2011 > 2008
> 2011
1e Prijs ontwerpwedstrijd innovatieve varkensstal, Utrecht
> 2011
Nominatie Drentse Architectuurprijs 2011
> 2010
Groninger publieksprijs gebouwenquete 2010
> 2009
Prijsvraag bezoekerscentrum Oostvaardersplassen
> 2008
1e Prijs ideeënprijsvraag brug Maasboulevard, Venlo
Het Eiland van Schalkwijk
1138PDF_Juryrapport.pdf
Randstedelijk boeren
De familie Uijttewaal woont al sinds 1420 op het Eiland van Schalkwijk.
Het ontwerp voor de nieuwe stal is in nauwe samenspraak met de boer tot stand gekomen.
Deze varkenshouderij is gericht op dierenwelzijn in combinatie met goede opbrengsten en op de diversificatie van de inkomstenstromen met bijvoorbeeld een bezoekerscentrum en kleinschalige, recreatieve ontwikkeling met overnachtingsmogelijkheid gekoppeld aan de Hollandse Waterlinie. Zo wordt het mogelijk op kleinere schaal te produceren. Op termijn wordt ook een rundveehouderij toegevoegd waarmee het grasland van de polder weer bestemming krijgt. Ook de opgewekte energie, gezuiverd water en nutriënten uit de biovergister en de toeristische en educatieve diensten zijn nieuwe producten die het bedrijf levert. Zo kan de agrarische sector in dichtbevolkte gebieden behouden blijven. Dit noemen we Randstedelijk boeren.
1138PDF_Juryrapport.pdf
Randstedelijk boeren
De familie Uijttewaal woont al sinds 1420 op het Eiland van Schalkwijk.
Het ontwerp voor de nieuwe stal is in nauwe samenspraak met de boer tot stand gekomen.
Deze varkenshouderij is gericht op dierenwelzijn in combinatie met goede opbrengsten en op de diversificatie van de inkomstenstromen met bijvoorbeeld een bezoekerscentrum en kleinschalige, recreatieve ontwikkeling met overnachtingsmogelijkheid gekoppeld aan de Hollandse Waterlinie. Zo wordt het mogelijk op kleinere schaal te produceren. Op termijn wordt ook een rundveehouderij toegevoegd waarmee het grasland van de polder weer bestemming krijgt. Ook de opgewekte energie, gezuiverd water en nutriënten uit de biovergister en de toeristische en educatieve diensten zijn nieuwe producten die het bedrijf levert. Zo kan de agrarische sector in dichtbevolkte gebieden behouden blijven. Dit noemen we Randstedelijk boeren.
Het bedrijf gaat gebruik maken van producten uit de streek; snoeiafval, bermgras en stro als strooisel voor de varkens en voor de biovergister. Overtollige partijen van een nabijgelegen koekfabriek dienen als voer voor de varkens. In de streek wordt afzet gevonden voor het vlees van de Blokhovens varken bij slagers en restaurants.
Sterke randvoorwaarden als licht, ruimte, strooisel, de basisbehoeften van het dier, zijn leidend. De 1-ster eisen van het keurmerk van de dierenbescherming worden ruimschoots gehaald. De kracht van dit concept ligt vooral in de openheid en toegankelijkheid van het bedrijf. Daarnaast biedt de overmaat aan ruimte de mogelijkheid om verschillende vormen van varkenshouderij te verkennen.
Sterke randvoorwaarden als licht, ruimte, strooisel, de basisbehoeften van het dier, zijn leidend. De 1-ster eisen van het keurmerk van de dierenbescherming worden ruimschoots gehaald. De kracht van dit concept ligt vooral in de openheid en toegankelijkheid van het bedrijf. Daarnaast biedt de overmaat aan ruimte de mogelijkheid om verschillende vormen van varkenshouderij te verkennen.
Voor het nieuwe bedrijf is aansluiting gezocht bij de typologie van de polder. Verdichting langs het bebouwingslint zou een te grote massa in het kleinschalig karakter van de dijk betekenen, bovendien zou het zicht op het inundatieveld verdwijnen. Met het verwijderen van de bestaande stallen en de positie van de nieuwe stal in de polder wordt het zicht weer vrij gemaakt.
De stal is niet verstopt, niet ingepakt in bomen, maar ligt zichtbaar en trots in het landschap, gekoppeld aan recreatieve routes. De polder heeft een grote maat maar ook veel detail en kleinschaligheid. Om dit in het ontwerp te bereiken is de traditionele kapvorm voor stallen gedraaid en zijn de overspanningen relatief klein gehouden. Hierdoor kan laag gebouwd worden. De gebouwen zijn maximaal 7 meter hoog.
De stallen zijn gelegen rondom een binnenplaats, hier spelen zich de meeste bedrijfshandelingen af. Beplanting op de binnenplaats heeft een behoorlijke maat en zorgt voor schaduw en een prettige atmosfeer op de ook voor het publiek toegankelijke binnenplaats.
De stal is niet verstopt, niet ingepakt in bomen, maar ligt zichtbaar en trots in het landschap, gekoppeld aan recreatieve routes. De polder heeft een grote maat maar ook veel detail en kleinschaligheid. Om dit in het ontwerp te bereiken is de traditionele kapvorm voor stallen gedraaid en zijn de overspanningen relatief klein gehouden. Hierdoor kan laag gebouwd worden. De gebouwen zijn maximaal 7 meter hoog.
De stallen zijn gelegen rondom een binnenplaats, hier spelen zich de meeste bedrijfshandelingen af. Beplanting op de binnenplaats heeft een behoorlijke maat en zorgt voor schaduw en een prettige atmosfeer op de ook voor het publiek toegankelijke binnenplaats.
De innovatie in deze varkensstal is het open low-tech systeem dat altijd werkt en eenvoudig door de boer zelf te onderhouden is. De opzet van het ontwerp is zodanig dat deze eenvoudig in eigen beheer te realiseren is. Hierdoor kan er goedkoper gebouwd worden.
Het is een ontwerp dat jaren vooruit kan met de toekomstige toepassingen op allerlei gebied.
Voor meer informatie: http://www.architectenweb.nl
http://www.cobouw.nl
Projectgegevens
Opdrachtgever: Steef Uijttewaal
Jaar: 2011
Project: prijsvraag
Het is een ontwerp dat jaren vooruit kan met de toekomstige toepassingen op allerlei gebied.
Voor meer informatie: http://www.architectenweb.nl
http://www.cobouw.nl
Projectgegevens
Opdrachtgever: Steef Uijttewaal
Jaar: 2011
Project: prijsvraag
Jongerenwoningen te Echten
DAAD Architecten is voor dit project genomineerd voor de Drentse Architectuurprijs 2011 en uiteindelijk 3e geworden.
Voor meer informatie: www.drentsearchitectuurprijs.nl.
Destijds heeft Alescon, samen met de gemeente De Wolden, de locatie aangedragen bij Woonconcept. Aan de straatzijde stond met de nokrichting haaks op de weg een boerderij met aangebouwde schuur. Verder stonden op het erf nog een grote vrijstaande schuur/overkapping en diverse kleinere bouwwerken. De mestopslag lag achter op het erf aan de es. De gebouwen waren grotendeels in een slechte bouwkundige staat.
DAAD Architecten is voor dit project genomineerd voor de Drentse Architectuurprijs 2011 en uiteindelijk 3e geworden.
Voor meer informatie: www.drentsearchitectuurprijs.nl.
Destijds heeft Alescon, samen met de gemeente De Wolden, de locatie aangedragen bij Woonconcept. Aan de straatzijde stond met de nokrichting haaks op de weg een boerderij met aangebouwde schuur. Verder stonden op het erf nog een grote vrijstaande schuur/overkapping en diverse kleinere bouwwerken. De mestopslag lag achter op het erf aan de es. De gebouwen waren grotendeels in een slechte bouwkundige staat.
Doel was het ontwikkelen van 10 jongerenwoningen op een zo efficiënt mogelijke wijze binnen de financiële randvoorwaarden, en op een wijze die recht zou doen aan de context. Uitgangspunt hierbij was ook de samenwerking met Alreno Bouw (voorheen werkvoorzieningschap Alescon te Beilen) als bouwpartner.
Het programma van de jongerenwoningen is in twee gebouwen gerealiseerd die voldoen aan de huidige eisen van Woonconcept over kwantiteit en kwaliteit. DAAD Architecten heeft gekozen voor een architectuur die ingetogen is en goed past in de bestaande agrarische lintbebouwing van boerderijen. Om de massa beperkt te houden is gekozen voor twee gebouwen, vergelijkbaar met een boerderij en een schuur, en passend in verhouding tot de omliggende bebouwing. De buitenruimten van de woningen liggen binnen de gevel- en daklijn van de gebouwen.
De twee gebouwen zijn verschillend uitgewerkt, reagerend op de oriëntatie van de plek en de zon. Hierdoor zijn ook de woningen verschillend van elkaar geworden. Er is gekozen voor een houtskelet bouwmethodiek. De buitengevel is opgebouwd in een houten gevelbekleding.
Het programma van de jongerenwoningen is in twee gebouwen gerealiseerd die voldoen aan de huidige eisen van Woonconcept over kwantiteit en kwaliteit. DAAD Architecten heeft gekozen voor een architectuur die ingetogen is en goed past in de bestaande agrarische lintbebouwing van boerderijen. Om de massa beperkt te houden is gekozen voor twee gebouwen, vergelijkbaar met een boerderij en een schuur, en passend in verhouding tot de omliggende bebouwing. De buitenruimten van de woningen liggen binnen de gevel- en daklijn van de gebouwen.
De twee gebouwen zijn verschillend uitgewerkt, reagerend op de oriëntatie van de plek en de zon. Hierdoor zijn ook de woningen verschillend van elkaar geworden. Er is gekozen voor een houtskelet bouwmethodiek. De buitengevel is opgebouwd in een houten gevelbekleding.
Er was een grote behoefte aan betaalbare jongerenwoningen en de woningen zijn dan ook verhuurd aan jongeren van 18 t/ m 30 jaar, uit de directe omgeving. De bewoners zijn erg enthousiast over de woningen. De verschillende overheden hebben bijgedragen aan het project. De Provincie Drenthe was bij het project betrokken i.v.m. de sanering van de locatie met een subsidie als bijdrage hierin. De gemeente De Wolden heeft hierin ook geparticipeerd.
De nieuwbouw heeft geleid tot een kwaliteitsverbetering van de plek en ook het aanzicht vanaf de zijde van es toont geen achterkant. Het doorzicht vanaf de openbare weg naar de es is verbeterd. Deze blijft ook open door ligging van de toegangsweg naar het gebouw gelegen aan de es. De parkeervoorzieningen voor de bewoners en bezoekers zijn op het eigen erf ingericht.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Woonconcept
Oplevering: 2011
BVO: 1.400 m2
De nieuwbouw heeft geleid tot een kwaliteitsverbetering van de plek en ook het aanzicht vanaf de zijde van es toont geen achterkant. Het doorzicht vanaf de openbare weg naar de es is verbeterd. Deze blijft ook open door ligging van de toegangsweg naar het gebouw gelegen aan de es. De parkeervoorzieningen voor de bewoners en bezoekers zijn op het eigen erf ingericht.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Woonconcept
Oplevering: 2011
BVO: 1.400 m2
DAAD wint Groninger publieksprijs Gebouwenquête 2010
De Groninger publieksprijs voor het beste gebouw dat in Groningen in 2010 werd opgeleverd is door DAAD gewonnen met het Paleis.
Vrijdag 25 juli 2010 voorafgaand aan de Dag van de Architectuur mochten we de gouden baksteen uit handen van Wethouder Frank de Vries in ontvangst nemen. Het thema dit jaar was op goed Gronings ‘Ofblieven, dat heb ‘k nog neudeg ‘ oftewel afblijven dat heb ik nog nodig; hergebruik van bestaande gebouwen. Het Paleis werd uit 15 genomineerden gekozen, niet alleen de publieksprijs maar ook de prijs voor het meest gedurfde opdrachtgeverschap ging naar het Paleis.
Juryrapport Groninger Gebouwenenquete.pdf
Voor meer informatie:
www.arch-lokaal.nl
www.dearchitect.nl
www.archined.nl
www.stedebouwarchitectuur.nl
Meer informatie over het Paleis vindt u op de DAAD site.
De Groninger publieksprijs voor het beste gebouw dat in Groningen in 2010 werd opgeleverd is door DAAD gewonnen met het Paleis.
Vrijdag 25 juli 2010 voorafgaand aan de Dag van de Architectuur mochten we de gouden baksteen uit handen van Wethouder Frank de Vries in ontvangst nemen. Het thema dit jaar was op goed Gronings ‘Ofblieven, dat heb ‘k nog neudeg ‘ oftewel afblijven dat heb ik nog nodig; hergebruik van bestaande gebouwen. Het Paleis werd uit 15 genomineerden gekozen, niet alleen de publieksprijs maar ook de prijs voor het meest gedurfde opdrachtgeverschap ging naar het Paleis.
Juryrapport Groninger Gebouwenenquete.pdf
Voor meer informatie:
www.arch-lokaal.nl
www.dearchitect.nl
www.archined.nl
www.stedebouwarchitectuur.nl
Meer informatie over het Paleis vindt u op de DAAD site.
Ontwerpwedstrijd bezoekerscentrum Oostvaardersplassen
0924PDF_Oostvaardersplassen.pdf
De Oostvaardersplassen bevatten tenminste drie bijzondere paradoxen: beheerste ongereptheid, een ‘welkom buiten’ gebouw en beleving op afstand. In eXplore komen deze drie samen in een gebouw waarin de overgang van buiten naar binnen vaag is, bezoekers mensen en dieren zijn en de overgangen tussen de verschillende landschappen manifest zijn.
De beheerste ongereptheid
De verschijningsvorm waarin de OVP zich manifesteren is van een on-Nederlandse en tegelijkertijd oer-Nederlandse ongereptheid. Hier kun je zien en beleven hoe natuurlijke processen zich als vanzelf voltrekken. Om deze ongerepte natuur zich spontaan te laten ontwikkelen zijn regulerende en controlerende maatregelen voorwaardelijk. Deze controle is goed verborgen en nauwelijks fysiek vormgegeven. Zo kun je er oog in oog met een heckrund komen te staan terwijl een verborgen greppel met een hek ervoor zorgt dat het contact niet te direct wordt. Hoe maak je een gebouw als vanzelfsprekend onderdeel van deze beheerste ongereptheid?
Een ‘welkom buiten’ gebouw
De tweede paradox is die van een gebouw waarop de slogan ‘naar buiten!’ van toepassing is. Een gebouw met buitenkwaliteiten waarin je als bezoeker direct het gevoel krijgt middenin het gebied te zijn. Een beschutte plek voor mensen, maar ook voor vogels en vleermuizen, als onlosmakelijk onderdeel van het gebied.
0924PDF_Oostvaardersplassen.pdf
De Oostvaardersplassen bevatten tenminste drie bijzondere paradoxen: beheerste ongereptheid, een ‘welkom buiten’ gebouw en beleving op afstand. In eXplore komen deze drie samen in een gebouw waarin de overgang van buiten naar binnen vaag is, bezoekers mensen en dieren zijn en de overgangen tussen de verschillende landschappen manifest zijn.
De beheerste ongereptheid
De verschijningsvorm waarin de OVP zich manifesteren is van een on-Nederlandse en tegelijkertijd oer-Nederlandse ongereptheid. Hier kun je zien en beleven hoe natuurlijke processen zich als vanzelf voltrekken. Om deze ongerepte natuur zich spontaan te laten ontwikkelen zijn regulerende en controlerende maatregelen voorwaardelijk. Deze controle is goed verborgen en nauwelijks fysiek vormgegeven. Zo kun je er oog in oog met een heckrund komen te staan terwijl een verborgen greppel met een hek ervoor zorgt dat het contact niet te direct wordt. Hoe maak je een gebouw als vanzelfsprekend onderdeel van deze beheerste ongereptheid?
Een ‘welkom buiten’ gebouw
De tweede paradox is die van een gebouw waarop de slogan ‘naar buiten!’ van toepassing is. Een gebouw met buitenkwaliteiten waarin je als bezoeker direct het gevoel krijgt middenin het gebied te zijn. Een beschutte plek voor mensen, maar ook voor vogels en vleermuizen, als onlosmakelijk onderdeel van het gebied.
Zintuiglijke beleving
Om de ongereptheid van de Oostvaarderplassen te bewaren is een beperkte toegankelijkheid een vereiste. Tegelijkertijd bestaat de wens bezoekers een bijzondere beleving en ervaring mee te geven. In het Oostvaardersveld kan contact tussen bezoeker en natuur directer zijn. Het gebouw intensiveert dit contact door maximaal in te zetten op zintuiglijke beleving en werkelijke, bijzondere ervaringen.
In ons voorstel komen drie schijnbare tegenstellingen samen onder een dak. Het is een gebouw waarin voor bezoekers dezelfde condities gelden als die voor de dieren. Haast ongemerkt kom je er binnen en ben je weer buiten. Muren, daken en vloeren als scheidende, maar vooral ook verbindende elementen met buiten, waarin, -op en -tussen ook dieren en planten huizen. In plaats van een autonoom object is het gebouw een gematerialiseerde contramal van de landschappen eromheen. Vanuit de vier uitbreidbare vleugels vertrekken wandelroutes het gebied in. Aan delen van het gebouw kunnen bezoekers blijven meebouwen, elk bezoek een nieuwe belevenis.
Voor meer informatie: www.staatsbosbeheer.nl
Projectgegevens
DAAD i.s.m. Enno Zuidema Stedebouw en Martin van Dijken en Wim Boetze (DLG)
Opdrachtgever: Staatsbosbeheer
Jaar: 2009
Project: prijsvraag
Om de ongereptheid van de Oostvaarderplassen te bewaren is een beperkte toegankelijkheid een vereiste. Tegelijkertijd bestaat de wens bezoekers een bijzondere beleving en ervaring mee te geven. In het Oostvaardersveld kan contact tussen bezoeker en natuur directer zijn. Het gebouw intensiveert dit contact door maximaal in te zetten op zintuiglijke beleving en werkelijke, bijzondere ervaringen.
In ons voorstel komen drie schijnbare tegenstellingen samen onder een dak. Het is een gebouw waarin voor bezoekers dezelfde condities gelden als die voor de dieren. Haast ongemerkt kom je er binnen en ben je weer buiten. Muren, daken en vloeren als scheidende, maar vooral ook verbindende elementen met buiten, waarin, -op en -tussen ook dieren en planten huizen. In plaats van een autonoom object is het gebouw een gematerialiseerde contramal van de landschappen eromheen. Vanuit de vier uitbreidbare vleugels vertrekken wandelroutes het gebied in. Aan delen van het gebouw kunnen bezoekers blijven meebouwen, elk bezoek een nieuwe belevenis.
Voor meer informatie: www.staatsbosbeheer.nl
Projectgegevens
DAAD i.s.m. Enno Zuidema Stedebouw en Martin van Dijken en Wim Boetze (DLG)
Opdrachtgever: Staatsbosbeheer
Jaar: 2009
Project: prijsvraag
DAAD winnaar ideeënprijsvraag brug Maasboulevard
Titus Mars van DAAD Architecten BV wint 1e prijs ideeënprijsvraag voor de Maasboulevardbrug.
Vlöch
De brug over de Oude Haven verbindt de Maasboulevard met het eiland De Weerd op een lichte en elegante wijze. Het autonome karakter van de brug en de overspanning zonder tussensteunpunten laten de Oude Haven als 1 geheel bestaan.
De brug is onderdeel van een route welke terplekke van de brug de bocht om gaat. De verspringende bogen geven begeleiding aan deze verandering van richting. De vormentaal refereert aan de vluchtige beweging van het water, de wind en het verkeer. Door de verspringende bogen ontstaat er vanuit verschillende standpunten telkens een ander beeld van de brug.
De constructie van (samenwerkende) bogen zorgen voor een stabiliteit in de lengte en dwarsrichting van de brug. Door de brug uit te voeren in staal is prefabricage mogelijk.
De licht grijze kleur reflecteert het zonlicht waardoor het zich aanpast aan de veranderende weersomstandigheden en zich op een subtiele wijze zal manifesteren.
Titus Mars van DAAD Architecten BV wint 1e prijs ideeënprijsvraag voor de Maasboulevardbrug.
Vlöch
De brug over de Oude Haven verbindt de Maasboulevard met het eiland De Weerd op een lichte en elegante wijze. Het autonome karakter van de brug en de overspanning zonder tussensteunpunten laten de Oude Haven als 1 geheel bestaan.
De brug is onderdeel van een route welke terplekke van de brug de bocht om gaat. De verspringende bogen geven begeleiding aan deze verandering van richting. De vormentaal refereert aan de vluchtige beweging van het water, de wind en het verkeer. Door de verspringende bogen ontstaat er vanuit verschillende standpunten telkens een ander beeld van de brug.
De constructie van (samenwerkende) bogen zorgen voor een stabiliteit in de lengte en dwarsrichting van de brug. Door de brug uit te voeren in staal is prefabricage mogelijk.
De licht grijze kleur reflecteert het zonlicht waardoor het zich aanpast aan de veranderende weersomstandigheden en zich op een subtiele wijze zal manifesteren.
Jury commentaar
De jury heeft zeer grote waardering voor de elegantie en de kracht van de inzending die zich onderscheidt door eenvoud. De asymmetrische boog is indrukwekkend. De schaal van de brug ten opzichte van het plan Maasboulevard en het park is goed. Het beeld lijkt spelenderwijs te zijn ontstaan. ‘Vlöch’ is een mooie titel die refereert aan de vluchtige beweging van het water en daarmee op een bescheiden en relativerende manier een accent legt op beweging en onomkeerbaarheid.
Voor meer informatie: www.maasboulevard.nl
www.archined.nl
www.architectenweb.nl
De jury heeft zeer grote waardering voor de elegantie en de kracht van de inzending die zich onderscheidt door eenvoud. De asymmetrische boog is indrukwekkend. De schaal van de brug ten opzichte van het plan Maasboulevard en het park is goed. Het beeld lijkt spelenderwijs te zijn ontstaan. ‘Vlöch’ is een mooie titel die refereert aan de vluchtige beweging van het water en daarmee op een bescheiden en relativerende manier een accent legt op beweging en onomkeerbaarheid.
Voor meer informatie: www.maasboulevard.nl
www.archined.nl
www.architectenweb.nl
Op Dorpse Schaal te Elp
0456PDF_Op Dorpse Schaal Flyer.pdf
In 2008 is dit project door BNSP genomineerd voor de 7e European Urban and Regional Planning Awards (EURPA).
Voor meer info: www.ceu-ectp.org
www.architectenweb.nl
0456PDF_Op Dorpse Schaal Flyer.pdf
In 2008 is dit project door BNSP genomineerd voor de 7e European Urban and Regional Planning Awards (EURPA).
Voor meer info: www.ceu-ectp.org
www.architectenweb.nl
De dorpen in Midden Drenthe zijn vrij oorspronkelijk in structuur en architectuur. De ontstaanswijze van de dorpen en hun nauwe relatie met het landschap is goed herkenbaar. Het beleid voor de uitbreiding van de dorpen tot nu toe was conserverend en controlerend. De enkele uitbreidingen die er gemaakt werden waren vaak van pragmatische aard en zelden een versterking van de Drentse identiteit.
Ondertussen groeide wel de vraag van de bewoners naar uitbreiding en particulier initiatief.
In het project 'Op dorpse schaal' wordt voor het eerst een nieuwe participatieve werkwijze toegepast bij het aanwijzen van toekomstige in- en uitbreidingslocaties voor woningbouw in zand- en veendorpen. Binnen deze locaties mogen particulieren woningen bouwen aan de hand van vastgestelde spelregels.
Ondertussen groeide wel de vraag van de bewoners naar uitbreiding en particulier initiatief.
In het project 'Op dorpse schaal' wordt voor het eerst een nieuwe participatieve werkwijze toegepast bij het aanwijzen van toekomstige in- en uitbreidingslocaties voor woningbouw in zand- en veendorpen. Binnen deze locaties mogen particulieren woningen bouwen aan de hand van vastgestelde spelregels.
De spelregels bestaan uit vaste kaders en flexibele bouwstenen. Binnen bepaalde kaders kunnen een aantal bouwstenen toegepast worden. De bouwstenen bieden mogelijkheden aan de ontwikkeling van een dorp. Afhankelijk van de initiatiefnemende partijen en de omstandigheden zijn deze inzetbaar. Een eindbeeld van het dorp is op deze manier niet voorspelbaar. Wel het behoud en de versterking van de kwaliteiten en de identiteit van het dorp.
De toename van het aantal woningen vindt geleidelijk plaats doordat er jaarlijks een limiet aan wordt gesteld.
Nadat het dorp Elp als pilot voor dit heeft gediend, is er een modelaanpak ontwikkelt volgens de principes van 'Op dorpse schaal', met de bedoeling deze aanpak toe te passen voor alle zand- en veendorpen in de provincie Drenthe.
Het project is in samenwerking met Bosch Slabbers landschapsarchitecten uitgevoerd.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Midden Drenthe
Afgerond: 2005
Project: studie
De toename van het aantal woningen vindt geleidelijk plaats doordat er jaarlijks een limiet aan wordt gesteld.
Nadat het dorp Elp als pilot voor dit heeft gediend, is er een modelaanpak ontwikkelt volgens de principes van 'Op dorpse schaal', met de bedoeling deze aanpak toe te passen voor alle zand- en veendorpen in de provincie Drenthe.
Het project is in samenwerking met Bosch Slabbers landschapsarchitecten uitgevoerd.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Midden Drenthe
Afgerond: 2005
Project: studie
Woon- werkhuis te Groningen
Juryrapport Regio Noord 2007.pdf
Op donderdag 26 april 2007 is het woon- werkhuis van DAAD in Groningen uitgeroepen tot BNA Gebouw van het Jaar 2007 Regio Noord. Het gebouw is hiermee tevens genomineerd voor BNA Gebouw van het Jaar 2007.
Het woon- werkhuis in Groningen van DAAD is tevens opgenomen in het Jaarboek Architectuur van Nederland 2006>07. Zie voor een beschrijving ‘(Ver)bouwen in de tijd’ van Piet Vollaard: http://www.archined.nl
Juryrapport Regio Noord 2007.pdf
Op donderdag 26 april 2007 is het woon- werkhuis van DAAD in Groningen uitgeroepen tot BNA Gebouw van het Jaar 2007 Regio Noord. Het gebouw is hiermee tevens genomineerd voor BNA Gebouw van het Jaar 2007.
Het woon- werkhuis in Groningen van DAAD is tevens opgenomen in het Jaarboek Architectuur van Nederland 2006>07. Zie voor een beschrijving ‘(Ver)bouwen in de tijd’ van Piet Vollaard: http://www.archined.nl
De factor TIJD in het ontwerp is een van de belangrijke thema’s in het werk van DAAD Architecten. In diverse projecten onderzoekt DAAD de invloed van TIJD op het ontwerp, de consequenties van vertraging of versnelling in het ontwerp- en uitvoeringsproces.
In de woning van Hoogland en Versteegh is het thema tijd in praktijk gebracht. Architectuur wordt hier proces, het is een project zonder vooraf vastgelegd eindbeeld. De woning is een transformerend proces, een project dat zich in de tijd ontwikkelt.
Begin 1997 betrokken Wouter Hoogland en Hannah Versteegh DAAD Architecten bij hun ‘bouwloods’ in Groningen. Het ontwerp van de hand van projectarchitect Eric de Leeuw kwam tot stand na een serie indringende gesprekken met de opdrachtgevers en bestond uit een eenvoudig en krachtig concept weergegeven in een kleine maquette. De tuin werd opgetild tot op het niveau van de eerste verdieping waaronder een ruimte ten behoeve van stalling motor en paard. Met de verdiepingshoge open tuinruimte blijft het zicht vanaf het Zuiderdiep op de boom in de tuin gewaarborgd. Daarboven drie lagen van het torentje met woon-/leef-/werk-/slaapvertrekken en een omloop buiten langs, zoals een Japans huis, met de trappen en het toilet.
In de woning van Hoogland en Versteegh is het thema tijd in praktijk gebracht. Architectuur wordt hier proces, het is een project zonder vooraf vastgelegd eindbeeld. De woning is een transformerend proces, een project dat zich in de tijd ontwikkelt.
Begin 1997 betrokken Wouter Hoogland en Hannah Versteegh DAAD Architecten bij hun ‘bouwloods’ in Groningen. Het ontwerp van de hand van projectarchitect Eric de Leeuw kwam tot stand na een serie indringende gesprekken met de opdrachtgevers en bestond uit een eenvoudig en krachtig concept weergegeven in een kleine maquette. De tuin werd opgetild tot op het niveau van de eerste verdieping waaronder een ruimte ten behoeve van stalling motor en paard. Met de verdiepingshoge open tuinruimte blijft het zicht vanaf het Zuiderdiep op de boom in de tuin gewaarborgd. Daarboven drie lagen van het torentje met woon-/leef-/werk-/slaapvertrekken en een omloop buiten langs, zoals een Japans huis, met de trappen en het toilet.
Met de maquette en tekeningen van de principes waarmee de dubbele gevel zou worden opgebouwd werd de bouwvergunningsaanvraag ingediend. De opdrachtgevers wilden de woning zelf gaan bouwen en vroegen de gemeente medewerking aan een project dat zich in de tijd zou gaan ontwikkelen. De kennis en ideeën ingebracht door ingehuurde vaklieden of vrijwilligers op de bouw, voortschrijdende inzichten van opdrachtgevers- of ontwerperszijde, de wijze waarop het zonlicht binnenvalt, nieuwe technieken en materialen, dit alles zou het uiteindelijke resultaat gaandeweg gaan vormen.
Naast een team van uitstekend samenwerkende, gelijkgestemde, vakbekwame partners is de factor TIJD een essentiële voorwaarde geweest voor het slagen van dit project.
Voor meer info:
www.bnagebouwvanhetjaar.nl
www.archined.nl
www.architectenweb.nl
Projectgegevens
Opdrachtgever: Hoogland en Versteegh
Ontwerp/Oplevering: 2007
Naast een team van uitstekend samenwerkende, gelijkgestemde, vakbekwame partners is de factor TIJD een essentiële voorwaarde geweest voor het slagen van dit project.
Voor meer info:
www.bnagebouwvanhetjaar.nl
www.archined.nl
www.architectenweb.nl
Projectgegevens
Opdrachtgever: Hoogland en Versteegh
Ontwerp/Oplevering: 2007
Smaaktest Nederlandse Woningbouw 2007
De door Faro architecten opgezette architectuur smaaktest voor de Nederlandse woningbouw is een internetenquête, waarin aan leken, professionals en architecten gevraagd wordt een oordeel te geven over 100 vooraf geselecteerde gebouwen.
Tot nu toe vulden 8300 deelnemers de enquête in.
In alle drie de categorieën scoorde het woonhuis in Laag Keppel, ontworpen door DAAD Architecten, hoog: bij de architecten op de 1e plaats, bij de leken op de 5e plaats en bij de professionals op de 8e plaats.
Smaaktest Nederlandse Woningbouw.pdf
De door Faro architecten opgezette architectuur smaaktest voor de Nederlandse woningbouw is een internetenquête, waarin aan leken, professionals en architecten gevraagd wordt een oordeel te geven over 100 vooraf geselecteerde gebouwen.
Tot nu toe vulden 8300 deelnemers de enquête in.
In alle drie de categorieën scoorde het woonhuis in Laag Keppel, ontworpen door DAAD Architecten, hoog: bij de architecten op de 1e plaats, bij de leken op de 5e plaats en bij de professionals op de 8e plaats.
Smaaktest Nederlandse Woningbouw.pdf
Groninger Gebouwenenquête 2007; buitencatagorie
Op zaterdag 23 juni 2007, tijdens de Dag van de Architectuur, zijn in Groningen de prijswinnaars bekend gemaakt van de jaarlijkse Groninger Gebouwenenquête; zowel het Groninger publiek als een vakjury koos uit veertien genomineerde gebouwen de beste drie.
Naast deze drie prijzen wilde de jury nog een speciale prijs toekennen; DAAD Architecten won hierbij met het project ‘Woon- werkhuis te Groningen’ de 'Speciale Prijs'!
Het project viel op door de bijzondere manier waarop het tot stand is gekomen. De jury noemde het een gebouw uit de 'buitencategorie'. Zowel het ontwerp als het bouwproces zijn zo persoonlijk en emotioneel dat het gebouw niet te vergelijken is met de andere genomineerden, los van de variatie die daarin bestaat. De persoonlijke invulling van een woonhuis, waarbij alledaagse handelingen tot een ritueel zijn geworden, heeft geleid tot een heel bijzonder woongebouw dat een inspirerend voorbeeld is voor particulier opdrachtgeverschap. De jury wil daarom een speciale prijs uitreiken aan het woon-werkgebouw van DAAD Architecten, Wouter Hoogland en Hannah Versteegh.
Zie ook: www.architectenweb.nl
Op zaterdag 23 juni 2007, tijdens de Dag van de Architectuur, zijn in Groningen de prijswinnaars bekend gemaakt van de jaarlijkse Groninger Gebouwenenquête; zowel het Groninger publiek als een vakjury koos uit veertien genomineerde gebouwen de beste drie.
Naast deze drie prijzen wilde de jury nog een speciale prijs toekennen; DAAD Architecten won hierbij met het project ‘Woon- werkhuis te Groningen’ de 'Speciale Prijs'!
Het project viel op door de bijzondere manier waarop het tot stand is gekomen. De jury noemde het een gebouw uit de 'buitencategorie'. Zowel het ontwerp als het bouwproces zijn zo persoonlijk en emotioneel dat het gebouw niet te vergelijken is met de andere genomineerden, los van de variatie die daarin bestaat. De persoonlijke invulling van een woonhuis, waarbij alledaagse handelingen tot een ritueel zijn geworden, heeft geleid tot een heel bijzonder woongebouw dat een inspirerend voorbeeld is voor particulier opdrachtgeverschap. De jury wil daarom een speciale prijs uitreiken aan het woon-werkgebouw van DAAD Architecten, Wouter Hoogland en Hannah Versteegh.
Zie ook: www.architectenweb.nl
Woonhuis te Laag Keppel
Juryrapport 2006 Oost.pdf
De jury heeft op 08 maart 2007 het woonhuis te Laag Keppel uitgeroepen tot het beste gebouw van het jaar 2006 in de regio Oost.
Naast het programma van eisen vormde het door de opdrachtgevers opgestelde lijstje met uitdrukkelijke wensen een belangrijk uitgangspunt. De kwaliteit van de architectuur die wordt gevraagd zou niet zozeer moeten ontstaan door zeer bijzondere of extravagante (vorm)oplossingen maar in de eerste plaats door een heldere constructie, een hoogwaardige materialisatie en een zeer zorgvuldige detaillering. Hierbij is de opgave en uitdaging ieder ontwerpbeslissing te baseren op deze zuivere uitgangspunten en zich niet te laten verleiden tot louter esthetische of modieuze oplossingen.
Juryrapport 2006 Oost.pdf
De jury heeft op 08 maart 2007 het woonhuis te Laag Keppel uitgeroepen tot het beste gebouw van het jaar 2006 in de regio Oost.
Naast het programma van eisen vormde het door de opdrachtgevers opgestelde lijstje met uitdrukkelijke wensen een belangrijk uitgangspunt. De kwaliteit van de architectuur die wordt gevraagd zou niet zozeer moeten ontstaan door zeer bijzondere of extravagante (vorm)oplossingen maar in de eerste plaats door een heldere constructie, een hoogwaardige materialisatie en een zeer zorgvuldige detaillering. Hierbij is de opgave en uitdaging ieder ontwerpbeslissing te baseren op deze zuivere uitgangspunten en zich niet te laten verleiden tot louter esthetische of modieuze oplossingen.
Situatie
De bouwlocatie, in feite het achterste deel van de tuin bij de voormalige dorpspastorie, vraagt om een zorgvuldige inpassing van het te ontwikkelen woonhuis. De belangrijkste elementen in deze situatie worden gevormd door in de eerste plaats de pastorie, de aanwezige bomen en de schuine begrenzing door de Julianalaan met de daaraan gesitueerde woningen. De bouwvoorschriften verschaften twee factoren die de exacte positionering van het bouwvolume bepaalden, te weten de rooilijn van de pastorie en de 3 meter grens t.o.v. het buurperceel. Deze positionering levert een uitstekende ontsluiting op de Julianalaan op, geeft de woning een maximale afstand t.o.v. de pastorie en voorziet er tevens in dat aan de zonzijde van de woning een maximaal diepe tuin overblijft.
De bouwlocatie, in feite het achterste deel van de tuin bij de voormalige dorpspastorie, vraagt om een zorgvuldige inpassing van het te ontwikkelen woonhuis. De belangrijkste elementen in deze situatie worden gevormd door in de eerste plaats de pastorie, de aanwezige bomen en de schuine begrenzing door de Julianalaan met de daaraan gesitueerde woningen. De bouwvoorschriften verschaften twee factoren die de exacte positionering van het bouwvolume bepaalden, te weten de rooilijn van de pastorie en de 3 meter grens t.o.v. het buurperceel. Deze positionering levert een uitstekende ontsluiting op de Julianalaan op, geeft de woning een maximale afstand t.o.v. de pastorie en voorziet er tevens in dat aan de zonzijde van de woning een maximaal diepe tuin overblijft.
Het ontwerp
In het ontwerpproces is van binnen naar buiten gewerkt. Het exterieur is als vanzelfsprekend ontstaan door de ontwerpbeslissingen in het interieur door te trekken naar de buitenkant. De belangrijkste elementen bij de totstandkoming van de plattegronden werden gevormd door de wensen van de opdrachtgever t.a.v. symmetrie, een relatief kleine inbeslagname van de ruimte door service ruimten, de oriëntatie op het zonlicht en de wens om geen verdieping op het huis te bouwen. Het strenge, langgerekte volume met traditionele kap, het materiaal (vooral hout), de kleur (genuanceerd bruinzwart) en de aanwezigheid van grote bomen om het gebouw zullen in belangrijke mate bepalend zijn voor het karakter van het gebouw.
De kelderverdieping is voor de helft ingericht als garage/stalling en voor de andere helft als gastenverblijf en vrij in te richten ruimte.
In het ontwerpproces is van binnen naar buiten gewerkt. Het exterieur is als vanzelfsprekend ontstaan door de ontwerpbeslissingen in het interieur door te trekken naar de buitenkant. De belangrijkste elementen bij de totstandkoming van de plattegronden werden gevormd door de wensen van de opdrachtgever t.a.v. symmetrie, een relatief kleine inbeslagname van de ruimte door service ruimten, de oriëntatie op het zonlicht en de wens om geen verdieping op het huis te bouwen. Het strenge, langgerekte volume met traditionele kap, het materiaal (vooral hout), de kleur (genuanceerd bruinzwart) en de aanwezigheid van grote bomen om het gebouw zullen in belangrijke mate bepalend zijn voor het karakter van het gebouw.
De kelderverdieping is voor de helft ingericht als garage/stalling en voor de andere helft als gastenverblijf en vrij in te richten ruimte.
Het woonniveau bevat de verschillende woonruimtes. De slaapkamers, douches, toiletten, entree en bijkeuken zijn consequent aan de noordzijde gesitueerd, de vier woonruimtes liggen aan de zonzijde van het huis. Deze verdieping kan worden ontsloten via een 10 meter lange brug naar de voordeur en vanuit de tuin via de houten veranda die zich langs de gehele zuidgevel bevindt.
Voor meer info:
www.gebouwvanhetjaar.nl
www.architectenweb.nl
Projectgegevens
Opdrachtgever: Loek Kemming en Noudi Sponhoff
Oplevering: 2006
BVO: 184 m2
Voor meer info:
www.gebouwvanhetjaar.nl
www.architectenweb.nl
Projectgegevens
Opdrachtgever: Loek Kemming en Noudi Sponhoff
Oplevering: 2006
BVO: 184 m2
'Running Wood' wint eerste prijs bij Bergen International Woodfestival 2006
Het ontwerp 'Running Wood' ontworpen door Herman Prast (PRASTHOOFT) en Geir Eide (DAAD Architecten) heeft de eerste prijs gewonnen bij het Bergen International Woodfestival 2006 te Bergen, Noorwegen. 24 Teams uit heel Europa deden mee om in een week tijd een ruimtelijk object van hout te realiseren. Aan het einde van een week timmerwerk ontstond in het park bij Bergenhus Festning een buitenlucht tentoonstelling van ruimtelijke objecten gemaakt van houten latten (48x48).
Projectomschrijving
'Running Wood' is about using simple geometrical forms to create complex spatial structures. In this case a repetitive square creating a transparent box and 17 crosses consecutively turned 10 degrees.
From a distance, in frontal view, the centre of the cross is exploding in all directions, but contained within the square. While approaching it becomes clear the work is much more spacious.
Het ontwerp 'Running Wood' ontworpen door Herman Prast (PRASTHOOFT) en Geir Eide (DAAD Architecten) heeft de eerste prijs gewonnen bij het Bergen International Woodfestival 2006 te Bergen, Noorwegen. 24 Teams uit heel Europa deden mee om in een week tijd een ruimtelijk object van hout te realiseren. Aan het einde van een week timmerwerk ontstond in het park bij Bergenhus Festning een buitenlucht tentoonstelling van ruimtelijke objecten gemaakt van houten latten (48x48).
Projectomschrijving
'Running Wood' is about using simple geometrical forms to create complex spatial structures. In this case a repetitive square creating a transparent box and 17 crosses consecutively turned 10 degrees.
From a distance, in frontal view, the centre of the cross is exploding in all directions, but contained within the square. While approaching it becomes clear the work is much more spacious.
Inside the space opens up, allowing the eye to experience the curved spaces.
As one moves through the object, some of the experience is physical and some is visual. There is a tension between the free flowing space and the restricted route within the box. The crosses create an ever changing space but also force the observer to move from the left to right between the spaces on his way through. While moving in this direction the order of the curved space dissolves into chaos, turning back into a different order. Seeing it, wishing to be in the curved space but being unable to enter it, is the contradiction between body and mind. The space of the square is always physical. The spectator is always aware of its containment.
The half open walls of the box allow the sunlight in to play a beautiful game of light and shadow with the turning cross.
Voor meer informatie: www.bergenwood.no
As one moves through the object, some of the experience is physical and some is visual. There is a tension between the free flowing space and the restricted route within the box. The crosses create an ever changing space but also force the observer to move from the left to right between the spaces on his way through. While moving in this direction the order of the curved space dissolves into chaos, turning back into a different order. Seeing it, wishing to be in the curved space but being unable to enter it, is the contradiction between body and mind. The space of the square is always physical. The spectator is always aware of its containment.
The half open walls of the box allow the sunlight in to play a beautiful game of light and shadow with the turning cross.
Voor meer informatie: www.bergenwood.no
Duurzaam informatiecentrum te Orvelte
In 2001 heeft DAAD de Drentse Welstandsprijs gewonnen.
Drents Welstandstoezicht 2001.pdf
In zijn hoofdvorm en materialisering sluit het gebouw nauw aan bij de agrarische bebouwing uit de omgeving. Van afstand is een volledig houten volume waarneembaar dat onder invloed van weer, seizoen en leeftijd van uiterlijk zal veranderen, terwijl bij benadering de gelaagde opbouw en detaillering van het hout van de gevels en het dak duidelijk maken dat hier een ‘nieuwe’, eigentijdse functie is ondergebracht.
In 2001 heeft DAAD de Drentse Welstandsprijs gewonnen.
Drents Welstandstoezicht 2001.pdf
In zijn hoofdvorm en materialisering sluit het gebouw nauw aan bij de agrarische bebouwing uit de omgeving. Van afstand is een volledig houten volume waarneembaar dat onder invloed van weer, seizoen en leeftijd van uiterlijk zal veranderen, terwijl bij benadering de gelaagde opbouw en detaillering van het hout van de gevels en het dak duidelijk maken dat hier een ‘nieuwe’, eigentijdse functie is ondergebracht.
Architectuur en DuBo
Naast de educatieve functie die het met betrekking tot ecologische landbouw vervult is het gebouw zelf een demonstratie van regionaal en duurzaam bouwen. Het is opgebouwd uit materialen die van het land van de opdrachtgever of uit de directe omgeving afkomstig zijn. Deze natuurlijke, duurzame en milieuvriendelijke materialen zijn, waar mogelijk, in het zicht gelaten en zullen op natuurlijke wijze verouderen. De kringloopmaterialen zoals larikshout, hennep en leem zijn op een zodanige manier bevestigd dat eventuele toekomstige demontage (en hergebruik) tot de mogelijkheden behoort. Bij sloop wordt het milieu niet belast.
Naast de educatieve functie die het met betrekking tot ecologische landbouw vervult is het gebouw zelf een demonstratie van regionaal en duurzaam bouwen. Het is opgebouwd uit materialen die van het land van de opdrachtgever of uit de directe omgeving afkomstig zijn. Deze natuurlijke, duurzame en milieuvriendelijke materialen zijn, waar mogelijk, in het zicht gelaten en zullen op natuurlijke wijze verouderen. De kringloopmaterialen zoals larikshout, hennep en leem zijn op een zodanige manier bevestigd dat eventuele toekomstige demontage (en hergebruik) tot de mogelijkheden behoort. Bij sloop wordt het milieu niet belast.
Drentse tropenconstructie
In een tijd waarin veel aandacht wordt besteed aan integratie van de verschillende functies die de gebouwdelen te vervullen hebben in complexe high-tech geveloplossingen, manifesteert dit gebouw zich als een low-tech verzameling van schillen die, afhankelijk van plaats van en materiaalkenmerken, elk een specifieke taak vervullen. Een gebouw in een tropenconstructie die in de wintersituatie op een aantal onderdelen wordt aangepast, met een minimum aan installaties, een lage energiebehoefte en een aangenaam en gezond binnenklimaat.
Binnenvolumes
De kern van het gebouw bestaat uit twee ‘zware’, goed geïsoleerde volumes, opgetrokken uit ongebakken leemsteen. De volumes liggen enigszins verdiept ten opzichte van het maaiveld (400-mv) om ook de massa van de grond voor warmteaccumulatie te benutten. Dieper ondergronds bouwen behoort, gezien de incidenteel hoge grondwaterstand, bij gebruik van leemsteen niet tot de mogelijkheden. Tussen de twee ligt een overdekt terras. De hoge massa van de kern en de hennepisolatie rondom houden de ruimten ‘s zomers koel en ‘s winters warm. Verwarming geschiedt door warm water (uit broeiwarmte verkregen) door warmtewanden (verwarmingsleidingen in de stuclaag) te leiden. Een begane grondvloer met kruipruimte is er niet. Om materiaal te besparen en de massa van de bodem maximaal te benutten ten behoeve van warmteaccumulatie is gekozen voor een oplossing waarbij de keramische, ongeglazuurde vloertegels direct op het met schelpenisolatie gestabiliseerde grondpakket zijn gelegd. De wanden zijn aan de binnenzijde deels onbehandeld gelaten en deels met leemstuc bepleisterd en met natuurverven gekleurd. De constructie is dampopen en niet waterdicht.
In een tijd waarin veel aandacht wordt besteed aan integratie van de verschillende functies die de gebouwdelen te vervullen hebben in complexe high-tech geveloplossingen, manifesteert dit gebouw zich als een low-tech verzameling van schillen die, afhankelijk van plaats van en materiaalkenmerken, elk een specifieke taak vervullen. Een gebouw in een tropenconstructie die in de wintersituatie op een aantal onderdelen wordt aangepast, met een minimum aan installaties, een lage energiebehoefte en een aangenaam en gezond binnenklimaat.
Binnenvolumes
De kern van het gebouw bestaat uit twee ‘zware’, goed geïsoleerde volumes, opgetrokken uit ongebakken leemsteen. De volumes liggen enigszins verdiept ten opzichte van het maaiveld (400-mv) om ook de massa van de grond voor warmteaccumulatie te benutten. Dieper ondergronds bouwen behoort, gezien de incidenteel hoge grondwaterstand, bij gebruik van leemsteen niet tot de mogelijkheden. Tussen de twee ligt een overdekt terras. De hoge massa van de kern en de hennepisolatie rondom houden de ruimten ‘s zomers koel en ‘s winters warm. Verwarming geschiedt door warm water (uit broeiwarmte verkregen) door warmtewanden (verwarmingsleidingen in de stuclaag) te leiden. Een begane grondvloer met kruipruimte is er niet. Om materiaal te besparen en de massa van de bodem maximaal te benutten ten behoeve van warmteaccumulatie is gekozen voor een oplossing waarbij de keramische, ongeglazuurde vloertegels direct op het met schelpenisolatie gestabiliseerde grondpakket zijn gelegd. De wanden zijn aan de binnenzijde deels onbehandeld gelaten en deels met leemstuc bepleisterd en met natuurverven gekleurd. De constructie is dampopen en niet waterdicht.
Buitenvolume
Om deze ‘zware’ kern heen is een huid in onbehandeld larikshout getrokken die regen, wind en zon weert. Afhankelijk van de plaats in de omhulling zijn de delen horizontaal (zonwering), vertikaal (wanden) bevestigd. Om het zonlicht, dat %27s zomers gefilterd wordt door de relatief dichte huid, ‘s winters maximaal naar binnen te kunnen halen is een gedeelte van de lange zuidgevel met forse schuifdeuren te openen. Het houten dak is afgedekt met een sedumbeplanting die behalve een isolerende en esthetische ook een functie als waterbuffer heeft. De bij het uitgraven vrijgekomen grond wordt gebruikt om het maaiveld rondom het gebouw op te hogen (tot ca. 600+mv)waardoor met een eenvoudige draagconstructie volstaan kan worden en er minder geveloppervlak nodig is (minimalisering materiaalgebruik).
Spouw
De open ruimte tussen de twee schillen die het gebouw omhullen (in feite een spouw van plaatselijk ca. 1,5 m) zorgt in de zomersituatie voor een goede ventilatie (tropendak) en toont op demonstratieve wijze het gebouwprincipe. Daarnaast is ook het isolatiemateriaal te zien en aan te raken in deze als verkeersruimte gebruikte spouw. Door het terrasgedeelte tussen de twee ‘zware’ volumes in de winter met glas af te dichten ontstaat een serreruimte waarin de zonnewarmte opgevangen kan worden ten behoeve van de ruimteverwarming.
Om deze ‘zware’ kern heen is een huid in onbehandeld larikshout getrokken die regen, wind en zon weert. Afhankelijk van de plaats in de omhulling zijn de delen horizontaal (zonwering), vertikaal (wanden) bevestigd. Om het zonlicht, dat %27s zomers gefilterd wordt door de relatief dichte huid, ‘s winters maximaal naar binnen te kunnen halen is een gedeelte van de lange zuidgevel met forse schuifdeuren te openen. Het houten dak is afgedekt met een sedumbeplanting die behalve een isolerende en esthetische ook een functie als waterbuffer heeft. De bij het uitgraven vrijgekomen grond wordt gebruikt om het maaiveld rondom het gebouw op te hogen (tot ca. 600+mv)waardoor met een eenvoudige draagconstructie volstaan kan worden en er minder geveloppervlak nodig is (minimalisering materiaalgebruik).
Spouw
De open ruimte tussen de twee schillen die het gebouw omhullen (in feite een spouw van plaatselijk ca. 1,5 m) zorgt in de zomersituatie voor een goede ventilatie (tropendak) en toont op demonstratieve wijze het gebouwprincipe. Daarnaast is ook het isolatiemateriaal te zien en aan te raken in deze als verkeersruimte gebruikte spouw. Door het terrasgedeelte tussen de twee ‘zware’ volumes in de winter met glas af te dichten ontstaat een serreruimte waarin de zonnewarmte opgevangen kan worden ten behoeve van de ruimteverwarming.
Energieverbruik
Er is gestreefd naar een beperking van het energieverbruik door een minimum aan ruimteverwarming -koeling en verlichting toe te passen. Het gebouw heeft een laag energieverbruik in de winter en behoeft ‘s zomers niet mechanisch te worden gekoeld. De energie ten behoeve van ruimteverwarming wordt opgewerkt met broeiwarmte in de composteerinrichting. Mocht deze vorm van warmteopwekking niet voor het gehele gebouw toereikend zijn dan zal van additionele zonnecollectoren of een tegelkachel gebruik gemaakt worden. Alleen in de toiletten en douches wordt mechanisch lucht afgezogen.
Water
Er is een tweede waterleidingnet met grijswater en een natuurlijke waterzuiveringsinstallatie ten behoeve van toiletspoeling en planten. De toiletten, kranen en douchekoppen zijn waterbesparend en voorzien van doorstroom begrenzers.
Er is gestreefd naar een beperking van het energieverbruik door een minimum aan ruimteverwarming -koeling en verlichting toe te passen. Het gebouw heeft een laag energieverbruik in de winter en behoeft ‘s zomers niet mechanisch te worden gekoeld. De energie ten behoeve van ruimteverwarming wordt opgewerkt met broeiwarmte in de composteerinrichting. Mocht deze vorm van warmteopwekking niet voor het gehele gebouw toereikend zijn dan zal van additionele zonnecollectoren of een tegelkachel gebruik gemaakt worden. Alleen in de toiletten en douches wordt mechanisch lucht afgezogen.
Water
Er is een tweede waterleidingnet met grijswater en een natuurlijke waterzuiveringsinstallatie ten behoeve van toiletspoeling en planten. De toiletten, kranen en douchekoppen zijn waterbesparend en voorzien van doorstroom begrenzers.
Zonlicht
De te openen zuidgevel (waarachter de serre) is pal op het zuiden gericht. Grote dakoverstekken en beschermen de gevel tegen regenval en weren het zonlicht. Bovendien zorgt een bomenrij aan de zuidzijde van het gebouw voor beschaduwen in de zomer. Aan de noordgevel zijn enkele minimale vensteropeningen aangebracht.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting BION
Oplevering: 1999
BVO: 228 m2
De te openen zuidgevel (waarachter de serre) is pal op het zuiden gericht. Grote dakoverstekken en beschermen de gevel tegen regenval en weren het zonlicht. Bovendien zorgt een bomenrij aan de zuidzijde van het gebouw voor beschaduwen in de zomer. Aan de noordgevel zijn enkele minimale vensteropeningen aangebracht.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting BION
Oplevering: 1999
BVO: 228 m2
Ideeënprijsvraag Pinasplein te Rotterdam
VIBA Prijsvraag 1998.pdf
DAAD Architecten heeft een eervolle vermelding gekregen voor de ideeënprijsvraag voor transformative van een schoolgebouw.
Stichting Viba-Prijs, verbonden aan VIBA (Vereniging Integrale Biologische Architectuur), heeft een openbare prijsvraag uitgeschreven onder architecten, met de vraag om voorstellen voor de transformatie van een schoolgebouw aan het Pinasplein te Rotterdam tot woningen en woonwerkvormen. Deze prijsvraag is de eerste van een serie prijsvragen rond de herinrichting en herbestemming van naoorlogse gebouwen waarbij de hoogst mogelijke kwaliteit voor mens en milieu voorop staat.
VIBA Prijsvraag 1998.pdf
DAAD Architecten heeft een eervolle vermelding gekregen voor de ideeënprijsvraag voor transformative van een schoolgebouw.
Stichting Viba-Prijs, verbonden aan VIBA (Vereniging Integrale Biologische Architectuur), heeft een openbare prijsvraag uitgeschreven onder architecten, met de vraag om voorstellen voor de transformatie van een schoolgebouw aan het Pinasplein te Rotterdam tot woningen en woonwerkvormen. Deze prijsvraag is de eerste van een serie prijsvragen rond de herinrichting en herbestemming van naoorlogse gebouwen waarbij de hoogst mogelijke kwaliteit voor mens en milieu voorop staat.
Ontwerpmethode
Het plan dat wij presenteren voor het duurzame hergebruik van een schoolgebouw in Rotterdam kan gezien worden als een testcase van een ontwerpmethode waarbij de mogelijkheden van de aangetroffen situatie de randvoorwaarden voor het toekomstig gebruik bepalen. Terwijl voorheen eerst een programma van eisen werd bepaald, op grond waarvan een plan en vervolgens een beeld ontstond en er een reeks bouwkundige/technische middelen moesten worden gevonden om één en ander mogelijk te maken, stellen wij voor het bestaande gebouw te laten vertellen welke functies het zou kunnen herbergen.
Hiertoe is allereerst een analyse van de kwaliteiten van het gebouw met betrekking tot oriëntatie, bezonning, daglichttoetreding, thermische accumulatie, etc. gemaakt. Vervolgens is op basis van de onderzoeksresultaten en de stedenbouwkundige randvoorwaarden de maximaal te bebouwen ruimte-envelop vastgesteld. Deze envelop wordt als een tweede huid om het bestaande gebouw heen geplaatst. Nadat de technische prestaties van de schillen zijn vastgelegd volgt een opportuun programma voor het gebouw. Tenslotte worden ontsluitingsstructuur en gevelbeeld bepaald.
Het plan dat wij presenteren voor het duurzame hergebruik van een schoolgebouw in Rotterdam kan gezien worden als een testcase van een ontwerpmethode waarbij de mogelijkheden van de aangetroffen situatie de randvoorwaarden voor het toekomstig gebruik bepalen. Terwijl voorheen eerst een programma van eisen werd bepaald, op grond waarvan een plan en vervolgens een beeld ontstond en er een reeks bouwkundige/technische middelen moesten worden gevonden om één en ander mogelijk te maken, stellen wij voor het bestaande gebouw te laten vertellen welke functies het zou kunnen herbergen.
Hiertoe is allereerst een analyse van de kwaliteiten van het gebouw met betrekking tot oriëntatie, bezonning, daglichttoetreding, thermische accumulatie, etc. gemaakt. Vervolgens is op basis van de onderzoeksresultaten en de stedenbouwkundige randvoorwaarden de maximaal te bebouwen ruimte-envelop vastgesteld. Deze envelop wordt als een tweede huid om het bestaande gebouw heen geplaatst. Nadat de technische prestaties van de schillen zijn vastgelegd volgt een opportuun programma voor het gebouw. Tenslotte worden ontsluitingsstructuur en gevelbeeld bepaald.
Massa
Naast de cultuurhistorische argumenten die gevonden kunnen worden om bestaande gebouwen te behouden en herbestemmen is er ook een meetbaar argument voor hergebruik: de hoeveelheid energie die nodig is voor het slopen van een gebouw is een veelvoud van de jaarlijkse stookkosten bij vaak minimale aanpassingen. Een van de kwaliteiten van dit schoolgebouw is de massa van constructie, vloeren en wanden. Wij gaan ervan uit dat deze massa voor 100% wordt hergebruikt. Op plaatsen waar dit energetisch gezien wenselijk en programmatisch gezien mogelijk is zal de zware kern van het gebouw nog verzwaard worden. Alle toegevoegde bouwmaterialen moeten duurzaam geproduceerd of hergebruikt zijn (sloophout, hennepisolatie, beton met 100% puingranulaat). Niet elk gebouw hoeft gesloopt te worden alvorens duurzaam te kunnen zijn!
Stedenbouw en architectuur
Voor het duurzame karakter van een gebouw is de manier waarop het door mensen wordt ervaren en gebruikt wellicht nog belangrijker dan de technische specificaties. Een gebouw dat voorziet in reële behoeften en dat al naar gelang het veranderen van deze behoeften eenvoudig aangepast kan worden zal een lange levensduur hebben en is per definitie duurzaam. Dit begint met de het functioneren op buurtniveau (opnemen functies op blok- en buurtniveau) en eindigt bij de tevredenheid van de gebruiker (combinatie woon- en werkruimten).
Naast de cultuurhistorische argumenten die gevonden kunnen worden om bestaande gebouwen te behouden en herbestemmen is er ook een meetbaar argument voor hergebruik: de hoeveelheid energie die nodig is voor het slopen van een gebouw is een veelvoud van de jaarlijkse stookkosten bij vaak minimale aanpassingen. Een van de kwaliteiten van dit schoolgebouw is de massa van constructie, vloeren en wanden. Wij gaan ervan uit dat deze massa voor 100% wordt hergebruikt. Op plaatsen waar dit energetisch gezien wenselijk en programmatisch gezien mogelijk is zal de zware kern van het gebouw nog verzwaard worden. Alle toegevoegde bouwmaterialen moeten duurzaam geproduceerd of hergebruikt zijn (sloophout, hennepisolatie, beton met 100% puingranulaat). Niet elk gebouw hoeft gesloopt te worden alvorens duurzaam te kunnen zijn!
Stedenbouw en architectuur
Voor het duurzame karakter van een gebouw is de manier waarop het door mensen wordt ervaren en gebruikt wellicht nog belangrijker dan de technische specificaties. Een gebouw dat voorziet in reële behoeften en dat al naar gelang het veranderen van deze behoeften eenvoudig aangepast kan worden zal een lange levensduur hebben en is per definitie duurzaam. Dit begint met de het functioneren op buurtniveau (opnemen functies op blok- en buurtniveau) en eindigt bij de tevredenheid van de gebruiker (combinatie woon- en werkruimten).
Ruimte-envelop
Om de exploitatiekosten van het gebouw over een zo groot mogelijk aantal verhuurbare m2 te verdelen is het maximaal bouwbare volume op deze locatie gerealiseerd. Belangrijk uitgangspunt van het plan is dat er slechts wordt toegevoegd aan het bestaande gebouw. Deze, hoofdzakelijk eenvoudige toevoegingen vinden met name in de buitenschil plaats. De ontwerpaandacht verschuift van het interieur naar de rand van het gebouw.
Ook de afstand tussen de twee schillen is per gevel verschillend. Op de dichte kopgevels op het zuiden bijvoorbeeld is een glaswand op een afstand van 0,5m geplaatst zodat de warmteaccumulerende werking van de achterliggende zware muur maximaal benut wordt, terwijl aan de oost- en westzijde van het gebouw de tweede huid op een afstand van 1,2m is gezet zodat een extra ruimte ontstaat die als onverwarmde binnenruimte bij de woningen betrokken kan worden. Aan de binnenplaatszijde is de tweede huid zo ver van de bestaande kern gesitueerd dat een volwaardige serre ontstaat.
Om de exploitatiekosten van het gebouw over een zo groot mogelijk aantal verhuurbare m2 te verdelen is het maximaal bouwbare volume op deze locatie gerealiseerd. Belangrijk uitgangspunt van het plan is dat er slechts wordt toegevoegd aan het bestaande gebouw. Deze, hoofdzakelijk eenvoudige toevoegingen vinden met name in de buitenschil plaats. De ontwerpaandacht verschuift van het interieur naar de rand van het gebouw.
Ook de afstand tussen de twee schillen is per gevel verschillend. Op de dichte kopgevels op het zuiden bijvoorbeeld is een glaswand op een afstand van 0,5m geplaatst zodat de warmteaccumulerende werking van de achterliggende zware muur maximaal benut wordt, terwijl aan de oost- en westzijde van het gebouw de tweede huid op een afstand van 1,2m is gezet zodat een extra ruimte ontstaat die als onverwarmde binnenruimte bij de woningen betrokken kan worden. Aan de binnenplaatszijde is de tweede huid zo ver van de bestaande kern gesitueerd dat een volwaardige serre ontstaat.
Ontsluiting
Uitgangspunt voor de ontsluitingsstructuur is het idee dat elke woon-, werk-, of recreatieruimte op meer dan 1 manier bereikt moet kunnen worden. Dit is gerealiseerd door een rondgaande gangen- en trappenstelsel door het gebouw aan te leggen waaraan entrees van alle ruimten en daarnaast alle ruimten van de mogelijkheid tot het maken van een ‘achteruitgang’ te voorzien.
Gevelbeeld
In de verschijningsvorm van het gebouw valt met name de buitenschil die rondom het bestaande gebouw getrokken is op. Hierin zijn verschillende voorzieningen opgenomen ten behoeve van ventilatie, daglichttoetreding, zonwering, etc. Bovendien heeft deze buitenhuid, met name aan de westzijde van het gebouw, een geluidwerende functie. Op plaatsen waar dit vanuit programmatische of energetische wensen nodig is bestaat deze schil uit glas (in verschillende thermische kwaliteiten en lichtdoorlatendheden) al dan niet voorzien van fotovoltaïsche cellen die deels als zonwering werken.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting Viba-Prijsvraag
Jaar: 1998
Project: Prijsvraag
Uitgangspunt voor de ontsluitingsstructuur is het idee dat elke woon-, werk-, of recreatieruimte op meer dan 1 manier bereikt moet kunnen worden. Dit is gerealiseerd door een rondgaande gangen- en trappenstelsel door het gebouw aan te leggen waaraan entrees van alle ruimten en daarnaast alle ruimten van de mogelijkheid tot het maken van een ‘achteruitgang’ te voorzien.
Gevelbeeld
In de verschijningsvorm van het gebouw valt met name de buitenschil die rondom het bestaande gebouw getrokken is op. Hierin zijn verschillende voorzieningen opgenomen ten behoeve van ventilatie, daglichttoetreding, zonwering, etc. Bovendien heeft deze buitenhuid, met name aan de westzijde van het gebouw, een geluidwerende functie. Op plaatsen waar dit vanuit programmatische of energetische wensen nodig is bestaat deze schil uit glas (in verschillende thermische kwaliteiten en lichtdoorlatendheden) al dan niet voorzien van fotovoltaïsche cellen die deels als zonwering werken.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting Viba-Prijsvraag
Jaar: 1998
Project: Prijsvraag
