DAAD Architecten

Prijsvraag EO Wijers

‘De ene helft van de stad is vast, de andere is geïmproviseerd en als de tijd van haar verblijf om is, wordt zij uit elkaar gehaald, gedemonteerd en meegenomen om overgeplaatst te worden naar de braakliggende terreinen van een andere halve stad.’
(Italo Calvino, De onzichtbare steden)

‘Het lege programma’ is buitengewoon verleidelijk van aard; een verleiding, die haar oorsprong vindt in de schijnbaar onmogelijke samenvoeging van twee tegenstrijdige begrippen.
Allereerst wordt gerefereerd aan een traditie van doelmatigheid en nuttigheid door het introduceren van een programma.

Tegelijkertijd wordt het programma leeg verklaard, waarmee het territorium van het nutteloze, de kunst wordt betreden.

Het vooruitgangsdenken, dat de wereld voorstelt als beschikbaar materiaal ten dienste van de mens, wordt geconfronteerd met een dichtende wijze van denken.
Het landschap van Dongeradeel is door de eeuwen heen nadrukkelijk door mensen geschreven en herschreven.

Temidden van uitgestrekte weilanden en akkers  wonen en werken mensen in kleine dorpen en grote boerderijen. Bomen vormen een beschermende huid rond deze bewoonde plekken.
De (bijna wrede) leegte verleent het landschap een adembenemende, poëtische kracht, die moet worden gekoesterd als de belangrijkste attractie van het gebied.

Het bewaren van deze leegte is het algemene programma.

Onder het zichtbare schrift van zijwegen, grindwegen, boerenwegen, vaak in het midden met een kam van gras tussen diepe wielsporen, verborgen onder stapels gekapt rijshout, nog duidelijk in het kapot gedroogde mos, loopt een ander schrift: de oude voetpaden.
Ze lopen van meer tot meer, van dal naar dal.
Soms slijten ze uit, worden heel duidelijk zichtbaar en grote bruggen van middeleeuwse stenen dragen hen over zwarte beken, soms raken zij verdoold over kale platte stenen, in moerasgebieden raak je ze gemakkelijk kwijt, zo ongemerkt dat ze er het ene ogenblik zijn, het andere niet. Er is een vervolg, er is altijd een vervolg, als je maar zoekt, deze paden zijn koppig, ze weten wat ze willen en aan kennis paren zij een aanzienlijke listigheid.(…)
Wie vormden het pad?(…) allen en niemand. Wij maken het te samen, ook jij, op een winderige dag, wanneer het vroeg of laat is op aarde: wij schrijven de paden, en de paden blijven bestaan, en de paden zijn verstandiger dan wij en weten al datgene wat wij zouden willen weten.
(Lars Gustafsson, De stille wereld voor Bach)

Projectgegevens
Opdrachtgever: EO Wijers Stichting
Jaar: 1998
Project: 5e prijs – prijsvraag ‘Wie is er bang voor het lege programma?’