ruime woon-werk villa’s zijn de kwalitatieve en ruimtelijke uitgangspunten in het ontwerp van alle familieleden niet zo verschillend.

Ruimtelijkheid
Binnen een simpele dakvorm is een bijzondere doorsnede ontworpen. Alle verblijfsgebieden in de woning krijgen hierdoor een eigen kwaliteit. Daarnaast zijn er lange zichtlijnen gecreëerd, binnen de woning, maar ook naar tuin en omgeving.

Binnen-buiten
In alle drie de ontwerpen voor ‘bebo’(beneden- bovenwoning), villa en woon-werkvilla is de overgang van woning naar de tuin vormgegeven als een overdekte buitenruimte die als terras of entreezone gebruikt kan worden.

Materiaal
De gevels zijn uitgevoerd in bruin metselwerk met donkere voeg. De daken in  bruine keramische vlakke pannen in kruisverband. De overstekken, loggia’s en buitenruimtes in naturel hout. Het materiaalgebruik ondersteunt het beeld van een volume waarin openingen, nissen en doorgangen zijn gemaakt, gevels zijn geen losse vlakken maar omhullen een ruimte.

Villa’s
De DAAD villa’s hebben een compacte opbouw zodat de woningen een optimale positie op de kavel kunnen krijgen. De plattegronden en doorsneden zijn zo opgezet dat door spiegeling en draaiing een optimale positionering op de kavel, het uitzicht, het zicht op de villa vanaf de straat, en oriëntatie op de zon gekozen kan worden. De doorsnede maakt de verblijfsruimtes in de villa bijzonder; de vloeren van de eerste verdieping lopen trapsgewijs op, hierdoor ontstaat een bijzondere woonkamer en keuken, de sprongen in het plafond bepalen vanzelfsprekend plekken in de open ruimte.
Afhankelijk van de vorm van de kavel wordt de garage aangebouwd of los geplaatst. De overstekken aan het dak en de het doorzetten van de dak- en gevel contour op het maaiveld bepalen de buitenruimte die de schakel vormt tussen woning en tuin.
Woon/werkwoning
Twee volumes, een woon- en werkdeel, worden met elkaar verbonden door een grote kap. Tussen wonen en werken ontstaat een overdekte buitenruimte. Deze buitenruimte kan als zodanig gebruikt worden maar in feite is het een ruimte reservering in het totale volume. Deze kan worden ingevuld met extra woon of werk programma. Het karakter van het geheel blijft ondanks de toevoeging van oppervlak hetzelfde.
De positionering van het woon- en werkdeel ten opzichte van elkaar en daarmee ook de vorm van de kap wordt bepaald vanuit een optimale positionering op de kavel. Daardoor ontstaat een diversiteit aan woon-werk villa’s met een bijzondere kapvorm die toch onmiskenbaar familie van elkaar en van de overige DAAD ontwerpen zijn.

Boven/ benedenwoning
De klassieke ‘bebo’ is een feite een stadse typologie. Wij hebben dit type aan de Blaricumse situatie aangepast; alle woningen hebben een directe relatie met het maaiveld. De benedenwoning is breed van opzet. De bovenwoning is smaller maar heeft een dubbelzijdige oriëntatie. De doorsnede is vergelijkbaar met die van de villa’s: binnen de kap ontstaan bijzondere verblijfsruimtes en worden verdiepingen met elkaar verbonden door vides en zichtlijnen. Variaties in de basisplattegronden zorgen dat ‘dode’ kopgevels worden vermeden. In het bouwvolume, dat refereert aan een grote Blaricummer boerderij, zijn door kleine verschuivingen, uitsneden in de kap verbijzonderingen en individuele accenten aangebracht.
Op elke bebo-kavel is plaats voor een gemeenschappelijke buitenruimte, die bijvoorbeeld als speelplaats of als moestuin kan worden ingericht.

Projectgegevens: tweede plaats prijsvraag
Opdrachtgever: Vorm Ontwikkeling en Blauwhoed
Jaar: 2008
Project: prijsvraag woningbouw
Prijsvraag team: Karres en Brands landschapsarchitecten, Onix, GigoGuyer, ANA
DAAD programma: 5 villa’s, 5 woon werkwoningen en 39 bebo’s