2011 > 2009

> <   1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9
 
Jongerenwoningen te Echten


Destijds heeft Alescon, samen met de gemeente De Wolden, de locatie aangedragen bij Woonconcept. Aan de straatzijde stond met de nokrichting haaks op de weg een boerderij met aangebouwde schuur. Verder stonden op het erf nog een grote vrijstaande schuur/overkapping en diverse kleinere bouwwerken. De mestopslag lag achter op het erf aan de es. De gebouwen waren grotendeels in een slechte bouwkundige staat.


Doel was het ontwikkelen van 10 jongerenwoningen op een zo efficiënt mogelijke wijze binnen de financiële randvoorwaarden, en op een wijze die recht zou doen aan de context.
Uitgangspunt hierbij was ook de samenwerking met Alreno Bouw (voorheen werkvoorzieningschap Alescon te Beilen) als bouwpartner.


 
Het programma van de jongerenwoningen is in twee gebouwen gerealiseerd die voldoen aan de huidige eisen van Woonconcept over kwantiteit en kwaliteit. DAAD Architecten heeft gekozen voor een architectuur die ingetogen is en goed past in de bestaande agrarische lintbebouwing van boerderijen. Om de massa beperkt te houden is gekozen voor twee gebouwen, vergelijkbaar met een boerderij en een schuur, en passend in verhouding tot de omliggende bebouwing. De buitenruimten van de woningen liggen binnen de gevel- en daklijn van de gebouwen.
De twee gebouwen zijn verschillend uitgewerkt, reagerend op de oriëntatie van de plek en de zon. Hierdoor zijn ook de woningen verschillend van elkaar geworden. Er is gekozen voor een houtskelet bouwmethodiek. De buitengevel is opgebouwd in een houten gevelbekleding.
 
Er was een grote behoefte aan betaalbare jongerenwoningen en de woningen zijn dan ook verhuurd aan jongeren van 18 t/ m 30 jaar, uit de directe omgeving. De bewoners zijn erg enthousiast over de woningen. De verschillende overheden hebben bijgedragen aan het project. De Provincie Drenthe was bij het project betrokken i.v.m. de sanering van de locatie met een subsidie als bijdrage hierin. De gemeente De Wolden heeft hierin ook geparticipeerd.
De nieuwbouw heeft geleid tot een kwaliteitsverbetering van de plek en ook het aanzicht vanaf de zijde van es toont geen achterkant. Het doorzicht vanaf de openbare weg naar de es is verbeterd. Deze blijft ook open door ligging van de toegangsweg naar het gebouw gelegen aan de es. De parkeervoorzieningen voor de bewoners en bezoekers zijn op het eigen erf ingericht.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Woonconcept
Oplevering: 2011
BVO: 1.400 m2


 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
Essay hoogbouw te Gelderland


DAAD heeft in opdracht van de provincie Gelderland een essay, een studie, naar hoogbouw in de provincie Gelderland gemaakt. Naast DAAD is door bureau Lubbers, Wim Korvinus en Paul Dijkman een reflectie op hoogbouw in de provincie Gelderland geschreven. Tezamen met een begeleidend essay door de provincie zelf zijn deze essays onlangs verschenen.
DAAD heeft in dit essay een beschouwende benadering gekozen waarin een systematische nauwkeurige waardering van hoogbouw cruciaal is.


1029PDF_Essay hoogbouw.pdf


De beoordeling van een hoogbouwplan is niet eenvoudig, zelden kun je terugvallen op routine of duidelijke regels en afspraken. In dit essay wordt voor een aantal projecten in verschillende omgevingen en van diverse pluimage op systematische wijze een soort hoogbouweffect rapportage gemaakt. Het betreft hier bestaande projecten. In die zin vormt de analyse een testcase want hetzelfde traject zou ook voor een nieuw ontwerp gevolgd kunnen worden, zij het dan gesimuleerd. Daarmee zou het een instrument kunnen zijn om hoogbouwplannen te beoordelen.
De keuze van projecten is gebaseerd op de bouwperiode, de landschappelijke- en stedelijke context, het gebouwtype en de functie.
 
Alle projecten zijn in hoogte afwijkend van de directe omgeving. Daarmee hebben we onze definitie van hoogbouw te pakken:
De hoogte is dusdanig afwijkend van (een deel van) de directe omgeving dat het gebouw zich losmaakt uit die omgeving. Dus ook een project dat slechts weinig afwijkt van de nabije omgeving kan als hoogbouw beleefd worden.
In dorpse context is vaak de bouwmassa, de omvang en minder de hoogte het bezwaar.
Een silo, watertoren of kerktoren wordt zelden bezwaarlijk gevonden. Vandaar dat deze dorpse ‘uitwassen’ niet in dit essay zijn opgenomen.
Hoogbouwconcentraties zoals in Frankfurt of Rotterdam hebben we in Gelderland niet aangetroffen.


Na onze systematische inventarisatie veroorloven we ons voor elk project een tweetal subjectieve beschouwingen:
- Kan het hoger en wordt het dan beter?
of:
- Kan het lager en wordt het dan beter?


 
Waarna door ons de voor of tegen (inclusief mits en maar) conclusie alsnog getrokken wordt.


Het ontwikkelen van hoogbouwprojecten is altijd risicovol. voor zowel bouwer, architect, omwonende als de overheid. Wij pleiten er voor om deze trajecten niet dicht te timmeren met regels en verboden. Dit is een pleidooi om goed te kijken, te vergelijken en te beschouwen om zo beargumenteerd een wonderschoon risico aan te kunnen gaan.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Provincie Gelderland
Jaar: 2010
Project: studie





 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5
 
36 Seniorenwoningen te Doetinchem opgeleverd


0627PDF_doetinchem.pdf


Voor de wijk Oosseld te Doetinchem heeft DAAD 36 seniorenwoningen ontworpen in drie gebouwen, deels ter vervanging van bestaande ouderenwoningen binnen het plangebied.
In het masterplan van Andries Geerse, de zogenaamde Dorpscampus, zijn een aantal stedenbouwkundige randvoorwaarden vastgelegd die door DAAD stap voor stap zijn ‘gereïnterpreteerd’. Resulterend in drie sculpturale woongebouwen met het karakter van een grote woning in plaats van een stapeling van appartementen.
 
Binnen de beschikbare stedenbouwkundige contour is een optimale vorm gezocht om een aantal wensen te verwezenlijken:


- De drie gebouwen worden sterk op elkaar en op de directe omgeving betrokken. Zowel op de bestaande wijk als de overige plandelen door een duidelijke richting aan de kapvorm te geven.
- Door een asymmetrisch profiel en het laten variëren van de goothoogte van de kap wordt een goede aansluiting op de kleinschalige woningen in de omgeving mogelijk.
- Een herverdeling van de appartementen over de drie beschikbare bouwlagen; in plaats van 4 appartementen per laag wordt de verdeling vier-vijf-drie. Er kan op de begane grond een goede overgang privé - openbaar gemaakt worden en ontstaat een grotere vrijheid in het bepalen van de daklijn.
- Het ruimtelijk benutten van de dakvorm in de doorsnede van de woningen en het plaatsen van gemeenschappelijke voorzieningen als een dakterras en bergingen.
- Naast de grote gemeenschappelijke buitenruimte en de brede galerijstraat die op de campus georiënteerd zijn hebben de woningen ook een klein privé balkon aan de rustige zijde van de woningen.


 
De woningen worden ondergebracht in de ‘kern’ van het gebouw, uitgevoerd in metselwerk. Hieromheen wordt een ruime ‘schil’ geplaatst, bekleed met een cementgebonden beplating. De kleuren harmoniëren met die van het metselwerk en de karakteristieke kappen in de wijk Oosseld. In de ruimte tussen schil en kern worden de buitenruimtes, trappen en ontsluiting geplaatst. De woningplattegronden zijn ontworpen als levensloop bestendige woningen, voldoen aan woonkeur en de algemene richtlijnen voor seniorenwoningen.


Projectgegevens
Opdrachtgever : Sité Woondiensten
Oplevering: 2010
BVO: 3300 m2


 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
Bloemsingel te Groningen


0510PDF_bloemsingel.pdf


Het Paleis in Groningen, eerder bekend in Groningen onder de naam Bloemsingel 10 is in sept. 2009 geopend. Alle appartementen en ateliers zijn betrokken.


In het voormalig scheikundig laboratorium aan de Bloemsingel 10 is een ontwerp gemaakt voor een cultureel woon-werkgebouw. Naast ateliers, studio’s appartementen en diverse bedrijfsruimten vinden vele culturele activiteiten plaats vinden in het gebouw o.a. de maandelijkse Culturele Zondagen.


 
De publieksfuncties zijn gerangschikt rondom de toegankelijk gemaakte westelijke binnenplaats van het gebouw. De tweede binnenplaats heeft een meer besloten karakter met een binnentuin voor bewoners en kunstenaars. De woningen bevinden zich op de bovenste twee lagen.


Historische elementen in het gebouw en de buitengevels worden zo veel mogelijk gehandhaafd, nieuwe toevoegingen zijn duidelijk als zodanig herkenbaar met als meest markante punt de nieuwe doorgang naar de westelijke binnenplaats waar de horecafunctie een plek heeft gekregen naast en boven de doorgang.


Het programma omvat 19 woningen en 8 studio’s, met een totaal oppervlakte van een 2500 m2, een auditorium/conferentieruimte van 200 m2, een horecagelegenheid van 200 m2, een hotel met 10 kamers, 3 vergaderruimtes, een projectruimte van 90 m2, 500 m2 startersateliers, 1260 m2 (koop)ateliers en 1100 m2 bedrijfsruimte waar hoofdzakelijk creatieve bedrijven zich hebben gevestigd.


www.hetpaleisgroningen.nl


Projectgegevens
Opdrachtgever: Nijestee Vastgoed
Oplevering: 2009
BVO: 7.500 m2


 
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
Eelderzoom te Groningen


0546PDF_eelderzoom.pdf


Aan de westzijde van de stad Groningen is een ecologische zone aangelegd die de verbinding vormt tussen de na-oorlogse wijk Vinkhuizen en de Vinex-wijk de Held; de Eelderbaan.
Een grootschalige herstructurering van Vinkhuizen, waar dit een onderdeel vanuit maakt, beoogd een betere aansluiting op huidige woonbehoeftes en een gevarieerder woningaanbod. Op de plaats van de gesloopte Vuursteenflat wordt nu het buurtje de Eelderzoom gebouwd.
In tegenstelling tot de neutrale stempels van Vinkhuizen wordt de Eelderzoom als een nieuwe stempel opgevat met een specifiek karakter en samenhang. Zo vormt het aan de noordzijde een wand van een stedelijk plein, hebben de verandawoningen aan de westzijde vrij uitzicht op de groene strook en liggen er achter deze rijen meer beschutte, lage blokken met patiowoningen.


 
De Eelderzoom wordt ontwikkeld als een projectmatige vorm van particulier opdrachtgeverschap. Dat wil zeggen dat de toekomstige bewoners de opdrachtgevers zijn en hun individuele woonwensen maximaal kunnen inbrengen met de procesmatige en financiële voordelen van projectmatige bouw. Er zijn vier architecten gevraagd elk één van de vier blokken vorm te geven. In een intensief voorbereidings- en ontwerptraject werken de architecten en de gedelegeerde opdrachtgevers de Huismeesters en KUUB aan de vraag hoe maximale individuele vrijheid een verrijking in het ontwerp kan betekenen en de samenhang tussen de woningen en de blokken kan worden geborgd.
Het blok van DAAD bevat 21 verandawoningen die op de Eelderbaan gericht zijn terwijl de ontsluiting aan de straatzijde plaatsvindt. De problematiek van de dubbele voorzijde heeft een woningtype met een opgetilde begane grond opgeleverd met specifiek vormgegeven overgangen van privé naar openbaar naar de twee zijden. Aan de westzijde zorgt een collectieve groenzone ervoor dat het park daadwerkelijk tot aan de gevels loopt. De veranda’s steken uit de bouwdelen het park in.
 
Aan de oostzijde wordt doormiddel van bouwdelen en de carport een intieme buitenruimte gecreëerd. De ophoging van het peil vergroot de relatie van de woonkamer aan de straatzijde. Het blok hebben we opgevat als een metselwerkmonoliet, waarin de verschillende buitenruimten in hout worden uitgevoerd. Hierdoor krijgen deze plekken een soort interieur kwaliteit.
De specifieke bewonerswensen hebben we tot een belangrijk onderdeel van de architectuur gemaakt. Naast verschillende interieuropties kan op de tweede bouwlaag een uitbreiding op het basistype komen. De hoeken van de blokken worden standaard uitgevoerd in driebouwlagen.
Daartussen zal er een gevarieerde verzameling van keuzeopties ontstaan. Welk eindbeeld dit oplevert weten we niet, we weten wel dat dit een afspiegeling zal zijn van de invloed en keuzevrijheid van de bewoners.
Het workshopverband waarin de architecten aan de plannen gewerkt hebben heeft onder andere de straat als ontwerpopgave van gevel tot gevel naar voren gebracht.
 
Met afspraken over inrichting van de openbare ruimte, materiaalkeuze, bouwsystemen en detaillering zal met de Eelderzoom een buurt ontstaan waarin naast de zichtbare bewonersvrijheid een grote mate van ruimtelijke samenhang te vinden is. Bovendien hebben de bewoners elkaar al ver voor de bouw ontmoet, individuele wensen kenbaar gemaakt en samen keuzes gemaakt, waarmee de Eelderzoom al een sociale geschiedenis gekregen heeft voordat de eerste bewoner er komt te wonen.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Particuliere bewoners/eigenaars
Gedelegeerd opdrachtgever: de Huismeesters
Organisatie particulier opdrachtgeverschap: KUUB
Architecten: Moriko Kira, Scheffer van der Wal, ONIX en DAAD
Oplevering: 2009


 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
Geschapen voor Rolde


0847PDF_Nooitgedacht.pdf


De nieuwe wijk Nooitgedacht ligt op een terrein van ‘de Trans’. De Trans is een organisatie die zorg en diensten aan mensen aanbiedt met een verstandelijke beperking, autisme, of een aan autisme verwante stoornis.
Een belangrijke peiler onder het ontwerp is omgekeerde integratie. Bij omgekeerde integratie is het doel de terreinen meer open te leggen voor een ieder, waardoor de bewoners van ‘Wonen op de Es’ de mensen van de Trans kunnen ontmoeten.
Dit kan men vormgeven op drie niveaus:
- Op het niveau van Rolde
- Op het niveau van het terrein
- Op het niveau van het individu


 
Landschap
Op het niveau van Rolde is gezorgd voor een perfecte aansluiting van het te ontwikkelen gebied op de omgeving. Daarnaast is het zo vormgegeven dat het een aanleiding vormt om naar toe te gaan, hier valt wat te zien en te beleven!
Op het niveau van het terrein is er voor gezorgd dat het veld een onlosmakelijk onderdeel vormt van het geheel. Het zit er letterlijk aan vast met de padenstructuur, maar het biedt ook iets dat het terrein nog niet heeft, namelijk een schapenwei. Het beheer van de schapen en de wei kan in overleg met de Trans vormgegeven worden.
Op het niveau van het individu een goede integratie op gang brengen vraagt tijd en begrip. In het plan dat voorligt is met de inrichting en de stedenbouw rekening gehouden met een maximale ontmoeting tussen verschillende doelgroepen. Paden lopen door de wijk heen en kruisen elkaar op plekken waar een ontmoeting mogelijk is.


 
Wonen op de Es
Wonen in het groen: dat wil toch iedereen? Uit de praktijk blijkt dat deze vraag niet door iedereen bevestigend beantwoord wordt. Mensen willen graag in het groen wonen, maar dan zonder onderhoud.
In dit plan van ‘Wonen op de Es’ kan een ieder optimaal van het landschap genieten zonder zichzelf in het zweet te hoeven werken. De tuinen lijken uit te strekken tot in de verte wat een gevoel geeft van rust en vrijheid. Naast de groene vlakten zorgt de schapenwei voor een levendige natuurlijke omgeving.


De grondgebonden woningen in een groene setting zorgen gezamenlijk voor een dorps karakter.


De verschillende typen laagbouw zorgen voor veel afwisseling in het dakenlandschap. Het woningaanbod is zeer divers. Deze diversiteit zit naast de typen (vrijstaand, geschakeld, rijwoningen) ook in de maten van de woningen. De oppervlaktematen variëren van 90 tot 200 m2 gebruikersoppervlakte.
 
Verbindend snoer van buitenruimtes en terrassen
Hoewel er een levendige mix van los naast elkaar geplaatste woningen is worden ze tot een geheel gesmeed door de buitenruimtes en terrassen te koppelen tot een snoer op de grens tussen woning en weide. De beschikbare ruimte tussen de woningen en de uitgiftegrens van het plangebied wordt volledig uitgevuld met een gebouwd terras. Veel woningen in het plan zijn ruim een meter opgetild boven het maaiveld, dat geld ook voor de bijbehorende terrassen. Het hoogteverschil zorgt er voor dat de scheiding tussenterras en maaiveld extra wordt aangezet


 
Materialisering
De architectuur van de woningen combineert een sober materiaalgebruik met een zorgvuldige en rijke detaillering, waardoor een kwalitatief hoogwaardig en afwisselend beeld ontstaat. De terrassen in de buitenranden en op de hoeken van het plangebied zijn uitgevoerd in hout, lichtgrijs transparant gebeitst. De gevels van de woningen worden uitgevoerd in een roodbruine handvorm steen tussen de verschillende woningen zijn accent door verschillende kleurnuances, afmetingen en voegwerk. Binnen het gevelvlak van baksteen is ruimte voor accenten die ingevuld worden met eenzelfde houten bekleding als bij de terrassen. De houten bekleding wordt toegepast bij entrees, terrassen, pergola’s, hekwerken en hellingbanen.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Strukton Bouw & Vastgoed BV
In samenwerking met: Bosch Slabbers Tuin- en Landschapsarchitecten
Jaar: 2009
Project: Meervoudige opdracht 83 woningen


 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
ACM-locatie te Groningen


0620PDF_ACM Silo Groningen.pdf


Tussen Vinkhuizen en de binnenstad ligt, ingeklemd tussen de westelijke Ringweg, het spoor en het Reitdiep, de ACM-locatie met een voormalig silocomplex. De locatie maakt onderdeel uit van een rommelig gebied tussen de Friesestraatweg en het Reitdiep met bedrijven en enkele woningen. Een zone die een ruimtelijke barrière tussen verschillende delen van Groningen vormt.
Om de barrièrewerking van deze zone op te heffen zal het gebied in de nabije toekomst herontwikkeld worden. De ACM-locatie krijgt met een mix van bedrijven en culturele functies een belangrijke centrale positie in het gebied. Het silocomplex is een verzameling van industriële gebouwen uit verschillende tijden met gemetselde loodsen, een betonnen silo en een silogebouw opgebouwd uit stalen damwanden. De gebouwen vormden ooit tesamen een veevoerfabriek. Elk gebouw heeft specifieke, op de toenmalige functie toegesneden ruimtelijke en constructieve kenmerken. Eigenschappen die bij hergebruik kwaliteiten kunnen zijn of nieuwe functies in de weg zitten.


 
In opdracht van Lefier Groningen is door DAAD Architecten een studie uitgevoerd met als doel de hergebruikpotentie voor het gehele complex in kaart te brengen.
Er zijn een drietal modellen ontwikkeld die allen een ander uitgangspunt hadden.
Model 1: minimale investering.
Model 2: maximaal hergebruik.
Model 3: optimalisatie locatie.
Aan de hand van deze studie en een exploitatiebegroting is een Programma van Eisen vastgesteld voor de verschillende gebouwdelen.
Stalen silo: sloop.
Zakgoedmagazijn: sloop.
Grondstoffendoseersilo: kantoren/horeca.
Veevoerfabriek: welnes/hamam.
Opslagloods: dansstudio.
 
Door het grote verschil in architectonische en cultuurhistorische waarde en de wisselende kwaliteit van de bouwkundige staat van de verschillende gebouwdelen, is er gekozen om elk gebouwdeel verschillend te benaderen. De dansstudio wordt als inbouwpakket geplaatst in de opslagloods. Het oorspronkelijke gebouw wordt in grote mate intact gelaten. De veevoerfabriek wordt volledig gestript tot er een gave betonstructuur over blijft. Hierin worden de verschillende onderdelen van het welnes programma als dozen tussen geplaatst. Bij de grondstofdoseersilo wordt het bovenste deel van de silo’s gesloopt. Het onderste deel van de silo’s wordt als fundering gebruikt voor een volume met kantoorvloeren. Tussen de kolommen van het onderste deel bevindt zich een café/restaurant. Zo ontstaat een complex waar programma en gebouw nauw met elkaar verweven zijn en er nog ruimte is voor het verleden van de gebouwen.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Lefier Groningen
Jaar: 2008
BVO: 6.700 m2


 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
Blaricummermeent


0829PDF_Blaricummermeent.pdf


DAAD heeft binnen het stedenbouwkundig plan van Karres en Brands een familie van gebouwen ontworpen. Deze refereren aan woningen en boerderijen in het dorp Blaricum maar dragen tegelijkertijd een duidelijke DAAD signatuur. Hoewel er binnen de familie natuurlijk grote verschillen zijn tussen de relatief kleine boven-benedenwoning en de ruime woon-werk villa’s zijn de kwalitatieve en ruimtelijke uitgangspunten in het ontwerp van alle familieleden niet zo verschillend.


Ruimtelijkheid
Binnen een simpele dakvorm is een bijzondere doorsnede ontworpen. Alle verblijfsgebieden in de woning krijgen hierdoor een eigen kwaliteit. Daarnaast zijn er lange zichtlijnen gecreëerd, binnen de woning, maar ook naar tuin en omgeving.


Binnen-buiten
In alle drie de ontwerpen voor ‘bebo’(beneden- bovenwoning), villa en woon-werkvilla is de overgang van woning naar de tuin vormgegeven als een overdekte buitenruimte die als terras of entreezone gebruikt kan worden.


 
Materiaal
De gevels zijn uitgevoerd in bruin metselwerk met donkere voeg. De daken in bruine keramische vlakke pannen in kruisverband. De overstekken, loggia’s en buitenruimtes in naturel hout. Het materiaalgebruik ondersteunt het beeld van een volume waarin openingen, nissen en doorgangen zijn gemaakt, gevels zijn geen losse vlakken maar omhullen een ruimte.


Villa’s
De DAAD villa’s hebben een compacte opbouw zodat de woningen een optimale positie op de kavel kunnen krijgen. De plattegronden en doorsneden zijn zo opgezet dat door spiegeling en draaiing een optimale positionering op de kavel, het uitzicht, het zicht op de villa vanaf de straat, en oriëntatie op de zon gekozen kan worden. De doorsnede maakt de verblijfsruimtes in de villa bijzonder; de vloeren van de eerste verdieping lopen trapsgewijs op, hierdoor ontstaat een bijzondere woonkamer en keuken, de sprongen in het plafond bepalen vanzelfsprekend plekken in de open ruimte.
Afhankelijk van de vorm van de kavel wordt de garage aangebouwd of los geplaatst. De overstekken aan het dak en de het doorzetten van de dak- en gevel contour op het maaiveld bepalen de buitenruimte die de schakel vormt tussen woning en tuin.


 
Woon/werkwoning
Twee volumes, een woon- en werkdeel, worden met elkaar verbonden door een grote kap. Tussen wonen en werken ontstaat een overdekte buitenruimte. Deze buitenruimte kan als zodanig gebruikt worden maar in feite is het een ruimte reservering in het totale volume. Deze kan worden ingevuld met extra woon of werk programma. Het karakter van het geheel blijft ondanks de toevoeging van oppervlak hetzelfde.
De positionering van het woon- en werkdeel ten opzichte van elkaar en daarmee ook de vorm van de kap wordt bepaald vanuit een optimale positionering op de kavel. Daardoor ontstaat een diversiteit aan woon-werk villa’s met een bijzondere kapvorm die toch onmiskenbaar familie van elkaar en van de overige DAAD ontwerpen zijn.
 
Boven/ benedenwoning
De klassieke ‘bebo’ is een feite een stadse typologie. Wij hebben dit type aan de Blaricumse situatie aangepast; alle woningen hebben een directe relatie met het maaiveld. De benedenwoning is breed van opzet. De bovenwoning is smaller maar heeft een dubbelzijdige oriëntatie. De doorsnede is vergelijkbaar met die van de villa’s: binnen de kap ontstaan bijzondere verblijfsruimtes en worden verdiepingen met elkaar verbonden door vides en zichtlijnen. Variaties in de basisplattegronden zorgen dat ‘dode’ kopgevels worden vermeden. In het bouwvolume, dat refereert aan een grote Blaricummer boerderij, zijn door kleine verschuivingen, uitsneden in de kap verbijzonderingen en individuele accenten aangebracht.


Op elke bebo-kavel is plaats voor een gemeenschappelijke buitenruimte, die bijvoorbeeld als speelplaats of als moestuin kan worden ingericht.


Projectgegevens: tweede plaats prijsvraag
Opdrachtgever: Vorm Ontwikkeling en Blauwhoed
Jaar: 2008
Project: prijsvraag woningbouw
Prijsvraag team: Karres en Brands landschapsarchitecten, Onix, GigoGuyer, ANA
DAAD programma: 5 villa’s, 5 woon werkwoningen en 39 bebo’s


 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
De Ploen te Duiven


0307PDF_De Ploen Duiven.pdf


Het versterken van de karakteristieken van de terp zoals in het stedenbouwkundig ontwerp is aangezet, wordt in het architectonische ontwerp doorgezet. De verschillende groepen woningtypen worden geclusterd. De twee-onder-een-kap en de vrijstaande woningen worden losjes verspreid over de lager gelegen gedeelten van de terpen. De geschakelde woningen en de appartementen vormen een meer formele kern op het hoogste gedeelte van de terp. Deze kern omsluit de centrale openbare ruimte op de terp. Deze openbare ruimte met een steenachtig, maar beplant, karakter vormt het centrum van de buurtschap. Een verblijfsplek waar kan worden gespeeld, gezeten en gepraat. Hiervandaan worden de paden naar de lager gelegen woningen ontsloten. Lange zichtlijnen naar de wadi’s en andere terpen vinden hier hun oorsprong. De architectonische overgangen van privé naar openbaar zijn op de terp naar binnen gericht en op het lager gedeelte naar buiten gericht. Bij de rijenwoningen worden de entrees gekoppeld aan de straat middels kleine portalen en krijgen daarmee een collectief karakter. Bij het appartementen gebouw geeft de patio een gelaagdheid aan het plein.
 
De vrije woningen zijn naar buiten gericht middels een stoepje en zijn individueler georiënteerd. De kappen van de woningen en de woonblokken geven uitdrukking aan de individualiteit van de woning en de collectiviteit van de terp. Bij de lager gelegen (vrijstaande) woningen is samenhang en het versterken van de terp als structuur het uitgangspunt. Rondom het plein is het uitgangspunt om het plein met haar openbare functie te versterken en door middel van kleine ingrepen, zowel in het dakvlak als in de gevel, individuele woningen, entrees en overgangen zichtbaar te maken. De cohesie van het buurtschap wordt versterkt terwijl het individuele belang niet ontkend wordt.
 
Raamopeningen
Het beeldkwaliteitplan vraagt om een klassieke gevelindeling met een verticale verdeling van de raamopeningen in een veelal horizontaal volume. Uit onderzoek naar de betekenis van deze verhoudingen blijkt dat bij de ideaal geachte verhouding (één staat tot drie) van de gevelopening de verdiepingshoogte van de hedendaagse woningbouw niet toereikend is. Om toch tot de benodigde hoogte te komen is een speciaal venster ontwikkeld. Dit venster is hoger dan de verdiepingsvloer. Een koof achter het venster die tegelijkertijd op de verdieping een zitvenster creëert brengt het licht van het bovenste deel van het venster diep in de woning. Door op de binnenzijde van de koof een diepe kleur aan te brengen verandert het weerkaatsende licht van kleur. Zowel van binnenuit als van buiten de woning is deze verkleuring als een subtiele lichtbaken waar te nemen. Door het toepassen van verschillende kleuren neemt de herkenbaarheid van de eigen woning sterk toe, terwijl het karakter van het plein op de terp er ook door beïnvloed wordt.
 
Ossenpad
In de traditionele opbouw van de terp stonden de boerderijen en woonhuizen in een radiale structuur met hun voorzijde gericht naar het midden van de terp. Dit midden werd behalve door de bouw van een kerk geheel opengehouden. Hier was het mogelijk om bij hoog water de dieren te verzamelen. Een dobbe zorgde voor het noodzakelijke zoete water. De achterkanten van de boerderijen werden naar buiten toe gericht. Achter de boerenschuren liep een secundaire weg die de boerderijen onderling verbond. Dit pad, dat ook wel Ossenpad genoemd werd, had een voornamelijk pragmatisch en agrarisch gebruik. Het ontsloot de landerijen en de schuren en leidde ook naar de toegangen tot de hoger gelegen delen van de terp.


Projectgegevens prijsvraag
Opdrachtgever: Trebbe Bouw
Jaar: 2004
Project: 1e plaats besloten prijsvraag 150 woningen
In samenwerking met: MTD landschapsarchitecten


Projectgegevens bouw
Opdrachtgever: Trebbe Bouw, Vivare
Oplevering: 2008
Type woningen: 24 koopappartementen, 15 huurappartementen, 13 huurwoningen (plus), 40 rijwoningen, 44 twee onder een kap, 3 vrijstaande woningen
In samenwerking met: MTD landschapsarchitecten


 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
Tuinhuis te Zeegse


0705PDF_Tuinhuis Zeegse.pdf


Voor een loopbaanconsulent hebben we een kantoor ontworpen in de vorm van een tuinhuis bij een woning aan de rand van een es in Zeegse. Het ontwerp voegt zich in de bestaande omgeving.
Het volume staat vrij van het bestaande woonhuis zodat het zicht van de openbare weg op de es achter de woning behouden blijft. Het volume staat half verscholen tussen de beplanting van de tuin. Door het geheel 40 centimeter in de grond te laten zakken ontstaat er een goede verhouding ten opzichte van de bestaande bouwdelen. Middels een aantal treden is het verdiepte terras op vloerniveau te bereiken. Het terras vormt een besloten buitenplek als uitloop van de werkruimte.
Het gebouwtje wordt uitgevoerd in metselwerk. Een rode baksteen wordt als klamp verwerkt met een patroon van stenen met en zonder holling.
 
Dit patroon is zo bedacht dat het op verschillende manieren te lezen is. Aan de zijkant van het gebouw bevinden zich te openen houten schermen waarin het patroon van het metselwerk in doorloopt. Door deze schermen te openen wordt aan de ene zijde de route naar de entree begeleid en ontstaat aan de andere zijde het beschutte terras. Door de te openen delen is het zichtbaar of het tuinhuis in gebruik is of niet.


Het karakter van de werkzaamheden van de opdrachtgever is het geven van nieuwe perspectieven aan de cliënten. Dit is in het ontwerp vertaald door ramen te plaatsen gericht op specifieke elementen als de es, de lucht of de voet van een boom.
Met haar zorgvuldige materialisering en detaillering ontstijgt het tuinhuis het niveau van een bijgebouw.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Mevrouw Van der Weij
Oplevering: 2008
BVO: 27 m2
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6
 
Renovatie Rossini flat te Zutphen


0853PDF_Rossini flat.pdf


De Lighthouses zijn een specifieke vorm van bouwen op het zogenaamde tweede maaiveld; op het dak van bestaande gebouwen. Het product is ontstaan uit een samenwerking tussen Vlasblom Projectontwikkeling, DAAD Architecten BV en Ingenieursbureau Wassenaar. Na de bouw van een prototype en een zogenaamde nulserie van de Lighthouses aan de Rabenhauptstraat in Groningen heeft een doorontwikkeling van het product plaatsgevonden. De studie naar de renovatie van de Rossini flat in Zutphen is een volgende stap in de ontwikkeling. In 2008 werd bovengenoemde combinatie gevraagd door Woningbouwvereniging Ieder1 om het Lighhouse concept in te zetten voor een herstructureringsstudie naar een aantal van haar naoorlogse complexen.


 
De Rossini flat ligt tegen het centrum van Zutphen. Een sterke opvoering van de woningdichtheid op deze locatie ligt voor de hand. Met toepassing van de Lighouses is in twee varianten, in het zogenaamde hof- en sculptuurmodel, onderzocht hoe dit zou kunnen.


In het hofmodel is een optimale dakverkaveling gezocht tussen Lighthouse en buitenruimte. In het sculptuur model is een maximaal aantal Lighthouses op het dak van de bestaande flats geplaatst.


In beide modellen is de toevoeging van een extra lift en trappenhuis (je moet het dak bereikbaar maken) aanleiding geweest om langs één van deze stijgpunten een extra programma toe te voegen in de vorm van zogenaamde ‘guesthouses’. Niet alleen kan zo een kwalitatieve programmatische toevoeging worden gedaan voor de huidige en nieuwe bewoners maar wordt met de extra kopbebouwing ook een nieuw gezicht van de flats naar de stad gemaakt. Daarnaast kunnen met deze toegevoegde ‘boekensteunen’ een aantal constructieve problemen worden opgelost.


 
In het sculpturale type wordt de toevoeging aan de bestaande flat in een materiaal uitgevoerd, dit vertrekt het sculpturale karakter van op en aanbouw. In het hoftype waar de Lighthouses als losse elementen op het dak zijn geplaatst, is dit gegeven benadrukt door per lighthouse een materiaal te kiezen.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Woonbedrijf Ieder1
Jaar: 2008
Project: haalbaarheidsstudie
In samenwerking met: Vlasblom Projectontwikkeling en Ingenieursbureau Wassenaar


 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
Lommerijk, Zuidlanden te Leeuwarden


0638PDF_Zuidlanden.pdf


In het voorstel wordt onderzocht hoe het verschil tussen het meer dichte, dorpse Techum en het groene, open Lommerrijk op een specifiek Friese manier gestalte kan worden gegeven. De kleuren rood en groen van de stedenbouwkundige onderlegger zullen in de planuitwerking concreet gemaakt moeten worden. Zoals in een eerste verkenning op stedenbouwkundig niveau is onderzocht zou het Lommerrijk ‘wonen in het groen’ moeten zijn, tegenover een dichte bebouwing in de kern van Techum. Dit houdt in geen rijenwoningen, verspringende rooilijnen, diverse woningtypes en kavelbreedtes en dit alle in een schier willekeurige mix bijeengebracht, zodat de afwisseling maximaal is. Lange boomrijke lanen eindigen in een plek bij de beek. In afwijking van het stedenbouwkundig plan stelden wij voor de woningen parallel aan de kavelrichting te plaatsen waarmee interessante hoekverdraaiingen ten opzichte van de verlopende straten ontstaan. In een rijke beplanting gezet doet Lommerrijk zich dan voor als een bijna recreatieve woonwijk met een familie van diverse woningen, vrij in het groen geplaatst. Het bestaat uit een mix van vrijstaande woningen en 2 onder 1 kappers.


 
2 onder 1-kappers
In tegenstelling tot de compacte dorpse wijk van Techum is de oplossing hier niet gezocht in rijen, ritmes in de gevel of bouwkundige elementen, maar in een typisch verschijnsel op het Friese platteland: grote, rode kappen. Als eenduidige volumes liggen de Friese boerderijen in het landschap. Van enige afstand vormen de rode kappen het beeld, wat eronder gebeurt is van ondergeschikt belang. Met wolfseinden en zadeldaken zijn het alzijdige objecten in het veld. Af en toe een kopgevel geeft het volume een richting. Vanuit dit beeld hebben we twee varianten uitgewerkt met als uitgangspunten dat de kap minimaal doorbroken zou moeten worden, dat er onder de goot in- en uitgesprongen kan worden in de gevel (afhankelijk van type en plattegrond) en dat met verschillende materialen tussen voor- en achterhuis aan een ander kenmerk van Friese plattelandsbebouwing recht wordt gedaan.


De gedraaide twee-onder-een-kapper kan als een eigentijdse variant op het Friese langhuis worden gezien. In plaats van deze te concentreren op 1 plek, helpen zij op deze wijze mee de typische diversiteit van het Friese platteland te versterken. Voor de indeling van de begane grond zijn tal van mogelijkheden, de eerste verdieping, in feite een dubbelhoge zolderruimte, is volledig vrij in te delen door handige zelfbouwers. De volumes van de 2/1-kappers zijn gelijk (ca. 1.100m3), maar de woningscheidende wand kan op verschillende posities geplaatst worden zodat woningen van diverse afmetingen kunnen ontstaan.


 
Vrijstaande woningen
Tussen de grote volumes van twee-onder-een-kappers staan de vrijstaande woningen. Voor deze woningen hebben we een systeem ontwikkeld van een basiswoning met uitbreidingsmogelijkheden op de begane grond. De basiswoning is een complete woning met 3 slaapkamers waarvan 1 op de begane grond. Ook is op de begane grond een badkamer te realiseren waardoor deze woning in hoge mate levensloopbestendig is. Afhankelijk van de woonwensen en de gekozen kavel kan de basiswoning op verschillende manieren worden uitgebreid met een extra slaapkamer, woon- of werkkamer, veranda enz. Ook is het mogelijk de garage en bergruimte te vergroten. De gekozen opties worden onderdeel van het nieuwe volume dat een rijke detaillering en materialisering kent. Voor de steen kan gekozen worden uit een assortiment gele stenen dat verwijst naar de Friese traditie van de ‘Friese geeltjes’. Dit uitdijend volume past zich aan de gekozen kavel aan zodat er een optimale inpassing ten opzichte van gebruik en bezonning ontstaat. De koper kan zelf zijn of haar ideale woning samenstellen.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Heijmans
Oplevering: 2008
Project: 23 woningen


 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
Pakhuiskade Het Dorp te Blauwestad


Het stedenbouwkundig plan van Het Dorp in de Blauwestad (de Zwarte Hond) is gebaseerd op een stelsel van stedelijke ruimten welke verwijzen naar historische plekken zoals een Begijnenhof, een plein, een haven enz. Op deze wijze wordt getracht een dorp te creëren welke aanvoelt alsof het op een natuurlijke wijze is gegroeid.
Voor de oostkant van De oude haven heeft DAAD een ontwerp gemaakt. Het programma betreft een serie van ca. 30 woningen die gecombineerd kunnen worden met commerciële ruimten.


Een financiële rekensessie leerde ons dat er een spanning bestond tussen stedenbouwkundige ambities en budget. Door aan de afwijkingen van een basale serie rijwoningen zoals gevelsprongen, bovendakse zijgevels, stegen en onderdoorgangen prijskaartjes te hangen, werd snel inzichtelijk waar onze speelruimte zat en hoe we tot een financieel kloppend plan zouden kunnen komen met behoud van de essentiële kwaliteiten van de stedenbouw.
Aldus kwamen we tot een planvoorstel met een groot aantal verschillende plattegronden en doorsnedes binnen een eenvoudige hoofdopzet, waarbij elke woning een extra hoogte van 60 cm krijgt op een verdieping naar keuze.


 
Gebaseerd op de uitgangspunten van het stedenbouwkundige plan, het programma en de financiële kaders hebben wij voorgesteld van deze oostkant van de oude haven een pakhuiskade te maken.


Met dit concept kunnen we een compacte zone van 4 stroken maken waarbij het budget daar besteed wordt waar het plan het nodig heeft. De achterzijde van de woningen zijn vlak zodat aan de voorzijde verschillende sprongen gemaakt kunnen worden. Hierop zijn de bomen in de straat afgestemd zodat er verschillende plekken ontstaan.


In de pakhuizen hebben we het loft-wonen als thema geïntroduceerd. Door te werken met 3 woningbreedten, een wisselende stapeling van programma en verschillende dakhellingen hebben we allemaal verschillende woningen kunnen maken. Dubbele verdiepingshoogten en verblijfsruimten onder de kap geven een eigen woonsfeer.
Vanuit onderzoek naar het bouwsysteem bleek het mogelijk ook de verdiepingshoogten variëren zodat er een rijk gevarieerd gevelbeeld ontstaat waarbij het systematische karakter van de ontwikkeling is verdwenen.
Het pakhuisconcept is doorvertaald in details als zonwering, reclame-uiting en metselwerk oplossingen.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Blauwestad Opstal Ontwikkeling BV
Jaar: 2008
Project: niet gerealiseerd


 
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
Woon- werkhuis te Groningen


9716PDF_hoogland.pdf


Op donderdag 26 april 2007 is het woon- werkhuis van DAAD in Groningen uitgeroepen tot BNA Gebouw van het Jaar 2007 Regio Noord. Het gebouw is hiermee tevens genomineerd voor BNA Gebouw van het Jaar 2007.


Het woon- werkhuis in Groningen van DAAD is opgenomen in het Jaarboek Architectuur van Nederland 2006>07. Zie voor een beschrijving ‘(Ver)bouwen in de tijd’ van Piet Vollaard op ArchiNed.(www.archined.nl)


De factor TIJD in het ontwerp is een van de belangrijke thema’s in het werk van DAAD Architecten. In diverse projecten onderzoekt DAAD de invloed van TIJD op het ontwerp, de consequenties van vertraging of versnelling in het ontwerp- en uitvoeringsproces.


 
In de woning van Hoogland en Versteegh is het thema tijd in praktijk gebracht. Architectuur wordt hier proces, het is een project zonder vooraf vastgelegd eindbeeld. De woning is een transformerend proces, een project dat zich in de tijd ontwikkelt.


Begin 1997 betrokken Wouter Hoogland en Hannah Versteegh DAAD Architecten bij hun ‘bouwloods’ in Groningen. Het ontwerp van de hand van projectarchitect Eric de Leeuw kwam tot stand na een serie indringende gesprekken met de opdrachtgevers en bestond uit een eenvoudig en krachtig concept weergegeven in een kleine maquette. De tuin werd opgetild tot op het niveau van de eerste verdieping waaronder een ruimte ten behoeve van stalling motor en paard. Met de verdiepingshoge open tuinruimte blijft het zicht vanaf het Zuiderdiep op de boom in de tuin gewaarborgd. Daarboven drie lagen van het torentje met woon-/leef-/werk-/slaapvertrekken en een omloop buiten langs, zoals een Japans huis, met de trappen en het toilet.


 
Met de maquette en tekeningen van de principes waarmee de dubbele gevel zou worden opgebouwd werd de bouwvergunningsaanvraag ingediend. De opdrachtgevers wilden de woning zelf gaan bouwen en vroegen de gemeente medewerking aan een project dat zich in de tijd zou gaan ontwikkelen. De kennis en ideeën ingebracht door ingehuurde vaklieden of vrijwilligers op de bouw, voortschrijdende inzichten van opdrachtgevers- of ontwerperszijde, de wijze waarop het zonlicht binnenvalt, nieuwe technieken en materialen, dit alles zou het uiteindelijke resultaat gaandeweg gaan vormen.


Ondertussen is het torentje al bijna tien jaar bezig gerealiseerd te worden. Op gezette tijden komt een medewerker van de gemeente langs om de voortgang te bespreken. Af en toe worden de architecten geraadpleegd bij nieuw opgeworpen vragen, maar meestal is het in het werk al opgelost door de ‘meester van het werk’ en zijn handlangers. De kwaliteit die op deze wijze tot stand komt is vele malen hoger dan ooit door de architect alleen op papier kon worden gezet. Naast een team van uitstekend samenwerkende, gelijkgestemde, vakbekwame partners is de factor TIJD een essentiële voorwaarde geweest voor het slagen van dit project.


 
Op zaterdag 23 juni 2007, de Dag van de Architectuur, zijn in Groningen de prijswinnaars bekend gemaakt van de jaarlijkse Groninger Gebouwenenquête; zowel het Groninger publiek als een vakjury koos uit veertien genomineerde gebouwen de beste drie. DAAD Architecten won hierbij de 'Speciale Prijs'! (www.platformgras.nl)


Projectgegevens
Opdrachtgever: Hoogland en Versteegh
Ontwerp/Oplevering: 2007
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6
 
Trapjeswijk Holtenbroek


0529PDF_Trapjeswijk Zwolle.pdf


Onderdeel van de naoorlogse woonwijk Holtenbroek is de zogenaamde Trapjeswijk. Deze wijk, thans onderdeel van een grote herstructureringsoperatie, dankt zijn naam aan de karakteristieke woningtypologie van grondgebonden rijwoningen met elk een trapje aan de straatzijde ter plaatste van de entree.
De oorspronkelijke bouwblokken, gebouwd in clusters van vier rondom een verdiept binnengebied, worden naast de trapjes gekenmerkt door een voor de jaren zeventig typische verticale gevelgeleding met afwisselend baksteen stroken en puivullingen.


In het stedenbouwkundige transformatieplan van de Zwarte Hond wordt voorgesteld de clusters te behouden en grondig te renoveren, maar circa 50% van de blokken te vervangen door nieuwbouw. Met name de noord/zuid georiënteerde volumes worden gesloopt. Door specifieke eigentijdse woonprogramma’s en voor de wijk nieuwe typologieën te introduceren, en de verschillende clusters door vier architectenbureaus (Kempe Thill, Dick van Gameren, BroekBakema en DAAD) te laten bewerken moet een verzameling herkenbare clusters ontstaan.


 
Het open overleg gedurende de VO-fase tussen stedenbouw en architecten heeft, ondanks de gewenste diversiteit in architectuur, tot een samenhangend geheel geleid.


Eén van de bijzondere aspecten van het stedenbouwkundige plan is dat veelvuldig gebruik gemaakt wordt van de aanwezige kwaliteiten van de wijk, zoals de trapjeszone als overgangsgebied van openbare ruimte naar privé en de niveauverschillen tussen straat en binnenterrein. Weliswaar is de architectuur gedateerd en voldoen de woningen functioneel niet meer aan de eisen die we vandaag stellen, maar in plaats van helemaal opnieuw te beginnen wordt hier op een intelligente wijze voortgeborduurd op de herkenbare kwaliteiten van de wijk.


Deze ontwerpopvatting, die eerder met transformatie dan met vervangende nieuwbouw te maken heeft, sluit goed aan bij de architectuurattitude van DAAD waarbij getracht wordt versmeltingen tussen oud en nieuw te vinden en aldus continuïteit in de geschiedenis te borgen.


Uitgangspunt voor de ontwerpen van vier bouwdelen in twee clusters is een in oriëntatie en situering specifieke oplossing voor elke gevraagde woningtypologie, met speciale aandacht voor het overgangsgebied tussen woning en straat.


 
Dit heeft geresulteerd in vier plannen voor grondgebonden woningen, patiowoningen en appartementen met een bijzondere plastiek. Het betreft metselwerkvolumes met een verschil in steen, verband en voegwerk tussen de aan de straat gelegen vlakken en de dieper liggende vlakken. Gevelopeningen hebben dezelfde hoogte, maar variëren in breedte, kozijndetail en plaatsing van het kozijn afhankelijk van functie en oriëntatie. De overgangen van straat naar binnenterrein, met hellingbanen, trappen, zitjes en bloembakken zijn als onderdeel van de trapjeszone integraal meegenomen in het ontwerp.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Projectbureau Holtenbroek
Jaar: 2007
Project: 35 woningen, waaronder:
- cluster 5/6: 5 patiowoningen à 97 m2, 5 grondgebonden woningen à 157 m2
- cluster 7: 18 appartementen à 100 m2, 7 grondgebonden woningen à 139 m2


 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
Omakotitalo, woonhuis Finse Eiland, Blauwe Stad


Wonen en recreëren op het Finse Eiland


0623PDF_fins eiland.pdf


Het Finse eiland maakt deel uit van een eilandenrijk in de Blauwe Stad.
De kenmerken van dit eiland zijn een informele sfeer met eenvoudige volumes vrij in het rietlandschap gepositioneerd. De woningen staan in een collectief ingericht landschap.


DAAD heeft een prijsvraagwinnend ontwerp gemaakt voor een woning die in dit gebied gebouwd gaat worden. Met een houten boothuis als beeldreferentie is OMAKOTITALO een horizontaal volume dat zich voegt in het rietlandschap.


Het volume, met een bouwvlak van 300m2, wordt volledig uitgevoerd in hout. Binnen dit volume zijn alle programma onderdelen opgenomen, inclusief verschillende privé-buitenruimten.
Er zijn vier typen privé-buitenruimten die elk op een eigen manier een overgang vormen tussen de woning en de omgeving. Het betreft een omsloten terras, een loggia, een open terras zwevend boven het maaiveld en een veranda. Op sommige plaatsen is het dak weggelaten of werkt de doorlopende lattenstructuur als pergola of scherm. De verschillende onderdelen zijn te spiegelen of te verplaatsen waardoor elke oriëntatie mogelijk is. Op deze wijze wordt voldoende privacy gewaarborgd.


 
Enkele delen van de gevel zijn te openen; door deze opzij of omhoog te schuiven of naar beneden te klappen. In het gebruik levert dit allerlei mogelijkheden op tussen dag- en nacht-, zomer- en wintergebruik. Als de bewoner er niet is staat de woning als een gesloten volume in het landschap, als de bewoner aanwezig is opent dit volume zich, komen het terras en de veranda tevoorschijn. De huid lijkt op afstand gesloten, dichter bij gekomen blijken gevel en dakvlakken verschillende maten van transparanties te bezitten.
Met de keuze voor open of gesloten geveldelen kiest de bewoner niet alleen voor een beeld, maar vooral ook voor de veranda gesloten zijn, terwijl de slaapkamerdeuren naar de veranda geopend blijven of de loggia 's winters tot wintertuin worden omgebouwd.


Door de beleving van het landschap via deze als buitenkamers vormgegeven terrassen te laten verlopen is met OMAKOTITALO een manier van wonen gevonden die feitelijk recreëren is.
Ook in routing kent OMAKOTITALO een verschil tussen een zomer en een wintergebruik. Alle verblijfsruimten zijn vanuit een centrale hal en gang te bereiken, maar als het weer dat toelaat kunnen alle ruimten ook van buitenaf, via de buitenruimten worden bereikt. Er ontstaat een nieuwe routing die het mogelijk maakt de woning op een andere manier te ervaren en te gebruiken.


Projectgegevens
Opdrachtgever : Geveke Ontwikkeling BV
Oplevering : verwacht 2007/2008
BVO : 200m2
 
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
Woonboerderij te Niehoeve


0532PDF_Woonboerderij Niehove.pdf


In een voormalige boerderij in Middag Humsterland, op de terp van Frytum, is een woning ondergebracht. Het is een exemplarisch voorbeeld van nieuwe gebruik van een monumentale erfenis uit een agrarisch verleden. Van boerderijen als deze zullen er de komende twintig jaar nog duizenden vrijkomen. Transformatie tot bedrijfsgebouw, woning of een combinatie van beide kan een van de antwoorden leveren op het krimpvraagstuk.


De oude kop-hals-romp-boerderij is in de loop van de geschiedenis al vaker op pragmatische wijze verbouwd. Hoewel dit aan de buitenzijde niet direct zichtbaar is heeft dit in het interieur tot soms wonderlijke ontmoetingen van functies, ruimten en volumes geleid. Zo loopt de ‘hals’ door tot in de ‘romp’ (schuur) en is het aanzienlijke hoogteverschil van de terp in de gebouwen beleefbaar. Een lange, rechte route verbindt alle bouwdelen van de achtergevel van schuur tot voorhuis.


 
De verbouw van het voorhuis en uitbreiding in de schuur met een keuken, patio, badkamers en slaapvertrekken werd in 2006 opgeleverd. De uitbreidingen van de woning in de schuur zijn amorf van karakter en borduren zo voort op de verbouwgeschiedenis van de boerderij.


Het idee van de boerderijschuur als grote paraplu waaronder losse, nieuwe volumes als meubels in de ruimte is een ontwerpconcept dat niet alleen ruimtelijk bijzondere kwaliteiten oplevert, maar ook bouwfysisch en in het gebruik buitengewoon goed past bij nieuwe gebruiksvormen van bestaande schuren.


De gehele schuur isoleren zou een situatie opleveren waarin de kap niet meer kan ventileren en een beetje bewegen (zoals een schuur doet), de draagconstructie ingepakt is en er een enorm volume warm gestookt zou moeten worden. Als interieurelementen zijn losse volumes onder kap eenvoudiger te maken, bouwfysisch te optimaliseren en bovendien laten zij de kap intact.


Het klimaat in de niet verwarmde ‘tussenruimte’ is zodanig dat hier het overgrote deel van het jaar allerlei onderdelen van het woonprogramma een plek zullen vinden.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Enno Zuidema
Oplevering: 2006
BVO: 140 m2


 
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
Woonhuis te Laag Keppel


0408PDF_woonhuis te Laag Keppel.pdf


BNA-gebouw van het jaar 2006; regio Oost
De jury heeft 08 maart 2007 het woonhuis te Laag Keppel uitgeroepen tot het beste gebouw van het jaar 2006 in de regio Oost.


Naast het programma van eisen vormde het door de opdrachtgevers opgestelde lijstje met uitdrukkelijke wensen een belangrijk uitgangspunt. De kwaliteit van de architectuur die wordt gevraagd zou niet zozeer moeten ontstaan door zeer bijzondere of extravagante (vorm)oplossingen maar in de eerste plaats door een heldere constructie, een hoogwaardige materialisatie en een zeer zorgvuldige detaillering. Hierbij is de opgave en uitdaging ieder ontwerpbeslissing te baseren op deze zuivere uitgangspunten en zich niet te laten verleiden tot louter esthetische of modieuze oplossingen.





 
Uitgangspunten
- baksteen, hout en glas als beeldbepalende materialen. Zo min mogelijk verschillende materialen voor muren en vloeren toepassen. Huis moet zich organisch verhouden tot de natuurlijke omgeving.
- eenvoudig en robuust, de vorm moet zich ogenblikkelijk verklaren ongeacht het standpunt van de beschouwer, geometrisch, rechthoekig, monolithisch. Ieder element is deel van de gehele architectuur.
- een nadrukkelijk onderscheid tussen open en gesloten.
- helder van lay-out, de plattegrond laat zich aflezen aan het exterieur.
- inzichtelijk van constructie, materialen komen op een logische wijze bij elkaar.
- sober, niet gefragmenteerd, grote lijnen, geen tripjes, geen pijpjes, geen willekeurige roosters.
- degelijk, veroudering en slijtage van materialen mogen geen afbreuk doen aan de architectuur, natuurlijke materialen.
- comfortabel en gemakkelijk in het gebruik.
- installaties logisch geïntegreerd in de architectuur.
- de inrichting van het gebied om het huis moet zeer eenvoudig zijn, geen exotische elementen, grote vormen, heldere lijnen, geen vijver. De grote bomen op de kavel moeten zoveel mogelijk gespaard blijven.


 
Situatie
De bouwlocatie, in feite het achterste deel van de tuin bij de voormalige dorpspastorie, vraagt om een zorgvuldige inpassing van het te ontwikkelen woonhuis. De belangrijkste elementen in deze situatie worden gevormd door in de eerste plaats de pastorie, de aanwezige bomen en de schuine begrenzing door de Julianalaan met de daaraan gesitueerde woningen.


De bouwvoorschriften verschaften twee factoren die de exacte positionering van het bouwvolume bepaalden, te weten de rooilijn van de pastorie en de 3 meter grens t.o.v. het buurperceel. Deze positionering levert een uitstekende ontsluiting op de Julianalaan op, geeft de woning een maximale afstand t.o.v. de pastorie en voorziet er tevens in dat aan de zonzijde van de woning een maximaal diepe tuin overblijft.





 
Het ontwerp
In het ontwerpproces is van binnen naar buiten gewerkt. Het exterieur is als vanzelfsprekend ontstaan door de ontwerpbeslissingen in het interieur door te trekken naar de buitenkant. De belangrijkste elementen bij de totstandkoming van de plattegronden werden gevormd door de wensen van de opdrachtgever t.a.v. symmetrie, een relatief kleine inbeslagname van de ruimte door service ruimten, de oriëntatie op het zonlicht en de wens om geen verdieping op het huis te bouwen. Het strenge, langgerekte volume met traditionele kap, het materiaal (vooral hout), de kleur (genuanceerd bruinzwart) en de aanwezigheid van grote bomen om het gebouw zullen in belangrijke mate bepalend zijn voor het karakter van het gebouw.


 
De kelderverdieping is voor de helft ingericht als garage/stalling en voor de andere helft als gastenverblijf en vrij in te richten ruimte. Het woonniveau bevat de verschillende woonruimtes. De slaapkamers, douches, toiletten, entree en bijkeuken zijn consequent aan de noordzijde gesitueerd, de vier woonruimtes liggen aan de zonzijde van het huis. Deze verdieping kan worden ontsloten via een 10 meter lange brug naar de voordeur en vanuit de tuin via de houten veranda die zich langs de gehele zuidgevel bevindt.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Loek Kemming en Noudi Sponhoff
Oplevering: 2006
BVO: 184 m2
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6
 
Terphoogte De Hoven te Hoogeveen


0333PDF_terphoogte.pdf


Bij het ontwerpen van de woningen hebben wij ons laten inspireren door de stedenbouwkundige visie en het materiaal gebruik bij boerderijen op het Drentse platteland. Zo bestaan deze woningen, net als veel van deze boerderijen, uit metselwerk, hout en twee kleuren dakpannen.


De blokken staan in het park en vormen samen een middengebied; een soort brink. De doorlopende noklijn maakt dat de vier blokken als één gebouw gelezen kan worden.
De brink ligt centraal, daar kom je aan, per auto, per fiets of lopend. Vervolgens ga je via de achterdeur naar binnen. De voordeur is bestemd voor officieel bezoek.
 
Tussen het blok en het park is een overgangszone, de officiële entree, die per windrichting anders is vormgegeven. Dat het wandelpad rondom aan de voorzijde ca. 40 cm lager ligt dan de woning komt de privacy in de woning ten goede.
Door beide entrees schuin tegenover elkaar te plaatsen ontstaat met minimale middelen een heldere plattegrond, die verschillende indelingsvarianten zoals een kamer en suite mogelijk maakt.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Woonconcept
Oplevering: 2006
BVO: 4.312 m2


 
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
Boerderij Veenhuizen verbouwd tot woning


0331PDF_wildeman.pdf


Een sobere en redelijk gave naoorlogse boerderij aan de rand van het Fochteloërveen is ingrijpend getransformeerd. Enkele woonfuncties zijn van het kleine voorhuis verplaatst naar een nieuw gebouwd doosvolume in de schuur. Deze ruimtes zijn toegankelijk via een gang en onderling langs de gevel verbonden. De kleine stalvensters zijn vergroot tot een serie smalle deuren waarmee elke ruimte een directe verbinding met het erf heeft.


Het voorhuis is rigoureus verbouwd waarbij recentelijk toegevoegde storende elementen (zoals dakkapellen) zijn verwijderd, kozijnen zijn vervangen door kloeke nieuwe. Ruimtelijk is het voorhuis een grote leef-, speel- en werkruimte geworden.


Projectgegevens
Opdrachtgever : dhr. Wildeman
Oplevering : 2006
BVO : 145m2


 
 
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
LHNO-terrein te Borger


0404PDF_LHNO Borger.pdf


Van het oorspronkelijke plan om zes vrijstaande woningen op het LHNO-terrein te realiseren zijn, door een teruglopende vraag, uiteindelijk maar twee woningen gebouwd.
Om een andere invulling aan het braak liggende terrein te geven is door DAAD een plan gemaakt voor 8 (2x4) grondontsloten woningen verdeeld over twee volumes. De bouwvolumes zijn zo compact mogelijk vormgegeven om zo het open karakter van het glooiende, sterk aflopende terrein te behouden en het gras en de bomen rondom het terrein zomin mogelijk aan te tasten.
Met de toename van het totaal aantal woningen stijgt ook de vraag naar parkeerplaatsen. Omdat carports en garages onwenselijk zijn op het terrein is een oplossing gevonden waarbij het parkeren in de bouwvolumes zelf zijn opgelost. Een van de woningen ligt iets verhoogd waardoor onder deze woning garageboxen konden worden gemaakt. Hierdoor zijn ook minder opritten nodig die de groene randen doorbreken.
Om aansluiting te vinden met de twee woningen van het oorspronkelijke plan worden de nieuwe volumes voorzien van een kap en in dezelfde materialen uitgevoerd (metselwerk). De woningen zijn ontworpen met oog op de verschillende ligging op het terrein en de oriëntatie ten opzichte van de zon.
 
Door de vier woningen optimaal te laten profiteren van oriëntatie en ligging is het resultaat vier verschillende woningen op met specifieke kenmerken. De woonkamers hebben een erker, een schuifpui of een loggia. Door de verschillende posities van gevelopeningen en de metselverbanden zijn de verschillen afleesbaar in de gevel.
Het toevoegen van een lift maakt de woningen flexibel en geschikt voor ouderen. Op deze wijze ontstaan individuele grondgebonden of -ontsloten woningen, met de collectieve voordelen van een appartementengebouw.
Om de continuïteit van de groene onderlegger niet te verstoren is de erfafscheidingen tussen de kavels onderling en tussen de kavels en de openbare ruimte vormgegeven met beukenhagen.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Bouwonderneming B. Timmer
Jaar: 2005
BVO: 2 x 950 m2


 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6
 
Lighthouses te Groningen


0225PDF_lighthouses.pdf


Voor velen is de binnenstad een aantrekkelijk woongebied. Ruimte om te bouwen is er echter nauwelijks. Behalve op de daken; daar ligt een prachtig stedelijk landschap te wachten op verkenning. Wonen op dit tweede maaiveld in binnensteden is ondertussen op veel locaties een realistische mogelijkheid. Volledig geprefabriceerde woningen kunnen op de daken worden geplaatst.


Het Lighthouse is ontwikkeld als zo’n woning; een prefab tweede maaiveld woning die binnen de huidige regelgeving en vigerende bestemmingsplannen gebouwd kan worden. Met de oplevering van het project in de Rabenhauptstraat te Groningen in het voorjaar van 2005 is opnieuw een belangrijke stap gezet in het ontwerpproces van het Lighthouse. Na een intensieve discussie tussen opdrachtgever, ontwerper en constructeur en de bouw van een prototype, een maquette schaal 1:1, in november 2003 is met deze realisatie aangetoond dat een droom een DAAD kan worden.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Vlasblom Projectontwikkeling
(www.vlasblombv.nl)
Oplevering: 2004
BVO: 50 m2/studiokoopapp.



 
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6
 
Diekmanlocatie te Enschede


0222PDF_diekmanlocatie.pdf


Het uitgangspunt bij de vormgeving van deze villa is het 'wonen onder de kap'. Wij vormden een standaard villa van twee bouwlagen met zadeldak en aangebouwde garage tot een villa waarvan de garage onderdeel is van het woonhuis. Door deze garage met de villa te integreren is het een geheel geworden. De slaapkamers op de eerste verdieping zijn direct onder de kap gesitueerd. Boven de overloop en badkamer, op de eerste verdieping, is nog een kleine bergzolder aanwezig.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Bouwcombinatie E2000
Oplevering: 2005



BVO: 213,4 m2 per woning



 
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6
 
Prijsvraag Burgstrasse te Oldenburg


0403PDF_burgstrasse.pdf


Wedstrijd voor een complexe verdichtingoperatie. Op basis van de middeleeuwse verkavelingstructuur is een plan tot stand gekomen waarin met behoud van de karakteristieke kleinschaligheid een fors programma in de Oldenburger binnenstad kan worden toegevoegd.


Projectgegevens
Jaar: 2004
Project: prijsvraag


 
 
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
Prijsvraag Cascoflat te Groningen


0323PDF_cascoflat.pdf


Canyon de Chelley
Het casco is de romp van de woning. Het onveranderbare deel waarbinnen de bewoner naar eigen goeddunken zijn/haar woonwensen zou moeten kunnen invullen. Onder de noemer casco worden tal van projecten op de markt gebracht waarbij de vrijheid van de bewoner doorgaans beperkt blijft tot de keuze van het keukenblok. Het dure casco is dan al zodanig ingevuld en geoptimaliseerd dat elke werkelijk persoonlijke oplossing ingewikkeld en dus opnieuw duur zal zijn. In het voorstel voor het casco-appartementencomplex op de locatie aan het Hoornsediep OZ is het casco daadwerkelijk tot en met de gevel door de bewoner in te vullen, te late bouwen of zelf te timmeren.


Het complex bestaat uit 16 appartementen van ca. 130m2 onderverdeeld in een vast deel aan de noordzijde, waarin de noodzakelijke voorzieningen (keuken, sanitair en een kamer) en een vrij in te vullen deel aan de zuidzijde van 8x8x8m. Tussen de beide schijven bevindt zich een ontsluitingszone met trappen en hellingbanen.


 
Het vaste en vrije deel van de woning zijn via de open verkeersruimte middels loopbruggen met elkaar verbonden. In de vrije kubus kan bewoonbare binnenruimte worden gemaakt, één of twee vloeren worden gehangen, maar ook tuinen en terrassen vinden er een plek. In de loop der tijd zal het beeld van het complex continu veranderen. De dikte van het betoncasco en de invulling met houten ‘dozen’ zorgen voor een minimum aan geluidsoverlast tussen buren.


Het gebouw wordt over het gebouw van de vrije school heen gebouwd. In het bestaande volume kunnen gemeenschappelijke voorzieningen voor de bewoners, ateliers en hobbyruimten worden ondergebracht. Onder de nieuwbouw bevindt zich een parkeervoorziening voor het gehele complex.


De oostzijde van de nieuwbouw vormt de afsluiting van de Rivierenhof, een langgerekte open ruimte tussen na-oorlogse portiek-etagewoningen in drie bouwlagen. Vanuit het zuiden komend is het complex de eerste blikvanger in Groningen na het Julianaplein.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Nijhuis Bouw
Jaar: 2004
Project: Prijsvraag


 
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
Woning te Amsterdam


0325PDF_woning amsterdam.pdf


Voor onze opdrachtgever Peter Jansen is een cascowoning ontworpen. Een woning die in de loop van de tijd ingevuld zal gaan worden. Architectuur, het product dat de ontwerper geacht wordt te leveren, staat doorgaans op gespannen voet met de factor tijd.
Eerst is er meestal te weinig tijd om een ontwerp te maken. Gedurende de bouwtijd zijn verrassingen zelden aangenaam, omdat zij altijd gemaakte afspraken over kwaliteit en tijd zullen ondermijnen. In een ideale situatie is de controle over het product totaal en de bouwtijd teruggebracht tot nul. Ook na de oplevering blijft tijd een lastige factor, want dan begint de periode waarin de bewoners/gebruikers en het klimaat vrij spel krijgen op de architectuur.
 
Indien het ontwerpproces niet als de absolute definitie van een eindpunt, als een proces dat met een schone lei begint en eindigt bij de oplevering, wordt opgevat biedt de factor tijd onvermoede perspectieven. Het verhaal van de architectuur wordt dan niet door de architect alleen geschreven. Deels was het er al en het wordt verdiept, gewijzigd en aangevuld met de invloeden van de opdrachtgever, de locatie en het klimaat, het vakmanschap van de bouwers en de dynamiek van de stad en het landschap.
De uiteindelijke indeling van deze woning wordt pas bepaald als de opdrachtgever er in woont. Op de verdieping zijn delen van vloeren weggelaten om de vrijheid te creëren deze open te houden of deels met hout in te vullen. Door deze strategische ingrepen zijn vele indelingsvarianten mogelijk.
 
Architectuur heeft, in tegenstelling tot veel andere media, het vermogen alle zintuigen aan te spreken, de mens anders te positioneren. Zij biedt visuele, akoestische en tactiele belevingen die complex en divers zijn en daarom dichterbij de mens staan.


De woning is zo smal mogelijk gemaakt om optimaal van de bezonning gebruik te kunnen maken. De strook van 1 meter die overblijft, zal in de loop van de tijd ingevuld worden als een onverwarmde kas. Door de trap naar de verdieping in de kas te plaatsen wordt in het naar boven gaan alle zintuigen aangesproken. De overgang van warm naar koud, de geur van de bloemen, de ervaring dat je buiten je huis treedt en het horen van de geluiden van de stad.


Projectgegevens
Opdrachtgever: de heer Jansen
Oplevering: 2004
BVO: 140m2


 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
Prijsvraag Sennemalocatie te Winsum


0415PDF_sennema locatie.pdf


In de dorpskom van Winsum ligt een relatief groot, ontoegankelijk gebied met de achterkanten van gedateerde, eenvoudige en functionele bebouwing. In een meervoudige opdracht is DAAD gevraagd een visie voor dit gebied te ontwikkelen. Voor DAAD ligt de opgave in het versterken van de kwaliteit van de openbare ruimte in de dorpskom middels invoeging van een relatief grootschalig programma.


Het plan bestaat uit een compact bouwvolume met vier verschillende voorkanten. Een kadewand met ateliers en een rij woningen, een straatwand met volumes in de schaal van de bestaande woningen, een nieuwe gevel van het schoolplein en een ‘onzichtbare’ gevel achter de bestaande bebouwing. Het geheel is vormgegeven als een sculpturaal blok in metselwerk en hout. De bewerking van de onderdelen is aangesloten op maat, sfeer en karakter van de bestaande bebouwing in de dorpskern van Winsum.


Projectgegevens
Jaar: 2004
Project: prijsvraag


 
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6
 
Woningen Sterrenbuurt


0230PDF_Sterrenbuurt.pdf


In opdracht van woningbouwvereniging Acantus is voor de herstructureringswijk Sterrenbuurt in Delfzijl Noord een plan ontwikkeld voor 26 woningen in de huursector. De woningen zijn in eerste instantie bedoeld voor ouderen.


Vanuit het stedenbouwkundige plan is het voorgestelde type rijwoningen. De woningen zijn ontworpen met het woonprogramma op de begane grond. Onder de kap ontstaat een ruimte die beschouwd kan worden als overmaat. Hiervoor zijn een aantal mogelijke indelingen bedacht waaruit de huurder kan kiezen. Afhankelijk van de leefsituatie van de huurder kan hij hier proberen zijn woonwensen naast het standaard woonprogramma waar te maken. Het plan omvat twee woningtypes die gerelateerd zijn aan de oriëntatie van de rij. Beide plattegronden proberen door middel van een ruimtelijke diagonaal door de woning een verbinding te leggen tussen wonen, slapen en eten. Door middel van schuifdeuren kan de woning aangepast worden, van gesloten kamers naar een open ruimte.


Met oog op de doelgroep is voor de buitenruimte gezocht naar een oplossing waarbij het binnengebied open en groen blijft en de bewoners kunnen kiezen voor het wel of niet onderhouden van een tuin.


 
Aan de woningen is een terras gesitueerd. Het terras is gescheiden van de buren door middel van de berging. Vlak langs het terras loopt het pad waarmee de woningen van de achterkant worden ontsloten. Aan de andere kant van het pad zijn tuinen gepositioneerd die bij de woningen horen. Door de ruime maat van het terras en de waarborg van privacy door middel van de berging, is de behoefde om de tuinen af te schermen met hekken niet aanwezig. Zo behoudt het binnengebied een open en groen karakter waardoor vanaf het terras genoten kan worden van, niet alleen de eigen tuin, maar ook het groen van de aangrenzende tuinen. Daarnaast ontstaat de mogelijkheid om de tuinen te ruilen. Bewoners die geen zin of fysiek niet in staat zijn om een tuin te onderhouden kunnen deze aan de buren ‘schenken’ waardoor een gevarieerd beeld ontstaat en de bewoners vrijheid krijgen om de omgeving zelf in te richten.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Acantus Vastgoed
Oplevering: 2003
BVO: 5.000 m2





 
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
23 Woningen te Zevenaar


0201PDF_Zevenaar.pdf


De 23 woningen vormen samen een driehoekige ruimte rond het centrale element in het stedenbouwkundige plan:‘ de brink’. Het zijn vier twee onder één kapwoningen en negentien vrijstaande en geschakelde woningen. Alle woonruimtes zijn georiënteerd op ‘de brink’.


De garage vormt de schakel tussen de verschillende woningen. Door de positionering van de garage en het terugspringen van een deel van de onderbouw ontstaat een ruimte die meer is dan een opstelplaats voor een auto. Deze ruimte wordt een patioruimte waar men binnen komt maar ook een intermediair tussen de brink, de gezamenlijke ruimte, en de woning, het privégedeelte. Deze geleidelijke overgang is eerder ‘dorps’ dan ‘stedelijk’.


De woningen zijn in metselwerk uitgevoerd, alleen het terugspringende gedeelte van de begane grond en de garage, de entree en intermediair, zijn van hout.


 
De woning wordt betreden met de rug naar de brink, bij binnenkomst moet je 180 graden draaien om de trap op, naar boven te lopen. De vorm van de trap is zichtbaar gelaten in de woonkamer. Op de verdieping zijn meerdere indelingsvarianten mogelijk, met meer of minder kamers en kastruimte. Eén van de varianten heeft bijvoorbeeld een grote overloop waar achter de computer gewerkt kan worden met uitzicht op ‘de brink’.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Trebbe Bouw
Oplevering: 2003
BVO: 5.900 m2


 
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
Woningen De Linie Groningen


0211PDF_de linie.pdf


Het Europapark in Groningen ligt ten zuidoosten van de stad Groningen, dicht bij de binnenstad en heeft een oppervlak van ongeveer 5 hectare. In het noordwestelijke deel van het plangebied zal de nieuwe woonwijk De Linie worden ontwikkeld. Deze nieuwe wijk wordt begrensd door de Ringweg in het noorden, de spoorlijn Groningen-Zwolle in het westen, het Oude Winschoterdiep in het oosten en het Helperdiepje in het zuiden.
In het gebied tussen de Verlengde Meeuwerderweg en het Oude Winschoterdiep komen circa 110 grondgebonden woningen. Beoogd wordt een balans te vinden tussen het individuele en het collectieve domein in een groen-stedelijke sfeer. De woonstraten zijn relatief smal zonder voortuinen. Elke woonstraat heeft een specifieke gemeenschappelijke ruimte die zorgt voor een eigen identiteit. Alle woningen zijn oost-west georiënteerd. Het kaveloppervlak per woning is beperkt. Om deze reden worden de woningen op zowel de zijdelingse als voorerfgrens gesitueerd. De tuin ligt aan de zij- en achterkant van de woning en grenst daardoor ook aan de straat. De woningen kunnen vrijstaand en (optioneel) volgens het zogenaamde ‘rug aan rug’ principe worden ontwikkeld.


 
Voor de grondgebonden woningen zijn acht, veelal jonge, architectenbureaus gevraagd om één specifieke woning tot een ‘voorlopig ontwerp’ uit te werken. De woningen zijn specifiek vanwege de ligging, de afwijkende kavelgrootte, de bijzondere functie en/of de specifieke ontwerpopgave.
Op basis van de voorlopige ontwerpen wordt bepaald met hoeveel en met welke ontwerpen op welke plekken het middengebied uiteindelijk wordt vormgegeven. Uitgangspunt is alle ontwerpen door elkaar over het middengebied te verspreiden waarbij het ook mogelijk is om een aantal woningen van één architect in een serie naast elkaar en/of achter elkaar te plaatsen.


’Het licht begint te wandelen door het huis en raakt de dingen aan. Wij eten ons vroege brood gedoopt in de zon’
Ida Gerhardt.


Standaard type B
De grootte van de kavel en de stedenbouwkundige opzet met een gevoelige ontmoeting tussen openbaar en privé domein vormen de basis voor een plan waarin woning, tuin en haag als eenheid zijn ontworpen.
De woning als onderdeel van de tuin, de tuin als kamer van de woning, omzoomd door een haag. Een langgerekt, smal volume in twee verdiepingen over de gehele diepte van het kavel deelt de tuin in twee delen van ongelijke grootte. Een ruime tuin aan de zuidwest zijde van de woning waarin tevens achter een haag de auto kan worden gestald en een smalle strook met kleine patio’s aan de noordoost zijde, voldoende om het ochtendlicht in de woning te brengen. De groene haag rondom de kavel wordt ter plaatse van de toegang voor de auto uitgevoerd in een verrijdbare constructie.


 
Refererend aan de houtverwerkingsgeschiedenis van de locatie wordt de woning uitgevoerd met een zwarte houten beschieting. Als een boomstam waarvan stompjes herinneren aan de afgezaagde takken heeft het drie meter diepe hoofdvolume van de woning aan weerszijden uitstulpingen op die plekken waar het programma een bredere maat vraagt. Van straat tot open haard volgen de functies in de woning het verloop van openbaar naar privé. Een entreehal over de volle breedte van de woning vormt de buffer met de straat. Via een vide is vanaf de straat de werkruimte in de kelder zichtbaar. De eet-, kook- en woonruimten op de begane grond en de slaapkamers op de verdieping hebben verschillende relaties met tuin en patio’s waardoor het daglicht overal op specifieke wijze de woning binnenkomt.


Speciaaltype 2
Het principe van deze woning is gelijk aan dat van het standaardtype; een drie meter breed volume in twee bouwlagen over de volle diepte van de kavel. In dit geval is de diepte echter twintig meter en heeft de woning, grenzend aan een groene publieksruimte aan de zuidwest zijde, een dubbele voorkant. De entreehal aan straatzijde en een ten opzichte van het maaiveld iets opgetilde werkruimte aan de groene kant vormen hier de buffers tussen openbaar- en privédomein.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Hollestelle Vastgoed BV
Jaar: 2002
BVO: 186 m2


 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
Uitbreiding woning te Borger


9923PDF_sissingh.pdf


Het woonhuis van de familie Sissingh, ontworpen door de architect Jan Rietveld, heeft, ondanks de mooie grote landschappelijke tuin, geen optimale verbinding tussen het huis en de tuin.
De familie Sissingh heeft aan ons gevraagd een aanbouw - woonkeuken - bij het huis te ontwerpen om zo deze relatie te realiseren en tevens een deel van het huis opnieuw in te richten.


Programma
- Zithoek voor 8 personen met openhaard.
- Grote leefruimte/eetkeuken.
- Grotere badkamer en hoofdslaapkamer.


 
Architectuur
Theoretisch is onze ervaringsruimte grofweg in drieën te verdelen:
- De handelsruimte.
- De loopruimte.
- Het gezichtsveld.


Je zou kunnen zeggen dat in de relatie van het woonhuis (de handelsruimte) en de tuin (het gezichtsveld) de loopruimte ontbreekt. De tuin (het landschap) wordt mede daarom ervaren als de zandwoestijn in het gedicht van Gerrit Komrij:


‘Er is geen vrijheid in de zandwoestijn. Al staan er nergens hekken, nergens palen. Het is maar beter -als je vrij wilt zijn- Om sierlijk door een labyrint te dwalen’


 
Het concept is de introductie van een ‘loopruimte’ als intermediair, die voor het woonhuis als een ‘buiten’ en voor de tuin als een ‘binnen’ wordt ervaren. De woonkeuken, 6,5x6,5 meter, wordt aan de noordoost zijde aan het huis gebouwd. Er ontstaan nu twee grote ruimten; de woonkamer aan de ene en de leefkeuken aan de andere zijde waartussen een belangrijke ontsluitingsas. Aan het eind van de as, tussen woonkamer en woonkeuken wordt een bibliotheek gerealiseerd. Van de nieuwe aanbouw zijn alle drie de zijden volledig glaspuien. Voor twee puien worden houten lamellen geplaatst. Van binnenuit is er rondom volledig zicht naar buiten (het landschap), van buitenaf is het zicht gesloten. De derde, meer open zijde, richt zich specifiek op een kleine bloementuin. Het is deze bloementuin, samen met de uitbouw, die de schakel vormt tussen het huis en het landschap.


Projectgegevens
Opdrachtgever: familie Sissingh
Oplevering: 2001
BVO : 57 m2
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
Centrumplan Ede


9615PDF_centrumplan ede.pdf


Binnen het stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteitplan van de stedenbouwkundige Kandikar en de gemeente Ede is een uitbreiding van het winkelcentrum met bovenwoningen gerealiseerd.


Programma
100 woningen, 12000 m2 winkels, 400 parkeerplaatsen in parkeergarage.


Architectuur en stedenbouw
Kenmerkend voor deze locatie in Ede zijn de grote hoogteverschillen tussen het beoogde winkelcentrum en de geplande woonwijk. Hiervan wordt in ons plan gebruik gemaakt door het maaiveld vanuit de woonwijk door te laten lopen, zodat hier onder aan de zijde van het winkelcentrum ruimte ontstaat voor de grootschalige winkels. Hiermee wordt bereikt dat de woningen boven de winkels vanaf het maaiveld toegankelijk zijn. Vanuit de woningen heeft men niet, zoals vaak gebruikelijk, zicht op het dak van de winkels maar kijkt men uit op een prachtig parkachtig landschap. Tevens blijft op deze wijze iets van de kleine schaal van het bestaande winkelcentrum gehandhaafd.


Projectgegevens
Opdrachtgever: ING Vastgoed BV Den Haag
Oplevering : 2001
BVO: 36.800 m2


 
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6
 
Woningen te Diever


9706PDF_centrumplan diever.pdf


In het BIB II plan voor het centrum van Diever worden op de plaats van 2 woningen en de oude mulo nieuwe woningen gebouwd. In het verlengde van deze bouwactiviteiten wordt ook de bestaande woonomgeving aangepast aan de nieuwe woon- en centrumfunctie van dit gebied. Er wordt een plein aangelegd met een belangrijke parkeer- en verblijfsfunctie voor het centrum. Met de realisatie van dit plan wordt de herstructurering van het centrum van het dorp Diever afgerond. Het project bestaat uit zes huurwoningen voor senioren. Op het plein verrijzen twee ruime woongebouwen, met in ieder gebouw drie appartementen. Op de begane grond bevinden zich twee appartementen en op de verdieping bevindt zich de derde. Omdat er rondom het gebouw geen privé buitenruimte, het gebouw staat vrij in het openbaar groen, worden de twee begane grond appartementen ontsloten via een patio. Tegenover deze appartementen, aan de Valkenakker, worden zes geschakelde eengezinswoningen met garage gebouwd.


Projectgegevens
Opdrachtgever : Woonstichting Actium
Oplevering : 2001
BVO : 127/115 m2


 
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6
 
Woningen Hoeve Boschoord te Wilhelminaoord


9726PDF_wilhelminaoord.pdf


Genormaliseerd wonen
Hergebruik en gedeeltelijke sloop van de bestaande gebouwen op de locatie en nieuwbouw van 3 huizen voor elk 4 verstandelijk gehandicapten en hun begeleiders in een vorm die het ministerie van VWS omschrijft als 'genormaliseerd wonen'. Dit betekent in de reeks van afdelingen die de afgelopen jaren zijn gebouwd op Hoeve Boschoord de lichtst beveiligde woonvorm; de laatste 'halte' voordat de patiënt de instelling verlaat. Voor de gebouwen houdt dit in dat hier het karakter van individuele woonhuizen moet prevaleren boven dat van de (beveiligde) instelling. Tegelijkertijd dienen deze huizen verbonden te worden middels algemene en personele functies en verkeersruimten, waarmee een interessante paradox ontstaat.


Landschap en stedenbouw
Naast de paradox van 'gemeenschappelijk individualiteit' is de relatie tussen tuinen en landschap bepalend voor de architectuur. Terwijl in 'De Eiken' de binnenplaats ommuurd is door gebouwen van 5 meter hoog en 'De Sparren' patio's hebben, is in Wilhelminaoord gezocht naar woonvormen met tuinen in open verbinding met erf en landschap.
Het terrein heeft een formele zuidzijde, waarop de woonhuizen, en een informele erf aan de noordzijde. Door de grens tussen deze twee te beplanten met beukenhagen en een bomenrij wordt niet alleen de nodige privacy in de tuinen tussen de huizen gecreëerd, maar wordt ook op een logische manier aangesloten op het aanwezige verkavelingspatroon met doorgaande wegen waarop bomenlanen uitkomen. De vier tuinen hebben elk een specifieke verbinding met erf en landschap.


 
Architectuur
Achter het hergebruikte gebouw 'De Linden' staan drie langgerekte woonhuizen met de kop naar het erf en elk een eigen entree en tuin. De huizen zijn onderling verbonden door lage volumes waardoor vanaf het erf bezien de individualiteit van de woonhuizen manifest is, terwijl vanuit het landschap de eenheid van het complex benadrukt wordt. Een 'groen scherm' verbindt de oude en nieuwe bouwdelen. De overige gevels zijn in vlak gedetailleerd en gematerialiseerd in (verlijmd) metselwerk, hout en glas. De hoofdvolumes met zadeldak (in zwarte keramische pan en zink) zorgen voor de individualiteit van de woonhuizen terwijl de verschillende materialen de verbindingen vormen. Een overstek aan de zuidwestzijde begeleidt de entreeroute en beschut de 'open' zijde van de huizen tegen regen en zon.


Projectgegevens
Opdrachtgever : Stichting Hoeve Boschoord
Oplevering : 2001
BVO : 1.160 m2





 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6
 
Appartementengebouw De Meeuwen te Groningen


9611PDF_de meeuwen.pdf


Binnen het stedenbouwkundig ontwerp van de Gemeente Groningen i.s.m. Henk Döll van Mecanoo Architecten is een appartementencomplex gesitueerd dat een overgang moet vormen tussen een drukke verkeersroute en de rustige woonwijk met grondgebonden woningen.


Programma
30 appartementen, een commerciële ruimte en een parkeergarage voor 30 auto’s.


Stedenbouw en architectuur
Het gebouw is noord zuid georiënteerd. De vijf woningen per laag worden ontsloten via een grote hal, die over de 6 lagen met elkaar verbonden zijn door grote vides. Alle woningen zijn op het zuiden, de woonwijk, georiënteerd. De centrale hal staat in verbinding met de buitenlucht, maar is wel gesloten voor wind en regen. Deze hal vormt een buffer tussen de drukke verkeersweg en de woningen.


Grote uitsneden in het metselwerk markeren de entree van de commerciële ruimte en woningen, alsmede de grote hal.
De opeenvolging van ruimtelijke ervaringen, de besloten entree, de grote open centrale hal, kenmerkt het benaderen van de individuele woning.


Projectgegevens
Opdrachtgever: HBG BML Bouw
Oplevering: 2001
BVO: 5.500 m2


 
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6
 
Nijrees te Almelo


9828PDF_Nijrees.pdf


Randvoorwaarden
Het stedenbouwkundig plan voor Nijrees te Almelo, één van de vinexwijken, voorziet in twee grotere bebouwingsvakken die een stevig fond vormen ten opzichte van de wat losser opgezette verkaveling aan de westzijde. Beide vakken bestaan uit een rand van meer aaneengesloten bebouwing en een binnengebied dat opener en losser kan zijn. Beide vakken zijn op elkaar betrokken door routing en het 'middenrif': een aan weerszijden homogene bebouwing om een groene ruimte. In het tweede vak is de randbebouwing aan de oost- en westzijde uitgewerkt tot een dubbele rij woningen, een 'pakking', van grotere, geschakelde woningen, die door volume en ritmiek stevigheid moeten geven aan de rand in aansluiting op het bestaande open landschap.


Programma
100 woningen, waarvan 46 vrijstaande, 20 geschakelde en 34 2-1 kap woningen.


 
Architectuur
De buitenste rij van de 'pakking' zijn vrijstaande woningen; aan elkaar geschakeld door de garage. De binnenste rij bestaat uit 2-1 kap woningen en enkele geschakelde woningen.


De woningen zijn allemaal oost west georiënteerd, maar de kap is gericht op het zuiden in verband met het gebruik van PV-cellen en zonnecollectoren. Hierdoor ontstaat, vooral door de bovenbouw, een sterk ritmiek die de 'harde' rand moet blijven garanderen.
De onderbouw is meer afwisselend. De garages worden zover mogelijk naar achteren geschoven, zodat deze samen met de entrees een patioachtige ruimte vormen. Door het gebruik van een afwijkend materiaal in de patio, nl. hout, wordt dit nog een versterkt.
Alle typen woningen voldoen aan het Nationaal Pakket Duurzaambouwen. Door gebruik van PV-cellen en zonnecollectoren voldoen de 2-1 kapwoningen en de geschakelde woningen aan de eisen voor de groenfinanciering. Duurzaam betekent voor ons ook dat een woning, in staat moet zijn meerdere levenscycli van verschillende gebruikers te huisvesten door in de plattegrond vele gebruiksopties mogelijk te maken.


Projectgegevens
Opdrachtgever : Bouwcombinatie Nijrees
Oplevering : 2001
BVO 1 : 190,1 m2 per 2/1 kapwoning
BVO 2 : 150 m2 per rijtjeswoning
BVO 3 : 255,7 m2 per vrijstaande woning


 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6
 
Woonhuis Bouma en Van Veenen te Groningen


9942PDF_bouma van veenen.pdf


Het woonhuis ligt in de wijk de Picardhof in Groningen. De woning is zover in de richting van het water geschoven dat het een grens vormt tussen twee landschappen. Het rietlandschap en de tuin. De woning is een vertaling van het wonen op de grens en vormt een intermediair. In de entreepatio met boom zijn beide landschappen tegelijkertijd zichtbaar. De patio fungeert zowel als schakel tussen de twee landschappen als ook tussen wonen en werken. In de woning spelen muziek en geluid een belangrijke rol. Het gebouw heeft een functie als geluidsbuffer tussen weg en tuin. Binnen zijn ruimten zodanig georganiseerd dat bij het doorlopen van het huis elke ruimte zijn eigen klank heeft. De opeen volgende ruimten verschillen in hoogte, breedte, diepte en materialisering waardoor het eigen klank karakter ontstaat.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Bouma en van Veenen
Oplevering: 2001
BVO: 275 m2


 
 
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
38 woningen De Graven Es, Oldenzaal


0009PDF_graven es.pdf


Het project bestaat uit 38 zeer royale eengezinswoningen, goed voor vele m3 woonplezier. De extra ruimte die aan de woningen is meegegeven vind je, behalve in afmetingen van de kamers, terug in een vide (heel bijzonder voor woningen in deze prijsklasse) en in een grote zolder. Hoewel de woningen standaard van twee slaapkamers worden voorn is er ruimte voor zelfs vier slaapkamers. De keuken ligt in het midden van de woning zodat aan de voorgevel nog een ruimte beschikbaar is voor de eethoek of voor een werkhoek. Deze laatste kan ook op de verdieping aan de vide een plek krijgen, vanwaar toch contact met de begane grond mogelijk is. De vide kan op verschillende manieren ingevuld worden. Zo kunnen bewoners zelf hun eigen unieke stempel drukken op het woningontwerp.


Projectgegevens
Opdrachtgever : De Graven Es
Oplevering : 2000
BVO : 150m2


 
 
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
Woning te Deventer


9924PDF_deventer.pdf


Programma van Eisen
- eetkeuken
- woonkamer
- werkkamer
- hoofdslaapkamer
- 2 kinderkamers
- logeerkamer


Het dagelijks leven van de familie Holleman speelt zich voornamelijk af in de keuken. Deze plek ligt in het midden van de tuin, zodat rondom zicht is naar het groen. De overdekte veranda vergroot deze leefruimte in de zomer.


Projectgegevens
Opdrachtgever : dhr. Holleman
Oplevering : 2000
BVO : 200 m2


 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5
 
Abbeyfield te Zwolle


9527PDF_abbeyfield.pdf


Nadat hergebruik van de voormalige St. Michaelsschool geen haalbare optie was gebleken, werd ons voorgesteld een nieuwbouwplan voor 10 ouderenwoningen met een aantal gemeenschappelijke voorzieningen volgens het Abbeyfield-concept op deze locatie te ontwerpen.


De nieuwbouw zou, aan de Aplein-zijde, binnen het volume van de huidige bebouwing moeten passen. Met het oog op de gevoelige situering in de historische Zwolse binnenstad werden stedenbouwkundige randvoorwaarden als kapvorm, plint en gevelgeleding vastgesteld. Alhoewel het geen waardevol monument betreft vallen een aantal onderdelen van het huidige schoolgebouw op als beeldbepalende elementen aan de Noordzijde van het Aplein.


Programma
10 appartementen, ruimtes algemene voorzieningen.


 
Stedenbouw en architectuur
Het ontwerp voor de nieuwbouw aan het Aplein kan gezien worden als een onderzoek naar de mogelijkheden van een eigentijdse architectuur in een historische context. Op basis van een modern binnenstedelijk woonprogramma en de transformatie van karakteristieke kenmerken van de naburige laat 19e eeuwse bebouwing is een plan ontstaan dat zich in eerste aanblik naadloos in de historische context lijkt te voegen en bij nadere beschouwing onmiskenbaar eigentijds blijkt te zijn.


Het plan is opgebouwd uit een aantal bekende elementen uit de Nederlandse bouwtraditie zoals verticale vensteropeningen, kapellen in een schuine kap, een verhoogde begane grondverdieping en een gevel op ‘vlucht’ in donker metselwerk. Onder invloed van de stedenbouwkundige randvoorwaarden, het programma en de transformatie van karakteristieke onderdelen van het schoolgebouw zijn in de gevel tal van variaties op het eenvoudige basisschema ontstaan.


Projectgegevens
Opdrachtgever : Woningstichting SAVO
Oplevering : 2000
BVO : 935 m2





 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6
 
Frans Halsflat te Steenwijk


9810PDF_frans hals.pdf


Randvoorwaarden
Het 25 jaar oude complex op de hoek van de Frans Halsstraat en de Paul Krügerstraat bestaat uit totaal 30 woningen met hoofdzakelijk één kamerappartementen bedoeld voor jonge startende kamerbewoners. De doelgroep bestaat voornamelijk uit licht verstandelijk gehandicapten die in principe geen verpleging of verzorging nodig hebben. Er is een lichte vorm van begeleiding die uit gemiddeld 10 uur per persoon per week bestaat. Een slaapwacht is aanwezig op een andere locatie. Om het complex voor deze doelgroep geschikt te maken zijn er een aantal problemen gesignaleerd die betrekking hebben op de specifieke wensen t.a.v. het gebruik van het complex en de relatie van de bebouwing met de buurt.
De wensen ten aanzien van het gebruik van het complex zijn een beperkte verbetering van de woningen, m.n. de keuken en badkamer en het toevoegen van een groepsruimte.
De relatie van de bebouwing met de buurt is in de volgende problemen onder te verdelen:
- Een relatief groot gebouw tussen kleinschalige rijtjeswoningen.
- De bewoners onderhouden hun tuin slecht.
- De entree is teveel weggestopt.
- Het achtergebied ligt er ongebruikt en fantasieloos bij.


 
Architectuur
Doel is om een zo groot mogelijke integratie te bewerkstelligen tussen de buurt en de bewoners.
Wij hebben dan ook het volgende voorgesteld:
- Het trappenhuis deels te slopen om zo twee losstaande hoofdgebouwen te maken waardoor het gebouw visueel kleiner lijkt en er meer zicht vanaf de straat op het achtergebied ontstaat.
- De individuele tuinen samenvoegen en samen met het achtergebied inrichten als een parkachtig landschap.
- Een nieuwe transparante entree realiseren die dichter bij de straat ligt.
- Een kleine aanbouw als groepsruimte met twee ‘groene’ gevels. Hier is voor gekozen om zoveel mogelijk groen in de wijk te realiseren in plaats van nog meer ‘gebouw’ te maken. De gevel bestaat uit twee soorten klimop zodat elk seizoen de gevel er anders uit ziet. De klimop gaat voor een deel van de ramen langs om binnen ‘gefilterd’ licht binnen te krijgen.


Projectgegevens
Opdrachtgever : Stichting Woonconcept
Oplevering : 2000





 
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
Parc Sandur te Emmen


9705PDF_parc sandur.pdf


Randvoorwaarden
In het plangebied 'WOONPARC SANDUR' te Emmen is door de gemeente gekozen voor een relatief lage dichtheid van bebouwing. Het doel is het landelijk karakter te benadrukken. Voor de architectuur is gekozen voor het thema 'jaren 30 architectuur'.
Dat wil zeggen:
- eenvoudige kapvorm
- erkers
- bloembakken, etc.
Ons is gevraagd om 45 2-1 kapwoningen te ontwerpen met een inhoud van ca. 315 m3, excl. de buitenberging. Eén van de varianten moet voldoen aan het seniorenlabel. De woningen zijn bedoeld voor de verhuur; de bouwkosten mogen derhalve niet hoger uitvallen dan ong. € 49.900,- per woning.


 
Stedenbouw en architectuur


Ons onderzoek richt zich op de vraag of het mogelijk is met hedendaagse materialen en vormen te refereren aan het door de gebruikers gewenste jaren 30 beeld. Kenmerkend voor die jaren 30 is de aandacht voor het detail. Klakkeloos de vormen kopiëren zonder de veelal huidige dure details maakt veel van deze ‘nieuwe’ jaren 30 woningen een slechte kopie.


Daarom proberen wij het door een ‘suggestie’ te geven met een hedendaagse detaillering in plaats van kopiëren. De entree is verbijzonderd door het gebruik van hout. De voordeur is weggewerkt in een groter houtenpaneel. Naast de entree is een prefab betonnen bloembak onder de woonkamerpui geplaatst. Het is deze compositie van bloembak, entree en dakoverstek die de gewenste suggestie geven. Daarnaast is in de entree van de woning het toepassen van een grote vide bijzonder. Hierdoor is de volle hoogte en de kap van de woning bij binnenkomst te ervaren.


In de uitwerkingsfase zijn een aantal indelingsopties ontworpen. Zo is het onder andere mogelijk voor senioren om de hoofdslaapkamer en badkamer op de begane grond te situeren.


Projectgegevens
Opdrachtgever: Loostad BV
Oplevering: 1999
BVO: 106 m2


 
 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6, 7
 
8 Vrijstaande woningen te Enschede


9620PDF 8 vrijstaande woningen.pdf


In het plangebied Eekmaat-west is door de gemeente gekozen voor verweving van de stad en het aangrenzende landschap. De wijk moet daarom een aan tuindorpen verwante sfeer krijgen. Dit komt onder meer tot uitdrukking in de woonomgeving en de overgang van openbaar naar privé terrein. Door de handhaving en versterking van het bestaande groen worden de huidige landschappelijke kenmerken, de kamerstructuur en het water, een nadrukkelijk onderdeel van het plan.
Door de gemeente Enschede is, i.s.m. Sjoerd Soeters Architecten BV, het beeldplan voor Eekmaat-west ontwikkeld. Dit beeldplan wordt als leidraad bij de toetsing van de woningbouwplannen gehanteerd, met als doelstelling het plan te benaderen vanuit de openbare ruimte, zodat de wanden van straten, pleinen en hoven belangrijker worden dan de los staande architectuur. Wij zijn gevraagd plandeel 10 te ontwerpen waarvan fase 2 de realisering van 8 vrijstaande eengezinswoningen behelst.


 
Stedenbouw en architectuur
Door de voortuinen van de woningen als één groen geheel vorm te geven wordt dit gebied onderdeel van het plein. Hierdoor wordt de groene aanblik van dit planonderdeel verruimd. Belangrijk uitgangspunt bij de vormgeving van deze woning is het ‘wonen onder de kap’. Dit wordt bereikt door de garage met daarboven de zolder in het bouwblok op te nemen. Hierdoor kan daarnaast de slaapverdieping direct onder de kap gesitueerd worden. Door de garage in de woning op te nemen, vormt de woning één geheel en is daarbij beduidend lager dan de standaard twee verdiepingen met een kap.
De woning is in drie zones ingedeeld, waarbinnen voor de bewoners vele mogelijkheden zijn om de woning aan hun toekomstige wensen aan te passen. De 8 woningen tellen drie types met elk een eigen kleur baksteen.


Projectgegevens
Opdrachtgever : Bouwcombinatie E 2000 Enschede
Oplevering : 1999
BVO : 1.552 m2


 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6
 
Woning te Eext


9618PDF_woonhuis eext.pdf


Randvoorwaarden
Het woonhuis wordt gerealiseerd op het landgoed ‘Heidehof’, dat is gelegen in de nabijheid van het dorpje Eext in de provincie Drenthe. In het landschap herinneren rudimenten van funderingen aan het oorspronkelijke landhuis, dat ten tijde van de Tweede Wereldoorlog is afgebroken. Juist deze plek is gekozen als locatie voor een nieuw te bouwen woonhuis, dat is gebaseerd op een 'modern' programma van eisen.


Het maken van een nieuw, representatief middelpunt van het landgoed op basis van een relatief bescheiden en eigentijds woonprogramma is het belangrijkste architectonische thema bij de gestelde opgave.


Het opnieuw vormgeven van het terrein en de bijbehorende lanen maakt deel uit van de opdracht.





 
Stedenbouw en architectuur
Het woonhuis is, als één herkenbaar bouwvolume, gesitueerd op een kruising van lanen binnen de stervormige landschappelijke ontsluitingsstructuur.


Allereerst is de begane grondvloer 1.2 m boven het maaiveld en de oude funderingsresten gesitueerd. Zodoende wordt het, in kwalitatieve zin, beperkte bouwprogramma fysiek gecompenseerd en ontstaat er tegelijkertijd een natuurlijke oplossing voor het parkeren van auto’s. Vervolgens is een constructieve structuur toegevoegd, die de afzijdigheid van het woonhuis benadrukt. De constructieve structuur wordt ingevuld door middel van een eenvoudige, functionele zonering: aan de noordzijde zijn overwegend secundaire functies gesitueerd, aan de zuidzijde de belangrijkste leeffuncties.


Zodoende ontstaat een scherp contrast in het gevelbeeld tussen een tamelijk gesloten, representatieve noordgevel en een open, informele zuidgevel. De twee schoorstenen markeren de verschillende kruispunten van de zichtlijnen.
 
Materialisering
Onderbouw en schoorstenen: roodpaars gebakken vormbak.
Buitenwanden: onbehandeld western red cedar.
Buitenkozijnen: hout, wit.
Dak: keramisch gebakken pan, zwart.



Projectgegevens
Opdrachtgever: dhr. Van der Weij
Oplevering: 1998
BVO: 295 m2


 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6
 
30 Woningen te Enschede


9620PDF_30 woningen enschede.pdf


In het plangebied Eekmaat-west is door de gemeente gekozen voor verweving van de stad met het aangrenzende landschap. De wijk moet daarom een aan tuindorpen verwante sfeer krijgen. Dit komt onder meer tot uitdrukking in de woonomgeving en de overgang van openbaar naar privé-terrein. Door de handhaving en versterking van het bestaande groen worden de huidige landschappelijke kenmerken, de kamerstructuur en het water een natuurlijk onderdeel van het plan.
Door de gemeente Enschede is, in samenwerking met Sjoerd Soeters Architecten BV, het beeldplan voor Eekmaat-west ontwikkeld. Dit beeldplan wordt als leidraad bij de toetsing van de woningbouwplannen gehanteerd met als doelstelling het plan te benaderen vanuit de openbare ruimte zodat de wanden van straten, pleinen en hoven belangrijker worden dan de losstaande architectuur.


Ons is gevraagd plandeel 10 te ontwerpen, fase I behelst de realisering van 30 rijtjeswoningen, over twee lagen, in de prijsklasse van ca. € 77.140.


 
Stedenbouw en architectuur
Een gezamenlijke voortuin met een haagstrook scheidt het hoger gelegen entreegebied voor de woningen van de openbare straat. Zittend in de ochtendzon op dit hoger gelegen terras of in de, optionele, eetkeuken kan men dankzij het hoogteverschil over de geparkeerde auto’s heen naar het groene plein kijken. Door dit gebruik gaat het voorgebied bij de woning horen, de scheiding tussen binnen en buiten vervaagt waardoor het straatbeeld wordt verlevendigd.


De woonkamer is gesitueerd op het westen en kijkt uit over de achtertuin. Op de verdieping is bij de overloop een ruime, open plek gecreëerd waar bijvoorbeeld een werkhoek of studeerruimte kan worden ingericht waardoor de verdieping meer dan alleen een slaapverdieping wordt. Via het extra grote trapgat is er optimaal contact tussen deze plek op de verdieping en de hal en eetkeuken op de begane grond. Door deze mogelijkheden kan de woning door iedereen anders gebruikt of ingericht worden. Daarnaast zijn er mogelijkheden de woonkamer uit te breiden, een derde slaapkamer te maken of de keuken op verschillende manieren in te richten.


Projectgegevens
Opdrachtgever : Trebbe Projecten BV
Oplevering : 1998
BVO : 3.150 m2





 
 
 
 
> <  1, 2, 3, 4, 5, 6