DAAD Architecten

Topdorpen

DAAD mentor in de tweede ronde onderzoekslab ‘Topdorpen’ Nederland wordt anders
Op 05 maart 2010 vond op het bureau Rijksbouwmeester de presentatie plaats van de eerste ronde onderzoekslabs. Doel van deze onderzoekslabs is te zorgen dat ontwerpers die (deels) buiten het arbeidsproces zijn komen te staan hun talenten blijven inzetten en ontwikkelen. Daarnaast bewerkstelligen de labs dat kwesties die binnenkort gaan spelen in de ruimtelijke ordening nu al goed worden uitgezocht en doordacht.
Het Onderzoekslab wordt gecoördineerd door het College van Rijksadviseurs (CRA).
In de tweede ronde van het Onderzoekslab zullen er zeven nieuwe labs van start gaan en is er plek voor 85 deelnemers. In het lab Topdorpen zal ontwerpend onderzoek gaan doen naar krimp op het platteland.

Generieke opgave
Het verschijnsel krimp treedt pregnant naar voren in een aantal regio’s van Nederland, waaronder Zuidoost Limburg, Zeeland en Oost Groningen. Onder het motto ‘geen krachtwijken zonder topdorpen’ zoekt het rijk naast het vitaliseren van steden (in het bijzonder via de 40-wijkenaanpak) naar een passend antwoord op de ontwaarding van de woningvoorraad in de krimpregio’s en naar strategieën om het platteland te vitaliseren. Wat dit laatste betreft is het idee van de topdorpen ontstaan: sterke kernen op het platteland waar krachten, oplossingen en ideeën van onderop als katalysatoren dienen voor de vitalisering van regio’s.
Het Lab Topdorpen analyseert de gevolgen van krimp. Onderzocht wordt of daar waar krimp optreedt ontwerpstrategieën ingezet kunnen worden om de nadelige gevolgen te keren/tot een minimum te beperken. Is het vitaliseren van het platteland middels topdorpen een mogelijk antwoord op de krimpproblematiek? De Regio Noordoost Groningen dient als casus.
Vragen aan het onderzoekslab:
– Wat kan een topdorp zijn? Is dit een bestaand en/of nieuw dorp?
– Waar ligt dit topdorp of liggen deze topdorpen in de regio Noordoost Groningen?
– Ontwerp de groei van zo’n topdorp met als uitgangspunt een daling van 500 naar 250 huishoudens in vijf jaar.
– Welke effecten kan/kunnen zo’n topdorp of topdorpen hebben op hoger schaalniveau, in casu het omringende platteland en de nabijgelegen grote(re) steden?
– Wat is de toegevoegde waarde van een topdorp in vergelijking met alternatieve krimpstrategieën?
– Wat kan de rol van het ontwerp en de ontwerper zijn bij het, via topdorpen, in topconditie brengen van het platteland?

Samenstelling onderzoeksteam
Multidisciplinair: architectuur, stedenbouw, landschapsarchitectuur, planologie, economische geografie en woningbouw/volkshuisvesting.

Samenwerking
Dit onderzoekslab zal in samenwerking met het ministerie van LNV, de BNA en AEDES (organisatoren van de vorig jaar gehouden krimpateliers) georganiseerd worden. Tevens zal Parkstad Limburg (als sparring partner en vergelijking) betrokken worden bij dit lab.

Uitkomst
(Ontwerpend) onderzoeksprogramma voor het rijk om topdorpen, in wisselwerking met de (grote) stedenaanpak, te kunnen operationaliseren.

Mentor
DAAD Architecten

Standplaats
DAAD Architecten, Paltz 21 te Beilen.