DAAD Architecten

Duurzaam informatiecentrum te Orvelte

In zijn hoofdvorm en materialisering sluit het gebouw nauw aan bij de agrarische bebouwing uit de omgeving. Van afstand is een volledig houten volume waarneembaar dat onder invloed van weer, seizoen en leeftijd van uiterlijk zal veranderen, terwijl bij benadering de gelaagde opbouw en detaillering van het hout van de gevels en het dak duidelijk maken dat hier een ‘nieuwe’, eigentijdse functie is ondergebracht.

Architectuur en DuBo
Naast de educatieve functie die het met betrekking tot ecologische landbouw vervult is het gebouw zelf een demonstratie van regionaal en duurzaam bouwen. Het is opgebouwd uit materialen die van het land van de opdrachtgever of uit de directe omgeving afkomstig zijn. Deze natuurlijke, duurzame en milieuvriendelijke materialen zijn, waar mogelijk, in het zicht gelaten en zullen op natuurlijke wijze verouderen. De kringloopmaterialen zoals larikshout, hennep en leem zijn op een zodanige manier bevestigd dat eventuele toekomstige demontage (en hergebruik) tot de mogelijkheden behoort. Bij sloop wordt het milieu niet belast.

Drentse tropenconstructie
In een tijd waarin veel aandacht wordt besteed aan integratie van de verschillende functies die de gebouwdelen te vervullen hebben in complexe high-tech geveloplossingen, manifesteert dit gebouw zich als een low-tech verzameling van schillen die, afhankelijk van plaats van en materiaalkenmerken, elk een specifieke taak vervullen. Een gebouw in een tropenconstructie die in de wintersituatie op een aantal onderdelen wordt aangepast, met een minimum aan installaties, een lage energiebehoefte en een aangenaam en gezond binnenklimaat.

Binnenvolumes
De kern van het gebouw bestaat uit twee ‘zware’, goed geïsoleerde volumes, opgetrokken uit ongebakken leemsteen. De volumes liggen enigszins verdiept ten opzichte van het maaiveld (400-mv) om ook de massa van de grond voor warmteaccumulatie te benutten. Dieper ondergronds bouwen behoort, gezien de incidenteel hoge grondwaterstand, bij gebruik van leemsteen niet tot de mogelijkheden. Tussen de twee ligt een overdekt terras. De hoge massa van de kern en de hennepisolatie rondom houden de ruimten ‘s zomers koel en ‘s winters warm. Verwarming geschiedt door warm water (uit broeiwarmte verkregen) door warmtewanden (verwarmingsleidingen in de stuclaag) te leiden. Een begane grondvloer met kruipruimte is er niet. Om materiaal te besparen en de massa van de bodem maximaal te benutten ten behoeve van warmteaccumulatie is gekozen voor een oplossing waarbij de keramische, ongeglazuurde vloertegels direct op het met schelpenisolatie gestabiliseerde grondpakket zijn gelegd. De wanden zijn aan de binnenzijde deels onbehandeld gelaten en deels met leemstuc bepleisterd en met natuurverven gekleurd. De constructie is dampopen en niet waterdicht.

Buitenvolume
Om deze ‘zware’ kern heen is een huid in onbehandeld larikshout getrokken die regen, wind en zon weert. Afhankelijk van de plaats in de omhulling zijn de delen horizontaal (zonwering), vertikaal (wanden) bevestigd. Om het zonlicht, dat %27s zomers gefilterd wordt door de relatief dichte huid, ‘s winters maximaal naar binnen te kunnen halen is een gedeelte van de lange zuidgevel met forse schuifdeuren te openen. Het houten dak is afgedekt met een sedumbeplanting die behalve een isolerende en esthetische ook een functie als waterbuffer heeft. De bij het uitgraven vrijgekomen grond wordt gebruikt om het maaiveld rondom het gebouw op te hogen (tot ca. 600+mv)waardoor met een eenvoudige draagconstructie volstaan kan worden en er minder geveloppervlak nodig is (minimalisering materiaalgebruik).

Spouw
De open ruimte tussen de twee schillen die het gebouw omhullen (in feite een spouw van plaatselijk ca.1,5 m) zorgt in de zomersituatie voor een goede ventilatie (tropendak) en toont op demonstratieve wijze het gebouwprincipe. Daarnaast is ook het isolatiemateriaal te zien en aan te raken in deze als verkeersruimte gebruikte spouw. Door het terrasgedeelte tussen de twee ‘zware’ volumes in de winter met glas af te dichten ontstaat een serreruimte waarin de zonnewarmte opgevangen kan worden ten behoeve van de ruimteverwarming.

Energieverbruik
Er is gestreefd naar een beperking van het energieverbruik door een minimum aan ruimteverwarming -koeling en verlichting toe te passen. Het gebouw heeft een laag energieverbruik in de winter en behoeft ‘s zomers niet mechanisch te worden gekoeld. De energie ten behoeve van ruimteverwarming wordt opgewerkt met broeiwarmte in de composteerinrichting. Mocht deze vorm van warmteopwekking niet voor het gehele gebouw toereikend zijn dan zal van additionele zonnecollectoren of een tegelkachel gebruik gemaakt worden. Alleen in de toiletten en douches wordt mechanisch lucht afgezogen.

Water
Er is een tweede waterleidingnet met grijswater en een natuurlijke waterzuiveringsinstallatie ten behoeve van toiletspoeling en planten. De toiletten, kranen en douchekoppen zijn waterbesparend en voorzien van doorstroom begrenzers.

Zonlicht
De te openen zuidgevel (waarachter de serre) is pal op het zuiden gericht. Grote dakoverstekken en beschermen de gevel tegen regenval en weren het zonlicht. Bovendien zorgt een bomenrij aan de zuidzijde van het gebouw voor beschaduwen in de zomer. Aan de noordgevel zijn enkele minimale vensteropeningen aangebracht.

Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting BION
Oplevering: 1999
BVO: 228 m2