DAAD Architecten

Studie hergebruik Van Heek complex te Enschede

Recent is een ingrijpend stedenbouwkundig programma opgesteld voor het gebied tussen de Lage Bothofstraat en het spoor. De voormalige gebouwen van de textielfabriek Van Heek maken deel uit van deze ontwikkelingen. Het stedenbouwkundig plan voor de Lage Bothof gaat uit van het volgende programma: 200 appartementen, 50 grondgebonden woningen, 10.000 m2. commerciële ruimte en ca. 560 parkeerplaatsen. Dit programma is gebaseerd op volledige nieuwbouw op de gehele locatie zonder inpassing van de bestaande gebouwen.
Omdat het hier gaat om de laatste gebouwen van de voormalige textielfabriek is besloten om de twee best bewaarde gebouwen, gebouw 1a en weverij 108, voor hergebruik te onderzoeken. Enerzijds om inzichtelijk te maken wat de rol van deze gebouwen is geweest binnen het Van Heek complex. Anderzijds om te onderzoeken of deze gebouwen geschikt zijn om nieuwe programma’s te huisvesten. Hoewel de gebouwen momenteel geen monumentenstatus bezitten is de historische betekenis van de gebouwen van Van Heek, destijds de grootste textielfabriek in Enschede, evident.
Er liggen nu kansen om een deel van de geschiedenis voor deze plek te bewaren en nieuwe ontwikkelingen te laten hechten in dit deel van de stad, door de reeds bestaande verbondenheid met de buurt.
Het onderzoek naar de mogelijkheden van de bestaande gebouwen kan om die reden ook niet op zich zelf beschouwd worden. De betekenis van het hergebruik zal in sterke mate gestuurd worden door de inpassing van de gebouwen in het totale stedenbouwkundig plan.

Om de complexe samenhang in zeer korte tijd te verduidelijken zijn er gelijktijdig verschillende sporen bewandeld. Er is een onderzoek uitgevoerd om de historische waarde van de gebouwen te kunnen bepalen. In een eerste aanzet zijn programma’s benoemd die zouden kunnen aansluiten bij de gebouwen en de buurt. Vervolgens is door middel van twee modellen onderzocht hoe geschikt de gebouwen zijn voor het huisvesten van een selectie van deze programma’s. Het eerste model waarbij de bouwkundige ingrepen minimaal zijn en zoveel mogelijk plaatsvinden binnen de schil van het gebouw. In het tweede model zijn de ingrepen intensiever en leiden ook tot een uitbreiding van het programma buiten de schil van het gebouw, waardoor of het programma en/of de kwaliteit kan worden geoptimaliseerd. Omdat er een gespannen verhouding bestaat tussen het maximale stedenbouwkundige programma en het behoud van de gebouwen is een derde reeks toegevoegd, om te illustreren hoe de modellen van hergebruik kunnen worden ingepast in de nieuwe stedenbouwkundige ontwikkelingen.

Deze studie illustreert  hoe het inpassen van de modellen kan bijdragen aan het formuleren van stedenbouwkundige randvoorwaarden die meer recht doen aan de huidige situatie. Vanuit het behoud krijgt men beter zicht op de aanwezige (sluimerende) kwaliteiten van de locatie die in een compleet nieuw stedenbouwkundig plan snel uit het zichtveld verdwijnen.

Projectgegevens
Opdrachtgever: De Woonplaats
Afgerond: januari 2008
Project: studie