DAAD Architecten

Ideeënprijsvraag Pinasplein te Rotterdam

Ontwerpmethode
Het plan dat wij presenteren voor het duurzame hergebruik van een schoolgebouw in Rotterdam kan gezien worden als een testcase van een ontwerpmethode waarbij de mogelijkheden van de aangetroffen situatie de randvoorwaarden voor het toekomstig gebruik bepalen. Terwijl voorheen eerst een programma van eisen werd bepaald, op grond waarvan een plan en vervolgens een beeld ontstond en er een reeks bouwkundige/technische middelen moesten worden gevonden om één en ander mogelijk te maken, stellen wij voor het bestaande gebouw te laten vertellen welke functies het zou kunnen herbergen.
Hiertoe is allereerst een analyse van de kwaliteiten van het gebouw met betrekking tot oriëntatie, bezonning, daglichttoetreding, thermische accumulatie, etc. gemaakt. Vervolgens is op basis van de onderzoeksresultaten en de stedenbouwkundige randvoorwaarden de maximaal te bebouwen ruimte-envelop vastgesteld. Deze envelop wordt als een tweede huid om het bestaande gebouw heen geplaatst. Nadat de technische prestaties van de schillen zijn vastgelegd volgt een opportuun programma voor het gebouw. Tenslotte worden ontsluitingsstructuur en gevelbeeld bepaald.

Massa
Naast de cultuurhistorische argumenten die gevonden kunnen worden om bestaande gebouwen te behouden en herbestemmen is er ook een meetbaar argument voor hergebruik: de hoeveelheid energie die nodig is voor het slopen van een gebouw is een veelvoud van de jaarlijkse stookkosten bij vaak minimale aanpassingen. Een van de kwaliteiten van dit schoolgebouw is de massa van constructie, vloeren en wanden. Wij gaan ervan uit dat deze massa voor 100% wordt hergebruikt. Op plaatsen waar dit energetisch gezien wenselijk en programmatisch gezien mogelijk is zal de zware kern van het gebouw nog verzwaard worden. Alle toegevoegde bouwmaterialen moeten duurzaam geproduceerd of hergebruikt zijn (sloophout, hennepisolatie, beton met 100% puingranulaat). Niet elk gebouw hoeft gesloopt te worden alvorens duurzaam te kunnen zijn!

Stedenbouw en architectuur
Voor het duurzame karakter van een gebouw is de manier waarop het door mensen wordt ervaren en gebruikt wellicht nog belangrijker dan de technische specificaties. Een gebouw dat voorziet in reële behoeften en dat al naar gelang het veranderen van deze behoeften eenvoudig aangepast kan worden zal een lange levensduur hebben en is per definitie duurzaam. Dit begint met de het functioneren op buurtniveau (opnemen functies op blok- en buurtniveau) en eindigt bij de tevredenheid van de gebruiker (combinatie woon- en werkruimten).

Ruimte-envelop
Om de exploitatiekosten van het gebouw over een zo groot mogelijk aantal verhuurbare m2 te verdelen is het maximaal bouwbare volume op deze locatie gerealiseerd. Belangrijk uitgangspunt van het plan is dat er slechts wordt toegevoegd aan het bestaande gebouw. Deze, hoofdzakelijk eenvoudige toevoegingen vinden met name in de buitenschil plaats. De ontwerpaandacht verschuift van het interieur naar de rand van het gebouw.
Ook de afstand tussen de twee schillen is per gevel verschillend. Op de dichte kopgevels op het zuiden bijvoorbeeld is een glaswand op een afstand van 0,5m geplaatst zodat de warmteaccumulerende werking van de achterliggende zware muur maximaal benut wordt, terwijl aan de oost- en westzijde van het gebouw de tweede huid op een afstand van 1,2m is gezet zodat een extra ruimte ontstaat die als onverwarmde binnenruimte bij de woningen betrokken kan worden. Aan de binnenplaatszijde is de tweede huid zo ver van de bestaande kern gesitueerd dat een volwaardige serre ontstaat.

Ontsluiting
Uitgangspunt voor de ontsluitingsstructuur is het idee dat elke woon-, werk-, of recreatieruimte op meer dan 1 manier bereikt moet kunnen worden. Dit is gerealiseerd door een rondgaande gangen- en trappenstelsel door het gebouw aan te leggen waaraan entrees van alle ruimten en daarnaast alle ruimten van de mogelijkheid tot het maken van een ‘achteruitgang’ te voorzien.

Gevelbeeld
In de verschijningsvorm van het gebouw valt met name de buitenschil die rondom het bestaande gebouw getrokken is op. Hierin zijn verschillende voorzieningen opgenomen ten behoeve van ventilatie, daglichttoetreding, zonwering, etc. Bovendien heeft deze buitenhuid, met name aan de westzijde van het gebouw, een geluidwerende functie. Op plaatsen waar dit vanuit programmatische of energetische wensen nodig is bestaat deze schil uit glas (in verschillende thermische kwaliteiten en lichtdoorlatendheden) al dan niet voorzien van fotovoltaïsche cellen die deels als zonwering werken.

Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting Viba-Prijsvraag
Jaar: 1998
Project: Prijsvraag