DAAD Architecten

Service Centrum Oost te Enschede

Op twee manieren kun je Despina bereiken: per schip op per kameel. De stad ziet er ander uit voor wie over land komt dan voor wie over zee komt. De kameeldrijver ziet aan de horizon aan de hoogvlakte de puntige daken van wolkenkrabbers en radarantennes opdoemen, rood-witte windzakken wapperen, schoorstenen rook uit spuwen, en denkt aan een schip; hij weet dat het een stad is maar hij ziet haar voor zich als een schip dat hem weg zal voeren uit de woestijn; een zeilschip dat op het punt staat uit te varen, terwijl de wind de nog niet losgemaakte zeilen bolt, of een stoomboot waarvan de ketel trilt in het ijzeren ruim; en hij denkt aan alle havens, aan de handelswaar van overzee die op de kaden gelost wordt, aan de kroegen waar bemanningsleden van verschillende vlag flessen op elkaars hoofden stukslaan, aan verlichte benedenvensters, met achter elk een vrouw die haar haar kamt. In de nevel van de kust ontwaart de zeeman de vorm van een kamelenrug, van een geborduurd zadel met glanzende franje tussen twee gevlekte bulten die schommelend voortgaan; hij weet dat het een stad is maar hij ziet haar voor zich als een kameel met leren zakken aan het zadel, en zadeltassen met gekonfijt fruit, dadelwijn, tabaksbladeren, en hij ziet zich al aan het hoofd van een lange karavaan die hem wegvoert uit de zeewoestijn, naar oases met zoet water in de gekartelde schaduw van palmen, naar paleizen met dikke gepleisterde muren, met betegelde binnenplaatsen waar danseressen met blote voeten dansen en hun armen bewegen, een beetje binnen en een beetje buiten hun sluier. Iedere stad krijgt haar vorm door de woestijn waaraan zij tegengesteld is; zo zien de kameeldrijver en de zeeman Despina, grensstad tussen twee woestijnen”.
Italo Calvinod

De kruising van de stedenband (Almelo, Hengelo en Enschede) met het omliggende landschap wordt manifest gemaakt in het gebouw. De bebouwde ruimte van de stad staat gelijk aan het gebruiksoppervlak van het gebouw en het landschap staat gelijk aan de gezamenlijke en openbare ruimten van het gebouw. Het gebouw dusdanig uiterlijk geven dat het voor de toeschouwer een kleine stad is of een gestapeld landschap.
In tegenstelling tot de stad waar publieke ruimten de ‘restruimten’ vormen van de bebouwde omgeving wordt hier voor een strategie gekozen om juist de openbare ruimten vorm te geven en de restruimte door de gebruiker in te laten vullen. Het aantal publieke ruimten vormen een functioneel en constructief cluster. Deze ruimten zijn te vergelijken met de publieke ruimten in een stad (pleinen, vijvers, parken, straten en lanen). De openbare ruimten worden aan thema’s gekoppeld (bijvoorbeeld: bamboetuin, watertuin, verhard plein, etc.).

Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Enschede
Oplevering: 2001
BVO: 4.850 m2