DAAD Architecten

Camping De Papaver te Sellingerbeetse

In het najaar van 1999 is DAAD  gevraagd een masterplan te maken voor de nieuwe camping ‘de Papaver’ op het terrein van de voormalige camping ‘de Beetse’ te Sellingerbeetste. Dit plan voorziet in de bouw van ‘hutten’, groepsgebouwen, multifunctionele gebouwen en sanitaire voorzieningen, ingepast in een totaalvisie op het terrein en zijn omgeving. Nieuwe voorzieningen kunnen eventueel worden toegevoegd. Daar het een plan zonder precies geformuleerd definitief programma betreft, een plan zonder eindbeeld, is het wellicht beter te spreken van een ontwikkelingsplan.

Architectonisch landschap – landschappelijke architectuur
Wij stellen voor geen onderscheid te maken tussen het ontwerp van gebouwen en het ontwerp van het landschap. In plaats van een mogelijk contrast tussen beiden uit te buiten wordt juist gezocht naar een wederzijdse doordringing en beïnvloeding van natuur in de gebouwen en van architectuur in het landschap. We bouwen niet aan of in, maar met het landschap. Dit betekent o.a. dat ‘kamers’ in het bos als ruimten worden ontworpen, maar ook dat er ruimten zullen ontstaan tussen binnen en buiten, met verschillende ‘klimaten’. In het beste geval staat ons een situatie voor ogen waarin het soms onduidelijk is of je je in een gebouw bevindt of erbuiten. Vanzelfsprekend speelt  hierbij het ‘tussen’, als plek waar de grens vervaagt, een belangrijke rol. Gezien de functie van de gebouwen en de kracht en schoonheid van de locatie is een bescheiden architectuur hier op zijn plaats. Een familie van eenvoudige, degelijke, gerieflijke hutten die niet zozeer van elkaar verschillen in materiaal of kleur, maar eerder in de specifieke aansluitingen op het landschap: … in een ‘kamer’ in het bos, op het strand, met de voet in het water, dobberend in de vijver, zwevend tussen de bomen, onder de grond, … Gebouwen met een dubbelzinnige natuurlijkheid; bestaand uit natuurlijke, herkenbare materialen met een minimale milieubelasting zonder demonstratief duurzaam te willen zijn. Gebouwen die in de tijd zullen verouderen, per seizoen een andere gedaante aannemen of in het gebruik door de bewoner kunnen worden veranderd van een huis in een tent. Bij de keuze van toe te passen materialen spelen, behalve verouderingsaspecten, duurzaamheids- en esthetische overwegingen, zintuiglijke waarnemingen een rol: geur, geluid, lichtreflectie, textuur, transparantie, etc. Ook is het eenvoudige begrip van de herkomst van materialen voor ons van belang. Behalve in nieuwbouw laat zich een dergelijke strategie goed verenigen met een aanpak van de bestaande gebouwen waarbij deze worden ‘ingepakt’ in groen.

Sanitairgebouw
Het eerste gebouwde voorbeeld van de gekozen aanpak is het sanitairgebouw naast het theehuis. Het gebouw is aan de oostzijde half in de grond gebouwd om het zicht vanaf de entree van het terrein richting de vijver open te houden. Aan de lager gelegen oostzijde is het direct vanaf het strand te betreden. Alle zichtbare delen aan de buitenzijde zijn in waxed wood uitgevoerd. Het ademt dan ook eerder de sfeer van een Scandinavische sauna dan van een Parijs openbaar toilet. In dit gebouw (oplevering mei 2000) zijn normale sanitaire functies op een niet alledaagse wijze onder één dak gebracht. De dak- en vloerplaat zijn middels 3 volumes met elkaar verbonden. In deze volumes zijn douches, wasruimten en toiletten ondergebracht, in de tussenruimte de wasbakken. De onderverdeling van de functies heeft niet plaatsgevonden naar ‘dames’ en ‘heren’, maar naar zomer- en wintergebruik.

Projectgegevens
Opdrachtgever: de Papaver
Jaar: 1999-2004
Project: ontwikkelingsplan en architectuur