2010 > 2009
> 2010
Tentoonstelling DeFKa, Assen
> 2010
Buiten Bezig Dag 2010
> 2010
Topdorpen
> 2009
Intense laagbouw, Groningen
> 2009
Buiten Bezig dag 2009 - Natuurlijk wonen in het landschap
Tentoonstelling transformaties van Industrieel Erfgoed / zes thema’s voor hergebruik door DAAD Architecten
DAAD DeFKa Campis.pdf
Tijdens de tentoonstelling werden diverse onderzoeken en projecten van DAAD Architecten geshowed, met hergebruik van agrarisch en industrieel erfgoed als onderwerp.
Door het gezamenlijk presenteren van deze projecten en studies wilden wij laten zien welke bijzondere kwaliteiten deze gebouwen hebben. Dit heeft natuurlijk te maken met de plek en de geschiedenis, maar ook met een rijkdom aan mogelijkheden om hedendaagse programma’s te huisvesten. Juist door ontmoetingen van bestaande ruimten en constructies met nieuwe gebruikers en hun programma’s ontstaan onverwachte oplossingen. Aan de hand van verschillende thema’s werden een aantal oplossingen beschreven en geïllustreerd, waarbij ook aandacht was voor de ontwikkeling van adequate onderzoek –en ontwerpmethodieken.
DAAD DeFKa Campis.pdf
Tijdens de tentoonstelling werden diverse onderzoeken en projecten van DAAD Architecten geshowed, met hergebruik van agrarisch en industrieel erfgoed als onderwerp.
Door het gezamenlijk presenteren van deze projecten en studies wilden wij laten zien welke bijzondere kwaliteiten deze gebouwen hebben. Dit heeft natuurlijk te maken met de plek en de geschiedenis, maar ook met een rijkdom aan mogelijkheden om hedendaagse programma’s te huisvesten. Juist door ontmoetingen van bestaande ruimten en constructies met nieuwe gebruikers en hun programma’s ontstaan onverwachte oplossingen. Aan de hand van verschillende thema’s werden een aantal oplossingen beschreven en geïllustreerd, waarbij ook aandacht was voor de ontwikkeling van adequate onderzoek –en ontwerpmethodieken.
Doel is om de aandacht te vestigen op alle leegstaande gebouwen die een tweede leven verdienen.
Zie ook het onlangs uitgebrachte DAAD Cahier#7 - Industrieel Erfgoed / Zes thema’s voor hergebruik - 2010PDF_Cahier 7.pdf
Voor meer informatie: www.defka.nl - (historie)
Publicatie:
http://www.archined.nl
Zie ook het onlangs uitgebrachte DAAD Cahier#7 - Industrieel Erfgoed / Zes thema’s voor hergebruik - 2010PDF_Cahier 7.pdf
Voor meer informatie: www.defka.nl - (historie)
Publicatie:
http://www.archined.nl
Buiten bezig dag 2010
Zondag 05 september 2010 werd de Buiten Bezig Dag gehouden.
DAAD Architecten was hier ook bij aanwezig, niet als standhouder, maar samen met drie architecten was er de gehele dag een activiteit: ‘Een gratis kwartier met de architect’, waarbij mensen konden binnenlopen in een van strobalen gebouwde hut om hun particuliere woonwens te bespreken en met een advies te vertrekken.
Zie ook: http://www.buitenbezig.nl
Download PDF: Flyer Buiten Bezig dag en de Folder:
1041PDF_Buiten Bezig Dag 2010.pdf
1041PDF_Folder Buiten Bezig Dag 2010.pdf
Zondag 05 september 2010 werd de Buiten Bezig Dag gehouden.
DAAD Architecten was hier ook bij aanwezig, niet als standhouder, maar samen met drie architecten was er de gehele dag een activiteit: ‘Een gratis kwartier met de architect’, waarbij mensen konden binnenlopen in een van strobalen gebouwde hut om hun particuliere woonwens te bespreken en met een advies te vertrekken.
Zie ook: http://www.buitenbezig.nl
Download PDF: Flyer Buiten Bezig dag en de Folder:
1041PDF_Buiten Bezig Dag 2010.pdf
1041PDF_Folder Buiten Bezig Dag 2010.pdf
DAAD mentor in de tweede ronde onderzoekslab ‘Topdorpen’ Nederland wordt anders
Op 05 maart 2010 vond op het bureau Rijksbouwmeester de presentatie plaats van de eerste ronde onderzoekslabs. Doel van deze onderzoekslabs is te zorgen dat ontwerpers die (deels) buiten het arbeidsproces zijn komen te staan hun talenten blijven inzetten en ontwikkelen. Daarnaast bewerkstelligen de labs dat kwesties die binnenkort gaan spelen in de ruimtelijke ordening nu al goed worden uitgezocht en doordacht.
Het Onderzoekslab wordt gecoördineerd door het College van Rijksadviseurs (CRA).
In de tweede ronde van het Onderzoekslab zullen er zeven nieuwe labs van start gaan en is er plek voor 85 deelnemers. In het lab Topdorpen zal ontwerpend onderzoek gaan doen naar krimp op het platteland. Aanmelden voor de nieuwe serie labs kan op http://www.nederlandwordtanders.nl
Op 05 maart 2010 vond op het bureau Rijksbouwmeester de presentatie plaats van de eerste ronde onderzoekslabs. Doel van deze onderzoekslabs is te zorgen dat ontwerpers die (deels) buiten het arbeidsproces zijn komen te staan hun talenten blijven inzetten en ontwikkelen. Daarnaast bewerkstelligen de labs dat kwesties die binnenkort gaan spelen in de ruimtelijke ordening nu al goed worden uitgezocht en doordacht.
Het Onderzoekslab wordt gecoördineerd door het College van Rijksadviseurs (CRA).
In de tweede ronde van het Onderzoekslab zullen er zeven nieuwe labs van start gaan en is er plek voor 85 deelnemers. In het lab Topdorpen zal ontwerpend onderzoek gaan doen naar krimp op het platteland. Aanmelden voor de nieuwe serie labs kan op http://www.nederlandwordtanders.nl
Generieke opgave
Het verschijnsel krimp treedt pregnant naar voren in een aantal regio’s van Nederland, waaronder Zuidoost Limburg, Zeeland en Oost Groningen. Onder het motto ‘geen krachtwijken zonder topdorpen’ zoekt het rijk naast het vitaliseren van steden (in het bijzonder via de 40-wijkenaanpak) naar een passend antwoord op de ontwaarding van de woningvoorraad in de krimpregio’s en naar strategieën om het platteland te vitaliseren. Wat dit laatste betreft is het idee van de topdorpen ontstaan: sterke kernen op het platteland waar krachten, oplossingen en ideeën van onderop als katalysatoren dienen voor de vitalisering van regio’s .
Het Lab Topdorpen analyseert de gevolgen van krimp. Onderzocht wordt of daar waar krimp optreedt ontwerpstrategieën ingezet kunnen worden om de nadelige gevolgen te keren/tot een minimum te beperken. Is het vitaliseren van het platteland middels topdorpen een mogelijk antwoord op de krimpproblematiek?
Het verschijnsel krimp treedt pregnant naar voren in een aantal regio’s van Nederland, waaronder Zuidoost Limburg, Zeeland en Oost Groningen. Onder het motto ‘geen krachtwijken zonder topdorpen’ zoekt het rijk naast het vitaliseren van steden (in het bijzonder via de 40-wijkenaanpak) naar een passend antwoord op de ontwaarding van de woningvoorraad in de krimpregio’s en naar strategieën om het platteland te vitaliseren. Wat dit laatste betreft is het idee van de topdorpen ontstaan: sterke kernen op het platteland waar krachten, oplossingen en ideeën van onderop als katalysatoren dienen voor de vitalisering van regio’s .
Het Lab Topdorpen analyseert de gevolgen van krimp. Onderzocht wordt of daar waar krimp optreedt ontwerpstrategieën ingezet kunnen worden om de nadelige gevolgen te keren/tot een minimum te beperken. Is het vitaliseren van het platteland middels topdorpen een mogelijk antwoord op de krimpproblematiek?
De Regio Noordoost Groningen dient als casus.
Vragen aan het onderzoekslab:
• Wat kan een topdorp zijn? Is dit een bestaand en/of nieuw dorp?
• Waar ligt dit topdorp of liggen deze topdorpen in de regio Noordoost Groningen?
• Ontwerp de groei van zo’n topdorp met als uitgangspunt een daling van 500 naar 250 huishoudens in vijf jaar.
• Welke effecten kan/kunnen zo’n topdorp of topdorpen hebben op hoger schaalniveau, in casu het omringende platteland en de nabijgelegen grote(re) steden?
• Wat is de toegevoegde waarde van een topdorp in vergelijking met alternatieve krimpstrategieën?
• Wat kan de rol van het ontwerp en de ontwerper zijn bij het, via topdorpen, in topconditie brengen van het platteland?
Samenstelling onderzoeksteam
Multidisciplinair: architectuur, stedenbouw, landschapsarchitectuur, planologie, economische geografie en woningbouw/volkshuisvesting.
Vragen aan het onderzoekslab:
• Wat kan een topdorp zijn? Is dit een bestaand en/of nieuw dorp?
• Waar ligt dit topdorp of liggen deze topdorpen in de regio Noordoost Groningen?
• Ontwerp de groei van zo’n topdorp met als uitgangspunt een daling van 500 naar 250 huishoudens in vijf jaar.
• Welke effecten kan/kunnen zo’n topdorp of topdorpen hebben op hoger schaalniveau, in casu het omringende platteland en de nabijgelegen grote(re) steden?
• Wat is de toegevoegde waarde van een topdorp in vergelijking met alternatieve krimpstrategieën?
• Wat kan de rol van het ontwerp en de ontwerper zijn bij het, via topdorpen, in topconditie brengen van het platteland?
Samenstelling onderzoeksteam
Multidisciplinair: architectuur, stedenbouw, landschapsarchitectuur, planologie, economische geografie en woningbouw/volkshuisvesting.
Samenwerking
Dit onderzoekslab zal in samenwerking met het ministerie van LNV, de BNA en AEDES (organisatoren van de vorig jaar gehouden krimpateliers) georganiseerd worden. Tevens zal Parkstad Limburg (als sparring partner en vergelijking) betrokken worden bij dit lab.
Uitkomst
(Ontwerpend) onderzoeksprogramma voor het rijk om topdorpen, in wisselwerking met de (grote) stedenaanpak, te kunnen operationaliseren.
Mentor
DAAD Architecten
Standplaats
DAAD Architecten, Paltz 21 te Beilen.
Dit onderzoekslab zal in samenwerking met het ministerie van LNV, de BNA en AEDES (organisatoren van de vorig jaar gehouden krimpateliers) georganiseerd worden. Tevens zal Parkstad Limburg (als sparring partner en vergelijking) betrokken worden bij dit lab.
Uitkomst
(Ontwerpend) onderzoeksprogramma voor het rijk om topdorpen, in wisselwerking met de (grote) stedenaanpak, te kunnen operationaliseren.
Mentor
DAAD Architecten
Standplaats
DAAD Architecten, Paltz 21 te Beilen.
DAAD op tentoonstelling Intense Laagbouw
Van 06 april tot 19 juni 2009 is in Groningen de tentoonstelling Intense Laagbouw geopend. De manifestatie Intense Laagbouw is het vervolg op de in 2004 begonnen woningbouwcampagne ‘De Intense Stad’ ‘Ontwerp woningen met een eigen buitenruimte waarmee we ongebruikte plekken in de stad zo goed mogelijk kunnen benutten.’ Dat was, heel in het kort, de opdracht die de gemeente Groningen stelde bij de woningbouwmanifestatie Intense Laagbouw.
DAAD heeft deelgenomen aan de manifestatie met twee inzendingen.
gemeente.groningen.nl
Van 06 april tot 19 juni 2009 is in Groningen de tentoonstelling Intense Laagbouw geopend. De manifestatie Intense Laagbouw is het vervolg op de in 2004 begonnen woningbouwcampagne ‘De Intense Stad’ ‘Ontwerp woningen met een eigen buitenruimte waarmee we ongebruikte plekken in de stad zo goed mogelijk kunnen benutten.’ Dat was, heel in het kort, de opdracht die de gemeente Groningen stelde bij de woningbouwmanifestatie Intense Laagbouw.
DAAD heeft deelgenomen aan de manifestatie met twee inzendingen.
gemeente.groningen.nl
Studie intense laagbouw, locatie Winschoterdiep
0834PDF_Winschoterdiep.pdf
Op uitnodiging van de BAM, Lefier en de Huismeesters werd deelgenomen aan een prijsvraag voor de ‘Meeuwen’ een grote Woningbouwlocatie langs de Europaweg. Voordat deze locatie in het kader van de intensieve laagbouw manifestatie werd bewerkt is met andere plannen al geprobeerd hier levensvatbare initiatieven te laten landen. In een onstabiele markt als de huidige ligt het voor de hand een open plan te ontwikkelen dat kan inspelen op snelle veranderingen aan de vraagzijde. Dat kan bij voorliggende locatiegrootte, woningaantallen en dichtheden alleen wanneer niet van een vastomlijnd eindbeeld wordt uitgegaan, maar van een dynamisch concept. Ons planvoorstel is dan ook eerder te lezen als een geoptimaliseerde, ruimtelijk/stedenbouwkundige onderlegger op basis waarvan verschillende invullingen in de loop der tijd een plek kunnen vinden, dan als een totaalvoorstel.
0834PDF_Winschoterdiep.pdf
Op uitnodiging van de BAM, Lefier en de Huismeesters werd deelgenomen aan een prijsvraag voor de ‘Meeuwen’ een grote Woningbouwlocatie langs de Europaweg. Voordat deze locatie in het kader van de intensieve laagbouw manifestatie werd bewerkt is met andere plannen al geprobeerd hier levensvatbare initiatieven te laten landen. In een onstabiele markt als de huidige ligt het voor de hand een open plan te ontwikkelen dat kan inspelen op snelle veranderingen aan de vraagzijde. Dat kan bij voorliggende locatiegrootte, woningaantallen en dichtheden alleen wanneer niet van een vastomlijnd eindbeeld wordt uitgegaan, maar van een dynamisch concept. Ons planvoorstel is dan ook eerder te lezen als een geoptimaliseerde, ruimtelijk/stedenbouwkundige onderlegger op basis waarvan verschillende invullingen in de loop der tijd een plek kunnen vinden, dan als een totaalvoorstel.
Het bestaat uit een veld van parallel gerichte stroken met straten en gebouwde volumes, waaroverheen een aantal elementen als een diagonale langzame verkeerroute en een plein zijn gelegd. De ‘bar-code’-organisatie van straten en volumes maakt maximaal gebruik van de bestaande infrastructuur. Nieuwe straten hoeven, afhankelijk van de fasering in de bouw van het plan, pas te worden aangelegd op het moment dat er daadwerkelijk ontwikkeld en gebouwd wordt, vaak worden de voorzieningen in het gebouw geïntegreerd. Het is in deze opzet dan ook goed denkbaar dat het gehele terrein niet in één keer wordt ontwikkeld, maar stapsgewijs. Er is een serie woningtypologieën voorgesteld die allen binnen het stedenbouwkundig raamwerk passen. Afhankelijk van de markt kunnen voor elke ontwikkelfase de meest geschikte typen worden ingezet. Zo kan de locatie bij gunstige woningbouwmarktontwikkelingen binnen afzienbare termijn volledig worden bebouwd, maar levert ook elk tussenstadium dat definitief of tijdelijk eindstadium blijkt te zijn, een volwaardig beeld op.
Projectgegevens plan I
Opdrachtgever: BAM, De Huismeesters en Lefier StadGroningen
Jaar: 2009
Project: studie
Projectgegevens plan I
Opdrachtgever: BAM, De Huismeesters en Lefier StadGroningen
Jaar: 2009
Project: studie
Studie intense laagbouw, locatie ‘eigen initiatief’
0834PDF_typologiestudie.pdf
Op eigen initiatief is een studie gedaan naar restgebieden tussen stad en infrastructuur. Verdichting en intensivering van de stad loopt dikwijls tegen haar grenzen aan bij infrastructurele werken Voor intensieve laagbouwontwikkelingen zijn deze barrières in de stad problematisch.
DAAD heeft gezocht naar intensiveringmogelijkheden in deze restzones tussen bestaande bebouwing en infrastructuur. Gaandeweg de inventarisatie van de gebieden leek het niet zozeer de nabijheid van deze infrastructuur het probleem maar veeleer de fysieke barrièrewerking, het ‘doodlopen’ van de stad en het ontbreken van een aantrekkelijke verbinding tussen delen van de stad.
0834PDF_typologiestudie.pdf
Op eigen initiatief is een studie gedaan naar restgebieden tussen stad en infrastructuur. Verdichting en intensivering van de stad loopt dikwijls tegen haar grenzen aan bij infrastructurele werken Voor intensieve laagbouwontwikkelingen zijn deze barrières in de stad problematisch.
DAAD heeft gezocht naar intensiveringmogelijkheden in deze restzones tussen bestaande bebouwing en infrastructuur. Gaandeweg de inventarisatie van de gebieden leek het niet zozeer de nabijheid van deze infrastructuur het probleem maar veeleer de fysieke barrièrewerking, het ‘doodlopen’ van de stad en het ontbreken van een aantrekkelijke verbinding tussen delen van de stad.
Wij hebben onderzocht hoe we -door ons niet af te keren van de blokkade maar deze te omarmen- een toekomst gericht voorstel kunnen doen. De infrastructurele barrière wordt verrijkt en daarmee geslecht door tunnels, bruggen en viaducten van (woon)programma te voorzien. Deze kleine intense prikkels in de stad genereren aanleidingen om verdichting tussen de buurten en wijken op gang te brengen Daarnaast worden nieuwe woningtypologieën toegevoegd om de stad vorm te geven.
Projectgegevens plan II
Opdrachtgever: Gemeente Groningen
Jaar: 2009
Project: studie
Projectgegevens plan II
Opdrachtgever: Gemeente Groningen
Jaar: 2009
Project: studie
Buiten bezig dag 2009
Natuurlijk wonen in het landschap
0936PDF_Natuurlijk Wonen.pdf
DAAD is al een aantal jaren bezig met de ontwikkeling van verschillende recreatiewoningen, tuinhuizen en tuinkamers die op een bijzondere manier met het landschap omgaan. Niet zoals de standaard parken, waar huisjes zij aan zij en rug aan rug het landschap in bezit nemen, maar op zoek naar een geïntegreerde houding ten opzichte van het landschap. Deze benadering levert een voordeel op voor het landschap en voor de gebruiker, het ontwerp is onderdeel van het landschap en de gebruiker voelt zich verbonden met de omgeving.
Expositie
Voor de recreatiewoningen van DAAD is duurzaam bouwen een belangrijk uitgangspunt. Basis vormt de zoektocht naar duurzaam bouwen als wezenlijk onderdeel van de architectuur. De expositie bestaat uit een vergelijking van verschillende projecten van DAAD aan de hand van de hoofdthema’s met betrekking tot duurzaam bouwen.
Natuurlijk wonen in het landschap
0936PDF_Natuurlijk Wonen.pdf
DAAD is al een aantal jaren bezig met de ontwikkeling van verschillende recreatiewoningen, tuinhuizen en tuinkamers die op een bijzondere manier met het landschap omgaan. Niet zoals de standaard parken, waar huisjes zij aan zij en rug aan rug het landschap in bezit nemen, maar op zoek naar een geïntegreerde houding ten opzichte van het landschap. Deze benadering levert een voordeel op voor het landschap en voor de gebruiker, het ontwerp is onderdeel van het landschap en de gebruiker voelt zich verbonden met de omgeving.
Expositie
Voor de recreatiewoningen van DAAD is duurzaam bouwen een belangrijk uitgangspunt. Basis vormt de zoektocht naar duurzaam bouwen als wezenlijk onderdeel van de architectuur. De expositie bestaat uit een vergelijking van verschillende projecten van DAAD aan de hand van de hoofdthema’s met betrekking tot duurzaam bouwen.
Open werkateliers
In een aantal korte groepssessies over de dag verspreid onderzoekt u samen met DAAD uw wensen voor uw recreatiewoning, tuinhuis of tuinkamer. De manier waarop DAAD duurzaam bouwen benadert vormt hierbij de basis. De voordelen van prefabricatie worden gecombineerd met een locatie- en klantspecifieke benadering van het ontwerp. Creatief en vrij denken over uw eigen wensen, het onderzoeken van een plek in het landschap of een ruimte die uw woning en het landschap verbindt. Met uw wensen en onze thema’s als ingrediënten kunnen nieuwe schetsen en concepten ontstaan.
Download PDF: DAAD Flyer Buiten Bezig dag en de Folder:
0936PDF_Buiten Bezig dag.pdf
0936PDF_Folder Natuurlijk Wonen.pdf
Projectgegevens:
Project: Expositie
Jaar: September 2009
In een aantal korte groepssessies over de dag verspreid onderzoekt u samen met DAAD uw wensen voor uw recreatiewoning, tuinhuis of tuinkamer. De manier waarop DAAD duurzaam bouwen benadert vormt hierbij de basis. De voordelen van prefabricatie worden gecombineerd met een locatie- en klantspecifieke benadering van het ontwerp. Creatief en vrij denken over uw eigen wensen, het onderzoeken van een plek in het landschap of een ruimte die uw woning en het landschap verbindt. Met uw wensen en onze thema’s als ingrediënten kunnen nieuwe schetsen en concepten ontstaan.
Download PDF: DAAD Flyer Buiten Bezig dag en de Folder:
0936PDF_Buiten Bezig dag.pdf
0936PDF_Folder Natuurlijk Wonen.pdf
Projectgegevens:
Project: Expositie
Jaar: September 2009
Boterdiep Parkeergarage te Groningen
0501PDF_Parkeergarage.pdf
In 1999 kreeg DAAD opdracht een verdiepte parkeergarage te ontwerpen op het voormalig Gasfabriekterrein te Groningen. Op de parkeergarage zouden de woonblokken Schots 4 t/m 7 van het totale ontwikkelingsplan CiBoGa gebouwd worden, waarover DAAD de coördinatie zou voeren. Vooralsnog is in dit plandeel alleen de parkeergarage gerealiseerd.
Uitgangspunten bij het ontwerp van de parkeergarage waren de contouren van het oorspronkelijke Gasfabriekterrein en het creëren van zoveel mogelijk flexibiliteit voor het ontwerp van de toekomstige bouwblokken op het dek. Met een totaal van 1250 parkeerplaatsen heeft dit uiteindelijk geresulteerd in de grootste eenlaagse parkeergarage van Nederland.
Door een aanvullende opdracht van de Gemeente Groningen ontstond de mogelijkheid de parkeergarage overzichtelijker voor de gebruiker te maken.
0501PDF_Parkeergarage.pdf
In 1999 kreeg DAAD opdracht een verdiepte parkeergarage te ontwerpen op het voormalig Gasfabriekterrein te Groningen. Op de parkeergarage zouden de woonblokken Schots 4 t/m 7 van het totale ontwikkelingsplan CiBoGa gebouwd worden, waarover DAAD de coördinatie zou voeren. Vooralsnog is in dit plandeel alleen de parkeergarage gerealiseerd.
Uitgangspunten bij het ontwerp van de parkeergarage waren de contouren van het oorspronkelijke Gasfabriekterrein en het creëren van zoveel mogelijk flexibiliteit voor het ontwerp van de toekomstige bouwblokken op het dek. Met een totaal van 1250 parkeerplaatsen heeft dit uiteindelijk geresulteerd in de grootste eenlaagse parkeergarage van Nederland.
Door een aanvullende opdracht van de Gemeente Groningen ontstond de mogelijkheid de parkeergarage overzichtelijker voor de gebruiker te maken.
Uitgangspunt bij de inrichting en aankleding is geweest een lichte, overzichtelijke ruimte te realiseren. Hierin moet de automobilist eenvoudig een parkeerplek, maar ook de uitrit, kunnen vinden en, bij terugkomst, moet de voetganger gemakkelijk zijn auto kunnen bereiken. De gebruikte middelen (verlichting, kleur- en materiaalgebruik, pictogrammen, etc.) zijn allen ingezet ter ondersteuning van dit leidende idee. De belangrijkste hierbij waren kleurgebruik en verlichting.
De perimeter is in twee kleuren geschilderd. Drie zijden zijn in een rustige kleur gehouden en een langszijde heeft een opvallende kleur gekregen, waardoor met name voetgangers zich beter kunnen oriënteren.
Met verschillen in lichtintensiteit worden de drie publieke voetgangersopgangen benadrukt. Rond deze opgangen is de lichtintensiteit het hoogst. Ondersteunend hierbij is de richting van de verlichtingsarmaturen: deze zijn als ijzerdeeltjes, aangetrokken door magneetpolen, om de drie opgangen gegroepeerd.
De perimeter is in twee kleuren geschilderd. Drie zijden zijn in een rustige kleur gehouden en een langszijde heeft een opvallende kleur gekregen, waardoor met name voetgangers zich beter kunnen oriënteren.
Met verschillen in lichtintensiteit worden de drie publieke voetgangersopgangen benadrukt. Rond deze opgangen is de lichtintensiteit het hoogst. Ondersteunend hierbij is de richting van de verlichtingsarmaturen: deze zijn als ijzerdeeltjes, aangetrokken door magneetpolen, om de drie opgangen gegroepeerd.
Bij de drie publieke opgangen zelf zijn zowel verlichting als kleurgebruik de belangrijkste ondersteunende middelen voor oriëntatie geweest. Door gebruik van groene beglazing en een hoog verlichtingsniveau in de opgangen fungeren de trappenhuizen als een soort lichtbakens in de zee van auto’s. In contrast hiermee zijn alle overige opgangen, noodzakelijk als vluchtwegen, juist sober in kleurgebruik gehouden.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Ontwikkelingscombinatie IMA/Gemeente Groningen
Oplevering: 2009
BVO: 32.500 m2
Inhoud: 100.000 m3
Projectgegevens
Opdrachtgever: Ontwikkelingscombinatie IMA/Gemeente Groningen
Oplevering: 2009
BVO: 32.500 m2
Inhoud: 100.000 m3
Internationale zomerworkshop ‘On the waterfront'
In het laatste weekend van augustus 2009 is het studiejaar van de Academie van Bouwkunst Groningen gestart met een internationale zomerworkshop op de Punt van Reide.
De workshop werd door DAAD bedacht en geïnitieerd. Studenten van de Academie van Bouwkunst, de Hafencity Universität uit Hamburg en de Arkitektskolen Aarhus bouwden in een lang weekend met sloophout zes objecten op en langs de dijk. Centraal stond het thema ‘bouwen op de dijk in tijden van klimaatverandering’ en het opnieuw vormgeven van de relatie water, mens, land.
Vanuit een Deense, Duitse en Nederlandse waddenachtergrond is in groepen met veel plezier en inspiratie gewerkt. De intentie is om deze samenwerking tussen de drie scholen in de komende jaren een vervolg te geven en zo een kennisuitwisseling in de waddenregio op gang te brengen.
In het laatste weekend van augustus 2009 is het studiejaar van de Academie van Bouwkunst Groningen gestart met een internationale zomerworkshop op de Punt van Reide.
De workshop werd door DAAD bedacht en geïnitieerd. Studenten van de Academie van Bouwkunst, de Hafencity Universität uit Hamburg en de Arkitektskolen Aarhus bouwden in een lang weekend met sloophout zes objecten op en langs de dijk. Centraal stond het thema ‘bouwen op de dijk in tijden van klimaatverandering’ en het opnieuw vormgeven van de relatie water, mens, land.
Vanuit een Deense, Duitse en Nederlandse waddenachtergrond is in groepen met veel plezier en inspiratie gewerkt. De intentie is om deze samenwerking tussen de drie scholen in de komende jaren een vervolg te geven en zo een kennisuitwisseling in de waddenregio op gang te brengen.
Begeleiders:
Claudia Carbone (Arkitektskolen Aarhus)
(en.aarch.dk)
Maurice Paulussen (Blauraum European Architects)
(www.blauraum.eu)
Prof. Lothar Eckhardt (Hafencity Universitat Hamburg)
(www.hcu-hamburg.de)
Academie van Bouwkunst Groningen
(www.hanze.nl)
Geert van de Camp (Observatorium Rotterdam)
(www.observatorium.org)
Melle Smets Rotterdam
(www.mellesmets.nl)
Michel Melenhorst (DAAD architecten)
Het project werd financieel ondersteund door:
Gemeente Delfzijl
Area Reiniging
Waterschap Hunze en Aa’s
Claudia Carbone (Arkitektskolen Aarhus)
(en.aarch.dk)
Maurice Paulussen (Blauraum European Architects)
(www.blauraum.eu)
Prof. Lothar Eckhardt (Hafencity Universitat Hamburg)
(www.hcu-hamburg.de)
Academie van Bouwkunst Groningen
(www.hanze.nl)
Geert van de Camp (Observatorium Rotterdam)
(www.observatorium.org)
Melle Smets Rotterdam
(www.mellesmets.nl)
Michel Melenhorst (DAAD architecten)
Het project werd financieel ondersteund door:
Gemeente Delfzijl
Area Reiniging
Waterschap Hunze en Aa’s
Tentoonstelling nieuwe Noordoostpolder schuur
0814PDF_Schuur Noordoostpolder.pdf
Van 03 augustus tot en met 26 oktober 2008 werden de inzendingen voor de meervoudige opdracht voor de Nieuwe Polderschuuur Noordoostpolder tentoongesteld in het museum Nagele.
De Noordoostpolder
Meer dan een halve eeuw na de aanleg en inrichting ademt de Noordoostpolder nog steeds de sfeer van rationaliteit en efficiëntie in agrarische productieprocessen. In weinig andere gebieden in Nederland is de samenhang tussen bedrijfsvoering in de landbouw, inrichting van erf, beplanting en landschap, nederzettingspatroon en architectuur zo groot als hier.
De oorsprong van het uitschrijven van de prijsvraag ligt in het constateren van de problematiek van grote damwandloodsen die deze structuur aantasten. In de prijsvraag wordt gevraagd een ontwerp te maken voor een nieuwe polderschuur dat een alternatief voor de damwandloodsen moet vormen.
Na bestudering van de vraag en de achterliggende problematiek heeft DAAD geconstateerd dat de problematiek niet met een architectonisch antwoord kan worden opgelost, maar eerder een landschappelijk en procesmatig antwoord vraagt.
0814PDF_Schuur Noordoostpolder.pdf
Van 03 augustus tot en met 26 oktober 2008 werden de inzendingen voor de meervoudige opdracht voor de Nieuwe Polderschuuur Noordoostpolder tentoongesteld in het museum Nagele.
De Noordoostpolder
Meer dan een halve eeuw na de aanleg en inrichting ademt de Noordoostpolder nog steeds de sfeer van rationaliteit en efficiëntie in agrarische productieprocessen. In weinig andere gebieden in Nederland is de samenhang tussen bedrijfsvoering in de landbouw, inrichting van erf, beplanting en landschap, nederzettingspatroon en architectuur zo groot als hier.
De oorsprong van het uitschrijven van de prijsvraag ligt in het constateren van de problematiek van grote damwandloodsen die deze structuur aantasten. In de prijsvraag wordt gevraagd een ontwerp te maken voor een nieuwe polderschuur dat een alternatief voor de damwandloodsen moet vormen.
Na bestudering van de vraag en de achterliggende problematiek heeft DAAD geconstateerd dat de problematiek niet met een architectonisch antwoord kan worden opgelost, maar eerder een landschappelijk en procesmatig antwoord vraagt.
Door ontwikkelingen in agrarische processen zijn naast de bestaande schokbetonschuren nieuwe schuren gebouwd. De maat van de bestaande erven is niet toereikend om deze schuren binnen de beplanting te plaatsen. Nieuwe schuren prikken door de erfbeplanting heen en staan kaal in het landschap. Hiermee worden, ondanks de goede bedoelingen van het beeldkwaliteitplan, welstandsnota en bestemmingsplan, langs de weg en in het landschap de aantastingen van de oorspronkelijke structuur pijnlijk zichtbaar. Aantasting van deze landschappelijke structuur door een architectonisch ‘mooie’ schuur vormt geen oplossing voor het probleem.
De inzending van DAAD is een kritiek op de ontwikkelingen die nu plaatsvinden en een gevolg zijn van het huidige bestemmingsplan. Het probleem moet niet op een architectonisch maar op een landschappelijk vlak worden opgelost.
De inzending van DAAD is een kritiek op de ontwikkelingen die nu plaatsvinden en een gevolg zijn van het huidige bestemmingsplan. Het probleem moet niet op een architectonisch maar op een landschappelijk vlak worden opgelost.
Het N.O.P.-erf
Om een ontwerp te maken die ook voor agrariërs interessant is hebben we ons verdiept in de ontwikkelingen binnen de agrarische sector van de Noordoostpolder. Hieruit blijkt dat de schaalvergroting blijft doorgaan en het probleem dus in omvang zal toenemen.
Het plan ‘N.O.P-erf’ is een voorstel om een nieuwe serie erven te ontwikkelen die zowel de schaalvergroting van de bedrijven als de samenwerking tussen verschillende bedrijven kan faciliteren. Door bij de tocht een nieuwe zone te reserveren voor agrarische activiteiten in de breedste zin van het woord (opslag, stalling, huisvesting tijdelijk personeel enz.) ontstaat er een flexibiliteit die op de toekomst gericht is.
Door op de actuele ontwikkelingen in te spelen wordt het voor de agrariërs ook interessant om te investeren in ontwikkelingen die aansluiten bij de vragen die binnen de agrarische sector spelen. Dit plan richt zich op een toekomstige ontwikkeling waarbij de oorspronkelijke structuur van de Noordoostpolder en de erven kans krijgen om te herstellen.
0814PDF_Rapport beoordelingscommissie.pdfwww.archined.nl
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Noordoostpolder
Jaar: 2008
Project: Prijsvraag
Om een ontwerp te maken die ook voor agrariërs interessant is hebben we ons verdiept in de ontwikkelingen binnen de agrarische sector van de Noordoostpolder. Hieruit blijkt dat de schaalvergroting blijft doorgaan en het probleem dus in omvang zal toenemen.
Het plan ‘N.O.P-erf’ is een voorstel om een nieuwe serie erven te ontwikkelen die zowel de schaalvergroting van de bedrijven als de samenwerking tussen verschillende bedrijven kan faciliteren. Door bij de tocht een nieuwe zone te reserveren voor agrarische activiteiten in de breedste zin van het woord (opslag, stalling, huisvesting tijdelijk personeel enz.) ontstaat er een flexibiliteit die op de toekomst gericht is.
Door op de actuele ontwikkelingen in te spelen wordt het voor de agrariërs ook interessant om te investeren in ontwikkelingen die aansluiten bij de vragen die binnen de agrarische sector spelen. Dit plan richt zich op een toekomstige ontwikkeling waarbij de oorspronkelijke structuur van de Noordoostpolder en de erven kans krijgen om te herstellen.
0814PDF_Rapport beoordelingscommissie.pdfwww.archined.nl
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Noordoostpolder
Jaar: 2008
Project: Prijsvraag
Renovatie Rossini flat te Zutphen
De Lighthouses zijn een specifieke vorm van bouwen op het zogenaamde tweede maaiveld; op het dak van bestaande gebouwen. Het product is ontstaan uit een samenwerking tussen Vlasblom Projectontwikkeling, DAAD Architecten BV en Ingenieursbureau Wassenaar. Na de bouw van een prototype en een zogenaamde nulserie van de Lighthouses aan de Rabenhauptstraat in Groningen heeft een doorontwikkeling van het product plaatsgevonden. De studie naar de renovatie van de Rossini flat in Zutphen is een volgende stap in de ontwikkeling. In 2008 werd bovengenoemde combinatie gevraagd door Woningbouwvereniging Ieder1 om het Lighhouse concept in te zetten voor een herstructureringsstudie naar een aantal van haar naoorlogse complexen.
De Rossini flat ligt tegen het centrum van Zutphen. Een sterke opvoering van de woningdichtheid op deze locatie ligt voor de hand. Met toepassing van de Lighouses is in twee varianten, in het zogenaamde hof- en sculptuurmodel, onderzocht hoe dit zou kunnen.
De Lighthouses zijn een specifieke vorm van bouwen op het zogenaamde tweede maaiveld; op het dak van bestaande gebouwen. Het product is ontstaan uit een samenwerking tussen Vlasblom Projectontwikkeling, DAAD Architecten BV en Ingenieursbureau Wassenaar. Na de bouw van een prototype en een zogenaamde nulserie van de Lighthouses aan de Rabenhauptstraat in Groningen heeft een doorontwikkeling van het product plaatsgevonden. De studie naar de renovatie van de Rossini flat in Zutphen is een volgende stap in de ontwikkeling. In 2008 werd bovengenoemde combinatie gevraagd door Woningbouwvereniging Ieder1 om het Lighhouse concept in te zetten voor een herstructureringsstudie naar een aantal van haar naoorlogse complexen.
De Rossini flat ligt tegen het centrum van Zutphen. Een sterke opvoering van de woningdichtheid op deze locatie ligt voor de hand. Met toepassing van de Lighouses is in twee varianten, in het zogenaamde hof- en sculptuurmodel, onderzocht hoe dit zou kunnen.
In het hofmodel is een optimale dakverkaveling gezocht tussen Lighthouse en buitenruimte. In het sculptuur model is een maximaal aantal Lighthouses op het dak van de bestaande flats geplaatst.
In beide modellen is de toevoeging van een extra lift en trappenhuis (je moet het dak bereikbaar maken) aanleiding geweest om langs één van deze stijgpunten een extra programma toe te voegen in de vorm van zogenaamde ‘guesthouses’. Niet alleen kan zo een kwalitatieve programmatische toevoeging worden gedaan voor de huidige en nieuwe bewoners maar wordt met de extra kopbebouwing ook een nieuw gezicht van de flats naar de stad gemaakt. Daarnaast kunnen met deze toegevoegde ‘boekensteunen’ een aantal constructieve problemen worden opgelost.
In het sculpturale type wordt de toevoeging aan de bestaande flat in een materiaal uitgevoerd, dit vertrekt het sculpturale karakter van op en aanbouw. In het hoftype waar de Lighthouses als losse elementen op het dak zijn geplaatst, is dit gegeven benadrukt door per lighthouse een materiaal te kiezen.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Woonbedrijf Ieder1
Jaar: 2008
Project: haalbaarheidsstudie
In samenwerking met: Vlasblom Projectontwikkeling en Ingenieursbureau Wassenaar
In beide modellen is de toevoeging van een extra lift en trappenhuis (je moet het dak bereikbaar maken) aanleiding geweest om langs één van deze stijgpunten een extra programma toe te voegen in de vorm van zogenaamde ‘guesthouses’. Niet alleen kan zo een kwalitatieve programmatische toevoeging worden gedaan voor de huidige en nieuwe bewoners maar wordt met de extra kopbebouwing ook een nieuw gezicht van de flats naar de stad gemaakt. Daarnaast kunnen met deze toegevoegde ‘boekensteunen’ een aantal constructieve problemen worden opgelost.
In het sculpturale type wordt de toevoeging aan de bestaande flat in een materiaal uitgevoerd, dit vertrekt het sculpturale karakter van op en aanbouw. In het hoftype waar de Lighthouses als losse elementen op het dak zijn geplaatst, is dit gegeven benadrukt door per lighthouse een materiaal te kiezen.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Woonbedrijf Ieder1
Jaar: 2008
Project: haalbaarheidsstudie
In samenwerking met: Vlasblom Projectontwikkeling en Ingenieursbureau Wassenaar
Canyon de Chelly te Groningen
0710PDF_Groeten uit Groningen.pdf
In het kader van de intense stad ontwikkelde DAAD (in samenwerking met W. Hoogland, C. de Jongh en Nijhuis Noord) een concept voor cascowoningen. Het casco is de romp van de woning; het onveranderbare deel waarbinnen de bewoner naar eigen goeddunken zijn/haar woonwensen zou moeten kunnen invullen. Onder de noemer casco worden tal van projecten op de markt gebracht waarbij de vrijheid van de bewoner doorgaans beperkt blijft tot de keuze van (de plek van) het keukenblok. Het relatief vaak dure casco is dan al zodanig ingevuld en geoptimaliseerd dat elke werkelijk persoonlijke oplossing ingewikkeld en dus opnieuw duur zal zijn. In het plan dat wij ontwikkelden is het casco daadwerkelijk tot en met de gevel door de bewoner in te vullen, te laten bouwen of zelf te timmeren.
0710PDF_Groeten uit Groningen.pdf
In het kader van de intense stad ontwikkelde DAAD (in samenwerking met W. Hoogland, C. de Jongh en Nijhuis Noord) een concept voor cascowoningen. Het casco is de romp van de woning; het onveranderbare deel waarbinnen de bewoner naar eigen goeddunken zijn/haar woonwensen zou moeten kunnen invullen. Onder de noemer casco worden tal van projecten op de markt gebracht waarbij de vrijheid van de bewoner doorgaans beperkt blijft tot de keuze van (de plek van) het keukenblok. Het relatief vaak dure casco is dan al zodanig ingevuld en geoptimaliseerd dat elke werkelijk persoonlijke oplossing ingewikkeld en dus opnieuw duur zal zijn. In het plan dat wij ontwikkelden is het casco daadwerkelijk tot en met de gevel door de bewoner in te vullen, te laten bouwen of zelf te timmeren.
Hoornsediep Oostzijde
Met het Hoornsediep als proeflocatie werd een onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van particulier opdrachtgeverschap in gestapelde vorm. Zou het mogelijk zijn een casco op te leveren met appartementen die door de koper naar eigen inzicht kunnen worden afgebouwd?
Groeten uit Groningen
In reactie op de uitnodiging ons beste gerealiseerde en beste niet-gerealiseerde ontwerp in de stad te tonen besloten wij het cascoprincipe verder technisch en ruimtelijk uit te werken en op diverse locatie te laten landen. De basis van de woning bestaat uit twee elementen: een vast volume waarin sanitaire voorzieningen zijn ondergebracht en een vrij in te delen kubus van 8 x 8 x 8 meter waarin naar believen kan worden getimmerd. Met deze elementen zijn diverse woningtypologieën samen te stellen. In gestapelde vorm kan het een toren, een appartementencomplex of een galerijflat opleveren. Maar ook grondgebonden varianten zijn denkbaar of tweede maaiveldoplossingen boven bestaande gebouwen.
De diverse typen zijn voor vier locaties nader uitgewerkt: een torenflat op de kop van het Zuiderdiep boven de Academie Minerva, een zevende flat aan de noordrand van de stad in Vinkhuizen, tweede-maaiveld-gebonden woningen bovenop een bedrijfshal aan de Sontweg en vier stroken rondom het voormalige FC Groningen voetbalveld in het Oosterpark
Vinkhuizen
De onlangs in de documentaire over Ypke Gietema nog geroemde karakteristieke harde noordrand van de stad is bezig in rap tempo te verdwijnen in een zee van laagbouw waarmee de stad noordwaarts uitbreidt. Als opmaat voor een mogelijk tegenwicht aan deze ontwikkelingen stellen wij voor een zevende flat aan de bestaande reeks van zes toe te voegen (en later een achtste, negende…). Met een dubbele voorkant kan de cascoflat gezien worden als een getransformeerde en verbeterde versie van de galerijflat.
Sontweg
In het gebied rond het Damsterdiep, IKEA, Sontweg staat de komende jaren veel te gebeuren. Met de Berlagebrug als belangrijke verbinding met Meerstad zal het gebied ingrijpende veranderingen ondergaan. Het is daarbij niet alleen noodzakelijk de huidige bedrijvigheid op deze plek te behouden, maar ook om er een woonprogramma aan toe te voegen. Tweede maaiveld oplossingen waarbij boven op de huidige programmalaag wordt voortgebouwd bieden daartoe uitgelezen kansen.
De onlangs in de documentaire over Ypke Gietema nog geroemde karakteristieke harde noordrand van de stad is bezig in rap tempo te verdwijnen in een zee van laagbouw waarmee de stad noordwaarts uitbreidt. Als opmaat voor een mogelijk tegenwicht aan deze ontwikkelingen stellen wij voor een zevende flat aan de bestaande reeks van zes toe te voegen (en later een achtste, negende…). Met een dubbele voorkant kan de cascoflat gezien worden als een getransformeerde en verbeterde versie van de galerijflat.
Sontweg
In het gebied rond het Damsterdiep, IKEA, Sontweg staat de komende jaren veel te gebeuren. Met de Berlagebrug als belangrijke verbinding met Meerstad zal het gebied ingrijpende veranderingen ondergaan. Het is daarbij niet alleen noodzakelijk de huidige bedrijvigheid op deze plek te behouden, maar ook om er een woonprogramma aan toe te voegen. Tweede maaiveld oplossingen waarbij boven op de huidige programmalaag wordt voortgebouwd bieden daartoe uitgelezen kansen.
Torenflat
Nog niet zo lang geleden zijn plannen gemaakt voor verticale accenten aan de beide uiteinden van het Gedempte Zuiderdiep (Hejduk). Aan de westzijde betrof dit de plek waarop nu de Academie van Bouwkunst staat. Een gestapeld programma van ateliers in het bestaande gebouw met daarboven een woontoren waarin de kunstenaars hun eigen woonruimte vormgeven biedt de kans om de droom van een vertikaal accent op de kop van het Zuiderdiep alsnog gestalte te geven.
Oosterpark
In de voorliggende plannen voor de herontwikkeling van het Oosterparkstadion zal het voetbalverleden nog slechts in overdrachtelijke zin terug te vinden zijn. Op de plek van het voetbalveld wordt straks gebouwd. Was het niet prachtig geweest als voetbalminnende doe-het-zelvers rondom het veld hun eigen skyboxen hadden kunnen timmeren terwijl de kinderen FC Groningen spelen?
Projectgegevens
Project: studie
Jaar: 2007
Nog niet zo lang geleden zijn plannen gemaakt voor verticale accenten aan de beide uiteinden van het Gedempte Zuiderdiep (Hejduk). Aan de westzijde betrof dit de plek waarop nu de Academie van Bouwkunst staat. Een gestapeld programma van ateliers in het bestaande gebouw met daarboven een woontoren waarin de kunstenaars hun eigen woonruimte vormgeven biedt de kans om de droom van een vertikaal accent op de kop van het Zuiderdiep alsnog gestalte te geven.
Oosterpark
In de voorliggende plannen voor de herontwikkeling van het Oosterparkstadion zal het voetbalverleden nog slechts in overdrachtelijke zin terug te vinden zijn. Op de plek van het voetbalveld wordt straks gebouwd. Was het niet prachtig geweest als voetbalminnende doe-het-zelvers rondom het veld hun eigen skyboxen hadden kunnen timmeren terwijl de kinderen FC Groningen spelen?
Projectgegevens
Project: studie
Jaar: 2007
Country Cottage
0234PDF_country cottage.pdf
In opdracht van Alescon Producten en Diensten ontwierp DAAD een te prefabriceren recreatiewoning voor verschillende locaties: de Country Cottage.
Concept
Het tweede huis is gemakkelijker dan het eerste in staat zich aan te passen aan de wensen van de gebruikers. Veel meer dan ‘het eerste huis’ functioneert het als een permanent veranderbare buffer tussen de mens en de omgeving. Soms is het een veilig, warm, afgesloten huis, dan weer is de beschutting van het dak tegen de zon voldoende en werkt het als een podium in het landschap. Vanuit deze visie op het verblijf is de Country Cottage ontwikkeld.
0234PDF_country cottage.pdf
In opdracht van Alescon Producten en Diensten ontwierp DAAD een te prefabriceren recreatiewoning voor verschillende locaties: de Country Cottage.
Concept
Het tweede huis is gemakkelijker dan het eerste in staat zich aan te passen aan de wensen van de gebruikers. Veel meer dan ‘het eerste huis’ functioneert het als een permanent veranderbare buffer tussen de mens en de omgeving. Soms is het een veilig, warm, afgesloten huis, dan weer is de beschutting van het dak tegen de zon voldoende en werkt het als een podium in het landschap. Vanuit deze visie op het verblijf is de Country Cottage ontwikkeld.
Bouw
Het casco wordt geprefabriceerd in de werkplaatsen van Alescon. Zodoende kan het hele jaar door efficiënt en gecontroleerd gebouwd worden. De buitenbekleding wordt ter plaatste aangebracht. De detaillering hiervan is verfijnd en past in die zin goed bij de ambachtelijke manier van werken van Alescon. Op deze wijze worden de voordelen van prefab productie gecombineerd met het karakter van een uniek object. De in dit project opgedane kennis wordt tevens ingezet bij de ontwikkeling van verplaatsbare recreatiebungalows en tuinhuisjes.
Architectuur en landschap
Het probleem van veel recreatieterreinen in Noord Nederland ligt onzes inziens niet alleen bij de matige kwaliteit van de architectuur van de individuele woningen, maar vooral ook bij de wijze waarop de woningen zich verhouden tot het landschap waarin ze zijn geplaatst. Waar decennialang de kwaliteit van het publieke domein prevaleerde boven de individuele expressie lijkt de openbare ruimte nu te verworden tot een uitstalkraam van particuliere initiatieven. In de recreatieparken betekent dit dat de woning niet langer te gast is in een park, maar dat de bewoner middels forse volumes en bijgebouwen, schuttingen, hekken en hagen een privé gebied afbakent.
Het casco wordt geprefabriceerd in de werkplaatsen van Alescon. Zodoende kan het hele jaar door efficiënt en gecontroleerd gebouwd worden. De buitenbekleding wordt ter plaatste aangebracht. De detaillering hiervan is verfijnd en past in die zin goed bij de ambachtelijke manier van werken van Alescon. Op deze wijze worden de voordelen van prefab productie gecombineerd met het karakter van een uniek object. De in dit project opgedane kennis wordt tevens ingezet bij de ontwikkeling van verplaatsbare recreatiebungalows en tuinhuisjes.
Architectuur en landschap
Het probleem van veel recreatieterreinen in Noord Nederland ligt onzes inziens niet alleen bij de matige kwaliteit van de architectuur van de individuele woningen, maar vooral ook bij de wijze waarop de woningen zich verhouden tot het landschap waarin ze zijn geplaatst. Waar decennialang de kwaliteit van het publieke domein prevaleerde boven de individuele expressie lijkt de openbare ruimte nu te verworden tot een uitstalkraam van particuliere initiatieven. In de recreatieparken betekent dit dat de woning niet langer te gast is in een park, maar dat de bewoner middels forse volumes en bijgebouwen, schuttingen, hekken en hagen een privé gebied afbakent.
In antwoord op deze ontwikkeling stellen wij een gebouw voor dat het landschap nauwelijks verandert. De woning staat op kolommen en ‘zweeft’ aldus boven het landschap waarin het te gast is. De verbinding met dit landschap krijgt het gebouw door het toegepaste materiaal: hout in twee kleuren (naturel en zwart) en de accidentatie in het terrein. Op elke situatie kan het gebouw anders gepositioneerd worden ten opzichte van de zon, maar ook in hoogte en ontmoeting met het landschap.
Dubo en flexibiliteit
De woning heeft een structuur die een dergelijk gebruik mogelijk moet maken. Deze bestaat uit een kern (60 m2) waarin de basisfuncties zijn ondergebracht, en daaromheen, als een tweede ‘schil’, een veranda (18 m2) en een terras (16 m2). Afhankelijk van seizoen, weer en locatie bepaalt de gebruiker welke functie waar een plek vindt. Schuifwanden, lamellenconstructies, glaspuien en bamboe- rolgordijnen worden als filters tussen het interieur en het landschap gebruikt. Een groot deel van het jaar zullen de veranda en het terras als verblijfsruimte gebruikt worden.
Dubo en flexibiliteit
De woning heeft een structuur die een dergelijk gebruik mogelijk moet maken. Deze bestaat uit een kern (60 m2) waarin de basisfuncties zijn ondergebracht, en daaromheen, als een tweede ‘schil’, een veranda (18 m2) en een terras (16 m2). Afhankelijk van seizoen, weer en locatie bepaalt de gebruiker welke functie waar een plek vindt. Schuifwanden, lamellenconstructies, glaspuien en bamboe- rolgordijnen worden als filters tussen het interieur en het landschap gebruikt. Een groot deel van het jaar zullen de veranda en het terras als verblijfsruimte gebruikt worden.
De gebruiker kan later de woning naar wens aanpassen of op eenvoudige wijze uitbreiden (onder het dak) zonder dat hiermee afbreuk wordt gedaan aan het beeld. Zo zou men de buitenkamer (terras) kunne overdekken of tot een sauna ombouwen, een tentachtige slaapconstructie op een vegetatiedak bouwen, of experimentele duurzame technieken zoals een zonneschouw toevoegen.
De toegepaste installatietechniek is eenvoudig en duurzaam van aard. In samenwerking met Invent vindt momenteel onderzoek plaats naar de efficiency van innovatieve technieken in relatie tot de grootte van de serie te realiseren woningen. Bovendien worden de mogelijkheden van (gedeeltelijke) autarkie onderzocht, bijvoorbeeld door één of meerdere nutsaansluitingen niet aan te leggen.
0234PDF_Country Cottage boekje.pdf
Zie tevens de Mobile Cottage. Ook dit project is in opdracht van Alescon ontworpen.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Alescon (www.alescon.nl)
Oplevering: 2004
BVO: 80 m2
De toegepaste installatietechniek is eenvoudig en duurzaam van aard. In samenwerking met Invent vindt momenteel onderzoek plaats naar de efficiency van innovatieve technieken in relatie tot de grootte van de serie te realiseren woningen. Bovendien worden de mogelijkheden van (gedeeltelijke) autarkie onderzocht, bijvoorbeeld door één of meerdere nutsaansluitingen niet aan te leggen.
0234PDF_Country Cottage boekje.pdf
Zie tevens de Mobile Cottage. Ook dit project is in opdracht van Alescon ontworpen.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Alescon (www.alescon.nl)
Oplevering: 2004
BVO: 80 m2
Zes bushaltes te Veenhuizen
0330PDF_Bushaltes.pdf
In het kader van de herstructurering van de N919 zijn de bushaltes in Veenhuizen vernieuwd en verplaatst. De onveilige verkeerssituatie met bestaande bushaltes in een smalle strook grond tussen Hoofdvaart en doorgaande weg was de aanleiding om met de bewoners van het dorp in overleg te gaan over mogelijke verbetering van deze situatie. De Provincie Drenthe schreef, samen met de RGD, een wedstrijd uit waarbij bewoners hun wensen en tips in tekeningen en teksten konden inbrengen. De drie prijswinnende plannen en een PvE vormden de onderleggers voor de opdracht die vervolgens aan DAAD werd verstrekt om een te bouwen ontwerp voor de bushaltes te maken.
In Veenhuizen bestaat sinds lange tijd een traditie om voor nieuwe gebouwen een nieuwe, specifiek Veenhuizer typologie te bedenken. Met name de door W.C. Metselaar ontworpen gebouwen van eind negentiende eeuw zoals werkgestichten maar ook boerderijen, stallen en bruggen kregen een specifieke uitwerking. In deze Veenhuizer traditie zouden er ook specifieke, voor deze plek ontworpen bushaltes moeten komen.
0330PDF_Bushaltes.pdf
In het kader van de herstructurering van de N919 zijn de bushaltes in Veenhuizen vernieuwd en verplaatst. De onveilige verkeerssituatie met bestaande bushaltes in een smalle strook grond tussen Hoofdvaart en doorgaande weg was de aanleiding om met de bewoners van het dorp in overleg te gaan over mogelijke verbetering van deze situatie. De Provincie Drenthe schreef, samen met de RGD, een wedstrijd uit waarbij bewoners hun wensen en tips in tekeningen en teksten konden inbrengen. De drie prijswinnende plannen en een PvE vormden de onderleggers voor de opdracht die vervolgens aan DAAD werd verstrekt om een te bouwen ontwerp voor de bushaltes te maken.
In Veenhuizen bestaat sinds lange tijd een traditie om voor nieuwe gebouwen een nieuwe, specifiek Veenhuizer typologie te bedenken. Met name de door W.C. Metselaar ontworpen gebouwen van eind negentiende eeuw zoals werkgestichten maar ook boerderijen, stallen en bruggen kregen een specifieke uitwerking. In deze Veenhuizer traditie zouden er ook specifieke, voor deze plek ontworpen bushaltes moeten komen.
In plaats van de standaardhaltes werden dan ook ontwerpen gemaakt voor drie haltes aan de vaartzijde en drie andere aan de landzijde tussen de rijksweg en een fietspad. Door de opdrachtgever was een PvE opgesteld, uitgewerkt in een schema waarin voornamelijk verkeerstechnische aspecten waren verwerkt. Door het verschil in het te verwachten aantal passagiers bij de diverse haltes en de variatie in breedte tussen de weg en de fietspad bij de verschillende locaties aan de landzijde, kon niet worden volstaan met één type. Er moest een ontwerp gemaakt worden dat bij elke locatie anders kon worden ingezet.
Het door DAAD geformuleerde uitgangspunt voor het ontwerp van de haltes, was een materialisering en een systematiek die niet alleen voor de bushaltes ingezet kon worden, maar een uitgangspunt kon vormen voor het Veenhuizer meubilair van de openbare ruimte. Hierbij valt te denken aan overdekte fietsenstallingen, picknickplekken, informatieborden en bruggetjes voor wandelaars en fietsers. Dit zal de identiteit van Veenhuizen versterken en de bushaltes nog sterker met Veenhuizen verbinden.
Het door DAAD geformuleerde uitgangspunt voor het ontwerp van de haltes, was een materialisering en een systematiek die niet alleen voor de bushaltes ingezet kon worden, maar een uitgangspunt kon vormen voor het Veenhuizer meubilair van de openbare ruimte. Hierbij valt te denken aan overdekte fietsenstallingen, picknickplekken, informatieborden en bruggetjes voor wandelaars en fietsers. Dit zal de identiteit van Veenhuizen versterken en de bushaltes nog sterker met Veenhuizen verbinden.
De door DAAD ontworpen loopbrug bij het Werkgesticht bij Norgerhaven, samen met voorgestelde objecten voor de binnenplaats van dit complex zijn de eerste in deze reeks van Veenhuizer objecten. De vormgeving van de bushaltes is hier dan ook van afgeleid. Er zijn twee types ontwikkeld. Eén voor de vaartzijde en één voor de landzijde. Hierop zijn functie- en locatiespecifieke variaties gemaakt.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Provincie Drenthe
Oplevering: 2007
Projectgegevens
Opdrachtgever: Provincie Drenthe
Oplevering: 2007
Re-animatie van boerenerven in Overijssel
Inleiding
De transformatie van Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) is een belangrijk thema. In het kader van het provinciale beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing zijn eind 2004 drie gemeentelijke pilots gestart. Alle Overijsselse gemeenten worden verzocht beleid te ontwikkelen ten aanzien van dit uitdagende onderwerp. Verbetering van de ruimtelijke kwaliteit is daarbij een belangrijke doelstelling. Dit geldt ook voor het beleid m.b.t. “Rood voor rood”.
Het (concept) Werkschrift Ruimtelijke kwaliteit Overijssel” omschrijft de transformatie van de boerenerven eveneens als een belangrijk onderwerp. Deze transformatie biedt kansen voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het Overijsselse landelijke gebied.
Provinciale staten hebben het stimuleringsprogramma “Re-animatie industrieel erfgoed Overijssel” verbreed met het agrarisch erfgoed. De transformatie van de VAB’s is daarbij een speerpunt. In het werkprogramma van dit stimuleringsprogramma staat het uitvoeren van voorbeeldprojecten/pilots vermeld.
Inleiding
De transformatie van Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) is een belangrijk thema. In het kader van het provinciale beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing zijn eind 2004 drie gemeentelijke pilots gestart. Alle Overijsselse gemeenten worden verzocht beleid te ontwikkelen ten aanzien van dit uitdagende onderwerp. Verbetering van de ruimtelijke kwaliteit is daarbij een belangrijke doelstelling. Dit geldt ook voor het beleid m.b.t. “Rood voor rood”.
Het (concept) Werkschrift Ruimtelijke kwaliteit Overijssel” omschrijft de transformatie van de boerenerven eveneens als een belangrijk onderwerp. Deze transformatie biedt kansen voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het Overijsselse landelijke gebied.
Provinciale staten hebben het stimuleringsprogramma “Re-animatie industrieel erfgoed Overijssel” verbreed met het agrarisch erfgoed. De transformatie van de VAB’s is daarbij een speerpunt. In het werkprogramma van dit stimuleringsprogramma staat het uitvoeren van voorbeeldprojecten/pilots vermeld.
Doel en doelgroep
De pilots voor re-animatie/transformatie van boerenerven hebben als doel om bij te dragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.
Het project verschaft inzicht in de ontwerpuitgangspunten die bij functiewijziging van agrarische bedrijven belangrijk zijn.
Deze inzichten zijn niet alleen voor de provincie zelf van belang, maar worden ook beschikbaar gesteld aan gemeenten, eigenaren en andere bij de transformatie betrokken partijen.
Werkwijze
Het gaat om een pilotstudie voor alle in Overijssel voorkomende landschapstypen.
De transformatie betreft functiewijziging van agrarische bedrijven, waaronder drastische verandering van de agrarische bedrijfsvoering. De bebouwing wordt steeds in samenhang met het erf en het landschap benaderd.
Fasering
- Typering erftypen en gebouwentypen per landschapstype
- Ontwerpuitgangspunten bepalen
- Voor verschillende functieveranderingen ontwerpuitgangspunten uitwerken aan de hand van pilots
- Voorbeelden”boek” samenstellen
- Opstellen handboek “re-animatie” boerenerven
De pilots voor re-animatie/transformatie van boerenerven hebben als doel om bij te dragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.
Het project verschaft inzicht in de ontwerpuitgangspunten die bij functiewijziging van agrarische bedrijven belangrijk zijn.
Deze inzichten zijn niet alleen voor de provincie zelf van belang, maar worden ook beschikbaar gesteld aan gemeenten, eigenaren en andere bij de transformatie betrokken partijen.
Werkwijze
Het gaat om een pilotstudie voor alle in Overijssel voorkomende landschapstypen.
De transformatie betreft functiewijziging van agrarische bedrijven, waaronder drastische verandering van de agrarische bedrijfsvoering. De bebouwing wordt steeds in samenhang met het erf en het landschap benaderd.
Fasering
- Typering erftypen en gebouwentypen per landschapstype
- Ontwerpuitgangspunten bepalen
- Voor verschillende functieveranderingen ontwerpuitgangspunten uitwerken aan de hand van pilots
- Voorbeelden”boek” samenstellen
- Opstellen handboek “re-animatie” boerenerven
Aandachtpunten
De genoemde pilots worden uitgevoerd in de diverse onderscheiden Overijsselse landschappen. Gezocht wordt naar concrete situaties, die een voorbeeldwerking hebben.
Speciale aandacht vraagt het veiligstellen van de kwaliteiten op lange termijn. Niet alleen van de gebouwen. Ook is van belang hoe de aanplant en instandhouding van landschapselementen kan worden gerealiseerd en het beheer is geregeld. Hoe is dit te regelen op particuliere grond en hoe bij gemeentelijk grondeigendom? Deze vragen vergen een gedegen juridische inbreng. Dit geldt ook voor vragen over toegankelijkheid van en rond erven.
De afstemming van de parallelle lopende projecten over experimenten VAB’s en het ruimtelijke kwaliteitsbeleid krijgt speciale aandacht. De resultaten zullen in deze projecten kunnen worden benut.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Provincie Overijssel
Jaar: 2006
De genoemde pilots worden uitgevoerd in de diverse onderscheiden Overijsselse landschappen. Gezocht wordt naar concrete situaties, die een voorbeeldwerking hebben.
Speciale aandacht vraagt het veiligstellen van de kwaliteiten op lange termijn. Niet alleen van de gebouwen. Ook is van belang hoe de aanplant en instandhouding van landschapselementen kan worden gerealiseerd en het beheer is geregeld. Hoe is dit te regelen op particuliere grond en hoe bij gemeentelijk grondeigendom? Deze vragen vergen een gedegen juridische inbreng. Dit geldt ook voor vragen over toegankelijkheid van en rond erven.
De afstemming van de parallelle lopende projecten over experimenten VAB’s en het ruimtelijke kwaliteitsbeleid krijgt speciale aandacht. De resultaten zullen in deze projecten kunnen worden benut.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Provincie Overijssel
Jaar: 2006
Cowmunity
In opdracht van Alterra is DAAD gevraagd een landschappelijke en architectonische verkenning te verrichten voor het inpassen van een grootschalig melkveebedrijf met minimaal 1000 koeien in het Noorden van Nederland. Door de akkerbouw die nodig is om de koeien van voer te voorzien heeft dit bedrijfsconcept en economische en ruimtelijke invloed op een gebied van 4000-5000 m2. Dit is ca. 40% van het grondgebied van een gemeente als Loppersum.
Er is een onderscheid gemaakt tussen modellen waar de koeien het hele jaar op stal staan en modellen met een beperkte weidegang.
Koeien permanent op stal
Het uitgangspunt voor dit concept is een grondloos melkveebedrijf. Hier wordt geen voer geproduceerd en de geproduceerde mest wordt elders weggezet. Voor 1000 koeien is ongeveer 10.000 m2 aan stalruimte nodig. Daarnaast is er ruimte nodig voor opslag van voer, mest en gereedschap.
Uitgangspunt is dat het bedrijf wordt gevestigd in een akkerbouw gebied, waardoor voer van de omliggende boeren verworven kan worden. Daarnaast kan met de akkerbouwers afspraken gemaakt worden over het verwerken van de mestproductie.
Een grondloos melkveebedrijf heeft een geheel andere relatie met het omliggende land dan een traditioneel boerenerf. De programmatische en landschappelijke kenmerken van dit bedrijf lijken meer op dat van een landbouwverwerkingsbedrijf, zoals een aardappelzetmeelfabriek, een suikerfabriek of een Melkfabriek, dan een boerderij. Analoog aan een verwerkingsbedrijf zou een geschikte locatie aan de rand van een dorp, bij een infrastructureel knooppunt of op een industrieterrein, kunnen zijn.
In opdracht van Alterra is DAAD gevraagd een landschappelijke en architectonische verkenning te verrichten voor het inpassen van een grootschalig melkveebedrijf met minimaal 1000 koeien in het Noorden van Nederland. Door de akkerbouw die nodig is om de koeien van voer te voorzien heeft dit bedrijfsconcept en economische en ruimtelijke invloed op een gebied van 4000-5000 m2. Dit is ca. 40% van het grondgebied van een gemeente als Loppersum.
Er is een onderscheid gemaakt tussen modellen waar de koeien het hele jaar op stal staan en modellen met een beperkte weidegang.
Koeien permanent op stal
Het uitgangspunt voor dit concept is een grondloos melkveebedrijf. Hier wordt geen voer geproduceerd en de geproduceerde mest wordt elders weggezet. Voor 1000 koeien is ongeveer 10.000 m2 aan stalruimte nodig. Daarnaast is er ruimte nodig voor opslag van voer, mest en gereedschap.
Uitgangspunt is dat het bedrijf wordt gevestigd in een akkerbouw gebied, waardoor voer van de omliggende boeren verworven kan worden. Daarnaast kan met de akkerbouwers afspraken gemaakt worden over het verwerken van de mestproductie.
Een grondloos melkveebedrijf heeft een geheel andere relatie met het omliggende land dan een traditioneel boerenerf. De programmatische en landschappelijke kenmerken van dit bedrijf lijken meer op dat van een landbouwverwerkingsbedrijf, zoals een aardappelzetmeelfabriek, een suikerfabriek of een Melkfabriek, dan een boerderij. Analoog aan een verwerkingsbedrijf zou een geschikte locatie aan de rand van een dorp, bij een infrastructureel knooppunt of op een industrieterrein, kunnen zijn.
Het programma van eisen kan verdeeld worden in twee hoofd onderdelen, namelijk stalruimte (ca. 10.000 m2) en opslag die tussen 17.000 en 20.000 m2 in beslag neemt.
Wij stellen voor om het terrein in drie ongeveer even brede stroken op te delen; één voor stalruimte en één voor opslag. Daar tussen een strook waarin alle bewegingen tussen stal en opslag plaats vindt en waar de ontsluiting met de openbare weg op uitkomt. In de zone van opslag bevindt zich onder anderen sleufsilo’s (voer), machine loods, parkeren, ontvangstruimte, kantoren en bedrijfswoning.
Alle stalruimtes bevinden zich onder een dak. De gevels (die vaak open zijn) zijn voor de definitie van het object ondergeschikt aan de dakvorm.
Koeien met weidegang
In dit concept wordt voorgesteld om een melkveehouderij te stichten met een beperkte weidegang; 1000 koeien op 100 ha. Ook hier zal het bedrijf in een akkerbouwgebied gehuisvest worden omdat de beperkte weidegang maar een heel klein deel van het nodige voer oplevert. De benodigde capaciteit aan stalruimte en opslag blijft gelijk aan het eerste concept. Ook dit concept kan niet omschreven worden als een boerenerf met weides met grazende koeien. Door de schaal en intensiteit (hoge dichtheid van de koeien) is het in de huidige vorm te omschrijven als een complex van 100 ha.
Ons voorstel is om de ‘cowmunity’ niet als een geïsoleerd bedrijf te zien, ontworpen op een manier die overal ingepast kan worden, maar te proberen het bedrijf in de bestaande sociale, economische en landschappelijke structuur te passen.
Wij stellen voor om het terrein in drie ongeveer even brede stroken op te delen; één voor stalruimte en één voor opslag. Daar tussen een strook waarin alle bewegingen tussen stal en opslag plaats vindt en waar de ontsluiting met de openbare weg op uitkomt. In de zone van opslag bevindt zich onder anderen sleufsilo’s (voer), machine loods, parkeren, ontvangstruimte, kantoren en bedrijfswoning.
Alle stalruimtes bevinden zich onder een dak. De gevels (die vaak open zijn) zijn voor de definitie van het object ondergeschikt aan de dakvorm.
Koeien met weidegang
In dit concept wordt voorgesteld om een melkveehouderij te stichten met een beperkte weidegang; 1000 koeien op 100 ha. Ook hier zal het bedrijf in een akkerbouwgebied gehuisvest worden omdat de beperkte weidegang maar een heel klein deel van het nodige voer oplevert. De benodigde capaciteit aan stalruimte en opslag blijft gelijk aan het eerste concept. Ook dit concept kan niet omschreven worden als een boerenerf met weides met grazende koeien. Door de schaal en intensiteit (hoge dichtheid van de koeien) is het in de huidige vorm te omschrijven als een complex van 100 ha.
Ons voorstel is om de ‘cowmunity’ niet als een geïsoleerd bedrijf te zien, ontworpen op een manier die overal ingepast kan worden, maar te proberen het bedrijf in de bestaande sociale, economische en landschappelijke structuur te passen.
Wij denken dat de grootschalige melkveehouderij in Noord-Nederland maatschappelijk en landschappelijk een grotere kans van slagen heeft als wordt geprobeerd aansluiting te zoeken met aanwezige structuren. De locale situatie zal bij deze houding invloed uitoefenen op bedrijfsvoering en vormgeving van de cowmunity. Het landschap van Noord Nederland is een fijnmazige netwerk van rivieren, kanalen, sloten, dorpen, gehuchten, akkerbouw, grasland, wegen en paden. De schaalvergroting binnen de melkveehouderij moet een natuurlijke plek binnen dit landschap kunnen verwerven.
Duurzaam ondernemen en milieu is in de landbouw een actueel probleem. Door schaalvergroting, kunstmest, bestrijdingsmiddelen en het mestoverschot is een negatief beeld ontstaan van de bijdrage van de landbouw aan het milieu. Juist de schaal zou gebruikt kunnen worden om een aantal duurzame technieken rendabel toe te passen, zoals mestvergisting, zonne-energie, hergebruik afvalstoffen en gebruik van hemelwater.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Alterra
Jaar: 2006
Project: landschappelijke en architectonische verkenning
Duurzaam ondernemen en milieu is in de landbouw een actueel probleem. Door schaalvergroting, kunstmest, bestrijdingsmiddelen en het mestoverschot is een negatief beeld ontstaan van de bijdrage van de landbouw aan het milieu. Juist de schaal zou gebruikt kunnen worden om een aantal duurzame technieken rendabel toe te passen, zoals mestvergisting, zonne-energie, hergebruik afvalstoffen en gebruik van hemelwater.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Alterra
Jaar: 2006
Project: landschappelijke en architectonische verkenning
Mobile Cottage
0336PDF_Mobile Cottage.pdf
1e Modelwoning Mobile Cottage geplaatst
In opdracht van Alescon Diensten en Producten ontwierp DAAD een variant op de stacaravan; de Mobile Cottage. Het eerste prototype van de Mobile Cottage is geplaatst in het park ‘Vijftig Bunder’ in Midlaren en binnenkort te bezichtigen als modelwoning.
Alescon mobile home
Als antwoord op de gangbare, doorgaans slechts in theorie verplaatsbare, recreatiebungalows heeft DAAD Architecten in opdracht van Alescon Groen en Bouwen een mobiele woning ontwikkeld die te gast blijft in het landschap.
De basis is een simpel volume dat in de werkplaatsen van Alescon geproduceerd wordt en in 1 keer op zijn plek gezet kan worden. Dit basisvolume op kolommen ‘zweeft’ boven het landschap. De kopgevels bestaan uit opgeklapte terrassen die in het gebruik neergelaten kunnen worden. Afhankelijk van de plaatselijke regelgeving, locatiespecifieke kwaliteiten en persoonlijke woonwensen worden in het werk componenten aan dit volume toegevoegd. Dit kunnen uitbreidingen van het woonoppervlak zijn zoals een bednis, kast, eetplek, ruimte voor een stapelbed of een serre. Maar ook kunnen het elementen in de buitenlucht zijn als een terras, pergola, veranda, berging, houtopslag, entree, hellingbaan, trap naar het dak. Deze componenten bevinden zich op die plekken waar men de woning in of uit kan, uitzicht heeft, licht binnenlaat, etc.
0336PDF_Mobile Cottage.pdf
1e Modelwoning Mobile Cottage geplaatst
In opdracht van Alescon Diensten en Producten ontwierp DAAD een variant op de stacaravan; de Mobile Cottage. Het eerste prototype van de Mobile Cottage is geplaatst in het park ‘Vijftig Bunder’ in Midlaren en binnenkort te bezichtigen als modelwoning.
Alescon mobile home
Als antwoord op de gangbare, doorgaans slechts in theorie verplaatsbare, recreatiebungalows heeft DAAD Architecten in opdracht van Alescon Groen en Bouwen een mobiele woning ontwikkeld die te gast blijft in het landschap.
De basis is een simpel volume dat in de werkplaatsen van Alescon geproduceerd wordt en in 1 keer op zijn plek gezet kan worden. Dit basisvolume op kolommen ‘zweeft’ boven het landschap. De kopgevels bestaan uit opgeklapte terrassen die in het gebruik neergelaten kunnen worden. Afhankelijk van de plaatselijke regelgeving, locatiespecifieke kwaliteiten en persoonlijke woonwensen worden in het werk componenten aan dit volume toegevoegd. Dit kunnen uitbreidingen van het woonoppervlak zijn zoals een bednis, kast, eetplek, ruimte voor een stapelbed of een serre. Maar ook kunnen het elementen in de buitenlucht zijn als een terras, pergola, veranda, berging, houtopslag, entree, hellingbaan, trap naar het dak. Deze componenten bevinden zich op die plekken waar men de woning in of uit kan, uitzicht heeft, licht binnenlaat, etc.
Terwijl een groot deel van het basisvolume voornamelijk gesloten is bevatten de componenten glas en draaiende delen. Aldus vormen de geprefabriceerde elementen de verbindingen met het landschap.
Deze meest eenvoudige vorm van het mobile cottage is ca. 32 m2 BVO. Dit is de basisvorm waaraan het entreecomponent is opgehangen. Met één extra toegevoegde component naar keuze is de mobile cottage 35 m2 BVO. Afhankelijk van vigerende bestemmingsplannen zijn ook grotere varianten (evt. langer casco) met meer componenten mogelijk. Doordat de gevel modulair is opgebouwd kunnen de componenten er eenvoudig aan gehangen worden en even gemakkelijk verplaatst of verwijderd. Ook kunnen in de loop der tijd nieuwe componenten worden toegevoegd of door bewoners zelf bedacht. Slechts enkele ‘componenten’ maken tientallen variaties in gebruik en uitwendige verschijningsvorm mogelijk. Individueel of in serie toegepast ontstaan zeer specifieke, situatieve oplossingen. In plaats van de ‘normale’ gestage vergroeiing met en kolonisatie van het landschap worden met deze tijdelijke woning elementen in het landschap geplaatst die zich als voorzichtige gasten gedragen.
0336PDF_Mobile Cottage boekje.pdf
Projectgegevens
Opdrachtgever : Alescon
Oplevering : 2006
BVO : 32 m2
Deze meest eenvoudige vorm van het mobile cottage is ca. 32 m2 BVO. Dit is de basisvorm waaraan het entreecomponent is opgehangen. Met één extra toegevoegde component naar keuze is de mobile cottage 35 m2 BVO. Afhankelijk van vigerende bestemmingsplannen zijn ook grotere varianten (evt. langer casco) met meer componenten mogelijk. Doordat de gevel modulair is opgebouwd kunnen de componenten er eenvoudig aan gehangen worden en even gemakkelijk verplaatst of verwijderd. Ook kunnen in de loop der tijd nieuwe componenten worden toegevoegd of door bewoners zelf bedacht. Slechts enkele ‘componenten’ maken tientallen variaties in gebruik en uitwendige verschijningsvorm mogelijk. Individueel of in serie toegepast ontstaan zeer specifieke, situatieve oplossingen. In plaats van de ‘normale’ gestage vergroeiing met en kolonisatie van het landschap worden met deze tijdelijke woning elementen in het landschap geplaatst die zich als voorzichtige gasten gedragen.
0336PDF_Mobile Cottage boekje.pdf
Projectgegevens
Opdrachtgever : Alescon
Oplevering : 2006
BVO : 32 m2
'Running Wood' wint eerste prijs bij Bergen International Woodfestival
Het ontwerp 'Running Wood' ontworpen door Herman Prast (PRASTHOOFT) en Geir Eide (DAAD Architecten) heeft de eerste prijs gewonnen bij het Bergen International Woodfestival te Bergen, Noorwegen. 24 Teams uit heel Europa deden mee om in een week tijd een ruimtelijk object van hout te realiseren. Aan het einde van een week timmerwerk ontstond in het park bij Bergenhus Festning een buitenlucht tentoonstelling van ruimtelijke objecten gemaakt van houten latten (48x48).
Het ontwerp 'Running Wood' ontworpen door Herman Prast (PRASTHOOFT) en Geir Eide (DAAD Architecten) heeft de eerste prijs gewonnen bij het Bergen International Woodfestival te Bergen, Noorwegen. 24 Teams uit heel Europa deden mee om in een week tijd een ruimtelijk object van hout te realiseren. Aan het einde van een week timmerwerk ontstond in het park bij Bergenhus Festning een buitenlucht tentoonstelling van ruimtelijke objecten gemaakt van houten latten (48x48).
Projectomschrijving
'Running Wood' is about using simple geometrical forms to create complex spatial structures. In this case a repetitive square creating a transparent box and 17 crosses consecutively turned 10 degrees.
From a distance, in frontal view, the centre of the cross is exploding in all directions, but contained within the square. While approaching it becomes clear the work is much more spacious.
Inside the space opens up, allowing the eye to experience the curved spaces.
'Running Wood' is about using simple geometrical forms to create complex spatial structures. In this case a repetitive square creating a transparent box and 17 crosses consecutively turned 10 degrees.
From a distance, in frontal view, the centre of the cross is exploding in all directions, but contained within the square. While approaching it becomes clear the work is much more spacious.
Inside the space opens up, allowing the eye to experience the curved spaces.
As one moves through the object, some of the experience is physical and some is visual. There is a tension between the free flowing space and the restricted route within the box. The crosses create an ever changing space but also force the observer to move from the left to right between the spaces on his way through. While moving in this direction the order of the curved space dissolves into chaos, turning back into a different order. Seeing it, wishing to be in the curved space but being unable to enter it, is the contradiction between body and mind. The space of the square is always physical. The spectator is always aware of its containment.
The half open walls of the box allow the sunlight in to play a beautiful game of light and shadow with the turning cross.
The half open walls of the box allow the sunlight in to play a beautiful game of light and shadow with the turning cross.
Lighthouses te Groningen
0225PDF_lighthouses.pdf
Voor velen is de binnenstad een aantrekkelijk woongebied. Ruimte om te bouwen is er echter nauwelijks. Behalve op de daken; daar ligt een prachtig stedelijk landschap te wachten op verkenning. Wonen op dit tweede maaiveld in binnensteden is ondertussen op veel locaties een realistische mogelijkheid. Volledig geprefabriceerde woningen kunnen op de daken worden geplaatst.
Het Lighthouse is ontwikkeld als zo’n woning; een prefab tweede maaiveld woning die binnen de huidige regelgeving en vigerende bestemmingsplannen gebouwd kan worden. Met de oplevering van het project in de Rabenhauptstraat te Groningen in het voorjaar van 2005 is opnieuw een belangrijke stap gezet in het ontwerpproces van het Lighthouse. Na een intensieve discussie tussen opdrachtgever, ontwerper en constructeur en de bouw van een prototype, een maquette schaal 1:1, in november 2003 is met deze realisatie aangetoond dat een droom een DAAD kan worden.
Projectgegevens
Opdrachtgever : Vlasblom Projectontwikkeling
(www.vlasblombv.nl)
Oplevering : 2004
BVO : 50 m2/studiokoopapp.
0225PDF_lighthouses.pdf
Voor velen is de binnenstad een aantrekkelijk woongebied. Ruimte om te bouwen is er echter nauwelijks. Behalve op de daken; daar ligt een prachtig stedelijk landschap te wachten op verkenning. Wonen op dit tweede maaiveld in binnensteden is ondertussen op veel locaties een realistische mogelijkheid. Volledig geprefabriceerde woningen kunnen op de daken worden geplaatst.
Het Lighthouse is ontwikkeld als zo’n woning; een prefab tweede maaiveld woning die binnen de huidige regelgeving en vigerende bestemmingsplannen gebouwd kan worden. Met de oplevering van het project in de Rabenhauptstraat te Groningen in het voorjaar van 2005 is opnieuw een belangrijke stap gezet in het ontwerpproces van het Lighthouse. Na een intensieve discussie tussen opdrachtgever, ontwerper en constructeur en de bouw van een prototype, een maquette schaal 1:1, in november 2003 is met deze realisatie aangetoond dat een droom een DAAD kan worden.
Projectgegevens
Opdrachtgever : Vlasblom Projectontwikkeling
(www.vlasblombv.nl)
Oplevering : 2004
BVO : 50 m2/studiokoopapp.
Prijsvraag Burgstrasse te Oldenburg
0403PDF_burgstrasse.pdf
Wedstrijd voor een complexe verdichtingoperatie. Op basis van de middeleeuwse verkavelingstructuur is een plan tot stand gekomen waarin met behoud van de karakteristieke kleinschaligheid een fors programma in de Oldenburger binnenstad kan worden toegevoegd.
Projectgegevens
Jaar: 2004
Project: prijsvraag
0403PDF_burgstrasse.pdf
Wedstrijd voor een complexe verdichtingoperatie. Op basis van de middeleeuwse verkavelingstructuur is een plan tot stand gekomen waarin met behoud van de karakteristieke kleinschaligheid een fors programma in de Oldenburger binnenstad kan worden toegevoegd.
Projectgegevens
Jaar: 2004
Project: prijsvraag
Milieu-boulevard te Groningen
0324PDF_Milieu-boulevard.pdf
De opgave biedt kansen drie belangrijke tradities van de stad Groningen opnieuw kritisch tegen het licht te houden. De eerste is het behoud van de compacte stad, de tweede de samenhang in het buitengebied, de derde innovatie in milieutechniek.
De compacte stad wordt tegelijkertijd groter en compacter. Hiermee verdwijnen stedelijke open ruimten, rafelranden en achterkanten. Gebieden die weinig eigen druk genereren en dus altijd op de nominatie staan opgevuld en ingericht te worden. Gebieden waar niet geplande en ongewenste programma’s een plek vinden, waar altijd van alles mogelijk is.
Infrastructuur, bedrijventerreinen en uitbreidingswijken doorbreken vaak landschappelijke patronen en verbindingen. Dit heeft geleid tot het breed gedragen idee dat bouwen in het landschap per definitie aantasting betekent. Wanneer architectuur en landschap in samenhang ontworpen worden kan bebouwing een verrijking van het landschap betekenen, patronen leesbaar en beleefbaar maken, verbanden versterken en natuurlijke processen op gang helpen.
0324PDF_Milieu-boulevard.pdf
De opgave biedt kansen drie belangrijke tradities van de stad Groningen opnieuw kritisch tegen het licht te houden. De eerste is het behoud van de compacte stad, de tweede de samenhang in het buitengebied, de derde innovatie in milieutechniek.
De compacte stad wordt tegelijkertijd groter en compacter. Hiermee verdwijnen stedelijke open ruimten, rafelranden en achterkanten. Gebieden die weinig eigen druk genereren en dus altijd op de nominatie staan opgevuld en ingericht te worden. Gebieden waar niet geplande en ongewenste programma’s een plek vinden, waar altijd van alles mogelijk is.
Infrastructuur, bedrijventerreinen en uitbreidingswijken doorbreken vaak landschappelijke patronen en verbindingen. Dit heeft geleid tot het breed gedragen idee dat bouwen in het landschap per definitie aantasting betekent. Wanneer architectuur en landschap in samenhang ontworpen worden kan bebouwing een verrijking van het landschap betekenen, patronen leesbaar en beleefbaar maken, verbanden versterken en natuurlijke processen op gang helpen.
In de traditie die Groningen kent met betrekking tot innovatie in milieutechnologie zou de milieuboulevard 2 bij uitstek het gebied kunnen zijn waarmee de stad toont dat met de bouw van hoogwaardige milieugerelateerde bedrijven de kwaliteit van de stadsrand en het landschap verbeteren.
In het voorstel begeleidt de snelweg niet de nieuwe stadsmuur, maar doorsnijdt hij op vijftien meter hoogte de nieuwe rafelrand van de stad. Onder de snelweg door strekt de milieuboulevard zich aan twee zijden uit van Meerstad tot het Winschoterdiep. De langgerekte kavels, ooit onderbroken door de snelweg, worden opnieuw verbonden en functioneren als verkaveling van het terrein. Gedeeltelijk worden deze kavels uitgegeven aan bedrijven, gedeeltelijk vormen zij een patroon van verbindende landschappelijke elementen in een ecologische zone van Meerstad tot aan het Paterswoldse meer en verder.
Loodrecht op deze verkavelingrichting zijn drie structurerende lijnen te herkennen. Ten eerste het stroomdallandschap van de Hunze, een open gebied waarin met langzaam verkeer waarin de erfscheidingen tussen de kavels zoals voormalige boomwallen uitlopen. Ten tweede de snelweg op poten waaronder een centrale ontsluitingsweg voor het gebeid. Ten derde een langzaam verkeersroute over en tussen de kavels waarlangs ekokathedrale vrijplaatsen waar de stedelijke bevolking zich vrij kan uitleven in de bouw van boomhutten, le Roy tuinen en wilde speeltuinen. Restproducten van de afvalverwerkende bedrijven worden hier gestort en razendsnel verwerkt, overwoekerd, opnieuw bebouwd, etc.
In het voorstel begeleidt de snelweg niet de nieuwe stadsmuur, maar doorsnijdt hij op vijftien meter hoogte de nieuwe rafelrand van de stad. Onder de snelweg door strekt de milieuboulevard zich aan twee zijden uit van Meerstad tot het Winschoterdiep. De langgerekte kavels, ooit onderbroken door de snelweg, worden opnieuw verbonden en functioneren als verkaveling van het terrein. Gedeeltelijk worden deze kavels uitgegeven aan bedrijven, gedeeltelijk vormen zij een patroon van verbindende landschappelijke elementen in een ecologische zone van Meerstad tot aan het Paterswoldse meer en verder.
Loodrecht op deze verkavelingrichting zijn drie structurerende lijnen te herkennen. Ten eerste het stroomdallandschap van de Hunze, een open gebied waarin met langzaam verkeer waarin de erfscheidingen tussen de kavels zoals voormalige boomwallen uitlopen. Ten tweede de snelweg op poten waaronder een centrale ontsluitingsweg voor het gebeid. Ten derde een langzaam verkeersroute over en tussen de kavels waarlangs ekokathedrale vrijplaatsen waar de stedelijke bevolking zich vrij kan uitleven in de bouw van boomhutten, le Roy tuinen en wilde speeltuinen. Restproducten van de afvalverwerkende bedrijven worden hier gestort en razendsnel verwerkt, overwoekerd, opnieuw bebouwd, etc.
Aan de te bebouwen kavels worden strikte randvoorwaarden gesteld met betrekking tot ecologie, waterhuishouding, verhard oppervlak en toegankelijkheid. Zo zal elk bebouwd oppervlak ergens in het project in groen oppervlak moeten terugkeren (daken, gevels), wordt al het afvalwater op het terrein gezuiverd, mag maximaal 50% van het kavel bebouwd worden, vindt geen verharding op de kavels plaats, moet licht en demontabel gebouwd worden, blijft minimaal 20% van het kavel publiekstoegankelijk, etc. Een bedrijf dat een kavel koopt wordt beheerder van dit terrein van Winschoterdiep tot Meerstad, dus inclusief afvalbergen, Hunzedal en publieksroutes en kan dit terrein exploiteren als productiebos, bouwgrond, manifestatieterrein, opslag, etc. De mogelijke dynamiek zorgt voor een permanent wisselend beeld. Het bezoekend publiek kan actief betrokken raken bij de inrichting ervan, de op hoogte passerende automobilist ervaart het dakenlandschap als een eigentijdse bloembollenveldenvariant met op de achtergrond de Martinitoren.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Groningen
Jaar: 2004
Project: prijsvraag
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Groningen
Jaar: 2004
Project: prijsvraag
Aanleginrichting autobrug te Vlieland
0041PDF_autobrugvlieland.pdf
De aanleginrichting is een brugdek dat aan één zijde scharnierend bevestigd is aan de wal en aan de andere zijde omhoog en omlaag kan bewegen. Bij wisselende waterstanden kunnen de veerboten zo altijd aanmeren en kunnen de mensen gemakkelijk van de wal op het schip komen. Hoog boven het brugdek staat, op vier palen, een ruimte met daarin de motor die het brugdek op en neer kan doen bewegen doormiddel van staalkabels. Op het vaste land en bij alle eilanden staat een dergelijke aanleginrichting. Alleen op het eiland Vlieland staat nog een hele oude inrichting die aan vervangen toe is.
0041PDF_autobrugvlieland.pdf
De aanleginrichting is een brugdek dat aan één zijde scharnierend bevestigd is aan de wal en aan de andere zijde omhoog en omlaag kan bewegen. Bij wisselende waterstanden kunnen de veerboten zo altijd aanmeren en kunnen de mensen gemakkelijk van de wal op het schip komen. Hoog boven het brugdek staat, op vier palen, een ruimte met daarin de motor die het brugdek op en neer kan doen bewegen doormiddel van staalkabels. Op het vaste land en bij alle eilanden staat een dergelijke aanleginrichting. Alleen op het eiland Vlieland staat nog een hele oude inrichting die aan vervangen toe is.
Allereerst was het de bedoeling de standaard aanleginrichting met de motorruimte geheel uit witkunststof op het eiland te plaatsen. Voor de eilandbewoners was dit echter geen optie. Rijkswaterstaat heeft daarom aan DAAD Architecten gevraagd om de aanleginrichting anders vorm te geven.
De speelruimte voor ons was klein omdat het principe van het brugdek en de motor op hoge palen gehandhaafd blijft. Wat overblijft, is het vormgeven van de motorruimte en de kleuren te bepalen van de rest.
Doel van DAAD Architecten was om de motorruimte minder opvallend te doen laten zijn. We hebben gekozen voor een glazen behuizing in een stalen kader.
Hierdoor is het mogelijk door de ruimte heen te kijken en verandert de sfeer, de kleur van het gebouw afhankelijk van het licht.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Rijkswaterstaat
Oplevering: 2003
De speelruimte voor ons was klein omdat het principe van het brugdek en de motor op hoge palen gehandhaafd blijft. Wat overblijft, is het vormgeven van de motorruimte en de kleuren te bepalen van de rest.
Doel van DAAD Architecten was om de motorruimte minder opvallend te doen laten zijn. We hebben gekozen voor een glazen behuizing in een stalen kader.
Hierdoor is het mogelijk door de ruimte heen te kijken en verandert de sfeer, de kleur van het gebouw afhankelijk van het licht.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Rijkswaterstaat
Oplevering: 2003
Duurzame landbouwschuren
0140PDF_Duurzame landbouwschuren.pdf
Het platteland ondergaat ingrijpende wijzigingen. Waar eeuwenlange traditie borg stond voor een onveranderlijk beeld met regionale verschillen leiden noodzakelijke schaalvergroting, herverkavelingoperaties, veeziektes en nieuwe technologieën tot een plattelandsdynamiek die zich qua impact kan meten met veranderingsprocessen in en rond de stad. Met deze ontwikkeling komen niet alleen de relaties tussen boerderij, erf en landschap onder druk te staan, maar dreigt ook de diversiteit uit het Nederlands agrarisch landschap te verdwijnen. Behalve gebrek aan oog voor bebouwings- en omgevingskwaliteit kan de agrarische sector als geheel het verwijt gemaakt worden de discussie rond duurzaamheid, die in woning- en utiliteitsbouw al grotendeels is uitgekristalliseerd, tot op heden nauwelijks te hebben willen voeren.
Het onderzoek is niet gericht op het onzichtbaar maken van de bebouwing, noch op het beschrijven van de ondergrens van de kwaliteit ervan. Ook het terugvinden van beelden die in het verleden zijn ontstaan vanuit de organisatie van het toenmalige boerenbedrijf, lokale materialen of bouwtraditie lijkt ons voor de toekomst van de dynamische bedrijfstak weinig relevant.
0140PDF_Duurzame landbouwschuren.pdf
Het platteland ondergaat ingrijpende wijzigingen. Waar eeuwenlange traditie borg stond voor een onveranderlijk beeld met regionale verschillen leiden noodzakelijke schaalvergroting, herverkavelingoperaties, veeziektes en nieuwe technologieën tot een plattelandsdynamiek die zich qua impact kan meten met veranderingsprocessen in en rond de stad. Met deze ontwikkeling komen niet alleen de relaties tussen boerderij, erf en landschap onder druk te staan, maar dreigt ook de diversiteit uit het Nederlands agrarisch landschap te verdwijnen. Behalve gebrek aan oog voor bebouwings- en omgevingskwaliteit kan de agrarische sector als geheel het verwijt gemaakt worden de discussie rond duurzaamheid, die in woning- en utiliteitsbouw al grotendeels is uitgekristalliseerd, tot op heden nauwelijks te hebben willen voeren.
Het onderzoek is niet gericht op het onzichtbaar maken van de bebouwing, noch op het beschrijven van de ondergrens van de kwaliteit ervan. Ook het terugvinden van beelden die in het verleden zijn ontstaan vanuit de organisatie van het toenmalige boerenbedrijf, lokale materialen of bouwtraditie lijkt ons voor de toekomst van de dynamische bedrijfstak weinig relevant.
De studie is vertrokken vanuit het idee dat het eigentijdse agrarische bedrijf samen met duurzame architectuur en landschap genoeg potentie hebben om een nieuwe regionaliteit te bewerkstelligen.
Onze totale ervaringsruimte is onder te verdelen in een drietal gebieden: een intieme zone van handelen, een wijdere zone van lopen en een uitgestrekte zone van zien. De ervaringsruimte is dus een samengestelde ruimte, een superpositie van steeds groter wordende ruimtes. Deze drievoudigheid van de ervaringsruimte heeft haar architectonische consequenties: zij vereist een drievoudige afbakening van de ruimte; de cella, het hof en het domein.
Vertaald naar een agrarisch landschap zijn de cella, het hof en het domein: de boerderij, het erf en het open land. In de ruimtelijke opbouw van het landschap is de verhouding tussen deze drie bepalend. Lange tijd is deze verhouding harmonieus en constant geweest. De agrarische bedrijvigheid in Nederland, gerelateerd aan bodemgesteldheid, kon zich eeuwenlang prima redden met beproefde middelen en bebouwing.
Onze totale ervaringsruimte is onder te verdelen in een drietal gebieden: een intieme zone van handelen, een wijdere zone van lopen en een uitgestrekte zone van zien. De ervaringsruimte is dus een samengestelde ruimte, een superpositie van steeds groter wordende ruimtes. Deze drievoudigheid van de ervaringsruimte heeft haar architectonische consequenties: zij vereist een drievoudige afbakening van de ruimte; de cella, het hof en het domein.
Vertaald naar een agrarisch landschap zijn de cella, het hof en het domein: de boerderij, het erf en het open land. In de ruimtelijke opbouw van het landschap is de verhouding tussen deze drie bepalend. Lange tijd is deze verhouding harmonieus en constant geweest. De agrarische bedrijvigheid in Nederland, gerelateerd aan bodemgesteldheid, kon zich eeuwenlang prima redden met beproefde middelen en bebouwing.
Na-oorlogse schaalvergroting en ruilverkavelingen leverden de eerste grote veranderingen in het landschap. Met de invoering van kunstmest en nieuwe technologieën in landbouw en veeteelt zijn de bedrijven footloose geworden en ontstaan nieuwe gebruikspatronen. De ontwikkelingen zijn niet alleen onontkoombaar en onomkeerbaar, de potentie van hoge dynamiek in het agrarisch bedrijf is wellicht de redding ervan en moet derhalve als positieve kracht worden gezien. De vraag is eerder hoe we opnieuw een evenwicht kunnen vinden tussen de cella, het hof en het domein.
“Hij houdt van het geometrische landschap, van de rijen populieren in streng gelid met vijftien passen tussen elke stam. Wat recht is, is mooi. Een eik in het veld zou hier passen als een cirkel in een werk van Mondriaan. De kleiboeren zijn schepper naast God, maar omdat ze iets minder zeker van hun zaak zijn, leggen ze slingertûnen aan met niervormige vijvers en ovale bloemperken – als tegenwicht voor de strakke akkers.”
(De Graanrepubliek, p.16, Frank Westerman 1999)
Informatiepunt Duurzaam Bouwen - 2006.pdf
Projectgegevens
Opdrachtgever: Informatiepunt Duurzaam Bouwen
Jaar: 2002
Project: Studie
“Hij houdt van het geometrische landschap, van de rijen populieren in streng gelid met vijftien passen tussen elke stam. Wat recht is, is mooi. Een eik in het veld zou hier passen als een cirkel in een werk van Mondriaan. De kleiboeren zijn schepper naast God, maar omdat ze iets minder zeker van hun zaak zijn, leggen ze slingertûnen aan met niervormige vijvers en ovale bloemperken – als tegenwicht voor de strakke akkers.”
(De Graanrepubliek, p.16, Frank Westerman 1999)
Informatiepunt Duurzaam Bouwen - 2006.pdf
Projectgegevens
Opdrachtgever: Informatiepunt Duurzaam Bouwen
Jaar: 2002
Project: Studie
Emmaviaduct te Groningen
9515PDF_Emmaviaduct Groningen.pdf
De opgave betreft de herinrichting van de verkeersverbinding tussen het Julianaplein en het Emmaviaduct, zijnde de belangrijkste invalsroute van de stad Groningen, welke onmiddellijk aansluit om de rijksweg A28.
Doel is geweest het karakter van de route te transformeren van een buitenstedelijke verlegging van de rijksweg A28 tot een weg op stadniveau. De verkeerintensiteit en de noodzaak tot het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen zijn daarbij stringent, technische randvoorwaarden. Het project is ontwikkeld in nauwe samenhang met de dienst Ruimtelijke Ordening van de Gemeente Groningen.
Stedenbouw en architectuur
In de eerste plaats wordt de schaalingreep in dit deel van de stad geaccepteerd als een vaststaand en uitdagend gegeven dat niet verborgen kan en mag worden.
Daarna is er sprake van een schaalverkleining op het niveau van het wegdek door het aanbrengen van een tussenberm. De typische elementen, behorende bij het snelverkeer (vangrail, geluidwering, verlichting), zijn vervangen door meer stedelijke oplossing: materiaal, kleur en detail.
9515PDF_Emmaviaduct Groningen.pdf
De opgave betreft de herinrichting van de verkeersverbinding tussen het Julianaplein en het Emmaviaduct, zijnde de belangrijkste invalsroute van de stad Groningen, welke onmiddellijk aansluit om de rijksweg A28.
Doel is geweest het karakter van de route te transformeren van een buitenstedelijke verlegging van de rijksweg A28 tot een weg op stadniveau. De verkeerintensiteit en de noodzaak tot het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen zijn daarbij stringent, technische randvoorwaarden. Het project is ontwikkeld in nauwe samenhang met de dienst Ruimtelijke Ordening van de Gemeente Groningen.
Stedenbouw en architectuur
In de eerste plaats wordt de schaalingreep in dit deel van de stad geaccepteerd als een vaststaand en uitdagend gegeven dat niet verborgen kan en mag worden.
Daarna is er sprake van een schaalverkleining op het niveau van het wegdek door het aanbrengen van een tussenberm. De typische elementen, behorende bij het snelverkeer (vangrail, geluidwering, verlichting), zijn vervangen door meer stedelijke oplossing: materiaal, kleur en detail.
Materialisering
Wegdek: absorberend asfalt
Middenberm: thermisch verzinkt staal, groenvoorzieningen
Geluidwering: roestvaststaal
Verlichting: thermisch verzinkt staal
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Groningen
Oplevering: 1996
Wegdek: absorberend asfalt
Middenberm: thermisch verzinkt staal, groenvoorzieningen
Geluidwering: roestvaststaal
Verlichting: thermisch verzinkt staal
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Groningen
Oplevering: 1996
