DAAD Architecten

De Ploen te Duiven

Het versterken van de karakteristieken van de terp zoals in het stedenbouwkundig ontwerp is aangezet, wordt in het architectonische ontwerp doorgezet. De verschillende groepen woningtypen worden geclusterd. De twee-onder-een-kap en de vrijstaande woningen worden losjes verspreid over de lager gelegen gedeelten van de terpen. De geschakelde woningen en de appartementen vormen een meer formele kern op het hoogste gedeelte van de terp. Deze kern omsluit de centrale openbare ruimte op de terp. Deze openbare ruimte met een steenachtig, maar beplant, karakter vormt het centrum van de buurtschap. Een verblijfsplek waar kan worden gespeeld, gezeten en gepraat. Hiervandaan worden de paden naar de lager gelegen woningen ontsloten. Lange zichtlijnen naar de wadi’s en andere terpen vinden hier hun oorsprong. De architectonische overgangen van privé naar openbaar zijn op de terp naar binnen gericht en op het lager gedeelte naar buiten gericht. Bij de rijenwoningen worden de entrees gekoppeld aan de straat middels kleine portalen en krijgen daarmee een collectief karakter. Bij het appartementen gebouw geeft de patio een gelaagdheid aan het plein. De vrije woningen zijn naar buiten gericht middels een stoepje en zijn individueler georiënteerd. De kappen van de woningen en de woonblokken geven uitdrukking aan de individualiteit van de woning en de collectiviteit van de terp. Bij de lager gelegen (vrijstaande) woningen is samenhang en het versterken van de terp als structuur het uitgangspunt. Rondom het plein is het uitgangspunt om het plein met haar openbare functie te versterken en door middel van kleine ingrepen, zowel in het dakvlak als in de gevel, individuele woningen, entrees en overgangen zichtbaar te maken. De cohesie van het buurtschap wordt versterkt terwijl het individuele belang niet ontkend wordt.

Raamopeningen
Het beeldkwaliteitplan vraagt om een klassieke gevelindeling met een verticale verdeling van de raamopeningen in een veelal horizontaal volume. Uit onderzoek naar de betekenis van deze verhoudingen blijkt dat bij de ideaal geachte verhouding (één staat tot drie) van de gevelopening de verdiepingshoogte van de hedendaagse woningbouw niet toereikend is. Om toch tot de benodigde hoogte te komen is een speciaal venster ontwikkeld. Dit venster is hoger dan de verdiepingsvloer. Een koof achter het venster die tegelijkertijd op de verdieping een zitvenster creëert brengt het licht van het bovenste deel van het venster diep in de woning. Door op de binnenzijde van de koof een diepe kleur aan te brengen verandert het weerkaatsende licht van kleur. Zowel van binnenuit als van buiten de woning is deze verkleuring als een subtiele lichtbaken waar te nemen. Door het toepassen van verschillende kleuren neemt de herkenbaarheid van de eigen woning sterk toe, terwijl het karakter van het plein op de terp er ook door beïnvloed wordt.

Ossenpad
In de traditionele opbouw van de terp stonden de boerderijen en woonhuizen in een radiale structuur met hun voorzijde gericht naar het midden van de terp. Dit midden werd behalve door de bouw van een kerk geheel opengehouden. Hier was het mogelijk om bij hoog water de dieren te verzamelen. Een dobbe zorgde voor het noodzakelijke zoete water. De achterkanten van de boerderijen werden naar buiten toe gericht. Achter de boerenschuren liep een secundaire weg die de boerderijen onderling verbond. Dit pad, dat ook wel Ossenpad genoemd werd, had een voornamelijk pragmatisch en agrarisch gebruik. Het ontsloot de landerijen en de schuren en leidde ook naar de toegangen tot de hoger gelegen delen van de terp.

Zowel de prijsvraag als de bouw is een samenwerking met MTD landschapsarchitecten.

Projectgegevens prijsvraag
Opdrachtgever: Trebbe Bouw
Jaar: 2004
Project: 1e plaats besloten prijsvraag 150 woningen

Projectgegevens bouw
Opdrachtgever: Trebbe Bouw, Vivare
Oplevering: 2008
Type woningen: 24 koopappartementen, 15 huurappartementen, 13 huurwoningen (plus), 40 rijwoningen,  44 twee onder een kap, 3 vrijstaande woningen