DAAD Architecten

Milieuboulevard te Groningen

De opgave biedt kansen drie belangrijke tradities van de stad Groningen opnieuw kritisch tegen het licht te houden. De eerste is het behoud van de compacte stad, de tweede de samenhang in het buitengebied, de derde innovatie in milieutechniek.
De compacte stad wordt tegelijkertijd groter en compacter. Hiermee verdwijnen stedelijke open ruimten, rafelranden en achterkanten. Gebieden die weinig eigen druk genereren en dus altijd  op de nominatie staan opgevuld en ingericht te worden. Gebieden waar niet geplande en ongewenste programma’s een plek vinden, waar altijd van alles mogelijk is.
Infrastructuur, bedrijventerreinen en uitbreidingswijken doorbreken vaak landschappelijke patronen en verbindingen. Dit heeft geleid tot het breed gedragen idee dat bouwen in het landschap per definitie aantasting betekent. Wanneer architectuur en landschap in samenhang ontworpen worden kan bebouwing een verrijking van het landschap betekenen, patronen leesbaar en beleefbaar maken, verbanden versterken en natuurlijke processen op gang helpen. In de traditie die Groningen kent met betrekking tot innovatie in milieutechnologie zou de milieuboulevard 2 bij uitstek het gebied kunnen zijn waarmee de stad toont dat met de bouw van hoogwaardige milieugerelateerde bedrijven de kwaliteit van de stadsrand en het landschap verbeteren.
In het voorstel begeleidt de snelweg niet de nieuwe stadsmuur, maar doorsnijdt hij op vijftien meter hoogte de nieuwe rafelrand van de stad. Onder de snelweg door strekt de milieuboulevard zich aan twee zijden uit van Meerstad tot het Winschoterdiep. De langgerekte kavels, ooit onderbroken door de snelweg, worden opnieuw verbonden en functioneren als verkaveling van het terrein. Gedeeltelijk worden deze kavels uitgegeven aan bedrijven, gedeeltelijk vormen zij een patroon van verbindende landschappelijke elementen in een ecologische zone van Meerstad tot aan het Paterswoldse meer en verder.
Loodrecht op deze verkavelingrichting zijn drie structurerende lijnen te herkennen. Ten eerste het stroomdallandschap van de Hunze, een open gebied waarin met langzaam verkeer waarin de erfscheidingen tussen de kavels zoals voormalige boomwallen uitlopen. Ten tweede de snelweg op poten waaronder een centrale ontsluitingsweg voor het gebeid. Ten derde een langzaam verkeersroute over en tussen de kavels waarlangs ecokathedrale vrijplaatsen waar de stedelijke bevolking zich vrij kan uitleven in de bouw van boomhutten, Le Roy tuinen en wilde speeltuinen. Restproducten van de afvalverwerkende bedrijven worden hier gestort en razendsnel verwerkt, overwoekerd, opnieuw bebouwd, etc.
Aan de te bebouwen kavels worden strikte randvoorwaarden gesteld met betrekking tot ecologie, waterhuishouding, verhard oppervlak en toegankelijkheid. Zo zal elk bebouwd oppervlak ergens in het project in groen oppervlak moeten terugkeren (daken, gevels), wordt al het afvalwater op het terrein gezuiverd, mag maximaal 50% van het kavel bebouwd worden, vindt geen verharding op de kavels plaats, moet licht en demontabel gebouwd worden, blijft minimaal 20% van het kavel publiekstoegankelijk, etc. Een bedrijf dat een kavel koopt wordt beheerder van dit terrein van Winschoterdiep tot Meerstad, dus inclusief afvalbergen, Hunzedal en publieksroutes en kan dit terrein exploiteren als productiebos, bouwgrond, manifestatieterrein, opslag, etc. De mogelijke dynamiek zorgt voor een permanent wisselend beeld. Het bezoekend publiek kan actief betrokken raken bij de inrichting ervan, de op hoogte passerende automobilist ervaart het dakenlandschap als een eigentijdse bloembollenveldenvariant met op de achtergrond de Martinitoren.

Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Groningen
Jaar: 2004
Project: prijsvraag