DAAD Architecten

Prijsvraag Bezoekerscentrum Oostvaardersplassen

De Oostvaardersplassen bevatten tenminste drie bijzondere paradoxen: beheerste ongereptheid, een ‘welkom buiten’ gebouw en beleving op afstand. In eXplore komen deze drie samen in een gebouw waarin de overgang van buiten naar binnen vaag is, bezoekers mensen en dieren zijn en de overgangen tussen de verschillende landschappen manifest zijn.

De beheerste ongereptheid
De verschijningsvorm waarin de OVP zich manifesteren is van een on-Nederlandse en tegelijkertijd oer-Nederlandse ongereptheid. Hier kun je zien en beleven hoe natuurlijke processen zich als vanzelf voltrekken. Om deze ongerepte natuur zich spontaan te laten ontwikkelen zijn regulerende en controlerende maatregelen voorwaardelijk. Deze controle is goed verborgen en nauwelijks fysiek vormgegeven. Zo kun je er oog in oog met een heckrund komen te staan terwijl een verborgen greppel met een hek ervoor zorgt dat het contact niet te direct wordt. Hoe maak je een gebouw als vanzelfsprekend onderdeel van deze beheerste ongereptheid?

Een ‘welkom buiten’ gebouw
De tweede paradox is die van een gebouw waarop de slogan ‘naar buiten!’ van toepassing is. Een gebouw met buitenkwaliteiten waarin je als bezoeker direct het gevoel krijgt middenin het gebied te zijn. Een beschutte plek voor mensen, maar ook voor vogels en vleermuizen, als onlosmakelijk onderdeel van het gebied.

Zintuiglijke beleving
Om de ongereptheid van de Oostvaardersplassen te bewaren is een beperkte toegankelijkheid een vereiste. Tegelijkertijd bestaat de wens bezoekers een bijzondere beleving en ervaring mee te geven. In het Oostvaardersveld kan contact tussen bezoeker en natuur directer zijn. Het gebouw intensiveert dit contact door maximaal in te zetten op zintuiglijke beleving en werkelijke, bijzondere ervaringen.
In ons voorstel komen drie schijnbare tegenstellingen samen onder een dak. Het is een gebouw waarin voor bezoekers dezelfde condities gelden als die voor de dieren. Haast ongemerkt kom je er binnen en ben je weer buiten. Muren, daken en vloeren als scheidende, maar vooral ook verbindende elementen met buiten, waarin, -op en -tussen ook dieren en planten huizen. In plaats van een autonoom object is het gebouw een gematerialiseerde contramal van de landschappen eromheen. Vanuit de vier uitbreidbare vleugels vertrekken wandelroutes het gebied in. Aan delen van het gebouw kunnen bezoekers blijven meebouwen, elk bezoek een nieuwe belevenis.

Projectgegevens
I.s.m.: Enno Zuidema Stedebouw en Martin van Dijken en Wim Boetze (DLG)
Opdrachtgever: Staatsbosbeheer
Jaar: 2009
Project: prijsvraag