DAAD Architecten

Melkveestal te Sellingen

De impact van grote bedrijven op het landschap is zo groot dat zij zich niet langer laat ‘verstoppen’. Hier liggen nieuwe ontwerpopgaven op het niveau van het landschapsontwerp. In zekere zin is deze opgave vergelijkbaar met die van de landgoederen. Met architectuur alleen lukt het niet, er is een geïntegreerde visie op landschap en architectuur nodig.
De betreffende boeren moeten beseffen dat deze ontwikkelingen niet allen een bedrijfseconomisch doel dienen, maar ook een culturele betekenis hebben. Een nieuwe laag wordt dan aan het landschap toegevoegd.
Op de ca.300 ha. grond van het bedrijf zal een stallencomplex voor ca. 1000 melkkoeien en bijbehorend kleinvee worden gebouwd met alle voorzieningen die daarvoor nodig zijn. Begin 2009 kreeg DAAD Architecten de opdracht te onderzoeken of en hoe een complex van een dergelijke omvang zich zou kunnen verhouden tot het grootschalige, uitgestrekte Oost Groninger landschap, ten noorden van Bourtange tegen de Duitse grens.
In een eerste modellenstudie werden drie organisatieprincipes vergeleken: de lineair georganiseerde boerderij, een organisatie van volumes met specifieke functies verspreid in het land en de boerderij als nieuwe nederzetting in het landschap. In alle gevallen betrof het ontwikkelingen die relatief los van het bestaande lint, op een afstand van ca.200 mvanaf de weg, in het landschap gepositioneerd waren. Na afweging van de voor- en nadelen van de verschillende modellen groeide het idee van een relatief compact georganiseerd erf met een heldere organisatie, waarin gebouwen, groen en water elkaar afwisselen. Een organisatie die vanuit alle windrichtingen een gelijkwaardig en acceptabel beeld oplevert en waarin de positionering van de samenstellende onderdelen is gericht op het verkleinen van de schaal van het geheel. Hierin schuilt een wonderlijke paradox: vergroting van de afstand tussen de gebouwen zorgt ervoor dat het geheel zich minder als één groot complex in het landschap manifesteert.
Het organisatieprincipe dat wij vonden is dat van de ‘streepjescode’: een afwisselend patroon van in dikte variërende lijnen en tussenruimtes. In deze lineaire structuur laten de diverse functies zich goed onderbrengen en worden de lange lijnen van het landschap gerespecteerd.
Gebouwen, bomen en vijvers in zones wisselen elkaar af. Elke functie heeft een eigen gebouw met een bij de functie passende doorsnede en lengte. In de te bebouwen (en beplanten) zones vinden verschillende functies achter elkaar een plek. De ruimtes tussen deze bouwzones is van voor naar achter op het erf open. Het patroon is open genoeg om het plan in fasen uit te voeren en/of nog onbekende toekomstige ontwikkelingen op te nemen.

Architectuur
Voor het erf is een ‘familie’ van heldere, eenvoudige gebouwen ontworpen. De goothoogte (5m) is bij alle gebouwen gelijk alsmede de dakhelling (20º). Met een variërende gebouwdiepte komt de nok op variabele hoogte (8m bij de woning tot 15,9m bij de stal). Voor de daken wordt één materiaal gekozen om de samenhang zoveel mogelijk te versterken. Om de grote schaal van de gebouwen te ‘breken’ worden enkele maatregelen getroffen. Ten eerste worden de volumes op enkele plekken onderbroken met paden. Ten tweede krijgen verschillende functies achter de gevel een eigen expressie zodat het geheel geleed wordt. Tenslotte worden de zijgevels uitgevoerd met een zichtbare, regelmatige kolomstructuur (kolom aan de buitenzijde of gelijkwaardig) waarmee een heldere ritmiek ontstaat.
De zijgevels worden uitgevoerd met een zichtbare, regelmatige kolomstructuur aan de buitenzijde. Achter de reeks kolommen zijn voor de zijgevels een serie gevelelementen ontworpen die, afhankelijk van de achterliggende functie, kunnen worden toegepast. Het betreft: gesloten gevelelementen, al dan niet geïsoleerd; gesloten delen met te openen deuren; open delen, al dan niet voorzien van windbreekgaas; delen met een borstwering (al dan niet met talud), etc. De regels voor de plaatsing van de gebouwen binnen een zone zijn niet alleen ontstaan op basis van efficiency in bedrijfsvoering, maar ook op basis van compositie van het erf en zicht vanuit het landschap op het geheel en de samenstellende onderdelen.

Projectgegevens
Opdrachtgever: particulier
Jaar: 2009
Bouwvlak erf: ca. 12 ha.