DAAD Architecten

Vier scenario’s Veenhuizen

Op weinig plaatsen in Nederland is de geschiedenis van een gebied zo duidelijk, haast tastbaar aanwezig als in Veenhuizen. De neerslag van de hiërarchie van het justitiële apparaat in gebouwen en landschap, de sociale- en agrarische experimenten van de Maatschappij van Weldadigheid en de kolonisten, de autarkische leefgemeenschap. Als een Nederlands Siberië heeft het zich de afgelopen twee eeuwen in relatieve afzondering kunnen ontwikkelen tot een staalkaart van veranderende overheidsopvattingen met betrekking tot armoede en criminaliteitsbestrijding.
Sporen in het landschap en in de architectuur, maar ook de beleefde en overgeleverde verhalen van bijzondere voorvallen, plekken en routes vormen niet alleen informatiebronnen in het historisch onderzoek, maar bieden ook handvaten voor toekomstige ontwikkelingen.
Onder invloed van recente veranderingen in functie en gebruik zijn er meer van deze sporen uitgewist dan er zijn bijgekomen. Ruilverkaveling en schaalvergroting hebben niet alleen de landschappelijke helderheid en het landgoedkarakter aangetast, maar zijn ook niet in staat gebleken cultuurhistorie aan het gebied toe te voegen. Hoewel het gebied aan leesbaarheid verloren heeft is de kracht van de complexe gelaagdheid zo groot dat elke bezoeker van het gebied erdoor bevangen raakt. Onze fascinatie voor dit verhalende landschap heeft geleid tot deze ontwerpstudie. Een studie die voortbouwt op de onbevangenheid waarmee de woeste gronden ooit werden gekoloniseerd, bedoeld als offensieve bijdrage in een discussie die voornamelijk defensief van aard is. De beste mogelijkheid voor behoud van de karakteristieke kwaliteiten van Veenhuizen ligt ons inziens dan ook in het opvoeren van de complexiteit door nieuwe, betekenisvolle lagen aan de geschiedenis toe te voegen. Deze publicatie is bedoeld om te laten zien op welke wijze de potenties in landschap, geschiedenis en bebouwing van Veenhuizen kunnen worden ingezet voor de toekomstige ontwikkeling van het gebied. In vier scenario’s worden karakteristieken van het bestaande Veenhuizen als uitgangspunt genomen voor ontwerpstrategieën, waarbij zowel oud en nieuw als landschap en bebouwing elkaar door wederzijdse beïnvloeding versterken. Deze scenario’s zijn geen ontwerpen met eindbeelden, maar vertegenwoordigen verschillende denkrichtingen, waarbij geen exact eindresultaat wordt nagestreefd. Overeenkomst is dat, hoewel de uitwerking onderling sterk verschilt, in de afzonderlijke scenario’s de landschappelijke drager dusdanig wordt versterkt dat vele nieuwe ontwikkelingen en programma’s er hun plek in kunnen vinden zonder dat deze afbreuk doen aan het geheel.

Tweede kolonisatie
Analoog aan de wijze waarop vanaf 1820 de woeste gronden werden ontgonnen en door ‘vrije kolonisten’ boerderijen werden gebouwd vindt anno 2002 een tweede kolonisatie van Veenhuizen plaats. Ditmaal door bewoners en gebruikers op zoek naar rust, afzondering en vrijheid in hun doen en laten. Dit scenario vertrekt niet vanuit een ruimtelijk beeld, maar gebruikt de structuur met zeven wijken loodrecht op de Hoofdvaart met tussenafstanden van750 meterals landschappelijk stedenbouwkundige drager.

Bezinning
De transformatie van Veenhuizen start in dit scenario met het versterken van het contrast tussen het open landschap van akkers en weiden met lange zichtlijnen aan de noordzijde van de hoofdvaart en het dicht beboste deel aan de zuidzijde ervan. Tezamen vormen zij een groot aaneengesloten, openbaar toegankelijk gebied waar, als onderdeel van de EHS, op grote schaal natuurontwikkeling kan plaatsvinden: natuurpark Veenhuizen. De randen zijn geleidelijke overgangen naar Tempelstukken en het oude hoogveengebied.

Omsluiting
Veenhuizen is gesticht in het overgangsgebied tussen twee typische landschappen: aan de noordzijde het beekdal van de Slokkert en aan de zuidzijde het Fochteloërveen. Het grotendeels beboste overgangsgebied tussen de orthogonale structuur van de kolonie en deze landschappen vormt een gordel rond Veenhuizen met een oppervlak van ca.500 ha. zonder duidelijke eigen ruimtelijke of programmatische kenmerken. Een tussengebied dat de limiet van het gevangenisdorp markeerde. In deze bufferzone hebben onder andere een munitieopslag, de inrichting Bankenbosch met een vrije verkaveling uit de jaren ’70, een Belvedère uit de jaren ’50, een ijsbaan, een stormbaan en een schietbaan een plek gevonden. Vanuit zijn karakterloosheid biedt deze gordel interessante mogelijkheden voor ontwikkeling en bebouwing. In dit scenario wordt het ruimtelijk en programmatisch verschil tussen het gestructureerde Veenhuizen en de vormloze rafelrand opgevoerd.

Matrix
De ruimtelijke drager is het orthogonale grid dat, conform het plan van het Ministerie van LNV, Dienst Landelijk Gebied volledig wordt hersteld. Het systeem van wijken dooradert het gehele gebied. Het profiel van lanen en wijken, dat in breedte varieert van 15 tot40 meter, wordt van oorspronkelijke boombeplanting voorzien en verder ingericht als natuurontwikkelingsgebied. Op alle ontmoetingen van wegen en water worden nieuwe bruggen ontworpen. De neutrale matrix die hiermee ontstaat, vormt de structurele basis voor de komende ontwikkelingen.

Projectgegevens
Opdrachtgever: in eigen beheer
Jaar: 2002
Project: studie