2011 > 2009
> 2011
Innovatieve varkensstal, Utrecht
> 2011
Natuurderij Keizersrande, Deventer
> 2010
Atelier Fryslan
> 2010
Topdorpen
> 2009
Dorpsrand, Drouwen
Het Eiland van Schalkwijk
Randstedelijk boeren
De familie Uijttewaal woont al sinds 1420 op het Eiland van Schalkwijk.
Het ontwerp voor de nieuwe stal is in nauwe samenspraak met de boer tot stand gekomen.
Deze varkenshouderij is gericht op dierenwelzijn in combinatie met goede opbrengsten en op de diversificatie van de inkomstenstromen met bijvoorbeeld een bezoekerscentrum en kleinschalige, recreatieve ontwikkeling met overnachtingsmogelijkheid gekoppeld aan de Hollandse Waterlinie. Zo wordt het mogelijk op kleinere schaal te produceren. Op termijn wordt ook een rundveehouderij toegevoegd waarmee het grasland van de polder weer bestemming krijgt. Ook de opgewekte energie, gezuiverd water en nutriënten uit de biovergister en de toeristische en educatieve diensten zijn nieuwe producten die het bedrijf levert. Zo kan de agrarische sector in dichtbevolkte gebieden behouden blijven. Dit noemen we Randstedelijk boeren.
Randstedelijk boeren
De familie Uijttewaal woont al sinds 1420 op het Eiland van Schalkwijk.
Het ontwerp voor de nieuwe stal is in nauwe samenspraak met de boer tot stand gekomen.
Deze varkenshouderij is gericht op dierenwelzijn in combinatie met goede opbrengsten en op de diversificatie van de inkomstenstromen met bijvoorbeeld een bezoekerscentrum en kleinschalige, recreatieve ontwikkeling met overnachtingsmogelijkheid gekoppeld aan de Hollandse Waterlinie. Zo wordt het mogelijk op kleinere schaal te produceren. Op termijn wordt ook een rundveehouderij toegevoegd waarmee het grasland van de polder weer bestemming krijgt. Ook de opgewekte energie, gezuiverd water en nutriënten uit de biovergister en de toeristische en educatieve diensten zijn nieuwe producten die het bedrijf levert. Zo kan de agrarische sector in dichtbevolkte gebieden behouden blijven. Dit noemen we Randstedelijk boeren.
Het bedrijf gaat gebruik maken van producten uit de streek; snoeiafval, bermgras en stro als strooisel voor de varkens en voor de biovergister. Overtollige partijen van een nabijgelegen koekfabriek dienen als voer voor de varkens. In de streek wordt afzet gevonden voor het vlees van de Blokhovens varken bij slagers en restaurants.
Sterke randvoorwaarden als licht, ruimte, strooisel, de basisbehoeften van het dier, zijn leidend. De 1-ster eisen van het keurmerk van de dierenbescherming worden ruimschoots gehaald. De kracht van dit concept ligt vooral in de openheid en toegankelijkheid van het bedrijf. Daarnaast biedt de overmaat aan ruimte de mogelijkheid om verschillende vormen van varkenshouderij te verkennen.
Sterke randvoorwaarden als licht, ruimte, strooisel, de basisbehoeften van het dier, zijn leidend. De 1-ster eisen van het keurmerk van de dierenbescherming worden ruimschoots gehaald. De kracht van dit concept ligt vooral in de openheid en toegankelijkheid van het bedrijf. Daarnaast biedt de overmaat aan ruimte de mogelijkheid om verschillende vormen van varkenshouderij te verkennen.
Voor het nieuwe bedrijf is aansluiting gezocht bij de typologie van de polder. Verdichting langs het bebouwingslint zou een te grote massa in het kleinschalig karakter van de dijk betekenen, bovendien zou het zicht op het inundatieveld verdwijnen. Met het verwijderen van de bestaande stallen en de positie van de nieuwe stal in de polder wordt het zicht weer vrij gemaakt.
De stal is niet verstopt, niet ingepakt in bomen, maar ligt zichtbaar en trots in het landschap, gekoppeld aan recreatieve routes. De polder heeft een grote maat maar ook veel detail en kleinschaligheid. Om dit in het ontwerp te bereiken is de traditionele kapvorm voor stallen gedraaid en zijn de overspanningen relatief klein gehouden. Hierdoor kan laag gebouwd worden. De gebouwen zijn maximaal 7 meter hoog.
De stallen zijn gelegen rondom een binnenplaats, hier spelen zich de meeste bedrijfshandelingen af. Beplanting op de binnenplaats heeft een behoorlijke maat en zorgt voor schaduw en een prettige atmosfeer op de ook voor het publiek toegankelijke binnenplaats.
De stal is niet verstopt, niet ingepakt in bomen, maar ligt zichtbaar en trots in het landschap, gekoppeld aan recreatieve routes. De polder heeft een grote maat maar ook veel detail en kleinschaligheid. Om dit in het ontwerp te bereiken is de traditionele kapvorm voor stallen gedraaid en zijn de overspanningen relatief klein gehouden. Hierdoor kan laag gebouwd worden. De gebouwen zijn maximaal 7 meter hoog.
De stallen zijn gelegen rondom een binnenplaats, hier spelen zich de meeste bedrijfshandelingen af. Beplanting op de binnenplaats heeft een behoorlijke maat en zorgt voor schaduw en een prettige atmosfeer op de ook voor het publiek toegankelijke binnenplaats.
De innovatie in deze varkensstal is het open low-tech systeem dat altijd werkt en eenvoudig door de boer zelf te onderhouden is. De opzet van het ontwerp is zodanig dat deze eenvoudig in eigen beheer te realiseren is. Hierdoor kan er goedkoper gebouwd worden.
Het is een ontwerp dat jaren vooruit kan met de toekomstige toepassingen op allerlei gebied.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Steef Uijttewaal
Jaar: 2011
Project: prijsvraag
Het is een ontwerp dat jaren vooruit kan met de toekomstige toepassingen op allerlei gebied.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Steef Uijttewaal
Jaar: 2011
Project: prijsvraag
Natuurderij Keizersrande te Deventer
In vervolg op de studies naar de geschiedenis en de ontwikkelingsmogelijkheden van het landgoed Rande (Van Dooren, vanParidonxdeGroot, DAAD, 2007) werkten DAAD Architecten en van Paridon x de Groot in het voorjaar van 2010 in opdracht van Stichting IJssellandschap aan het programma en het voorlopig ontwerp van de Natuurderij, Het ontwerpproces focust zich op het ontwerp van de Natuurderij, meer specifiek: het nieuwe gebouw, het bijbehorende erf met de terrassen en de aansluiting daarvan op de directe omgeving.
Met de Natuurderij krijgt Rande, recentelijk uitgebreid met het buitendijkse Keizersrande, een programma dat het van oudsher zelfvoorzienend karakter van een landgoed een eigentijdse invulling geeft. Met het erf als centrum gaat hier een landgoedbedrijf ontstaan waarop melkveehouderij, waterhuishouding en (educatieve) recreatie samenkomen.
De positie van het erf op de overgang van hoge naar lage uiterwaarden maakt deze bijzondere programmatische ontmoeting ook ruimtelijk zichtbaar en beleefbaar. In het integrale ontwerp van het erf en de gebouwen vindt het complexe, dynamische programma een passende vorm die zich niet laat duiden als boerderij, noch als landgoedhuis. Het dak en het erf zijn de bepalende elementen van het ontwerp van een complex dat maximaal ‘functionalistisch’ is en, in de Overijsselse traditie van steenfabrieken langs de rivier, stevig en trots aan (en soms in) het water staat.
In vervolg op de studies naar de geschiedenis en de ontwikkelingsmogelijkheden van het landgoed Rande (Van Dooren, vanParidonxdeGroot, DAAD, 2007) werkten DAAD Architecten en van Paridon x de Groot in het voorjaar van 2010 in opdracht van Stichting IJssellandschap aan het programma en het voorlopig ontwerp van de Natuurderij, Het ontwerpproces focust zich op het ontwerp van de Natuurderij, meer specifiek: het nieuwe gebouw, het bijbehorende erf met de terrassen en de aansluiting daarvan op de directe omgeving.
Met de Natuurderij krijgt Rande, recentelijk uitgebreid met het buitendijkse Keizersrande, een programma dat het van oudsher zelfvoorzienend karakter van een landgoed een eigentijdse invulling geeft. Met het erf als centrum gaat hier een landgoedbedrijf ontstaan waarop melkveehouderij, waterhuishouding en (educatieve) recreatie samenkomen.
De positie van het erf op de overgang van hoge naar lage uiterwaarden maakt deze bijzondere programmatische ontmoeting ook ruimtelijk zichtbaar en beleefbaar. In het integrale ontwerp van het erf en de gebouwen vindt het complexe, dynamische programma een passende vorm die zich niet laat duiden als boerderij, noch als landgoedhuis. Het dak en het erf zijn de bepalende elementen van het ontwerp van een complex dat maximaal ‘functionalistisch’ is en, in de Overijsselse traditie van steenfabrieken langs de rivier, stevig en trots aan (en soms in) het water staat.
Ontwerpuitgangspunten
Onder het plan ligt een ambitieus Programma van Eisen met ruimte voor 80 melkkoeien en 120 stuks jongvee en ossen die ’s winters onder dak moeten, allen in ruime potstallen verblijven en gevoerd worden met hooi van het land. Tweede uitgangspunt voor het ontwerp vormt het inrichtingsplan voor de hogere uiterwaarden, zoals ingediend voor ‘Ruimte voor de Rivier (2009)’. Het omvangrijke boerderijprogramma moet worden ondergebracht op een erf dat in verschillende hoogtes wordt aangelegd om bij verschillende hoogwaterstanden voldoende doorstroming in de uiterwaard te garanderen. Met een zekere regelmaat zal het voorkomen dat delen van het erf onder water staan. Het bedrijf zal ook dan moeten kunnen blijven draaien en van bepaalde delen (potstal, mestplaat) moet gewaarborgd zijn dat deze, ook bij extreem hoog water, niet onder kunnen lopen.
Een laatste bijzonder uitgangspunt voor het ontwerp is de positionering van het erf en de gebouwen ten opzichte van de IJssel en de Provinciale weg. Het gewenste evenwicht tussen de publieke routes over het landgoed, de bedrijfsvoering van de boerderij en de privéruimte van de bewoners in deze ruimtelijke setting levert een complex ontwerpvraagstuk op, dat alleen op te lossen is indien de gangbare paden worden verlaten. Aldus waren bij aanvang alle ingrediënten voorhanden om tot een nieuwe, maar sterk aan de plek gehechte gebouwtypologie te komen.
Onder het plan ligt een ambitieus Programma van Eisen met ruimte voor 80 melkkoeien en 120 stuks jongvee en ossen die ’s winters onder dak moeten, allen in ruime potstallen verblijven en gevoerd worden met hooi van het land. Tweede uitgangspunt voor het ontwerp vormt het inrichtingsplan voor de hogere uiterwaarden, zoals ingediend voor ‘Ruimte voor de Rivier (2009)’. Het omvangrijke boerderijprogramma moet worden ondergebracht op een erf dat in verschillende hoogtes wordt aangelegd om bij verschillende hoogwaterstanden voldoende doorstroming in de uiterwaard te garanderen. Met een zekere regelmaat zal het voorkomen dat delen van het erf onder water staan. Het bedrijf zal ook dan moeten kunnen blijven draaien en van bepaalde delen (potstal, mestplaat) moet gewaarborgd zijn dat deze, ook bij extreem hoog water, niet onder kunnen lopen.
Een laatste bijzonder uitgangspunt voor het ontwerp is de positionering van het erf en de gebouwen ten opzichte van de IJssel en de Provinciale weg. Het gewenste evenwicht tussen de publieke routes over het landgoed, de bedrijfsvoering van de boerderij en de privéruimte van de bewoners in deze ruimtelijke setting levert een complex ontwerpvraagstuk op, dat alleen op te lossen is indien de gangbare paden worden verlaten. Aldus waren bij aanvang alle ingrediënten voorhanden om tot een nieuwe, maar sterk aan de plek gehechte gebouwtypologie te komen.
Boerderij
De Natuurderij kent een bijzondere situatie waarbij het bedrijfserf naar de weg gekeerd is én in de zichtas vanuit Nieuw Rande ligt, terwijl de representatieve ‘voorzijde’ met woonhuis én het publieke balkon juist aan de kant van de rivier liggen. De koeien en de trekkers verlaten en benaderen het erf ‘zijwaarts’ (in noord-zuid richting). Hiermee ontstaat een dubbele voorzijde. In het ontwerpvoorstel loopt de zichtlijn vanaf Nieuw Rande door de koeienstal heen, onder het dak door, richting IJssel. Deze ‘schone route’ verbindt beide erven en kan ook door bezoekers worden gebruikt.
De hoogteverschillen tussen de erven zijn hierbij maximaal benut. Een essentieel onderdeel van de bedrijfsvoering en routescheiding is de kraanbaan. Daar de kraan hoog onder de kap horizontaal beweegt en door het gehele gebouw moet kunnen komen, ligt de noklijn vast. Vanuit overwegingen met betrekking tot de waterhuishouding zijn de erfhoogtes bepaald.
Hoofddragers van het gebouw, de dak en het erf, zijn hiermee vastgelegd. De ruimte tussen de twee is variabel in hoogte, openheid en materialisatie. De gevel volgt in het platte vlak de lijnen van de functionele onderdelen. Achter de dragende constructie liggen vloeren op verschillende hoogtes en staan, onder de grote kap, diverse volumes vrij in de ruimte, al dan niet voorzien van een tijdelijke, aan het gebruik gekoppelde bekleding. De mestplaat en het melklokaal, samen met de voedersilo en de melktank, zijn als losse objecten op het bedrijfserf vormgegeven.
De Natuurderij kent een bijzondere situatie waarbij het bedrijfserf naar de weg gekeerd is én in de zichtas vanuit Nieuw Rande ligt, terwijl de representatieve ‘voorzijde’ met woonhuis én het publieke balkon juist aan de kant van de rivier liggen. De koeien en de trekkers verlaten en benaderen het erf ‘zijwaarts’ (in noord-zuid richting). Hiermee ontstaat een dubbele voorzijde. In het ontwerpvoorstel loopt de zichtlijn vanaf Nieuw Rande door de koeienstal heen, onder het dak door, richting IJssel. Deze ‘schone route’ verbindt beide erven en kan ook door bezoekers worden gebruikt.
De hoogteverschillen tussen de erven zijn hierbij maximaal benut. Een essentieel onderdeel van de bedrijfsvoering en routescheiding is de kraanbaan. Daar de kraan hoog onder de kap horizontaal beweegt en door het gehele gebouw moet kunnen komen, ligt de noklijn vast. Vanuit overwegingen met betrekking tot de waterhuishouding zijn de erfhoogtes bepaald.
Hoofddragers van het gebouw, de dak en het erf, zijn hiermee vastgelegd. De ruimte tussen de twee is variabel in hoogte, openheid en materialisatie. De gevel volgt in het platte vlak de lijnen van de functionele onderdelen. Achter de dragende constructie liggen vloeren op verschillende hoogtes en staan, onder de grote kap, diverse volumes vrij in de ruimte, al dan niet voorzien van een tijdelijke, aan het gebruik gekoppelde bekleding. De mestplaat en het melklokaal, samen met de voedersilo en de melktank, zijn als losse objecten op het bedrijfserf vormgegeven.
Per gebouwdeel is gekozen voor een constructief principe dat past bij de achterliggende functie en de maat van de bijbehorende overspanning. Eerder vanuit een functionele zuiverheid dan vanuit beeldoverwegingen ontstaat hiermee een gebouwcomplex met een heldere, herkenbare hoofdvorm onderverdeeld in delen met verschillende ritmes en transparantie. Hiermee zal het gebouw, waargenomen onder veranderende perspectieven vanuit het landschap, zich telkens anders aan de beschouwen presenteren. Gedeelten lopen overhoeks dicht en openen zich bij benadering, andere delen zijn in de winter gesloten en in de zomer open. Met een heldere kap in een materiaal, een fijnmazige, zichtbare constructie en een zware plint die op bijzondere plekken gebouw wordt refereert de Natuurderij aan de voormalige steenfabrieken in het gebied en wortelt een eigentijdse architectuur op deze bijzondere plek.
Opbouw erf in voorachter
Het uitgangspunt is de Natuurderij een duidelijke voor- en achterkant te geven. Hiermee kan publiek duidelijk van privé worden gescheiden. En de fijne inrichting – van de voortuin, terrassen, balkon en allee’s - van de stevige, zware inrichting van de gebieden en paden waar trekkers en vrachtwagens rijden en de koeien lopen.
Natuurlijk landschap
Het voorstel is de natuur zo dicht mogelijk naar de Natuurderij toe te halen. Met natuurlijke oevers aan de voorkant, met een oplopend talud naar de koeienstal en de bossen in de rug. Natuurderij is het gezicht van het landgoed KeizersRande aan de Rivier. De Natuurderij is het eindpunt van de wandeling door de tijd die het landgoed KeizersRande biedt.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting IJssellandschap
Landschapsarchitect: van Paridon x de Groot
Jaar: 2010
Project: Voorlopig ontwerp
Het uitgangspunt is de Natuurderij een duidelijke voor- en achterkant te geven. Hiermee kan publiek duidelijk van privé worden gescheiden. En de fijne inrichting – van de voortuin, terrassen, balkon en allee’s - van de stevige, zware inrichting van de gebieden en paden waar trekkers en vrachtwagens rijden en de koeien lopen.
Natuurlijk landschap
Het voorstel is de natuur zo dicht mogelijk naar de Natuurderij toe te halen. Met natuurlijke oevers aan de voorkant, met een oplopend talud naar de koeienstal en de bossen in de rug. Natuurderij is het gezicht van het landgoed KeizersRande aan de Rivier. De Natuurderij is het eindpunt van de wandeling door de tijd die het landgoed KeizersRande biedt.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting IJssellandschap
Landschapsarchitect: van Paridon x de Groot
Jaar: 2010
Project: Voorlopig ontwerp
Advies bedrijventerreinen in Fryslân
Onlangs ronde DAAD in samenwerking met De Zwarte Hond een advies af in opdracht van Atelier Fryslân waarin de ruimtelijke kwaliteit van bedrijventerreinen in Fryslân onder de loep is genomen.
Dit advies is met drie adviezen van ander combinaties gebundeld in een rapport genaamd Werkend Landschap.
DAAD en De Zwarte Hond formuleerden voorafgaand aan het onderzoek en advies een aantal uitgangspunten. We begonnen met een bepaling van onze positie in het debat over bedrijventerreinen in het algemeen.
De enorme productie van nieuwe bedrijventerreinen in de laatste twee decennia heeft een rondreizend circus op gang gebracht van zich al maar verplaatsende bedrijven. In de onderlinge concurrentie tussen steden moeten allen mee in het aanbieden van telkens nieuwe vestigingsmogelijkheden. Met een desastreus effect op de kwaliteit van nieuwe- en oude terreinen en een enorm ruimtebeslag op het ommeland. Deze ongebreidelde groei is alleen mogelijk bij de gratie van voldoende ruimte.
Onlangs ronde DAAD in samenwerking met De Zwarte Hond een advies af in opdracht van Atelier Fryslân waarin de ruimtelijke kwaliteit van bedrijventerreinen in Fryslân onder de loep is genomen.
Dit advies is met drie adviezen van ander combinaties gebundeld in een rapport genaamd Werkend Landschap.
DAAD en De Zwarte Hond formuleerden voorafgaand aan het onderzoek en advies een aantal uitgangspunten. We begonnen met een bepaling van onze positie in het debat over bedrijventerreinen in het algemeen.
De enorme productie van nieuwe bedrijventerreinen in de laatste twee decennia heeft een rondreizend circus op gang gebracht van zich al maar verplaatsende bedrijven. In de onderlinge concurrentie tussen steden moeten allen mee in het aanbieden van telkens nieuwe vestigingsmogelijkheden. Met een desastreus effect op de kwaliteit van nieuwe- en oude terreinen en een enorm ruimtebeslag op het ommeland. Deze ongebreidelde groei is alleen mogelijk bij de gratie van voldoende ruimte.
In het Noorden is deze ruimte nog aanwezig, hoewel dit ook een relatieve afweging is. De groei van terreinen is misschien wel te begrijpen vanuit het economisch tij en gemeentepolitieke overwegingen, maar vanuit de ruimtelijke kwaliteit van het landschap, de overgangen tussen stad en land en duurzaam ruimtegebruik zou deze ontwikkeling zo snel mogelijk een halt toegeroepen moeten worden.
Op plekken waar deze ruimte niet meer voorhanden is vindt al geruime tijd een (noodgedwongen) herbezinning plaats op dit continu aanbod van locaties. Nieuwe strategieën moeten hier ingezet worden om aan nieuwe vragen te kunnen voldoen. De herbezinning mag dan noodgedwongen zijn maar bij de meeste betrokkenen wordt al vrij snel de omslag naar enthousiasme over de nieuw ingeslagen weg gemaakt.
Op plekken waar deze ruimte niet meer voorhanden is vindt al geruime tijd een (noodgedwongen) herbezinning plaats op dit continu aanbod van locaties. Nieuwe strategieën moeten hier ingezet worden om aan nieuwe vragen te kunnen voldoen. De herbezinning mag dan noodgedwongen zijn maar bij de meeste betrokkenen wordt al vrij snel de omslag naar enthousiasme over de nieuw ingeslagen weg gemaakt.
We focussen in dit advies op de levensduur en kwaliteit van bestaande terreinen. Hoe kunnen deze terreinen vitaal, vol van leven zijn en zich zelf blijven vernieuwen?
Daarbij hebben we een aantal vragen gesteld en uitgangspunten geformuleerd:
• Is door herprogrammering, transformatie, meervoudig ruimtegebruik een ontwikkeling denkbaar waarbij de vraag naar kavels binnen de bestaande voorraad opgelost kan worden?
• Kan een bedrijventerrein weer onderdeel worden van de stad en eventueel het landschap, in plaats van een ‘no go area’ te zijn?
• Wat zijn mogelijke duurzame, robuuste stedenbouwkundige en architectonische typologieën voor bedrijventerreinen om zo langdurig aan de ruimtevragen uit de markt een plek te kunnen geven?
• Schoonheid volgt uit vitaliteit. Meer dan gedragsregels, ver- en geboden die de esthetische kwaliteit moeten waarborgen zijn we geïnteresseerd in een zich ontwikkelende, transformerende en vernieuwende omgeving die een langdurige en daarmee duurzame omgeving biedt aan bedrijven inwoners en gebruikers. Hierin ligt de schoonheid.
Daarbij hebben we een aantal vragen gesteld en uitgangspunten geformuleerd:
• Is door herprogrammering, transformatie, meervoudig ruimtegebruik een ontwikkeling denkbaar waarbij de vraag naar kavels binnen de bestaande voorraad opgelost kan worden?
• Kan een bedrijventerrein weer onderdeel worden van de stad en eventueel het landschap, in plaats van een ‘no go area’ te zijn?
• Wat zijn mogelijke duurzame, robuuste stedenbouwkundige en architectonische typologieën voor bedrijventerreinen om zo langdurig aan de ruimtevragen uit de markt een plek te kunnen geven?
• Schoonheid volgt uit vitaliteit. Meer dan gedragsregels, ver- en geboden die de esthetische kwaliteit moeten waarborgen zijn we geïnteresseerd in een zich ontwikkelende, transformerende en vernieuwende omgeving die een langdurige en daarmee duurzame omgeving biedt aan bedrijven inwoners en gebruikers. Hierin ligt de schoonheid.
Ons advies heeft betrekking op de gemeente Smallingerland; Drachten om preciezer te zijn. De mogelijke ontwikkeling van industrieterrein De Haven het vormt het zwaartepunt van het advies maar is wel nadrukkelijk binnen de dynamiek van Drachten en omgeving geplaatst.
Rapport: 1022PDF_WerkendLandschap.pdf
Projectgegevens
Opdrachtgever : Atelier Fryslân
Jaar: 2010
Project: Advies bedrijventerreinen
Rapport: 1022PDF_WerkendLandschap.pdf
Projectgegevens
Opdrachtgever : Atelier Fryslân
Jaar: 2010
Project: Advies bedrijventerreinen
DAAD mentor in de tweede ronde onderzoekslab ‘Topdorpen’ Nederland wordt anders
Op 05 maart 2010 vond op het bureau Rijksbouwmeester de presentatie plaats van de eerste ronde onderzoekslabs. Doel van deze onderzoekslabs is te zorgen dat ontwerpers die (deels) buiten het arbeidsproces zijn komen te staan hun talenten blijven inzetten en ontwikkelen. Daarnaast bewerkstelligen de labs dat kwesties die binnenkort gaan spelen in de ruimtelijke ordening nu al goed worden uitgezocht en doordacht.
Het Onderzoekslab wordt gecoördineerd door het College van Rijksadviseurs (CRA).
In de tweede ronde van het Onderzoekslab zullen er zeven nieuwe labs van start gaan en is er plek voor 85 deelnemers. In het lab Topdorpen zal ontwerpend onderzoek gaan doen naar krimp op het platteland. Aanmelden voor de nieuwe serie labs kan op http://www.nederlandwordtanders.nl
Op 05 maart 2010 vond op het bureau Rijksbouwmeester de presentatie plaats van de eerste ronde onderzoekslabs. Doel van deze onderzoekslabs is te zorgen dat ontwerpers die (deels) buiten het arbeidsproces zijn komen te staan hun talenten blijven inzetten en ontwikkelen. Daarnaast bewerkstelligen de labs dat kwesties die binnenkort gaan spelen in de ruimtelijke ordening nu al goed worden uitgezocht en doordacht.
Het Onderzoekslab wordt gecoördineerd door het College van Rijksadviseurs (CRA).
In de tweede ronde van het Onderzoekslab zullen er zeven nieuwe labs van start gaan en is er plek voor 85 deelnemers. In het lab Topdorpen zal ontwerpend onderzoek gaan doen naar krimp op het platteland. Aanmelden voor de nieuwe serie labs kan op http://www.nederlandwordtanders.nl
Generieke opgave
Het verschijnsel krimp treedt pregnant naar voren in een aantal regio’s van Nederland, waaronder Zuidoost Limburg, Zeeland en Oost Groningen. Onder het motto ‘geen krachtwijken zonder topdorpen’ zoekt het rijk naast het vitaliseren van steden (in het bijzonder via de 40-wijkenaanpak) naar een passend antwoord op de ontwaarding van de woningvoorraad in de krimpregio’s en naar strategieën om het platteland te vitaliseren. Wat dit laatste betreft is het idee van de topdorpen ontstaan: sterke kernen op het platteland waar krachten, oplossingen en ideeën van onderop als katalysatoren dienen voor de vitalisering van regio’s .
Het Lab Topdorpen analyseert de gevolgen van krimp. Onderzocht wordt of daar waar krimp optreedt ontwerpstrategieën ingezet kunnen worden om de nadelige gevolgen te keren/tot een minimum te beperken. Is het vitaliseren van het platteland middels topdorpen een mogelijk antwoord op de krimpproblematiek?
Het verschijnsel krimp treedt pregnant naar voren in een aantal regio’s van Nederland, waaronder Zuidoost Limburg, Zeeland en Oost Groningen. Onder het motto ‘geen krachtwijken zonder topdorpen’ zoekt het rijk naast het vitaliseren van steden (in het bijzonder via de 40-wijkenaanpak) naar een passend antwoord op de ontwaarding van de woningvoorraad in de krimpregio’s en naar strategieën om het platteland te vitaliseren. Wat dit laatste betreft is het idee van de topdorpen ontstaan: sterke kernen op het platteland waar krachten, oplossingen en ideeën van onderop als katalysatoren dienen voor de vitalisering van regio’s .
Het Lab Topdorpen analyseert de gevolgen van krimp. Onderzocht wordt of daar waar krimp optreedt ontwerpstrategieën ingezet kunnen worden om de nadelige gevolgen te keren/tot een minimum te beperken. Is het vitaliseren van het platteland middels topdorpen een mogelijk antwoord op de krimpproblematiek?
De Regio Noordoost Groningen dient als casus.
Vragen aan het onderzoekslab:
• Wat kan een topdorp zijn? Is dit een bestaand en/of nieuw dorp?
• Waar ligt dit topdorp of liggen deze topdorpen in de regio Noordoost Groningen?
• Ontwerp de groei van zo’n topdorp met als uitgangspunt een daling van 500 naar 250 huishoudens in vijf jaar.
• Welke effecten kan/kunnen zo’n topdorp of topdorpen hebben op hoger schaalniveau, in casu het omringende platteland en de nabijgelegen grote(re) steden?
• Wat is de toegevoegde waarde van een topdorp in vergelijking met alternatieve krimpstrategieën?
• Wat kan de rol van het ontwerp en de ontwerper zijn bij het, via topdorpen, in topconditie brengen van het platteland?
Samenstelling onderzoeksteam
Multidisciplinair: architectuur, stedenbouw, landschapsarchitectuur, planologie, economische geografie en woningbouw/volkshuisvesting.
Vragen aan het onderzoekslab:
• Wat kan een topdorp zijn? Is dit een bestaand en/of nieuw dorp?
• Waar ligt dit topdorp of liggen deze topdorpen in de regio Noordoost Groningen?
• Ontwerp de groei van zo’n topdorp met als uitgangspunt een daling van 500 naar 250 huishoudens in vijf jaar.
• Welke effecten kan/kunnen zo’n topdorp of topdorpen hebben op hoger schaalniveau, in casu het omringende platteland en de nabijgelegen grote(re) steden?
• Wat is de toegevoegde waarde van een topdorp in vergelijking met alternatieve krimpstrategieën?
• Wat kan de rol van het ontwerp en de ontwerper zijn bij het, via topdorpen, in topconditie brengen van het platteland?
Samenstelling onderzoeksteam
Multidisciplinair: architectuur, stedenbouw, landschapsarchitectuur, planologie, economische geografie en woningbouw/volkshuisvesting.
Samenwerking
Dit onderzoekslab zal in samenwerking met het ministerie van LNV, de BNA en AEDES (organisatoren van de vorig jaar gehouden krimpateliers) georganiseerd worden. Tevens zal Parkstad Limburg (als sparring partner en vergelijking) betrokken worden bij dit lab.
Uitkomst
(Ontwerpend) onderzoeksprogramma voor het rijk om topdorpen, in wisselwerking met de (grote) stedenaanpak, te kunnen operationaliseren.
Mentor
DAAD Architecten
Standplaats
DAAD Architecten, Paltz 21 te Beilen.
Dit onderzoekslab zal in samenwerking met het ministerie van LNV, de BNA en AEDES (organisatoren van de vorig jaar gehouden krimpateliers) georganiseerd worden. Tevens zal Parkstad Limburg (als sparring partner en vergelijking) betrokken worden bij dit lab.
Uitkomst
(Ontwerpend) onderzoeksprogramma voor het rijk om topdorpen, in wisselwerking met de (grote) stedenaanpak, te kunnen operationaliseren.
Mentor
DAAD Architecten
Standplaats
DAAD Architecten, Paltz 21 te Beilen.
Dorpsrand te Drouwen
0911PDF_Dorpsrand Drouwen.pdf
Littekens
Oude topkaarten en recente luchtfoto’s maken duidelijk hoe nog geen honderd jaar terug Drouwen met de es verbonden was. Een aantal wegen en voetpaden zijn de laatste eeuw verlegd en/of verdwenen. Hiermee is de toegankelijkheid van het landschap verslechterd. Met het oog op recreatie, maar vooral ook ten behoeve van de dorpsbewoners, is er onderzoek gedaan naar in hoeverre deze dorpsrand afronding aanleiding kan vormen voor een ‘wandelrondje rond de es’.
Voorstel
Belangrijkste onderdeel van het ontwerp is een ‘randbrink’ (naar voorbeeld van diverse ontwerpen van Harry de Vroome, zoals bijv. de westrand van Vries) van maximaal drie rijen bomen (niet strak in het gelid geplaatst) langs de hele zuidrand. Hierin kan op enkele plekken gebouwd worden. Aan de bouw van een woning wordt de verplichting gekoppeld een deel van de randbrink aan te leggen. Op plekken waar het zicht op het landschap vanaf de straat bijzonder is verdunt de randbrink tot een enkele rij bomen. De uitvalswegen krijgen een enkele rij eikenbomen tot 250 m op de es, de Borgerderstraat een rij aan weerszijden. Door deze randbrink loopt een voetpad dat de Borgerderstraat onderlangs met de Stobbenweg verbindt. De randbrink wordt onderbroken door twee grotere elementen; het sportveld en de ijsbaan, Deze krijgen rondom een onderbeplanting die zich beter verhoudt tot de aanwezige dorpsbeplantingen.
0911PDF_Dorpsrand Drouwen.pdf
Littekens
Oude topkaarten en recente luchtfoto’s maken duidelijk hoe nog geen honderd jaar terug Drouwen met de es verbonden was. Een aantal wegen en voetpaden zijn de laatste eeuw verlegd en/of verdwenen. Hiermee is de toegankelijkheid van het landschap verslechterd. Met het oog op recreatie, maar vooral ook ten behoeve van de dorpsbewoners, is er onderzoek gedaan naar in hoeverre deze dorpsrand afronding aanleiding kan vormen voor een ‘wandelrondje rond de es’.
Voorstel
Belangrijkste onderdeel van het ontwerp is een ‘randbrink’ (naar voorbeeld van diverse ontwerpen van Harry de Vroome, zoals bijv. de westrand van Vries) van maximaal drie rijen bomen (niet strak in het gelid geplaatst) langs de hele zuidrand. Hierin kan op enkele plekken gebouwd worden. Aan de bouw van een woning wordt de verplichting gekoppeld een deel van de randbrink aan te leggen. Op plekken waar het zicht op het landschap vanaf de straat bijzonder is verdunt de randbrink tot een enkele rij bomen. De uitvalswegen krijgen een enkele rij eikenbomen tot 250 m op de es, de Borgerderstraat een rij aan weerszijden. Door deze randbrink loopt een voetpad dat de Borgerderstraat onderlangs met de Stobbenweg verbindt. De randbrink wordt onderbroken door twee grotere elementen; het sportveld en de ijsbaan, Deze krijgen rondom een onderbeplanting die zich beter verhoudt tot de aanwezige dorpsbeplantingen.
Twee modellen
Aan de rand van de es word een zone gereserveerd voor de aanplant van 3 rijen berkenbomen. Deze zone vormt de overgang tussen dorp en de openheid van de es.
Langs de es wordt rekening gehouden met een toekomstige publieke route.
Voor het bouwen in de esrand zijn twee modellen denkbaar. Deze zijn beide vrij toe te passen in de aangegeven randzone. De modellen zijn: Bouwen in de esrand en Bouwen achter de esrand.
Model 1
Op de locatie Kerkweg 1 is het model bouwen in de esrand uitgewerkt. Dit model richt zich op situering van het gebouw met uitzicht over de es. Dit model zal vanaf de es goed waarneembaar zijn. Hierbij worden dan ook hogere eisen aan de architectonische expressie gesteld.
Bebouwing voorschriften
- locatie specifieke woningtypologie
- Hoofd oriëntatie van de woning op de es
- Rooilijn maximaal gelijk aan de stammen van buitenste bomenrij
- Geen optelling van bouwmassa’s, maar eenduidige volumes
- Buitenruimte direct in/aan het volume, bijvoorbeeld een zwevend terras boven maaiveld aan es zijde
- Materiaalgebruik: donkere kleuren, glas en hout.
Aan de rand van de es word een zone gereserveerd voor de aanplant van 3 rijen berkenbomen. Deze zone vormt de overgang tussen dorp en de openheid van de es.
Langs de es wordt rekening gehouden met een toekomstige publieke route.
Voor het bouwen in de esrand zijn twee modellen denkbaar. Deze zijn beide vrij toe te passen in de aangegeven randzone. De modellen zijn: Bouwen in de esrand en Bouwen achter de esrand.
Model 1
Op de locatie Kerkweg 1 is het model bouwen in de esrand uitgewerkt. Dit model richt zich op situering van het gebouw met uitzicht over de es. Dit model zal vanaf de es goed waarneembaar zijn. Hierbij worden dan ook hogere eisen aan de architectonische expressie gesteld.
Bebouwing voorschriften
- locatie specifieke woningtypologie
- Hoofd oriëntatie van de woning op de es
- Rooilijn maximaal gelijk aan de stammen van buitenste bomenrij
- Geen optelling van bouwmassa’s, maar eenduidige volumes
- Buitenruimte direct in/aan het volume, bijvoorbeeld een zwevend terras boven maaiveld aan es zijde
- Materiaalgebruik: donkere kleuren, glas en hout.
Model 2
Aan de Borgerderstraat 3 is het model bouwen achter de esrand uitgewerkt. Dit model is een wijze van bouwen die zich maximaal richt op de ontwerpvrijheid die zou kunnen ontstaan wanneer het gebouw niet of nauwelijks vanaf de openbare ruimte waarneembaar is.
Bebouwing voorschriften
- Totale bouwvolume maximaal even groot als bestaande bouwvolume
- Oriëntatie hoofdvolume op straat
- Rooilijn min. 15m vanaf de straat
- Bestaande regionale typologie
- Variatie mogelijk in streekeigen kleuren en materiaal
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Borger-Odoorn
Jaar: 2009
Project: visie dorpsrand
Aan de Borgerderstraat 3 is het model bouwen achter de esrand uitgewerkt. Dit model is een wijze van bouwen die zich maximaal richt op de ontwerpvrijheid die zou kunnen ontstaan wanneer het gebouw niet of nauwelijks vanaf de openbare ruimte waarneembaar is.
Bebouwing voorschriften
- Totale bouwvolume maximaal even groot als bestaande bouwvolume
- Oriëntatie hoofdvolume op straat
- Rooilijn min. 15m vanaf de straat
- Bestaande regionale typologie
- Variatie mogelijk in streekeigen kleuren en materiaal
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Borger-Odoorn
Jaar: 2009
Project: visie dorpsrand
Locatie Rabobank te Grijpskerk
0901PDF_Rabobank Grijpskerk.pdf
Bij de keuze voor hergebruik of nieuwbouw hebben wij gekeken naar twee belangrijke punten. Ten eerste de verschillende programmaonderdelen en de optimale locatie van het programma en ten tweede de toegevoegde.
De gewenste programmatische uitbreiding van de sportschool in het oude centrum van Grijpskerk vormde de aanleiding voor de herontwikkeling van het gebied tussen provinciale weg en Herestraat ten westen van de Kievitsweg. Onderzocht werden de verplaatsing van de bibliotheek richting centrum, uitbreiding sprotschool, vervanging Rabobank en toevoeging van enkele woningen. Uitgangspunten zijn een nieuw te bouwen volume op de plek van het voormalige hotel Vogelzang, een nieuw volume op de hoek van Kievitsweg/Herestraat, een tweede voorkant van het bibliotheekgebouw richting de school en een heldere parkeeroplossing.
0901PDF_Rabobank Grijpskerk.pdf
Bij de keuze voor hergebruik of nieuwbouw hebben wij gekeken naar twee belangrijke punten. Ten eerste de verschillende programmaonderdelen en de optimale locatie van het programma en ten tweede de toegevoegde.
De gewenste programmatische uitbreiding van de sportschool in het oude centrum van Grijpskerk vormde de aanleiding voor de herontwikkeling van het gebied tussen provinciale weg en Herestraat ten westen van de Kievitsweg. Onderzocht werden de verplaatsing van de bibliotheek richting centrum, uitbreiding sprotschool, vervanging Rabobank en toevoeging van enkele woningen. Uitgangspunten zijn een nieuw te bouwen volume op de plek van het voormalige hotel Vogelzang, een nieuw volume op de hoek van Kievitsweg/Herestraat, een tweede voorkant van het bibliotheekgebouw richting de school en een heldere parkeeroplossing.
Voor de bestaande gebouwen geldt dat zij in een dusdanige staat zijn dat het niet waarschijnlijk is dat het toevoegen van programma een winstgevende aangelegenheid wordt. Het wordt lastig om extra programma op de bestaande bebouwing te stapelen. Indien mogelijk gaat het om een dure ingreep.
Bij hergebruik van beide gebouwen op de locatie betekent dat weinig ruimte voor extra woonruimte in de vorm van appartementen. De appartementen zijn van groot belang omdat het project daarmee financieel haalbaar wordt en bovendien de levendigheid binnen de locatie wordt verhoogd.
De huidige huisvesting van de Rabobank heeft architectonisch weinig toegevoegde waarde voor Grijpskerk. Ontwikkelingen op deze locatie kunnen worden ingezet om de waarde van de locatie naar een hoger plan te tillen.
In ons voorstel is de nieuwe huisvesting van de Rabobank op zo een manier te ontwerpen dat het mogelijk wordt in verschillende fasen te bouwen. Zo hoeft de Rabobank maar één keer te verhuizen en kan het bestaande gebouw blijven staan in de periode dat de nieuwe Rabobank wordt gebouwd.
Bij hergebruik van beide gebouwen op de locatie betekent dat weinig ruimte voor extra woonruimte in de vorm van appartementen. De appartementen zijn van groot belang omdat het project daarmee financieel haalbaar wordt en bovendien de levendigheid binnen de locatie wordt verhoogd.
De huidige huisvesting van de Rabobank heeft architectonisch weinig toegevoegde waarde voor Grijpskerk. Ontwikkelingen op deze locatie kunnen worden ingezet om de waarde van de locatie naar een hoger plan te tillen.
In ons voorstel is de nieuwe huisvesting van de Rabobank op zo een manier te ontwerpen dat het mogelijk wordt in verschillende fasen te bouwen. Zo hoeft de Rabobank maar één keer te verhuizen en kan het bestaande gebouw blijven staan in de periode dat de nieuwe Rabobank wordt gebouwd.
De bibliotheek heeft een publieke functie en heeft een toegevoegde waarde voor het centrum van Grijpskerk. Wij stellen voor om haar te verplaatsen naar de Herestraat. Omdat wij in de bestaande huisvesting van de bibliotheek een kans zien die te gebruiken voor de sportschool stellen wij voor die te behouden. Door toevoeging van de nieuwe volumes in combinatie met het bestaande gebouw ontstaat en interessante ruimtelijke indeling van de buitenruimte rond de sportschool. Het concept is ontstaan uit een zoektocht naar een leesbare maat, een dorpseigen maat passend bij Grijpskerk en de specifieke plek in Grijpskerk.
Het uiteindelijke ensemble van volumes en de sequentie van publieke en private buitenruimtes is tot stand gekomen door drie basis uitgangspunten op drie verschillende schaalniveaus. Dat zijn achtereen volgens: de schaal van het dorp in relatie tot het ensemble, de schaal van de volumes in relatie tot specifieke elementen uit de locatie en de schaal van de verschillende programma onderdelen die een plek krijgen in de locatie.
Projectgegevens
Opdrachtgever: F. Oosterhof
In samenwerking met: Enno Zuidema
Jaar: 2009
Project: stedenbouwkundige verkenning
Het uiteindelijke ensemble van volumes en de sequentie van publieke en private buitenruimtes is tot stand gekomen door drie basis uitgangspunten op drie verschillende schaalniveaus. Dat zijn achtereen volgens: de schaal van het dorp in relatie tot het ensemble, de schaal van de volumes in relatie tot specifieke elementen uit de locatie en de schaal van de verschillende programma onderdelen die een plek krijgen in de locatie.
Projectgegevens
Opdrachtgever: F. Oosterhof
In samenwerking met: Enno Zuidema
Jaar: 2009
Project: stedenbouwkundige verkenning
Ontwerpatelier Zuid-Berghuizen te Oldenzaal
0928PDF_Zuid Berghuizen.pdf
In opdracht van WBO en het Oversticht heeft DAAD Architecten een onderzoek gedaan naar de entree van de wijk Zuid Berghuizen in Oldenzaal. De studie valt binnen het programma NOBO ( Naoorlogs bouwen) van de provincie Overijssel.
Ontwerp
In de geest van de uitgangspunten bij het ontwerpen van de wijk Zuid Berghuizen is het benutten en verbinden van de al aanwezige groenelementen. De Stakenbeek en het midden in de wijk gelegen park gelegen op een oude es worden weer met elkaar verbonden door het profiel van de Burgemeester Wallerstraat te wijzigen en een zodoende een groene entree te maken. De inrichting van het maaiveld wordt opgeschoond, vuilstort ondergronds geplaatst en een deel van het parkeren krijgt een plek uit het straatprofiel op het binnenterrein tussen de Burgemeester Wallerstraat en de Leeuwerikstraat achter de portiekflat.
Hiermee krijgt Burgemeester Wallerstraat over haar gehele lengte een continue kwaliteit. Langs deze straat wordt de wijk verbonden met zowel stad als landschap.
0928PDF_Zuid Berghuizen.pdf
In opdracht van WBO en het Oversticht heeft DAAD Architecten een onderzoek gedaan naar de entree van de wijk Zuid Berghuizen in Oldenzaal. De studie valt binnen het programma NOBO ( Naoorlogs bouwen) van de provincie Overijssel.
Ontwerp
In de geest van de uitgangspunten bij het ontwerpen van de wijk Zuid Berghuizen is het benutten en verbinden van de al aanwezige groenelementen. De Stakenbeek en het midden in de wijk gelegen park gelegen op een oude es worden weer met elkaar verbonden door het profiel van de Burgemeester Wallerstraat te wijzigen en een zodoende een groene entree te maken. De inrichting van het maaiveld wordt opgeschoond, vuilstort ondergronds geplaatst en een deel van het parkeren krijgt een plek uit het straatprofiel op het binnenterrein tussen de Burgemeester Wallerstraat en de Leeuwerikstraat achter de portiekflat.
Hiermee krijgt Burgemeester Wallerstraat over haar gehele lengte een continue kwaliteit. Langs deze straat wordt de wijk verbonden met zowel stad als landschap.
Woningontwerp
De Bestaande flats zijn als uitgangspunt genomen om woningplattegronden te ontwikkelen voor de doelgroep opwaarts mobielen. ‘Loftachtige’ woningen met representatieve toevoeging aan de gevel.
De gevel is modern en eigentijds: grote glasopeningen strak vormgegeven. Op de voorbijganger hebben de woningen een luxueuze uitstraling. In de toegevoegde gevelzone, voor de bestaande gevel, kan de bewoner zich laten zien zonder aan privacy in te moeten boeten.
Het ritme van gevel volgt de oorspronkelijke ritmiek van de portiekflats maar het geheel is veel lichtvoetiger en luchtiger van uitstraling.
Hergebruik of nieuwbouw
Op basis van verder onderzoek zal bepaald moeten worden op hergebruik dan wel sloop en nieuwbouw de beste (financiële) mogelijkheden biedt. In het laatste geval zullen de woningplattegronden niet veel anders hoeven te zijn en ook de gevel kan een zelfde gelaagde opbouw krijgen als in het hier gepresenteerde voorstel.
Bij een aanpassing van het bestemmingsplan ontstaat de mogelijkheid om de bestaande bouw op te waarderen met een aantal spectaculaire toevoegingen, de zogenaamde lighthouses die als referentie in de bijlage zijn toegevoegd.
De Bestaande flats zijn als uitgangspunt genomen om woningplattegronden te ontwikkelen voor de doelgroep opwaarts mobielen. ‘Loftachtige’ woningen met representatieve toevoeging aan de gevel.
De gevel is modern en eigentijds: grote glasopeningen strak vormgegeven. Op de voorbijganger hebben de woningen een luxueuze uitstraling. In de toegevoegde gevelzone, voor de bestaande gevel, kan de bewoner zich laten zien zonder aan privacy in te moeten boeten.
Het ritme van gevel volgt de oorspronkelijke ritmiek van de portiekflats maar het geheel is veel lichtvoetiger en luchtiger van uitstraling.
Hergebruik of nieuwbouw
Op basis van verder onderzoek zal bepaald moeten worden op hergebruik dan wel sloop en nieuwbouw de beste (financiële) mogelijkheden biedt. In het laatste geval zullen de woningplattegronden niet veel anders hoeven te zijn en ook de gevel kan een zelfde gelaagde opbouw krijgen als in het hier gepresenteerde voorstel.
Bij een aanpassing van het bestemmingsplan ontstaat de mogelijkheid om de bestaande bouw op te waarderen met een aantal spectaculaire toevoegingen, de zogenaamde lighthouses die als referentie in de bijlage zijn toegevoegd.
Paviljoen
De voormalige garage op de hoek van de Stakenbeek en de Burgemeester Wallerstraat kan een prachtige open, transparante locatie worden een paviljoen voor een trendy restaurant/cultureel centrum. Een blikvanger bij de entree van de wijk. Er is geen ontwerp voor dit paviljoen gemaakt maar een aantal referentiebeelden geven een idee van de mogelijke kwaliteiten, Ook hier moet de afweging gemaakt worden of opwaardering van het bestaande dan wel sloop en nieuwbouw de beste mogelijkheden biedt.
Projectgegevens
Opdrachtgever: WBO Wonen Oldenzaal
Jaar: 2009
Project: studie herstructurering
De voormalige garage op de hoek van de Stakenbeek en de Burgemeester Wallerstraat kan een prachtige open, transparante locatie worden een paviljoen voor een trendy restaurant/cultureel centrum. Een blikvanger bij de entree van de wijk. Er is geen ontwerp voor dit paviljoen gemaakt maar een aantal referentiebeelden geven een idee van de mogelijke kwaliteiten, Ook hier moet de afweging gemaakt worden of opwaardering van het bestaande dan wel sloop en nieuwbouw de beste mogelijkheden biedt.
Projectgegevens
Opdrachtgever: WBO Wonen Oldenzaal
Jaar: 2009
Project: studie herstructurering
Het Wonder van Aduard
0826PDF_Aduard.pdf
Van de vele kloosters die er ooit in Nederland hebben gestaan, zijn er weinig over. Een aantal is nog in gebruik, andere kloosters hebben een nieuwe bestemming gevonden, zijn verruïneerd of zijn gesloopt. In Aduard is vrijwel het hele klooster verdwenen en zijn de fundamenten door het dorp overbouwd. Daarmee is de structuur van het klooster zelf niet meer te evenaren. Sporen van de voormalige verdedigingsgracht zijn nog wel terug te vinden. Ook ondergronds bevinden zich nog allerlei archeologische resten die de wonderlijke geschiedenis van Aduard tonen. De opdracht van Het Nieuwe Wonder van Aduard betreft niet alleen het zichtbaar maken van de geschiedenis maar vooral ook het beleefbaar maken ervan. Dit gebeurt door herinrichting van de openbare ruimte op basis van concrete vragen vanuit het dorp.
Daarnaast doen we een voorstel voor de huisvesting van de activiteiten van de historische verenigingen (Aduard, Steengoed Erfgoed) en schreven we het programma voor een kunstproject.
0826PDF_Aduard.pdf
Van de vele kloosters die er ooit in Nederland hebben gestaan, zijn er weinig over. Een aantal is nog in gebruik, andere kloosters hebben een nieuwe bestemming gevonden, zijn verruïneerd of zijn gesloopt. In Aduard is vrijwel het hele klooster verdwenen en zijn de fundamenten door het dorp overbouwd. Daarmee is de structuur van het klooster zelf niet meer te evenaren. Sporen van de voormalige verdedigingsgracht zijn nog wel terug te vinden. Ook ondergronds bevinden zich nog allerlei archeologische resten die de wonderlijke geschiedenis van Aduard tonen. De opdracht van Het Nieuwe Wonder van Aduard betreft niet alleen het zichtbaar maken van de geschiedenis maar vooral ook het beleefbaar maken ervan. Dit gebeurt door herinrichting van de openbare ruimte op basis van concrete vragen vanuit het dorp.
Daarnaast doen we een voorstel voor de huisvesting van de activiteiten van de historische verenigingen (Aduard, Steengoed Erfgoed) en schreven we het programma voor een kunstproject.
Het voorstel begint met het herintroduceren van het contrast tussen het kloosterdorp, de rand van de gracht en het ommeland, een belangrijke karakteristiek van het voormalige kloostercomplex. Alle voorstellen zijn dan ook te verbinden aan het onderdeel Landschap, Rand of Dorp. Om de rand zelf te versterken worden de resterende waterpartijen aangezet en versterkt met typische Aduarder bruggetjes.
Aduard is altijd verbonden geweest met het omringende landschap, dat daarom ook een belangrijke rol speelt in deze visie. Een voorstel is de Lindt – het verbindingskanaal dat al in 1400 door de kloosterlingen werd gegraven. Ook met het Middag-Humsterland heeft Aduard een bijzondere relatie: tot in de twintigste eeuw heeft Aduard gefungeerd als poort naar dit Nationale Landschap.
Het nieuwe kunstplan voor Aduard krijgt dan ook nog meer betekenis door de verbintenis aan het kunstproject van Middag-Humsterland. Het onderwerp van dit kunstwerk – Getijden – verwijst niet alleen naar de vormgeving van het landschap door de werking van eb en vloed, maar ook naar het dagritme van de kloosterlingen.
Naast de relatie met het landschap zal ook de kwaliteit van het kloosterdorp zelf verhoogd worden. Het gebied waar ooit het klooster lag zal weer duidelijk als één gebied herkenbaar zijn. Binnen de contouren wordt een eenheid gecreëerd met een zelfde straatprofiel en bestrating. Dit zorgt, tezamen met de entrees en de bruggen, voor een sterk besef wanneer men het voormalige kloosterterrein betreedt.
Aduard is altijd verbonden geweest met het omringende landschap, dat daarom ook een belangrijke rol speelt in deze visie. Een voorstel is de Lindt – het verbindingskanaal dat al in 1400 door de kloosterlingen werd gegraven. Ook met het Middag-Humsterland heeft Aduard een bijzondere relatie: tot in de twintigste eeuw heeft Aduard gefungeerd als poort naar dit Nationale Landschap.
Het nieuwe kunstplan voor Aduard krijgt dan ook nog meer betekenis door de verbintenis aan het kunstproject van Middag-Humsterland. Het onderwerp van dit kunstwerk – Getijden – verwijst niet alleen naar de vormgeving van het landschap door de werking van eb en vloed, maar ook naar het dagritme van de kloosterlingen.
Naast de relatie met het landschap zal ook de kwaliteit van het kloosterdorp zelf verhoogd worden. Het gebied waar ooit het klooster lag zal weer duidelijk als één gebied herkenbaar zijn. Binnen de contouren wordt een eenheid gecreëerd met een zelfde straatprofiel en bestrating. Dit zorgt, tezamen met de entrees en de bruggen, voor een sterk besef wanneer men het voormalige kloosterterrein betreedt.
De Burg.Seinenstraat zal in de toekomst – bij de komst van de rondweg – weer een dorpse straat worden, omdat elke woning wordt voorzien van een eigen stoepje, hekwerk of bloemenperk.
Ook krijg Aduard een centrumplein. Rond het Kaakheem wordt een plein gevormd waarop de voormalige ziekenzaal een prominente plaats krijgt. Het plein wordt aangekleed met het Aduarder kunstwerk en een amfitheater waar voorstellingen en manifestaties gehouden kunnen worden. Ook wordt voorgesteld in het plein voorzieningen ten behoeve van de voormalige ziekenzaal/NH-kerk te realiseren en zo tevens het riolenstelsel van het klooster bezoekbaar te maken.
In februari 2010 is er een publicatie van de studie verschenen, die evt. te bestellen is bij de gemeente Zuidhorn (www.zuidhorn.nl).
In bijgevoegde flyer kunt u meer lezen over Het Nieuwe Wonder.
0826PDF_Flyer Het Nieuwe Wonder van Aduard.pdf
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Zuidhorn
In samenwerking met: Vormgevers Ben Raaijman en Greet Bierema
Jaar: 2009
Project: Studie
Ook krijg Aduard een centrumplein. Rond het Kaakheem wordt een plein gevormd waarop de voormalige ziekenzaal een prominente plaats krijgt. Het plein wordt aangekleed met het Aduarder kunstwerk en een amfitheater waar voorstellingen en manifestaties gehouden kunnen worden. Ook wordt voorgesteld in het plein voorzieningen ten behoeve van de voormalige ziekenzaal/NH-kerk te realiseren en zo tevens het riolenstelsel van het klooster bezoekbaar te maken.
In februari 2010 is er een publicatie van de studie verschenen, die evt. te bestellen is bij de gemeente Zuidhorn (www.zuidhorn.nl).
In bijgevoegde flyer kunt u meer lezen over Het Nieuwe Wonder.
0826PDF_Flyer Het Nieuwe Wonder van Aduard.pdf
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Zuidhorn
In samenwerking met: Vormgevers Ben Raaijman en Greet Bierema
Jaar: 2009
Project: Studie
Studie Nieuwe Erven
0708PDF_Zorgerven.pdf
Onderzoek naar kansen voor een zorgeloos dorpsleven.
Nieuwe Erven is een onderzoek naar eigentijdse woonvormen voor dorpsbewoners met en zonder behoefte aan ondersteuning. Nieuwe Erven is een samenwerking tussen Onix, DAAD Architecten en Peter de Kan en kwam tot stand met dank aan het Stimuleringsfonds voor Architectuur.
Hoe kan een zorgeloos, gelukkig dorpsleven er in deze tijd uitzien en welke rol speelt architectuur daarin? We hebben gezocht naar eigentijdse woonvormen voor dorpsbewoners met en zonder zorgbehoefte, voor jong en oud. In vier modellen worden voorbeelden getoond die laten zien wat er kan gebeuren als mensen op een ‘Nieuw Erf’ gaan wonen.
In mei 2006 bracht het ministerie van VROM het rapport ‘Ouderen onder dak’ uit. Een onderzoek naar wonen, welzijn en zorg voor ouderen in kleine dorpen. In het rapport wordt onder andere geconstateerd dat er veel ouderen in kleine dorpen graag in hun vertrouwde omgeving willen blijven wonen, ook wanneer ze afhankelijk worden van zorg. Wegens het ontbreken van geschikte woonzorgcomplexen zijn ze vaak gedwongen hun dorp te verlaten. Ze gaan dan in het ‘hoofddorp’ in een (grootschalig) zorgcomplex wonen.
0708PDF_Zorgerven.pdf
Onderzoek naar kansen voor een zorgeloos dorpsleven.
Nieuwe Erven is een onderzoek naar eigentijdse woonvormen voor dorpsbewoners met en zonder behoefte aan ondersteuning. Nieuwe Erven is een samenwerking tussen Onix, DAAD Architecten en Peter de Kan en kwam tot stand met dank aan het Stimuleringsfonds voor Architectuur.
Hoe kan een zorgeloos, gelukkig dorpsleven er in deze tijd uitzien en welke rol speelt architectuur daarin? We hebben gezocht naar eigentijdse woonvormen voor dorpsbewoners met en zonder zorgbehoefte, voor jong en oud. In vier modellen worden voorbeelden getoond die laten zien wat er kan gebeuren als mensen op een ‘Nieuw Erf’ gaan wonen.
In mei 2006 bracht het ministerie van VROM het rapport ‘Ouderen onder dak’ uit. Een onderzoek naar wonen, welzijn en zorg voor ouderen in kleine dorpen. In het rapport wordt onder andere geconstateerd dat er veel ouderen in kleine dorpen graag in hun vertrouwde omgeving willen blijven wonen, ook wanneer ze afhankelijk worden van zorg. Wegens het ontbreken van geschikte woonzorgcomplexen zijn ze vaak gedwongen hun dorp te verlaten. Ze gaan dan in het ‘hoofddorp’ in een (grootschalig) zorgcomplex wonen.
Naast ons cahier en een website [www.nieuweerven.info] zijn we ook met een expositie over het onderzoek op ‘tournee’ door zo veel mogelijk dorpen in Midden-Drenthe gegaan. De keet met expositie heeft van medio april t/m juni 2009 in Midden-Drenthe rondgereisd. Zo duurde ons onderzoek voort. Doel van de expositie was o.a. de relevantie en haalbaarheid van de gepresenteerde voorstellen te toetsen. Verder wilden we het met bezoekers hebben over ‘ouder worden in je dorp’. We hebben daarvoor een spel ontwikkeld, waarmee op een ontspannen manier wezenlijke thema’s aan de orde kunnen komen. Als een bezoeker de keet weer verlaat is hij/zij doordrongen van de issues die wellicht nu -maar zeker in de toekomst- in zijn/haar eigen situatie zullen gaan spelen.
Na de rondreis wordt de expositie uitgeleend aan verschillende architectuurcentra in Nederland. In ons cahier kunt u alvast lezen waar het onderzoek ons tot vandaag heeft gebracht. Wij nodigen u van harte uit ons in de keet te bezoeken en wensen u veel leesplezier.
Zie ook: www.nieuweerven.info
Projectgegevens
Onderzoek i.s.m.: Onix Architecten en Peter de Kan grafisch ontwerp
Jaar: 2009
Zie ook: www.nieuweerven.info
Projectgegevens
Onderzoek i.s.m.: Onix Architecten en Peter de Kan grafisch ontwerp
Jaar: 2009
EXPLORE: Inzending prijsvraag Staatsbosbeheer bij de Oostvaardersplassen
0924PDF_Oostvaardersplassen.pdf
De Oostvaardersplassen bevatten tenminste drie bijzondere paradoxen: beheerste ongereptheid, een ‘welkom buiten’ gebouw en beleving op afstand. In eXplore komen deze drie samen in een gebouw waarin de overgang van buiten naar binnen vaag is, bezoekers mensen en dieren zijn en de overgangen tussen de verschillende landschappen manifest zijn.
De beheerste ongereptheid
De verschijningsvorm waarin de OVP zich manifesteren is van een on-Nederlandse en tegelijkertijd oer-Nederlandse ongereptheid. Hier kun je zien en beleven hoe natuurlijke processen zich als vanzelf voltrekken. Om deze ongerepte natuur zich spontaan te laten ontwikkelen zijn regulerende en controlerende maatregelen voorwaardelijk. Deze controle is goed verborgen en nauwelijks fysiek vormgegeven. Zo kun je er oog in oog met een heckrund komen te staan terwijl een verborgen greppel met een hek ervoor zorgt dat het contact niet te direct wordt. Hoe maak je een gebouw als vanzelfsprekend onderdeel van deze beheerste ongereptheid?
Een ‘welkom buiten’ gebouw
De tweede paradox is die van een gebouw waarop de slogan ‘naar buiten!’ van toepassing is. Een gebouw met buitenkwaliteiten waarin je als bezoeker direct het gevoel krijgt middenin het gebied te zijn. Een beschutte plek voor mensen, maar ook voor vogels en vleermuizen, als onlosmakelijk onderdeel van het gebied.
0924PDF_Oostvaardersplassen.pdf
De Oostvaardersplassen bevatten tenminste drie bijzondere paradoxen: beheerste ongereptheid, een ‘welkom buiten’ gebouw en beleving op afstand. In eXplore komen deze drie samen in een gebouw waarin de overgang van buiten naar binnen vaag is, bezoekers mensen en dieren zijn en de overgangen tussen de verschillende landschappen manifest zijn.
De beheerste ongereptheid
De verschijningsvorm waarin de OVP zich manifesteren is van een on-Nederlandse en tegelijkertijd oer-Nederlandse ongereptheid. Hier kun je zien en beleven hoe natuurlijke processen zich als vanzelf voltrekken. Om deze ongerepte natuur zich spontaan te laten ontwikkelen zijn regulerende en controlerende maatregelen voorwaardelijk. Deze controle is goed verborgen en nauwelijks fysiek vormgegeven. Zo kun je er oog in oog met een heckrund komen te staan terwijl een verborgen greppel met een hek ervoor zorgt dat het contact niet te direct wordt. Hoe maak je een gebouw als vanzelfsprekend onderdeel van deze beheerste ongereptheid?
Een ‘welkom buiten’ gebouw
De tweede paradox is die van een gebouw waarop de slogan ‘naar buiten!’ van toepassing is. Een gebouw met buitenkwaliteiten waarin je als bezoeker direct het gevoel krijgt middenin het gebied te zijn. Een beschutte plek voor mensen, maar ook voor vogels en vleermuizen, als onlosmakelijk onderdeel van het gebied.
Zintuiglijke beleving
Om de ongereptheid van de Oostvaardersplassen te bewaren is een beperkte toegankelijkheid een vereiste. Tegelijkertijd bestaat de wens bezoekers een bijzondere beleving en ervaring mee te geven. In het Oostvaardersveld kan contact tussen bezoeker en natuur directer zijn. Het gebouw intensiveert dit contact door maximaal in te zetten op zintuiglijke beleving en werkelijke, bijzondere ervaringen.
In ons voorstel komen drie schijnbare tegenstellingen samen onder een dak. Het is een gebouw waarin voor bezoekers dezelfde condities gelden als die voor de dieren. Haast ongemerkt kom je er binnen en ben je weer buiten. Muren, daken en vloeren als scheidende, maar vooral ook verbindende elementen met buiten, waarin, -op en -tussen ook dieren en planten huizen. In plaats van een autonoom object is het gebouw een gematerialiseerde contramal van de landschappen eromheen. Vanuit de vier uitbreidbare vleugels vertrekken wandelroutes het gebied in. Aan delen van het gebouw kunnen bezoekers blijven meebouwen, elk bezoek een nieuwe belevenis.
Projectgegevens
DAAD i.s.m. Enno Zuidema Stedebouw, Martin van Dijken en Wim Boetze(DLG)
Opdrachtgever: Staatsbosbeheer
Jaar: 2009
Project: Prijsvraag
Om de ongereptheid van de Oostvaardersplassen te bewaren is een beperkte toegankelijkheid een vereiste. Tegelijkertijd bestaat de wens bezoekers een bijzondere beleving en ervaring mee te geven. In het Oostvaardersveld kan contact tussen bezoeker en natuur directer zijn. Het gebouw intensiveert dit contact door maximaal in te zetten op zintuiglijke beleving en werkelijke, bijzondere ervaringen.
In ons voorstel komen drie schijnbare tegenstellingen samen onder een dak. Het is een gebouw waarin voor bezoekers dezelfde condities gelden als die voor de dieren. Haast ongemerkt kom je er binnen en ben je weer buiten. Muren, daken en vloeren als scheidende, maar vooral ook verbindende elementen met buiten, waarin, -op en -tussen ook dieren en planten huizen. In plaats van een autonoom object is het gebouw een gematerialiseerde contramal van de landschappen eromheen. Vanuit de vier uitbreidbare vleugels vertrekken wandelroutes het gebied in. Aan delen van het gebouw kunnen bezoekers blijven meebouwen, elk bezoek een nieuwe belevenis.
Projectgegevens
DAAD i.s.m. Enno Zuidema Stedebouw, Martin van Dijken en Wim Boetze(DLG)
Opdrachtgever: Staatsbosbeheer
Jaar: 2009
Project: Prijsvraag
De Groene Compagnie
DAAD maakt samen met Onix Architecten en de DLG (Wim Boetze) onderdeel uit van het ontwerpteam dat een masterplan heeft ontwikkeld voor het nieuw te ontwikkelen woongebied ten zuiden van Hoogezand-Sappemeer. Waar de lange opstrekkende verkaveling nu nog een agrarisch karakter heeft wordt het landschap getransformeerd naar een recreatief woonlandschap. Het landschapsplan wordt ontwikkeld op basis van de ondergrond. Door de grondeigenschappen en waterstanden kan dit landschap, zonder al te grote ingrepen, vanzelf ontstaan. De lagen van het cultuurlandschap en het oerlandschap (grondeigenschappen) worden beide zichtbaar in het nieuwe landschap. Het zichtbaar laten van de verschillende tijdslagen maakt dat het landschap op elk moment af is.
DAAD maakt samen met Onix Architecten en de DLG (Wim Boetze) onderdeel uit van het ontwerpteam dat een masterplan heeft ontwikkeld voor het nieuw te ontwikkelen woongebied ten zuiden van Hoogezand-Sappemeer. Waar de lange opstrekkende verkaveling nu nog een agrarisch karakter heeft wordt het landschap getransformeerd naar een recreatief woonlandschap. Het landschapsplan wordt ontwikkeld op basis van de ondergrond. Door de grondeigenschappen en waterstanden kan dit landschap, zonder al te grote ingrepen, vanzelf ontstaan. De lagen van het cultuurlandschap en het oerlandschap (grondeigenschappen) worden beide zichtbaar in het nieuwe landschap. Het zichtbaar laten van de verschillende tijdslagen maakt dat het landschap op elk moment af is.
Door middel van een set spelregels kan worden ingespeeld op toekomstige marktontwikkelingen. Grondspeculatie wordt vermeden en de gemeente kan op elke plek beginnen met ontwikkelen.
Het plan onderscheidt zes delen met elk hun eigen karakteristieke landschap. De landschapstypen variëren van bos, open veld, plas-dras, plas en eilandenrijk. Binnen deze landschapstypen maken we een onderscheid tussen een beschermd landschap (publiek toegankelijk) en een bebouwbaar landschap.
Het plan onderscheidt zes delen met elk hun eigen karakteristieke landschap. De landschapstypen variëren van bos, open veld, plas-dras, plas en eilandenrijk. Binnen deze landschapstypen maken we een onderscheid tussen een beschermd landschap (publiek toegankelijk) en een bebouwbaar landschap.
Het beschermde landschap is het landschap dat als publiek natuurgebied wordt ingericht. Deze verschillende landschappen worden aan elkaar verbonden door fiets- en wandelroutes die door het landschap meanderen.
Hier mag gebouwd worden maar in een zeer lage dichtheid en onder zeer strenge condities. Zo hebben de woningen in dit gebied geen tuin om de woning zodat het objecten in het landschap blijven.
Het bebouwbare landschap is het woonlandschap. Van dit oppervlak mag 30% worden aangewend voor particulier uitgeefbare grond. De voorbeelden op de staalkaarten geven richting aan welk rood beslag aan de verschillende woningtypologieën toegekend mag worden. Zo heeft een woning op palen minder roodbeslag dan vrijstaande woningen met ruime kavels. De ontwikkelende partijen worden uitgedaagd bijzondere woonlandschappen te realiseren.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Hoogezand
In samenwerking met: Onix Architekten, DLG
Jaar: 2008
Project: masterplan
Hier mag gebouwd worden maar in een zeer lage dichtheid en onder zeer strenge condities. Zo hebben de woningen in dit gebied geen tuin om de woning zodat het objecten in het landschap blijven.
Het bebouwbare landschap is het woonlandschap. Van dit oppervlak mag 30% worden aangewend voor particulier uitgeefbare grond. De voorbeelden op de staalkaarten geven richting aan welk rood beslag aan de verschillende woningtypologieën toegekend mag worden. Zo heeft een woning op palen minder roodbeslag dan vrijstaande woningen met ruime kavels. De ontwikkelende partijen worden uitgedaagd bijzondere woonlandschappen te realiseren.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Hoogezand
In samenwerking met: Onix Architekten, DLG
Jaar: 2008
Project: masterplan
Studie woningbouw te Sibrandabuorren
0811PDF_Sibrandabuorren.pdf
De weg waar Sibrandabuorren aan ligt vormt een schakeling van pittoreske dorpjes en vergezichten naar het weidse landschap.
Sibrandabuorren ligt op een kruispunt van weg en water, de Sibrandabuurstervaart. In het dorp is de relatie met het water niet uitgebuit.
De vraag naar uitbreiding van het dorp staat niet op zichzelf. Het is geen vraag die moet worden beantwoord waarna het dorp ‘op slot’ kan. Het is van belang te kijken naar de mogelijkheden van nieuwe uitbreidingen in de toekomst.
0811PDF_Sibrandabuorren.pdf
De weg waar Sibrandabuorren aan ligt vormt een schakeling van pittoreske dorpjes en vergezichten naar het weidse landschap.
Sibrandabuorren ligt op een kruispunt van weg en water, de Sibrandabuurstervaart. In het dorp is de relatie met het water niet uitgebuit.
De vraag naar uitbreiding van het dorp staat niet op zichzelf. Het is geen vraag die moet worden beantwoord waarna het dorp ‘op slot’ kan. Het is van belang te kijken naar de mogelijkheden van nieuwe uitbreidingen in de toekomst.
We onderscheiden drie strategieën:
De beperk de schade strategie
Een strategie waarbij zoveel mogelijk wordt behouden en wordt voortgeborduurd op eerdere keuzes qua uitbreiding.
Benut de kansen strategie
Een strategie waarbij wordt gereageerd op de kansen die in het dorp liggen.
Ondek je plekje strategie
Een strategie waarbij nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd.
Uitbreiden 1, beperk de schade + benut de kansen
Als je Sibrandabuorren bekijkt vanuit de beschreven principes, dan is er binnen het dorp weinig plek voor uitbreiding. Het dorp is min of meer ‘af’.
Aan de zuidkant is, de zogenoemde locatie 1, in wezen de enige logische plek voor uitbreiding van het dorp, binnen de huidige principes van het dorp.
Aan de Noord en de Zuidkant zijn 2 opvallend harde randen naar het landschap. Er ligt een kans die te verzachten. Op de zogenoemde locatie 1 ligt ook een kans de relatie met het water te verbeteren in de vorm van een klein haventje.
De beperk de schade strategie
Een strategie waarbij zoveel mogelijk wordt behouden en wordt voortgeborduurd op eerdere keuzes qua uitbreiding.
Benut de kansen strategie
Een strategie waarbij wordt gereageerd op de kansen die in het dorp liggen.
Ondek je plekje strategie
Een strategie waarbij nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd.
Uitbreiden 1, beperk de schade + benut de kansen
Als je Sibrandabuorren bekijkt vanuit de beschreven principes, dan is er binnen het dorp weinig plek voor uitbreiding. Het dorp is min of meer ‘af’.
Aan de zuidkant is, de zogenoemde locatie 1, in wezen de enige logische plek voor uitbreiding van het dorp, binnen de huidige principes van het dorp.
Aan de Noord en de Zuidkant zijn 2 opvallend harde randen naar het landschap. Er ligt een kans die te verzachten. Op de zogenoemde locatie 1 ligt ook een kans de relatie met het water te verbeteren in de vorm van een klein haventje.
Uitbreiden 2, nieuwe erven
Ondek je plekje + benut de kansen
Eén van de kwaliteiten van het dorp is de afwisseling tussen beslotenheid en vergezichten naar het land-
schap. Toch zou er in de toekomst kunnen worden gedacht aan uitbreiding aan de Oostzijde van de weg, Hierbij is het van belang zicht naar het landschap behouden. Wij stellen daarom voor een maximum af te spreken van twee mogelijke locaties.
Van belang is hierbij de manier van bebouwen. Deze uitbreidingen moeten een erfachtig karakter hebben, met grote volumes en het zicht naar het landschap openlaten.
Uitbreiden 3, eilanden in het landschap
Ondek je plekje + benut de kansen
Aan de andere zijde van het dorp zou aan een andere manier van uitbreiden kunnen worden gedacht, zonder de rand van het dorp en het lint verder aan te tasten.
Ons voorstel is hier nieuwe elementen toe te voegen. Eilanden in het landschap met een eigen karakter, ingekaderd door bomen. Hierbij is het belangrijk dat ieder eiland een toegevoegde functie/ kwaliteit krijgt waar het dorp, als geheel van profiteert. Zo worden de eilanden fysiek losgekoppeld, maar door de invulling toch onderdeel van het dorp. Te denken valt hierbij aan woningen voor ouderen en/of jongeren uit het dorp, voorzieningen aan het water, etc.
Ondek je plekje + benut de kansen
Eén van de kwaliteiten van het dorp is de afwisseling tussen beslotenheid en vergezichten naar het land-
schap. Toch zou er in de toekomst kunnen worden gedacht aan uitbreiding aan de Oostzijde van de weg, Hierbij is het van belang zicht naar het landschap behouden. Wij stellen daarom voor een maximum af te spreken van twee mogelijke locaties.
Van belang is hierbij de manier van bebouwen. Deze uitbreidingen moeten een erfachtig karakter hebben, met grote volumes en het zicht naar het landschap openlaten.
Uitbreiden 3, eilanden in het landschap
Ondek je plekje + benut de kansen
Aan de andere zijde van het dorp zou aan een andere manier van uitbreiden kunnen worden gedacht, zonder de rand van het dorp en het lint verder aan te tasten.
Ons voorstel is hier nieuwe elementen toe te voegen. Eilanden in het landschap met een eigen karakter, ingekaderd door bomen. Hierbij is het belangrijk dat ieder eiland een toegevoegde functie/ kwaliteit krijgt waar het dorp, als geheel van profiteert. Zo worden de eilanden fysiek losgekoppeld, maar door de invulling toch onderdeel van het dorp. Te denken valt hierbij aan woningen voor ouderen en/of jongeren uit het dorp, voorzieningen aan het water, etc.
Voor locatie 1 is gekeken naar mogelijke oplossingen, waarbij rekening is gehouden met de globale wensen van de beoogde bewoners qua maat van de kavels en enkele specifieke eigenschappen van de kavels.
Door de strokenverkaveling is het mogelijk een directe relatie met het landschap te creëren vanuit ieder huis (een eigenschap van de huizen in het oorspronkelijke lint). De strokenverkaveling zorgt ook voor een relatie met het water en/ of haven voor iedere kavel.
Gekozen is voor één ontsluitingsweg met een kade langs het water.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Boarnsterhim
Jaar: 2008
Project: Studie
Door de strokenverkaveling is het mogelijk een directe relatie met het landschap te creëren vanuit ieder huis (een eigenschap van de huizen in het oorspronkelijke lint). De strokenverkaveling zorgt ook voor een relatie met het water en/ of haven voor iedere kavel.
Gekozen is voor één ontsluitingsweg met een kade langs het water.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Boarnsterhim
Jaar: 2008
Project: Studie
Studie HunzEco
0648PDF_HunzEco.pdf
Film: HunzEco
De vraag
De Hunze is een bijzondere rivier met ongekende potentiële kwaliteiten. Het gaat hierbij om potenties op het gebied van natuur, recreatie en waterberging, maar ook voor een bijzonder niet alledaags woonmilieu. Een goed voorbeeld van de verzilvering van dergelijke potenties is de natuurontwikkeling welke gerealiseerd wordt vanuit de Hunzevisie. Een deel van deze potenties word afgetast in het Hunzeproject. Dit project faciliteert bestaande ontwikkelingen in het gebied en stemt deze op elkaar af. De provincie Drenthe wil samen met de gemeentes Tynaarloo, Aa en Hunze en Borger-Odoorn de mogelijkheden voor woningbouw in het gebied laten verkennen.
De bureaus DAAD Architecten en Bosch Slabbers landschapsarchitecten hebben opdracht gekregen om de huidige situatie in beeld te brengen en de potentie op het gebied van woningbouw te laten zien. “Het is de bedoeling om na te gaan of en zo ja, op welke wijze via de ingang ‘wonen’ impulsen aan het Hunzegebied kunnen worden gegeven ter verbetering van respectievelijk de economische structuur, leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en werkgelegenheid.” De combinatie van wonen met andere functies zoals natuur, recreatie, zorg etc. is gewenst en werd in de opdrachtomschrijving wonen-plus genoemd.
Een neven aspect van de vraag is de vestigingsdruk op de Hondsrug. De dorpen op de Hondsrug hebben een hoge cultuurhistorische waarde en bieden mede daardoor een prettige leefomgeving. Verdere uitbreidingen van de dorpen zouden afbreuk aan hun identiteit kunnen doen.
0648PDF_HunzEco.pdf
Film: HunzEco
De vraag
De Hunze is een bijzondere rivier met ongekende potentiële kwaliteiten. Het gaat hierbij om potenties op het gebied van natuur, recreatie en waterberging, maar ook voor een bijzonder niet alledaags woonmilieu. Een goed voorbeeld van de verzilvering van dergelijke potenties is de natuurontwikkeling welke gerealiseerd wordt vanuit de Hunzevisie. Een deel van deze potenties word afgetast in het Hunzeproject. Dit project faciliteert bestaande ontwikkelingen in het gebied en stemt deze op elkaar af. De provincie Drenthe wil samen met de gemeentes Tynaarloo, Aa en Hunze en Borger-Odoorn de mogelijkheden voor woningbouw in het gebied laten verkennen.
De bureaus DAAD Architecten en Bosch Slabbers landschapsarchitecten hebben opdracht gekregen om de huidige situatie in beeld te brengen en de potentie op het gebied van woningbouw te laten zien. “Het is de bedoeling om na te gaan of en zo ja, op welke wijze via de ingang ‘wonen’ impulsen aan het Hunzegebied kunnen worden gegeven ter verbetering van respectievelijk de economische structuur, leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en werkgelegenheid.” De combinatie van wonen met andere functies zoals natuur, recreatie, zorg etc. is gewenst en werd in de opdrachtomschrijving wonen-plus genoemd.
Een neven aspect van de vraag is de vestigingsdruk op de Hondsrug. De dorpen op de Hondsrug hebben een hoge cultuurhistorische waarde en bieden mede daardoor een prettige leefomgeving. Verdere uitbreidingen van de dorpen zouden afbreuk aan hun identiteit kunnen doen.
Concept en perspectief
Het meest bijzondere in het Hunzegebied is de natuurontwikkeling van de Hunze. Een dergelijke ontwikkeling is uniek in Nederland en geeft het gebied de kans om ook in een bovenregionale context een betekenis te hebben. Als groene tegenhanger van de economische kernzone Groningen – Assen zou het gebied bij deze ontwikkelingen kunnen aansluiten.
Gezien de verschillende landschapstypen die in het gebied samenkomen bestaat de mogelijkheid om juist het hele Hunzedal als ontwikkelingsgebied op de kaart te zetten. Het gebied tussen Hondsrug en natuurontwikkeling en het gebied tussen natuurontwikkeling en randveen ontginningslint lenen zich als transformatiegebieden. Hier kan het natuurgebied onder andere voorwaarden doorgezet worden en verbindingen aangaan met landbouw, wonen, toerisme etc. Hier ligt een mogelijkheid om creatief en experimenteel met natuur om te gaan. Het natuurontwikkelingsgebied zelf blijft onaangetast.
Om het transformatieproces vorm en inhoud te kunnen geven is het zinvol om de juiste instrumenten te ontwikkelen om mogelijke initiatieven te kunnen toetsen. De titel van het onderzoek “HunzEco” is de combinatie van de naam Hunze en het logo van het eko-keurmerk. Producten die het eko-keurmerk dragen voldoen aan een aantal eisen voor biologisch verbouwd voedsel. Het is niet de bedoeling om in het Hunzedal met strenge eisen te werken en ontwikkelingen te belemmeren. Het is de bedoeling om in samenspraak met bewoners en belanghebbenden een keurinstrument op te stellen dat de kwaliteit van het gebied als geheel kan waarborgen en ruimte schept voor experimenten.
Het meest bijzondere in het Hunzegebied is de natuurontwikkeling van de Hunze. Een dergelijke ontwikkeling is uniek in Nederland en geeft het gebied de kans om ook in een bovenregionale context een betekenis te hebben. Als groene tegenhanger van de economische kernzone Groningen – Assen zou het gebied bij deze ontwikkelingen kunnen aansluiten.
Gezien de verschillende landschapstypen die in het gebied samenkomen bestaat de mogelijkheid om juist het hele Hunzedal als ontwikkelingsgebied op de kaart te zetten. Het gebied tussen Hondsrug en natuurontwikkeling en het gebied tussen natuurontwikkeling en randveen ontginningslint lenen zich als transformatiegebieden. Hier kan het natuurgebied onder andere voorwaarden doorgezet worden en verbindingen aangaan met landbouw, wonen, toerisme etc. Hier ligt een mogelijkheid om creatief en experimenteel met natuur om te gaan. Het natuurontwikkelingsgebied zelf blijft onaangetast.
Om het transformatieproces vorm en inhoud te kunnen geven is het zinvol om de juiste instrumenten te ontwikkelen om mogelijke initiatieven te kunnen toetsen. De titel van het onderzoek “HunzEco” is de combinatie van de naam Hunze en het logo van het eko-keurmerk. Producten die het eko-keurmerk dragen voldoen aan een aantal eisen voor biologisch verbouwd voedsel. Het is niet de bedoeling om in het Hunzedal met strenge eisen te werken en ontwikkelingen te belemmeren. Het is de bedoeling om in samenspraak met bewoners en belanghebbenden een keurinstrument op te stellen dat de kwaliteit van het gebied als geheel kan waarborgen en ruimte schept voor experimenten.
De insteek is om tot een gebiedsgerichte visie te komen die meerdere facetten tot één krachtig concept bundelt dat op basis van bestaande kwaliteiten een nieuwe identiteit aan het Hunzedal geeft. Eén van deze facetten is het wonen, andere facetten liggen in het veld van landschap, infrastructuur, toerisme, bedrijvigheid en cultuurhistorie. Met name de grote structuren lenen zich om de ruimtelijke samenhang in het gebied te versterken.
De ontwikkelingen zijn op te delen in:
- gebiedsgerichte ontwikkelingen die de nadruk leggen op samenbindende aspecten.
- gebiedseigen ontwikkelingen die de nadruk leggen op wonen.
Beide ontwikkelingen zijn multifunctioneel, zij bestaan uit een mix van water, natuur, landbouw, recreatie, woningbouw, bedrijvigheid, infrastructuur en marketing. Bij het inzoomen op de mogelijkheden voor woningbouw is het van belang te kijken naar een mogelijke meerwaarde ontstaan door die woningbouw. Het gaat niet alleen om het realiseren van nieuwe woningen, maar om meer. Hoe kan met nieuwe woningen ook landschap gevormd worden of kunnen nieuwe economische impulsen aan het gebied gegeven worden. Voor zowel de kleinschalige als de grootschalige ontwikkelingen geldt dat ontwikkelingen aangaande woningbouw een meerwaarde moeten opleveren voor het landschap en de gemeenschap.
Projectgegevens
Opdrachtgever : Provincie Drenthe
Studie afgerond : 2007
De ontwikkelingen zijn op te delen in:
- gebiedsgerichte ontwikkelingen die de nadruk leggen op samenbindende aspecten.
- gebiedseigen ontwikkelingen die de nadruk leggen op wonen.
Beide ontwikkelingen zijn multifunctioneel, zij bestaan uit een mix van water, natuur, landbouw, recreatie, woningbouw, bedrijvigheid, infrastructuur en marketing. Bij het inzoomen op de mogelijkheden voor woningbouw is het van belang te kijken naar een mogelijke meerwaarde ontstaan door die woningbouw. Het gaat niet alleen om het realiseren van nieuwe woningen, maar om meer. Hoe kan met nieuwe woningen ook landschap gevormd worden of kunnen nieuwe economische impulsen aan het gebied gegeven worden. Voor zowel de kleinschalige als de grootschalige ontwikkelingen geldt dat ontwikkelingen aangaande woningbouw een meerwaarde moeten opleveren voor het landschap en de gemeenschap.
Projectgegevens
Opdrachtgever : Provincie Drenthe
Studie afgerond : 2007
Danninge Erve Zuid
0337PDF_Danninge Erve.pdf
Danninge Erve Zuid is een nieuwe wijk die zich onderscheidt van andere gebieden in Meppel door o.a. de particuliere kavels welstandsvrij te ontwikkelen. Welstandsvrij bouwen betekent voor de toekomstige bewoners dat het bouwplan niet op zijn uiterlijke verschijningsvorm wordt beoordeeld maar wordt beoordeeld op de ruimtelijke samenhang ten opzichte van de omliggende percelen. Deze werkwijze heeft tot doel de gemeenschapszin van de toekomstige bewoners te versterken en ze te betrekken bij de totstandkoming van de wijk.
Zowel het stedenbouwkundige plan als de architectonische uitwerking is in een samenwerkingsverband tussen drie bureaus ontstaan; B+O Architecten, SKA Architecten en DAAD Architecten.
0337PDF_Danninge Erve.pdf
Danninge Erve Zuid is een nieuwe wijk die zich onderscheidt van andere gebieden in Meppel door o.a. de particuliere kavels welstandsvrij te ontwikkelen. Welstandsvrij bouwen betekent voor de toekomstige bewoners dat het bouwplan niet op zijn uiterlijke verschijningsvorm wordt beoordeeld maar wordt beoordeeld op de ruimtelijke samenhang ten opzichte van de omliggende percelen. Deze werkwijze heeft tot doel de gemeenschapszin van de toekomstige bewoners te versterken en ze te betrekken bij de totstandkoming van de wijk.
Zowel het stedenbouwkundige plan als de architectonische uitwerking is in een samenwerkingsverband tussen drie bureaus ontstaan; B+O Architecten, SKA Architecten en DAAD Architecten.
De agrarische verkaveling ter plaatse bestaat in principe uit ongeveer 55 brede stroken land (slagen). Deze slagen staan haaks op de Dorpstraat en worden gescheiden door een watergang. Deze slagen bestaan uit een ontsluitingsstructuur met een royale groenzone. In het midden van deze stempel ligt een centrale groenzone waar de bestaande watergang is opgenomen. Deze centrale groenzone biedt vanuit de Dorpstraat een doorzicht naar het achterliggende open buitengebied. Tevens bevat deze zone ruimte voor achterontsluitingen van de woning en geeft aansluiting op het bestaande net van fiets- en voetpaden in het dorp Nijeveen. Door het zorgvuldig inzetten van de openbare ruimte en de informele inrichting daarvan is de kwaliteit van de woonomgeving afgestemd op de woonomgeving die passend is bij een dorp: kleinschalig en gevarieerd. Ook het woningaanbod, de compactheid van het gebied en de royale openbare ruimte kunnen een bijdrage leveren aan een gebied waar het buurtgevoel een belangrijke plek krijgt.
Indicatie van de inrichting
De tweedeling die in het stedenbouwkundig plan zichtbaar is wordt in het inrichtingsplan doorgezet. De kavel aan het lint gaat een onderdeel uitmaken van de lintstructuur, terwijl de achterliggende wijk als basis de bestaande landschappelijke ondergrond heeft. Bestaande sloten worden verbijzonderd zodat zij een meerwaarde voor de nieuwe wijk krijgen.
Bijzondere aandacht is besteed aan de overgangen naar het landschap. De wijk wordt aan alle zijden omzoomd met een groene zone met daarin verspreid staande bomen met doorzichten naar het landschap.
In het inrichtingsplan staat het dorpse karakter van de wijk centraal. In alle onderdelen van het plan is gezocht naar een sfeervolle, informele dorpse sfeer.
De tweedeling die in het stedenbouwkundig plan zichtbaar is wordt in het inrichtingsplan doorgezet. De kavel aan het lint gaat een onderdeel uitmaken van de lintstructuur, terwijl de achterliggende wijk als basis de bestaande landschappelijke ondergrond heeft. Bestaande sloten worden verbijzonderd zodat zij een meerwaarde voor de nieuwe wijk krijgen.
Bijzondere aandacht is besteed aan de overgangen naar het landschap. De wijk wordt aan alle zijden omzoomd met een groene zone met daarin verspreid staande bomen met doorzichten naar het landschap.
In het inrichtingsplan staat het dorpse karakter van de wijk centraal. In alle onderdelen van het plan is gezocht naar een sfeervolle, informele dorpse sfeer.
De weg bestaat uit een rijstrook met gebakken klinkers en daarlangs een strook met andere verharding, waardoor een visuele versmalling ontstaat. De weg wordt gevormd door aanleidingen in de bebouwing en het landschap, waardoor hij niet volledig recht loopt. De overgang van de weg naar de kavels verschilt steeds wat zorgt voor een variatie in beeld.
De ruimte tussen de woningen wordt bepaald door een brede watergang met aan één zijde een natuurlijke oever. In deze strook ligt een wandelpad met centraal in de zone een verblijfsplek. De tuinen die aan het wandelpad grenzen krijgen aan de achterzijde een tuinmuur.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Meppel
Jaar: 2004
Project: stedenbouwkundig plan
i.s.m.: B+O Architecten en SKA Architecten
De ruimte tussen de woningen wordt bepaald door een brede watergang met aan één zijde een natuurlijke oever. In deze strook ligt een wandelpad met centraal in de zone een verblijfsplek. De tuinen die aan het wandelpad grenzen krijgen aan de achterzijde een tuinmuur.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Meppel
Jaar: 2004
Project: stedenbouwkundig plan
i.s.m.: B+O Architecten en SKA Architecten
Landgoed Rande te Deventer
0647PDF_Landgoed Rande.pdf
Ten noorden van Deventer ligt het landgoed Rande. Het landgoed, beheerd door Stichting IJssellandschap, is in fases gegroeid. In verschillende periodes zijn er landgoedhuizen gebouwd op Oud Rande, Smets Rande en Nieuw Rande. Onze studieopdracht, in samenwerking met landschapsarchitecten Noël van Dooren en Karen de Groot, gaat over het vergroten van het landgoed met een deel van de uiterwaarden van de IJssel en het publiekstoegankelijk maken van het totale landgoed Keizersrande.
Het landgoed kent drie typen gebouwen: de landgoedhuizen, de erven en de woonhuizen. In de studie worden voorstellen gedaan die beogen de onderlinge samenhang per type te versterken. Om het landgoed meer te richten op publiek wordt de serie uitgebreid met een vierde gebouwtype: het landgoedmeubel/ de folly.
0647PDF_Landgoed Rande.pdf
Ten noorden van Deventer ligt het landgoed Rande. Het landgoed, beheerd door Stichting IJssellandschap, is in fases gegroeid. In verschillende periodes zijn er landgoedhuizen gebouwd op Oud Rande, Smets Rande en Nieuw Rande. Onze studieopdracht, in samenwerking met landschapsarchitecten Noël van Dooren en Karen de Groot, gaat over het vergroten van het landgoed met een deel van de uiterwaarden van de IJssel en het publiekstoegankelijk maken van het totale landgoed Keizersrande.
Het landgoed kent drie typen gebouwen: de landgoedhuizen, de erven en de woonhuizen. In de studie worden voorstellen gedaan die beogen de onderlinge samenhang per type te versterken. Om het landgoed meer te richten op publiek wordt de serie uitgebreid met een vierde gebouwtype: het landgoedmeubel/ de folly.
De landgoedhuizen
In elke belangrijke ontwikkelingsperiode van KeizersRande is, in nauwe samenhang met het landschap, een landgoedhuis ontworpen en gebouwd.
Als nieuwe uitbreiding van KeizersRande wordt in de uiterwaarden met ‘de Natuurderij’ een eigentijds landgoedhuis toegevoegd. Deze wordt gebouwd op de overgang van hoge en lagere uiterwaarden. Het complex heeft naast een agrarische functie ook een publieke functie.
De Natuurderij is door middel van zichtlijnen verbonden met het bestaande landgoed. Het dak boven de stallen vormt een balkon waarop wandelaars van een wijds uitzicht over het IJssellandschap kunnen genieten. Op de trap naar de lagere uiterwaarden kun je heerlijk beschut zitten in de zon of afdalen naar het wisselende waterniveau van de IJssel.
In elke belangrijke ontwikkelingsperiode van KeizersRande is, in nauwe samenhang met het landschap, een landgoedhuis ontworpen en gebouwd.
Als nieuwe uitbreiding van KeizersRande wordt in de uiterwaarden met ‘de Natuurderij’ een eigentijds landgoedhuis toegevoegd. Deze wordt gebouwd op de overgang van hoge en lagere uiterwaarden. Het complex heeft naast een agrarische functie ook een publieke functie.
De Natuurderij is door middel van zichtlijnen verbonden met het bestaande landgoed. Het dak boven de stallen vormt een balkon waarop wandelaars van een wijds uitzicht over het IJssellandschap kunnen genieten. Op de trap naar de lagere uiterwaarden kun je heerlijk beschut zitten in de zon of afdalen naar het wisselende waterniveau van de IJssel.
De woonhuizen
Verspreid over KeizersRande liggen een aantal woningen, gebouwd in verschillende periodes, waarvan de meesten in handen van particulieren zijn. Gezien deze ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis zijn weinig overeenkomsten tussen deze woningen te ontdekken. Middels enkele landschappelijke ingrepen wordt de samenhang versterkt.
Binnen het totaal van gebouwen op het landgoed neemt de woning van Daisy, de zwakzinnige dochter van baron Stratenus, een bijzondere plek in. De eenvoudige houten woning met een serre en grote veranda, is een aantal keren verplaatst op het terrein en uiteindelijk verdwenen naar de rand van Deventer.
Op de plekken waar de woning heeft gestaan en op plekken waar het wellicht had kunnen staan kunnen nieuwe houten huizen, als logiesverblijven op het landgoed, gebouwd worden.
Verspreid over KeizersRande liggen een aantal woningen, gebouwd in verschillende periodes, waarvan de meesten in handen van particulieren zijn. Gezien deze ontstaans- en ontwikkelingsgeschiedenis zijn weinig overeenkomsten tussen deze woningen te ontdekken. Middels enkele landschappelijke ingrepen wordt de samenhang versterkt.
Binnen het totaal van gebouwen op het landgoed neemt de woning van Daisy, de zwakzinnige dochter van baron Stratenus, een bijzondere plek in. De eenvoudige houten woning met een serre en grote veranda, is een aantal keren verplaatst op het terrein en uiteindelijk verdwenen naar de rand van Deventer.
Op de plekken waar de woning heeft gestaan en op plekken waar het wellicht had kunnen staan kunnen nieuwe houten huizen, als logiesverblijven op het landgoed, gebouwd worden.
De erven
Op KeizersRande vinden we een aantal boerenerven met overwegend relatief jonge gebouwen. De meeste van deze erven zijn gesitueerd in landschappelijke overgangszones; op de overgang van een bos naar weiland (Erve Bouwhuis), of op de overgang van hoge naar lagere uiterwaarden (Stobbenweerd).
Door het verdwijnen van de agrarische functie kunnen de erven een nieuw programma krijgen zoals een woonzorg programma. In schuurachtige volumes kunnen meerdere wooneenheden worden ondergebracht met collectieve voorzieningen. De bezoeker loopt tussen de volumes over het erf.
Op KeizersRande vinden we een aantal boerenerven met overwegend relatief jonge gebouwen. De meeste van deze erven zijn gesitueerd in landschappelijke overgangszones; op de overgang van een bos naar weiland (Erve Bouwhuis), of op de overgang van hoge naar lagere uiterwaarden (Stobbenweerd).
Door het verdwijnen van de agrarische functie kunnen de erven een nieuw programma krijgen zoals een woonzorg programma. In schuurachtige volumes kunnen meerdere wooneenheden worden ondergebracht met collectieve voorzieningen. De bezoeker loopt tussen de volumes over het erf.
Landgoedmeubilair
In het nieuwe gebruik van het landgoed staat de bezoeker centraal. Met een rondgaand wandelpad, dat deels gebruik maakt van de aanwezige structuur en deels nieuw wordt aangelegd, doet de wandelaar alle belangrijke onderdelen van het grote landgoed aan. Op plekken waar structuren uit verschillende tijden elkaar ontmoeten kan middels een landschappelijke en/of architectonische ingreep de overgang worden benadrukt waardoor elk gebied op een verrassende manier wordt ‘betreden’.
In de uiterwaarden kunnen door middel van (drijvende) picknickplekken markeerpunten worden aangebracht waartussen spontane wandelroutes kunnen ontstaan.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting IJssellandschap
In samenwerking met: Noël van Dooren en Karen de Groot
Jaar: 2007
Project: studie
In het nieuwe gebruik van het landgoed staat de bezoeker centraal. Met een rondgaand wandelpad, dat deels gebruik maakt van de aanwezige structuur en deels nieuw wordt aangelegd, doet de wandelaar alle belangrijke onderdelen van het grote landgoed aan. Op plekken waar structuren uit verschillende tijden elkaar ontmoeten kan middels een landschappelijke en/of architectonische ingreep de overgang worden benadrukt waardoor elk gebied op een verrassende manier wordt ‘betreden’.
In de uiterwaarden kunnen door middel van (drijvende) picknickplekken markeerpunten worden aangebracht waartussen spontane wandelroutes kunnen ontstaan.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting IJssellandschap
In samenwerking met: Noël van Dooren en Karen de Groot
Jaar: 2007
Project: studie
100 jarig contract Kennedylaantuin Heerenveen
0528PDF_Kennedylaan.pdf
Eén van de eerste projecten waarmee Louis le Roy in de jaren zeventig naam maakte krijgt, na jaren ‘vergeten’ te zijn geweest, een doorstart met de ondertekening van een honderdjarig contract tussen de gemeente Heerenveen en de Stichting TIJD. Minimaal voor deze periode draagt de gemeente het beheer over het bijna twee kilometer lange park in Heerenveen Midden over aan de Stichting. Hiermee is voor het eerst in Nederland een situatie ontstaan waarbij de bewoners van de wijk, samen met andere gebruikers en geïnteresseerden, in een samenwerking tussen leken en professionals, tussen natuur en cultuur en zonder vooropgezet eindbeeld, over een lange periode zelf invulling kunnen gaan geven aan de centrale groenvoorziening in de wijk.
0528PDF_Kennedylaan.pdf
Eén van de eerste projecten waarmee Louis le Roy in de jaren zeventig naam maakte krijgt, na jaren ‘vergeten’ te zijn geweest, een doorstart met de ondertekening van een honderdjarig contract tussen de gemeente Heerenveen en de Stichting TIJD. Minimaal voor deze periode draagt de gemeente het beheer over het bijna twee kilometer lange park in Heerenveen Midden over aan de Stichting. Hiermee is voor het eerst in Nederland een situatie ontstaan waarbij de bewoners van de wijk, samen met andere gebruikers en geïnteresseerden, in een samenwerking tussen leken en professionals, tussen natuur en cultuur en zonder vooropgezet eindbeeld, over een lange periode zelf invulling kunnen gaan geven aan de centrale groenvoorziening in de wijk.
Rob Hendriks van DAAD is door de Stichting TIJD benoemd als bouwmeester om het werk te coördineren. Zonder getekend plan of vastomlijnd wensbeeld worden nieuwe initiatieven een plek gegeven, wordt gewerkt met het materiaal dat voorhanden is, worden lokale problemen opgelost en moet de Kennedylaantuin opnieuw een plek worden van de bewoners en de buurt.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Heerenveen
Jaar: 2005-2105
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Heerenveen
Jaar: 2005-2105
Re-animatie van boerenerven in Overijssel
Inleiding
De transformatie van Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) is een belangrijk thema. In het kader van het provinciale beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing zijn eind 2004 drie gemeentelijke pilots gestart. Alle Overijsselse gemeenten worden verzocht beleid te ontwikkelen ten aanzien van dit uitdagende onderwerp. Verbetering van de ruimtelijke kwaliteit is daarbij een belangrijke doelstelling. Dit geldt ook voor het beleid m.b.t. “Rood voor rood”.
Het (concept) Werkschrift Ruimtelijke kwaliteit Overijssel” omschrijft de transformatie van de boerenerven eveneens als een belangrijk onderwerp. Deze transformatie biedt kansen voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het Overijsselse landelijke gebied.
Provinciale staten hebben het stimuleringsprogramma “Re-animatie industrieel erfgoed Overijssel” verbreed met het agrarisch erfgoed. De transformatie van de VAB’s is daarbij een speerpunt. In het werkprogramma van dit stimuleringsprogramma staat het uitvoeren van voorbeeldprojecten/pilots vermeld.
Inleiding
De transformatie van Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) is een belangrijk thema. In het kader van het provinciale beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing zijn eind 2004 drie gemeentelijke pilots gestart. Alle Overijsselse gemeenten worden verzocht beleid te ontwikkelen ten aanzien van dit uitdagende onderwerp. Verbetering van de ruimtelijke kwaliteit is daarbij een belangrijke doelstelling. Dit geldt ook voor het beleid m.b.t. “Rood voor rood”.
Het (concept) Werkschrift Ruimtelijke kwaliteit Overijssel” omschrijft de transformatie van de boerenerven eveneens als een belangrijk onderwerp. Deze transformatie biedt kansen voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het Overijsselse landelijke gebied.
Provinciale staten hebben het stimuleringsprogramma “Re-animatie industrieel erfgoed Overijssel” verbreed met het agrarisch erfgoed. De transformatie van de VAB’s is daarbij een speerpunt. In het werkprogramma van dit stimuleringsprogramma staat het uitvoeren van voorbeeldprojecten/pilots vermeld.
Doel en doelgroep
De pilots voor re-animatie/transformatie van boerenerven hebben als doel om bij te dragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.
Het project verschaft inzicht in de ontwerpuitgangspunten die bij functiewijziging van agrarische bedrijven belangrijk zijn.
Deze inzichten zijn niet alleen voor de provincie zelf van belang, maar worden ook beschikbaar gesteld aan gemeenten, eigenaren en andere bij de transformatie betrokken partijen.
Werkwijze
Het gaat om een pilotstudie voor alle in Overijssel voorkomende landschapstypen.
De transformatie betreft functiewijziging van agrarische bedrijven, waaronder drastische verandering van de agrarische bedrijfsvoering. De bebouwing wordt steeds in samenhang met het erf en het landschap benaderd.
Fasering
- Typering erftypen en gebouwentypen per landschapstype
- Ontwerpuitgangspunten bepalen
- Voor verschillende functieveranderingen ontwerpuitgangspunten uitwerken aan de hand van pilots
- Voorbeelden”boek” samenstellen
- Opstellen handboek “re-animatie” boerenerven
De pilots voor re-animatie/transformatie van boerenerven hebben als doel om bij te dragen aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.
Het project verschaft inzicht in de ontwerpuitgangspunten die bij functiewijziging van agrarische bedrijven belangrijk zijn.
Deze inzichten zijn niet alleen voor de provincie zelf van belang, maar worden ook beschikbaar gesteld aan gemeenten, eigenaren en andere bij de transformatie betrokken partijen.
Werkwijze
Het gaat om een pilotstudie voor alle in Overijssel voorkomende landschapstypen.
De transformatie betreft functiewijziging van agrarische bedrijven, waaronder drastische verandering van de agrarische bedrijfsvoering. De bebouwing wordt steeds in samenhang met het erf en het landschap benaderd.
Fasering
- Typering erftypen en gebouwentypen per landschapstype
- Ontwerpuitgangspunten bepalen
- Voor verschillende functieveranderingen ontwerpuitgangspunten uitwerken aan de hand van pilots
- Voorbeelden”boek” samenstellen
- Opstellen handboek “re-animatie” boerenerven
Aandachtpunten
De genoemde pilots worden uitgevoerd in de diverse onderscheiden Overijsselse landschappen. Gezocht wordt naar concrete situaties, die een voorbeeldwerking hebben.
Speciale aandacht vraagt het veiligstellen van de kwaliteiten op lange termijn. Niet alleen van de gebouwen. Ook is van belang hoe de aanplant en instandhouding van landschapselementen kan worden gerealiseerd en het beheer is geregeld. Hoe is dit te regelen op particuliere grond en hoe bij gemeentelijk grondeigendom? Deze vragen vergen een gedegen juridische inbreng. Dit geldt ook voor vragen over toegankelijkheid van en rond erven.
De afstemming van de parallelle lopende projecten over experimenten VAB’s en het ruimtelijke kwaliteitsbeleid krijgt speciale aandacht. De resultaten zullen in deze projecten kunnen worden benut.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Provincie Overijssel
Jaar: 2006
De genoemde pilots worden uitgevoerd in de diverse onderscheiden Overijsselse landschappen. Gezocht wordt naar concrete situaties, die een voorbeeldwerking hebben.
Speciale aandacht vraagt het veiligstellen van de kwaliteiten op lange termijn. Niet alleen van de gebouwen. Ook is van belang hoe de aanplant en instandhouding van landschapselementen kan worden gerealiseerd en het beheer is geregeld. Hoe is dit te regelen op particuliere grond en hoe bij gemeentelijk grondeigendom? Deze vragen vergen een gedegen juridische inbreng. Dit geldt ook voor vragen over toegankelijkheid van en rond erven.
De afstemming van de parallelle lopende projecten over experimenten VAB’s en het ruimtelijke kwaliteitsbeleid krijgt speciale aandacht. De resultaten zullen in deze projecten kunnen worden benut.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Provincie Overijssel
Jaar: 2006
Cowmunity
In opdracht van Alterra is DAAD gevraagd een landschappelijke en architectonische verkenning te verrichten voor het inpassen van een grootschalig melkveebedrijf met minimaal 1000 koeien in het Noorden van Nederland. Door de akkerbouw die nodig is om de koeien van voer te voorzien heeft dit bedrijfsconcept en economische en ruimtelijke invloed op een gebied van 4000-5000 m2. Dit is ca. 40% van het grondgebied van een gemeente als Loppersum.
Er is een onderscheid gemaakt tussen modellen waar de koeien het hele jaar op stal staan en modellen met een beperkte weidegang.
Koeien permanent op stal
Het uitgangspunt voor dit concept is een grondloos melkveebedrijf. Hier wordt geen voer geproduceerd en de geproduceerde mest wordt elders weggezet. Voor 1000 koeien is ongeveer 10.000 m2 aan stalruimte nodig. Daarnaast is er ruimte nodig voor opslag van voer, mest en gereedschap.
Uitgangspunt is dat het bedrijf wordt gevestigd in een akkerbouw gebied, waardoor voer van de omliggende boeren verworven kan worden. Daarnaast kan met de akkerbouwers afspraken gemaakt worden over het verwerken van de mestproductie.
Een grondloos melkveebedrijf heeft een geheel andere relatie met het omliggende land dan een traditioneel boerenerf. De programmatische en landschappelijke kenmerken van dit bedrijf lijken meer op dat van een landbouwverwerkingsbedrijf, zoals een aardappelzetmeelfabriek, een suikerfabriek of een Melkfabriek, dan een boerderij. Analoog aan een verwerkingsbedrijf zou een geschikte locatie aan de rand van een dorp, bij een infrastructureel knooppunt of op een industrieterrein, kunnen zijn.
In opdracht van Alterra is DAAD gevraagd een landschappelijke en architectonische verkenning te verrichten voor het inpassen van een grootschalig melkveebedrijf met minimaal 1000 koeien in het Noorden van Nederland. Door de akkerbouw die nodig is om de koeien van voer te voorzien heeft dit bedrijfsconcept en economische en ruimtelijke invloed op een gebied van 4000-5000 m2. Dit is ca. 40% van het grondgebied van een gemeente als Loppersum.
Er is een onderscheid gemaakt tussen modellen waar de koeien het hele jaar op stal staan en modellen met een beperkte weidegang.
Koeien permanent op stal
Het uitgangspunt voor dit concept is een grondloos melkveebedrijf. Hier wordt geen voer geproduceerd en de geproduceerde mest wordt elders weggezet. Voor 1000 koeien is ongeveer 10.000 m2 aan stalruimte nodig. Daarnaast is er ruimte nodig voor opslag van voer, mest en gereedschap.
Uitgangspunt is dat het bedrijf wordt gevestigd in een akkerbouw gebied, waardoor voer van de omliggende boeren verworven kan worden. Daarnaast kan met de akkerbouwers afspraken gemaakt worden over het verwerken van de mestproductie.
Een grondloos melkveebedrijf heeft een geheel andere relatie met het omliggende land dan een traditioneel boerenerf. De programmatische en landschappelijke kenmerken van dit bedrijf lijken meer op dat van een landbouwverwerkingsbedrijf, zoals een aardappelzetmeelfabriek, een suikerfabriek of een Melkfabriek, dan een boerderij. Analoog aan een verwerkingsbedrijf zou een geschikte locatie aan de rand van een dorp, bij een infrastructureel knooppunt of op een industrieterrein, kunnen zijn.
Het programma van eisen kan verdeeld worden in twee hoofd onderdelen, namelijk stalruimte (ca. 10.000 m2) en opslag die tussen 17.000 en 20.000 m2 in beslag neemt.
Wij stellen voor om het terrein in drie ongeveer even brede stroken op te delen; één voor stalruimte en één voor opslag. Daar tussen een strook waarin alle bewegingen tussen stal en opslag plaats vindt en waar de ontsluiting met de openbare weg op uitkomt. In de zone van opslag bevindt zich onder anderen sleufsilo’s (voer), machine loods, parkeren, ontvangstruimte, kantoren en bedrijfswoning.
Alle stalruimtes bevinden zich onder een dak. De gevels (die vaak open zijn) zijn voor de definitie van het object ondergeschikt aan de dakvorm.
Koeien met weidegang
In dit concept wordt voorgesteld om een melkveehouderij te stichten met een beperkte weidegang; 1000 koeien op 100 ha. Ook hier zal het bedrijf in een akkerbouwgebied gehuisvest worden omdat de beperkte weidegang maar een heel klein deel van het nodige voer oplevert. De benodigde capaciteit aan stalruimte en opslag blijft gelijk aan het eerste concept. Ook dit concept kan niet omschreven worden als een boerenerf met weides met grazende koeien. Door de schaal en intensiteit (hoge dichtheid van de koeien) is het in de huidige vorm te omschrijven als een complex van 100 ha.
Ons voorstel is om de ‘cowmunity’ niet als een geïsoleerd bedrijf te zien, ontworpen op een manier die overal ingepast kan worden, maar te proberen het bedrijf in de bestaande sociale, economische en landschappelijke structuur te passen.
Wij stellen voor om het terrein in drie ongeveer even brede stroken op te delen; één voor stalruimte en één voor opslag. Daar tussen een strook waarin alle bewegingen tussen stal en opslag plaats vindt en waar de ontsluiting met de openbare weg op uitkomt. In de zone van opslag bevindt zich onder anderen sleufsilo’s (voer), machine loods, parkeren, ontvangstruimte, kantoren en bedrijfswoning.
Alle stalruimtes bevinden zich onder een dak. De gevels (die vaak open zijn) zijn voor de definitie van het object ondergeschikt aan de dakvorm.
Koeien met weidegang
In dit concept wordt voorgesteld om een melkveehouderij te stichten met een beperkte weidegang; 1000 koeien op 100 ha. Ook hier zal het bedrijf in een akkerbouwgebied gehuisvest worden omdat de beperkte weidegang maar een heel klein deel van het nodige voer oplevert. De benodigde capaciteit aan stalruimte en opslag blijft gelijk aan het eerste concept. Ook dit concept kan niet omschreven worden als een boerenerf met weides met grazende koeien. Door de schaal en intensiteit (hoge dichtheid van de koeien) is het in de huidige vorm te omschrijven als een complex van 100 ha.
Ons voorstel is om de ‘cowmunity’ niet als een geïsoleerd bedrijf te zien, ontworpen op een manier die overal ingepast kan worden, maar te proberen het bedrijf in de bestaande sociale, economische en landschappelijke structuur te passen.
Wij denken dat de grootschalige melkveehouderij in Noord-Nederland maatschappelijk en landschappelijk een grotere kans van slagen heeft als wordt geprobeerd aansluiting te zoeken met aanwezige structuren. De locale situatie zal bij deze houding invloed uitoefenen op bedrijfsvoering en vormgeving van de cowmunity. Het landschap van Noord Nederland is een fijnmazige netwerk van rivieren, kanalen, sloten, dorpen, gehuchten, akkerbouw, grasland, wegen en paden. De schaalvergroting binnen de melkveehouderij moet een natuurlijke plek binnen dit landschap kunnen verwerven.
Duurzaam ondernemen en milieu is in de landbouw een actueel probleem. Door schaalvergroting, kunstmest, bestrijdingsmiddelen en het mestoverschot is een negatief beeld ontstaan van de bijdrage van de landbouw aan het milieu. Juist de schaal zou gebruikt kunnen worden om een aantal duurzame technieken rendabel toe te passen, zoals mestvergisting, zonne-energie, hergebruik afvalstoffen en gebruik van hemelwater.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Alterra
Jaar: 2006
Project: landschappelijke en architectonische verkenning
Duurzaam ondernemen en milieu is in de landbouw een actueel probleem. Door schaalvergroting, kunstmest, bestrijdingsmiddelen en het mestoverschot is een negatief beeld ontstaan van de bijdrage van de landbouw aan het milieu. Juist de schaal zou gebruikt kunnen worden om een aantal duurzame technieken rendabel toe te passen, zoals mestvergisting, zonne-energie, hergebruik afvalstoffen en gebruik van hemelwater.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Alterra
Jaar: 2006
Project: landschappelijke en architectonische verkenning
Studie Op dorpse schaal te Elp
0456PDF_Op Dorpse Schaal.pdf
De dorpen in Midden Drenthe zijn vrij oorspronkelijk in structuur en architectuur. De ontstaanswijze van de dorpen en hun nauwe relatie met het landschap is goed herkenbaar. Het beleid voor de uitbreiding van de dorpen tot nu toe was conserverend en controlerend. De enkele uitbreidingen die er gemaakt werden waren vaak van pragmatische aard en zelden een versterking van de Drentse identiteit.
Ondertussen groeide wel de vraag van de bewoners naar uitbreiding en particulier initiatief.
0456PDF_Op Dorpse Schaal.pdf
De dorpen in Midden Drenthe zijn vrij oorspronkelijk in structuur en architectuur. De ontstaanswijze van de dorpen en hun nauwe relatie met het landschap is goed herkenbaar. Het beleid voor de uitbreiding van de dorpen tot nu toe was conserverend en controlerend. De enkele uitbreidingen die er gemaakt werden waren vaak van pragmatische aard en zelden een versterking van de Drentse identiteit.
Ondertussen groeide wel de vraag van de bewoners naar uitbreiding en particulier initiatief.
In het project 'Op dorpse schaal' wordt voor het eerst een nieuwe participatieve werkwijze toegepast bij het aanwijzen van toekomstige in- en uitbreidingslocaties voor woningbouw in zand- en veendorpen. Binnen deze locaties mogen particulieren woningen bouwen aan de hand van vastgestelde spelregels. De spelregels bestaan uit vaste kaders en flexibele bouwstenen. Binnen bepaalde kaders kunnen een aantal bouwstenen toegepast worden. De bouwstenen bieden mogelijkheden aan de ontwikkeling van een dorp. Afhankelijk van de initiatiefnemende partijen en de omstandigheden zijn deze inzetbaar. Een eindbeeld van het dorp is op deze manier niet voorspelbaar. Wel het behoud en de versterking van de kwaliteiten en de identiteit van het dorp.
De toename van het aantal woningen vindt geleidelijk plaats doordat er jaarlijks een limiet aan wordt gesteld.
Nadat het dorp Elp als pilot voor dit heeft gediend, is er een modelaanpak ontwikkelt volgens de principes van 'Op dorpse schaal', met de bedoeling deze aanpak toe te passen voor alle zand- en veendorpen in de provincie Drenthe.
Zie ook: 0456PDF_Op Dorpse Schaal Flyer.pdf
Het project is in samenwerking met Bosch Slabbers landschapsarchitecten uitgevoerd.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Midden Drenthe i.s.m. de Provincie Drenthe (Belvedere project)
Jaar: 2005
Project: Studie
Nadat het dorp Elp als pilot voor dit heeft gediend, is er een modelaanpak ontwikkelt volgens de principes van 'Op dorpse schaal', met de bedoeling deze aanpak toe te passen voor alle zand- en veendorpen in de provincie Drenthe.
Zie ook: 0456PDF_Op Dorpse Schaal Flyer.pdf
Het project is in samenwerking met Bosch Slabbers landschapsarchitecten uitgevoerd.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Midden Drenthe i.s.m. de Provincie Drenthe (Belvedere project)
Jaar: 2005
Project: Studie
Tussengebied te Haren
0405PDF_tussengebied haren.pdf
Dilgt Hemmen Essen
De opgave is een deeluitwerking van het LOP waarin is vastgesteld dat in het transformatiegebied DHE tussen de 1000 en 1700 woningen kunnen worden gebouwd. Een integrale ontwikkelingsvisie is een document op basis waarvan in vervolgtrajecten concrete deeluitwerkingen kunnen worden gemaakt. Er worden kwalitatieve en kwantitatieve uitspraken in gedaan op onderdelen en er wordt een samenhang aangebracht tussen deze onderdelen. In sommige gevallen zijn dit globale uitgangspunten, in andere al zeer specifieke kwalificaties. De integrale ontwikkelingsvisie schetst echter in geen geval een compleet eindbeeld. Gezien de onvoorspelbaarheid van de toekomst is het niet alleen onmogelijk nu vast te leggen hoe het gebied er over 25 jaar uit zal zien, het is vooral ook onwenselijk. Vanaf het moment dat het beoogde eindbeeld zou zijn vastgelegd belemmert het mogelijkerwijs de dynamiek van de ontwikkelingen. Zo kunnen er veranderingen optreden ten aanzien van gewenste woningdifferentiatie, woningaantallen, voorzieningen, fasering van uitvoering, te verwachten transformatiemomenten van locaties, etc. Van groter belang dan zicht op het eindbeeld is in dit stadium dan ook het aangeven van de richting waarin de ontwikkelingen zich kunnen gaan voltrekken, het bieden van voldoende flexibele en afbakenende kaders waarbinnen deze ontwikkelingen zich kunnen bewegen en het borgen van de integrale kwaliteit van het geheel. Hiertoe is een ontwerpmethodiek aangewend die met 'open planning' betiteld zou kunnen worden.
0405PDF_tussengebied haren.pdf
Dilgt Hemmen Essen
De opgave is een deeluitwerking van het LOP waarin is vastgesteld dat in het transformatiegebied DHE tussen de 1000 en 1700 woningen kunnen worden gebouwd. Een integrale ontwikkelingsvisie is een document op basis waarvan in vervolgtrajecten concrete deeluitwerkingen kunnen worden gemaakt. Er worden kwalitatieve en kwantitatieve uitspraken in gedaan op onderdelen en er wordt een samenhang aangebracht tussen deze onderdelen. In sommige gevallen zijn dit globale uitgangspunten, in andere al zeer specifieke kwalificaties. De integrale ontwikkelingsvisie schetst echter in geen geval een compleet eindbeeld. Gezien de onvoorspelbaarheid van de toekomst is het niet alleen onmogelijk nu vast te leggen hoe het gebied er over 25 jaar uit zal zien, het is vooral ook onwenselijk. Vanaf het moment dat het beoogde eindbeeld zou zijn vastgelegd belemmert het mogelijkerwijs de dynamiek van de ontwikkelingen. Zo kunnen er veranderingen optreden ten aanzien van gewenste woningdifferentiatie, woningaantallen, voorzieningen, fasering van uitvoering, te verwachten transformatiemomenten van locaties, etc. Van groter belang dan zicht op het eindbeeld is in dit stadium dan ook het aangeven van de richting waarin de ontwikkelingen zich kunnen gaan voltrekken, het bieden van voldoende flexibele en afbakenende kaders waarbinnen deze ontwikkelingen zich kunnen bewegen en het borgen van de integrale kwaliteit van het geheel. Hiertoe is een ontwerpmethodiek aangewend die met 'open planning' betiteld zou kunnen worden.
Open planning
Het 'glas' in het raamwerk van 'lood' kent vele kleuren. De verschillende kleuren zijn ontstaan in superpositie van een tweetal lagen:
- de kenmerken en kwaliteiten van het deelgebied zelf
- de kenmerken en kwaliteiten van de randen van het deelgebied
De kenmerken en kwaliteiten van het gebied zelf worden bepaald door de al dan niet zichtbare geschiedenis ervan, de landschappelijke kwaliteit, de ruimtelijke kwaliteit, het aanwezige groen en water, de aanwezige bebouwing, etc.
De randen van een deelgebied worden gedefinieerd door het 'lood', het aangrenzende landschap, de belendende buurt, aansluiting op de dorpskom of de karakteristiek van de aangelegen noord-zuid verbinding (linten, spoor).
Tezamen leveren zij de randvoorwaarden voor de mogelijke bebouwing in het deelgebied.
Allereerst zijn de grove stukken glas gedefinieerd. Dit is gebeurd door het totale transformatiegebied in kaart te brengen en hier de loodstructuur uit te halen, alsmede de benodigde ruimte voor de aanwezige en nieuwe infrastructuur (+ reserveringen), de hinderzones en de overige niet te bebouwen gebieden. Aldus is een patroon van een dertigtal stukken glas ontstaan.
Vervolgens is de kaart getekend met brede zones langs de belangrijke noord-zuid lijnen met hun eigen karakteristieken (Rijksstraatweg, Kerklaan, Oosterweg en spoorlijn) en de randzone rondom de Esserpolder en de spouw (noordrand Haren).
Het 'glas' in het raamwerk van 'lood' kent vele kleuren. De verschillende kleuren zijn ontstaan in superpositie van een tweetal lagen:
- de kenmerken en kwaliteiten van het deelgebied zelf
- de kenmerken en kwaliteiten van de randen van het deelgebied
De kenmerken en kwaliteiten van het gebied zelf worden bepaald door de al dan niet zichtbare geschiedenis ervan, de landschappelijke kwaliteit, de ruimtelijke kwaliteit, het aanwezige groen en water, de aanwezige bebouwing, etc.
De randen van een deelgebied worden gedefinieerd door het 'lood', het aangrenzende landschap, de belendende buurt, aansluiting op de dorpskom of de karakteristiek van de aangelegen noord-zuid verbinding (linten, spoor).
Tezamen leveren zij de randvoorwaarden voor de mogelijke bebouwing in het deelgebied.
Allereerst zijn de grove stukken glas gedefinieerd. Dit is gebeurd door het totale transformatiegebied in kaart te brengen en hier de loodstructuur uit te halen, alsmede de benodigde ruimte voor de aanwezige en nieuwe infrastructuur (+ reserveringen), de hinderzones en de overige niet te bebouwen gebieden. Aldus is een patroon van een dertigtal stukken glas ontstaan.
Vervolgens is de kaart getekend met brede zones langs de belangrijke noord-zuid lijnen met hun eigen karakteristieken (Rijksstraatweg, Kerklaan, Oosterweg en spoorlijn) en de randzone rondom de Esserpolder en de spouw (noordrand Haren).
Door superpositie van deze twee tekeningen verkleuren de grove stukken glas aan de randen en ontstaat een fijn patroon van gekleurd glas. Het gebied op de overgang van glas naar lint heeft hier zowel de eigenschappen van het lint als die van het glas. Elk lint behoudt zodoende zijn eigen kenmerken terwijl ook de kwaliteiten van de verschillende achterliggende stukken glas aan het lint zichtbaar worden. Deze tekening vormt de basis voor een zeer divers in te richten DHE-gebied. Bovendien biedt het een raamwerk waarbinnen elk onderdeel afzonderlijk kan worden onderzocht en onafhankelijk van andere ontwikkelingen in het gebied kan worden ontworpen, doorgerekend, ontwikkeld en uitgevoerd.
Typologieën
In eerste instantie onafhankelijk van het 'glas in lood' is een bibliotheek van bebouwingstypologieën aangelegd van de belangrijkste typen die in Haren voorkomen of voorkwamen. Elk van deze typen is in ruimtelijke karakteristieken omschreven en vertaald naar eigentijdse woonprogramma's. Zo kunnen in een nieuw te bouwen 'landhuis' meerdere woningen worden ondergebracht, kan een 'hoeve' bestaan uit 4-6 geclusterde woningen rond een patio en kan een 'borgh' gevuld worden met appartementen.
Aan de hand van deze typologische bibliotheek is per deelgebied bekeken of bebouwing mogelijk en wenselijk is en welk type bebouwing zich daarvoor dan het best leent. Voor sommige deelgebieden levert dit een eenduidige keuze op, voor anderen zijn twee, drie of meer typen denkbaar.
Typologieën
In eerste instantie onafhankelijk van het 'glas in lood' is een bibliotheek van bebouwingstypologieën aangelegd van de belangrijkste typen die in Haren voorkomen of voorkwamen. Elk van deze typen is in ruimtelijke karakteristieken omschreven en vertaald naar eigentijdse woonprogramma's. Zo kunnen in een nieuw te bouwen 'landhuis' meerdere woningen worden ondergebracht, kan een 'hoeve' bestaan uit 4-6 geclusterde woningen rond een patio en kan een 'borgh' gevuld worden met appartementen.
Aan de hand van deze typologische bibliotheek is per deelgebied bekeken of bebouwing mogelijk en wenselijk is en welk type bebouwing zich daarvoor dan het best leent. Voor sommige deelgebieden levert dit een eenduidige keuze op, voor anderen zijn twee, drie of meer typen denkbaar.
Matrix
In de overzichtskaart zijn voor elk stuk glas alle mogelijke bebouwingstypen in beeld gebracht. Afhankelijk van het tempo waarin de huidige functies verdwijnen of verplaatsen, ontwikkelingen in de markt en andere zaken die de planontwikkeling kunnen beïnvloeden zich aandienen, zullen de stukken glas de komende decennia van kleur verschieten. Om gedurende het vervolgproces van uitwerking te kunnen blijven volgen wat de consequenties van gemaakte keuzes ten aanzien van programma, differentiatie en typologie zijn, gebruiken we een matrix. Hierin zijn de woningcategorieën gekoppeld aan gebiedsdelen en kan op elk moment inzichtelijk worden gemaakt hoe gemaakte keuzes percentages en aantallen beïnvloeden.
Het project is uitgevoerd i.s.m. Enno Zuidema Stedenbouw en Bosch Slabbers Landschapsarchitecten.
Website: www.haren.nl
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Haren
Jaar: 2004
In de overzichtskaart zijn voor elk stuk glas alle mogelijke bebouwingstypen in beeld gebracht. Afhankelijk van het tempo waarin de huidige functies verdwijnen of verplaatsen, ontwikkelingen in de markt en andere zaken die de planontwikkeling kunnen beïnvloeden zich aandienen, zullen de stukken glas de komende decennia van kleur verschieten. Om gedurende het vervolgproces van uitwerking te kunnen blijven volgen wat de consequenties van gemaakte keuzes ten aanzien van programma, differentiatie en typologie zijn, gebruiken we een matrix. Hierin zijn de woningcategorieën gekoppeld aan gebiedsdelen en kan op elk moment inzichtelijk worden gemaakt hoe gemaakte keuzes percentages en aantallen beïnvloeden.
Het project is uitgevoerd i.s.m. Enno Zuidema Stedenbouw en Bosch Slabbers Landschapsarchitecten.
Website: www.haren.nl
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Haren
Jaar: 2004
Prijsvraag Burgstrasse te Oldenburg
0403PDF_burgstrasse.pdf
Wedstrijd voor een complexe verdichtingoperatie. Op basis van de middeleeuwse verkavelingstructuur is een plan tot stand gekomen waarin met behoud van de karakteristieke kleinschaligheid een fors programma in de Oldenburger binnenstad kan worden toegevoegd.
Projectgegevens
Jaar : 2004
Project : prijsvraag
0403PDF_burgstrasse.pdf
Wedstrijd voor een complexe verdichtingoperatie. Op basis van de middeleeuwse verkavelingstructuur is een plan tot stand gekomen waarin met behoud van de karakteristieke kleinschaligheid een fors programma in de Oldenburger binnenstad kan worden toegevoegd.
Projectgegevens
Jaar : 2004
Project : prijsvraag
Landschapsontwikkelingsplan te Haren
0244PDF_lop.pdf
Direct aanleiding voor het maken van het landschapsontwikkelingsplan is de vraag naar extra woningen, voortvloeiend uit de Regiovisie Assen-Groningen. De ontwikkeling van circa 2400 woningen in een gemeente die slechts 7800 woningen telt is een hele opgave. Binnen de gemeente Haren is er zorg of het landschap een dergelijke ontwikkeling wel aan kan. Wat betekent dit voor de kwaliteit van het landschap?
Niet alleen voor de kwaliteit van het landschap als agrarisch productiegebied, maar ook voor de kwaliteit van het landschap als uitloopgebied voor de inwoners van de dorpskernen en stad, als leefgebied voor plant en dier, als cultuurhistorisch erfgoed etc. De gemeente streeft naar de ontwikkeling van een gezond en veelzijdig landschap. Dat wil zeggen een landschap dat economisch, ecologisch en esthetisch duurzaam kan functioneren.
De centrale opgave is aan te geven hoe de ontwikkelingen in het gebied zodanig kunnen worden geregisseerd dat kwaliteiten behouden blijven, knelpunten tot een oplossing worden gebracht en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd.
De directe aanleiding voor het maken van het landschapsontwikkelingsplan is weliswaar de vraag naar extra woningen, maar de werkelijke opgave is breder. Gevraagd wordt een integraal ruimtelijk beleid voor de gemeente voor de komende 25 jaar op te stellen. Daarvan zijn de opgaven op het gebied van waterhuishouding, verkeer en vervoer, woningbouw en het oplossen van een aantal knelpunten beoordeeld.
0244PDF_lop.pdf
Direct aanleiding voor het maken van het landschapsontwikkelingsplan is de vraag naar extra woningen, voortvloeiend uit de Regiovisie Assen-Groningen. De ontwikkeling van circa 2400 woningen in een gemeente die slechts 7800 woningen telt is een hele opgave. Binnen de gemeente Haren is er zorg of het landschap een dergelijke ontwikkeling wel aan kan. Wat betekent dit voor de kwaliteit van het landschap?
Niet alleen voor de kwaliteit van het landschap als agrarisch productiegebied, maar ook voor de kwaliteit van het landschap als uitloopgebied voor de inwoners van de dorpskernen en stad, als leefgebied voor plant en dier, als cultuurhistorisch erfgoed etc. De gemeente streeft naar de ontwikkeling van een gezond en veelzijdig landschap. Dat wil zeggen een landschap dat economisch, ecologisch en esthetisch duurzaam kan functioneren.
De centrale opgave is aan te geven hoe de ontwikkelingen in het gebied zodanig kunnen worden geregisseerd dat kwaliteiten behouden blijven, knelpunten tot een oplossing worden gebracht en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd.
De directe aanleiding voor het maken van het landschapsontwikkelingsplan is weliswaar de vraag naar extra woningen, maar de werkelijke opgave is breder. Gevraagd wordt een integraal ruimtelijk beleid voor de gemeente voor de komende 25 jaar op te stellen. Daarvan zijn de opgaven op het gebied van waterhuishouding, verkeer en vervoer, woningbouw en het oplossen van een aantal knelpunten beoordeeld.
Haren vergt een landschappelijke benadering. De draagkracht van het landschap moet leidend zijn voor de inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Het landschapsontwikkelingsplan gaat uit van de dynamiek van het landschap (=bebouwde kom + buitengebied). Dit levert geen eindbeeld, maar een visie op de ontwikkelingsrichting van Haren. Het plan is opgesteld in een participatief proces met de bewoners van Haren. Daartoe zijn 5 avonden belegd om met de bewoners van gedachten te wisselen over de toekomst van het landschap van Haren. Dit waren geen inspraakavonden, maar samenspraak bijeenkomsten. Planteam en bewoners gingen samen op zoek naar die onderscheidende ruimtelijke kenmerken die het landschap van Haren zo bijzonder maken, en naar mogelijkheden om die kenmerken te behouden en verder te ontwikkelen.
Het ontwikkelen van de woningbouw moet tevens bijdragen aan het realiseren van de overige, niet rode doelstellingen. De opgave is immers niet alleen om woningen te realiseren, naast woningen moet ook de woonomgeving worden ontwikkeld. Uitgangspunt is dat het ontwikkelen van woningen verbonden moet zijn aan het investeren in het landschap. Een deel van de opbrengsten moet worden aangewend om te komen tot een herstel, versterking dan wel vernieuwing van de landschappelijke structuren en van de kwaliteit en toegankelijkheid van het openbaar gebied. De diversiteit in het landschap moet verder tot ontwikkeling worden gebracht. Deze vertegenwoordigt een grote rijkdom en is van essentieel belang voor de eigen identiteit van dit gebied. Door wonen en werken, natuurontwikkeling, waterberging en recreatie met elkaar te koppelen moeten nieuwe waardevolle gebieden ontstaan.
Het ontwikkelen van de woningbouw moet tevens bijdragen aan het realiseren van de overige, niet rode doelstellingen. De opgave is immers niet alleen om woningen te realiseren, naast woningen moet ook de woonomgeving worden ontwikkeld. Uitgangspunt is dat het ontwikkelen van woningen verbonden moet zijn aan het investeren in het landschap. Een deel van de opbrengsten moet worden aangewend om te komen tot een herstel, versterking dan wel vernieuwing van de landschappelijke structuren en van de kwaliteit en toegankelijkheid van het openbaar gebied. De diversiteit in het landschap moet verder tot ontwikkeling worden gebracht. Deze vertegenwoordigt een grote rijkdom en is van essentieel belang voor de eigen identiteit van dit gebied. Door wonen en werken, natuurontwikkeling, waterberging en recreatie met elkaar te koppelen moeten nieuwe waardevolle gebieden ontstaan.
Vijf uitvoeringsstrategieën voor deelgebieden
Bij het ontwikkelen van het nieuwe wonen op de Hondsrug zijn vijf verschillende gebieden onderscheiden, die ieder hun eigen strategie vergen:
1. Het tussengebied, middels een transformatie van instituten en gebouwen/complexen
2. De kern Haren, middels het benutten van de inbreidingslocaties en het reparen van de randen
3. Tussen Haren, Onnen en Glimmen, alsmede rond Noordlaren, door uitbreiding van de 'netkous'
4. De overgang Hondsrug - Stroomdallandschap door het ontwikkelen van nieuwe 'buitengoederen'
5. De overgang Hondsrug - Hunzelaagte door het ontwikkelen van woningen in de overgangszone.
Website: www.haren.nl
Het project is uitgevoerd i.s.m. Enno Zuidema Stedenbouw en Bosch Slabbers Landschapsarchitecten
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Haren
Jaar: 2003
Bij het ontwikkelen van het nieuwe wonen op de Hondsrug zijn vijf verschillende gebieden onderscheiden, die ieder hun eigen strategie vergen:
1. Het tussengebied, middels een transformatie van instituten en gebouwen/complexen
2. De kern Haren, middels het benutten van de inbreidingslocaties en het reparen van de randen
3. Tussen Haren, Onnen en Glimmen, alsmede rond Noordlaren, door uitbreiding van de 'netkous'
4. De overgang Hondsrug - Stroomdallandschap door het ontwikkelen van nieuwe 'buitengoederen'
5. De overgang Hondsrug - Hunzelaagte door het ontwikkelen van woningen in de overgangszone.
Website: www.haren.nl
Het project is uitgevoerd i.s.m. Enno Zuidema Stedenbouw en Bosch Slabbers Landschapsarchitecten
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Haren
Jaar: 2003
8 DuBo-woningen De Mikkelhorst te Haren
9833PDF_mikkelhorst.pdf
landschap
De grens tussen stedelijk gebied en het omringende landschap is niet langer hard. Het overgangsgebied kan, in plaats van een scherpe scheiding tussen stad en land, een schakel tussen beiden zijn. We bouwen niet aan maar in het landschap. Elementen uit het landschap kunnen een rol spelen in de stedenbouwkundige opzet van de woonwijk. Met name de ligging van de Mikkelhorst aan het uitloopgebied en de nabijheid van de toekomstige zorgboerderij op de plek van de voormalige rioolwaterzuivering bieden aanknopingspunten voor een landschappelijke stedenbouw.
9833PDF_mikkelhorst.pdf
landschap
De grens tussen stedelijk gebied en het omringende landschap is niet langer hard. Het overgangsgebied kan, in plaats van een scherpe scheiding tussen stad en land, een schakel tussen beiden zijn. We bouwen niet aan maar in het landschap. Elementen uit het landschap kunnen een rol spelen in de stedenbouwkundige opzet van de woonwijk. Met name de ligging van de Mikkelhorst aan het uitloopgebied en de nabijheid van de toekomstige zorgboerderij op de plek van de voormalige rioolwaterzuivering bieden aanknopingspunten voor een landschappelijke stedenbouw.
In het project de Mikkelhorst wordt een hoge DuBo-ambitie gekoppeld aan individuele kavelbouw, waarbij het landschap de ruimte structureert en de samenhang brengt. In de combinatie van deze drie thema’s ligt het unieke van deze opgave. De opdracht valt voor DAAD Architecten uiteen in twee onderdelen:
- Advisering gemeente m.b.t. duurzaam bouwen
- Stedenbouwkundig plan en supervisie
Projectgegevens
Opdrachtgever : Gemeente Haren
Stedenbouwkundig plan: 2003
- Advisering gemeente m.b.t. duurzaam bouwen
- Stedenbouwkundig plan en supervisie
Projectgegevens
Opdrachtgever : Gemeente Haren
Stedenbouwkundig plan: 2003
Vier scenario's te Veenhuizen
0129PDF_Vier scenarios.pdf
Op weinig plaatsen in Nederland is de geschiedenis van een gebied zo duidelijk, haast tastbaar aanwezig als in Veenhuizen. De neerslag van de hiërarchie van het justitiële apparaat in gebouwen en landschap, de sociale- en agrarische experimenten van de Maatschappij van Weldadigheid en de kolonisten, de autarkische leefgemeenschap. Als een Nederlands Siberië heeft het zich de afgelopen twee eeuwen in relatieve afzondering kunnen ontwikkelen tot een staalkaart van veranderende overheidsopvattingen met betrekking tot armoede en criminaliteitsbestrijding.
Sporen in het landschap en in de architectuur, maar ook de beleefde en overgeleverde verhalen van bijzondere voorvallen, plekken en routes vormen niet alleen informatiebronnen in het historisch onderzoek, maar bieden ook handvaten voor toekomstige ontwikkelingen.
Onder invloed van recente veranderingen in functie en gebruik zijn er meer van deze sporen uitgewist dan er zijn bijgekomen. Ruilverkaveling en schaalvergroting hebben niet alleen de landschappelijke helderheid en het landgoedkarakter aangetast, maar zijn ook niet in staat gebleken cultuurhistorie aan het gebied toe te voegen. Hoewel het gebied aan leesbaarheid verloren heeft is de kracht van de complexe gelaagdheid zo groot dat elke bezoeker van het gebied erdoor bevangen raakt.
0129PDF_Vier scenarios.pdf
Op weinig plaatsen in Nederland is de geschiedenis van een gebied zo duidelijk, haast tastbaar aanwezig als in Veenhuizen. De neerslag van de hiërarchie van het justitiële apparaat in gebouwen en landschap, de sociale- en agrarische experimenten van de Maatschappij van Weldadigheid en de kolonisten, de autarkische leefgemeenschap. Als een Nederlands Siberië heeft het zich de afgelopen twee eeuwen in relatieve afzondering kunnen ontwikkelen tot een staalkaart van veranderende overheidsopvattingen met betrekking tot armoede en criminaliteitsbestrijding.
Sporen in het landschap en in de architectuur, maar ook de beleefde en overgeleverde verhalen van bijzondere voorvallen, plekken en routes vormen niet alleen informatiebronnen in het historisch onderzoek, maar bieden ook handvaten voor toekomstige ontwikkelingen.
Onder invloed van recente veranderingen in functie en gebruik zijn er meer van deze sporen uitgewist dan er zijn bijgekomen. Ruilverkaveling en schaalvergroting hebben niet alleen de landschappelijke helderheid en het landgoedkarakter aangetast, maar zijn ook niet in staat gebleken cultuurhistorie aan het gebied toe te voegen. Hoewel het gebied aan leesbaarheid verloren heeft is de kracht van de complexe gelaagdheid zo groot dat elke bezoeker van het gebied erdoor bevangen raakt.
Onze fascinatie voor dit verhalende landschap heeft geleid tot deze ontwerpstudie. Een studie die voortbouwt op de onbevangenheid waarmee de woeste gronden ooit werden gekoloniseerd, bedoeld als offensieve bijdrage in een discussie die voornamelijk defensief van aard is. De beste mogelijkheid voor behoud van de karakteristieke kwaliteiten van Veenhuizen ligt ons inziens dan ook in het opvoeren van de complexiteit door nieuwe, betekenisvolle lagen aan de geschiedenis toe te voegen. Deze publicatie is bedoeld om te laten zien op welke wijze de potenties in landschap, geschiedenis en bebouwing van Veenhuizen kunnen worden ingezet voor de toekomstige ontwikkeling van het gebied. In vier scenario’s worden karakteristieken van het bestaande Veenhuizen als uitgangspunt genomen voor ontwerpstrategieën, waarbij zowel oud en nieuw als landschap en bebouwing elkaar door wederzijdse beïnvloeding versterken. Deze scenario’s zijn geen ontwerpen met eindbeelden, maar vertegenwoordigen verschillende denkrichtingen, waarbij geen exact eindresultaat wordt nagestreefd. Overeenkomst is dat, hoewel de uitwerking onderling sterk verschilt, in de afzonderlijke scenario’s de landschappelijke drager dusdanig wordt versterkt dat vele nieuwe ontwikkelingen en programma’s er hun plek in kunnen vinden zonder dat deze afbreuk doen aan het geheel.
Tweede kolonisatie
Analoog aan de wijze waarop vanaf 1820 de woeste gronden werden ontgonnen en door 'vrije kolonisten' boerderijen werden gebouwd vindt anno 2002 een tweede kolonisatie van Veenhuizen plaats. Ditmaal door bewoners en gebruikers op zoek naar rust, afzondering en vrijheid in hun doen en laten. Dit scenario vertrekt niet vanuit een ruimtelijk beeld, maar gebruikt de structuur met zeven wijken loodrecht op de Hoofdvaart met tussenafstanden van 750 meter als landschappelijk stedenbouwkundige drager.
Bezinning
De transformatie van Veenhuizen start in dit scenario met het versterken van het contrast tussen het open landschap van akkers en weiden met lange zichtlijnen aan de noordzijde van de hoofdvaart en het dicht beboste deel aan de zuidzijde ervan. Tezamen vormen zij een groot aaneengesloten, openbaar toegankelijk gebied waar, als onderdeel van de EHS, op grote schaal natuurontwikkeling kan plaatsvinden: natuurpark Veenhuizen. De randen zijn geleidelijke overgangen naar Tempelstukken en het oude hoogveengebied.
Analoog aan de wijze waarop vanaf 1820 de woeste gronden werden ontgonnen en door 'vrije kolonisten' boerderijen werden gebouwd vindt anno 2002 een tweede kolonisatie van Veenhuizen plaats. Ditmaal door bewoners en gebruikers op zoek naar rust, afzondering en vrijheid in hun doen en laten. Dit scenario vertrekt niet vanuit een ruimtelijk beeld, maar gebruikt de structuur met zeven wijken loodrecht op de Hoofdvaart met tussenafstanden van 750 meter als landschappelijk stedenbouwkundige drager.
Bezinning
De transformatie van Veenhuizen start in dit scenario met het versterken van het contrast tussen het open landschap van akkers en weiden met lange zichtlijnen aan de noordzijde van de hoofdvaart en het dicht beboste deel aan de zuidzijde ervan. Tezamen vormen zij een groot aaneengesloten, openbaar toegankelijk gebied waar, als onderdeel van de EHS, op grote schaal natuurontwikkeling kan plaatsvinden: natuurpark Veenhuizen. De randen zijn geleidelijke overgangen naar Tempelstukken en het oude hoogveengebied.
Omsluiting
Veenhuizen is gesticht in het overgangsgebied tussen twee typische landschappen: aan de noordzijde het beekdal van de Slokkert en aan de zuidzijde het Fochteloërveen. Het grotendeels beboste overgangsgebied tussen de orthogonale structuur van de kolonie en deze landschappen vormt een gordel rond Veenhuizen met een oppervlak van ca. 500 ha. zonder duidelijke eigen ruimtelijke of programmatische kenmerken. Een tussengebied dat de limiet van het gevangenisdorp markeerde. In deze bufferzone hebben onder andere een munitieopslag, de inrichting Bankenbosch met een vrije verkaveling uit de jaren '70, een Belvedère uit de jaren '50, een ijsbaan, een stormbaan en een schietbaan een plek gevonden. Vanuit zijn karakterloosheid biedt deze gordel interessante mogelijkheden voor ontwikkeling en bebouwing. In dit scenario wordt het ruimtelijk en programmatisch verschil tussen het gestructureerde Veenhuizen en de vormloze rafelrand opgevoerd.
Matrix
De ruimtelijke drager is het orthogonale grid dat, conform het plan van het Ministerie van LNV, Dienst Landelijk Gebied volledig wordt hersteld. Het systeem van wijken dooradert het gehele gebied. Het profiel van lanen en wijken, dat in breedte varieert van 15 tot 40 meter, wordt van oorspronkelijke boombeplanting voorzien en verder ingericht als natuurontwikkelingsgebied. Op alle ontmoetingen van wegen en water worden nieuwe bruggen ontworpen. De neutrale matrix die hiermee ontstaat, vormt de structurele basis voor de komende ontwikkelingen.
Projectgegevens
Opdrachtgever: in eigen beheer
Jaar: 2002
Project: studie
Veenhuizen is gesticht in het overgangsgebied tussen twee typische landschappen: aan de noordzijde het beekdal van de Slokkert en aan de zuidzijde het Fochteloërveen. Het grotendeels beboste overgangsgebied tussen de orthogonale structuur van de kolonie en deze landschappen vormt een gordel rond Veenhuizen met een oppervlak van ca. 500 ha. zonder duidelijke eigen ruimtelijke of programmatische kenmerken. Een tussengebied dat de limiet van het gevangenisdorp markeerde. In deze bufferzone hebben onder andere een munitieopslag, de inrichting Bankenbosch met een vrije verkaveling uit de jaren '70, een Belvedère uit de jaren '50, een ijsbaan, een stormbaan en een schietbaan een plek gevonden. Vanuit zijn karakterloosheid biedt deze gordel interessante mogelijkheden voor ontwikkeling en bebouwing. In dit scenario wordt het ruimtelijk en programmatisch verschil tussen het gestructureerde Veenhuizen en de vormloze rafelrand opgevoerd.
Matrix
De ruimtelijke drager is het orthogonale grid dat, conform het plan van het Ministerie van LNV, Dienst Landelijk Gebied volledig wordt hersteld. Het systeem van wijken dooradert het gehele gebied. Het profiel van lanen en wijken, dat in breedte varieert van 15 tot 40 meter, wordt van oorspronkelijke boombeplanting voorzien en verder ingericht als natuurontwikkelingsgebied. Op alle ontmoetingen van wegen en water worden nieuwe bruggen ontworpen. De neutrale matrix die hiermee ontstaat, vormt de structurele basis voor de komende ontwikkelingen.
Projectgegevens
Opdrachtgever: in eigen beheer
Jaar: 2002
Project: studie
LHNO terrein te Borger
0045PDF_LHNO Borger.pdf
In dit planvoorstel wordt de locatie als geheel beschouwd. Het glooiende, sterk aflopende maaiveld, de aanwezige berkenbomen, het gras en de bomen rondom vormen tezamen een parkachtige setting die als landschappelijke drager zo sterk is (en nog kan worden versterkt!), dat zij een grote verscheidenheid aan woningtypes mogelijk maakt.
Over het stedenbouwkundig plan met 6 kavels is een tekening met de aanwezige bomen en te behouden zichtlijnen over het terrein gelegd. De groenstructuur en aanwezige hoogteverschillen zijn vervolgens geïntensiveerd met nieuwe bomen en heuvels. Dit leverde een ‘groene’ onderlegger op waarin een zestal eventueel te bebouwen vlekken ‘overbleven’. Voor elk van deze witte vlekken is vervolgens een specifiek op de locatie, de oriëntatie, het reliëf en het groen gericht woningontwerp gemaakt. Zes plekken in het bos met zes verschillende woningen.
De erfafscheidingen tussen de kavels onderling en tussen kavels en openbare ruimte worden in groen uitgevoerd om de continuïteit van de groene onderlegger niet te verstoren. Hemelwater infiltreert ter plaatse in de bodem. De inritten naar de garages kunnen halfverhard in het gras worden aangelegd.
0045PDF_LHNO Borger.pdf
In dit planvoorstel wordt de locatie als geheel beschouwd. Het glooiende, sterk aflopende maaiveld, de aanwezige berkenbomen, het gras en de bomen rondom vormen tezamen een parkachtige setting die als landschappelijke drager zo sterk is (en nog kan worden versterkt!), dat zij een grote verscheidenheid aan woningtypes mogelijk maakt.
Over het stedenbouwkundig plan met 6 kavels is een tekening met de aanwezige bomen en te behouden zichtlijnen over het terrein gelegd. De groenstructuur en aanwezige hoogteverschillen zijn vervolgens geïntensiveerd met nieuwe bomen en heuvels. Dit leverde een ‘groene’ onderlegger op waarin een zestal eventueel te bebouwen vlekken ‘overbleven’. Voor elk van deze witte vlekken is vervolgens een specifiek op de locatie, de oriëntatie, het reliëf en het groen gericht woningontwerp gemaakt. Zes plekken in het bos met zes verschillende woningen.
De erfafscheidingen tussen de kavels onderling en tussen kavels en openbare ruimte worden in groen uitgevoerd om de continuïteit van de groene onderlegger niet te verstoren. Hemelwater infiltreert ter plaatse in de bodem. De inritten naar de garages kunnen halfverhard in het gras worden aangelegd.
Naast de samenhang middels het groen worden de woningen (ca. 800m3) in dezelfde materialen uitgevoerd (metselwerk) en zijn zij allen voorzien van een kap. De maximale individualiteit maakt de woningen buitengewoon flexibel ten aanzien van de eventuele specifieke wensen van de nu nog onbekende bewoners. In de uitgewerkte woningen zijn oplossingen te vinden waarin binnen de woning een onderverdeling is gemaakt tussen volledig naar binnen gerichte ruimte en ruimte die zich op de tuin richt, woningen rondom een besloten buitenruimte, woningen met een grote bufferruimte tussen binnen en buiten en woningen waarin de aanwezigheid van bomen de lay-out mede heeft bepaald. Het zijn derhalve ook woningen waarin tot noch toe nauwelijks verkende terreinen van het duurzaam bouwen zoals het bouwen in klimaatzones of de invloed van de seizoenen op het gebruik van (delen van) de woning kunnen worden onderzocht.
Projectgegevens
Opdrachtgever: B.Timmer Projectontwikkeling BV
Oplevering: 2001
Bouw: 2 woningen
Projectgegevens
Opdrachtgever: B.Timmer Projectontwikkeling BV
Oplevering: 2001
Bouw: 2 woningen
Centrumplan Ede
9615PDF_centrumplan ede.pdf
Binnen het stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteitplan van de stedenbouwkundige Kandikar en de gemeente Ede is een uitbreiding van het winkelcentrum met bovenwoningen gerealiseerd.
Programma
100 woningen, 12000 m2 winkels, 400 parkeerplaatsen in parkeergarage.
Architectuur en stedenbouw
Kenmerkend voor deze locatie in Ede zijn de grote hoogteverschillen tussen het beoogde winkelcentrum en de geplande woonwijk. Hiervan wordt in ons plan gebruik gemaakt door het maaiveld vanuit de woonwijk door te laten lopen, zodat hier onder aan de zijde van het winkelcentrum ruimte ontstaat voor de grootschalige winkels. Hiermee wordt bereikt dat de woningen boven de winkels vanaf het maaiveld toegankelijk zijn. Vanuit de woningen heeft men niet, zoals vaak gebruikelijk, zicht op het dak van de winkels maar kijkt men uit op een prachtig parkachtig landschap. Tevens blijft op deze wijze iets van de kleine schaal van het bestaande winkelcentrum gehandhaafd.
Projectgegevens
Opdrachtgever: ING Vastgoed BV Den Haag
Oplevering: 2001
BVO: 36.800 m2
9615PDF_centrumplan ede.pdf
Binnen het stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteitplan van de stedenbouwkundige Kandikar en de gemeente Ede is een uitbreiding van het winkelcentrum met bovenwoningen gerealiseerd.
Programma
100 woningen, 12000 m2 winkels, 400 parkeerplaatsen in parkeergarage.
Architectuur en stedenbouw
Kenmerkend voor deze locatie in Ede zijn de grote hoogteverschillen tussen het beoogde winkelcentrum en de geplande woonwijk. Hiervan wordt in ons plan gebruik gemaakt door het maaiveld vanuit de woonwijk door te laten lopen, zodat hier onder aan de zijde van het winkelcentrum ruimte ontstaat voor de grootschalige winkels. Hiermee wordt bereikt dat de woningen boven de winkels vanaf het maaiveld toegankelijk zijn. Vanuit de woningen heeft men niet, zoals vaak gebruikelijk, zicht op het dak van de winkels maar kijkt men uit op een prachtig parkachtig landschap. Tevens blijft op deze wijze iets van de kleine schaal van het bestaande winkelcentrum gehandhaafd.
Projectgegevens
Opdrachtgever: ING Vastgoed BV Den Haag
Oplevering: 2001
BVO: 36.800 m2
AGO Dorp te Ter Apel
9917PDF_AGO-dorp.pdf
Na de aanleg van het Ruiten-A-kanaal (ca. 1911) vestigden zich in Terapelkanaal enkele industrieën. Eén ervan was de AGO-fabriek, een bedrijf dat houten instrumenten vervaardigde ten behoeve van de textielindustrie. Voor de werknemers van de AGO-fabriek werd naast het werkterrein vanaf 1922 een eigen ‘dorp’ aangelegd, het AGO-dorp.
Alle woningen, zowel de villa’s als de arbeiderswoningen, hebben een grote tuin. Dit gegeven en de ligging aan de rand van het bos geven het AGO-dorp het karakter van een tuindorp.
De huidige eigenaar van het AGO-dorp, Woonstichting Acantus (voorheen Oosterkim), is voornemens de woningen te verkopen aan de bewoners. In deze nieuwe situatie kan door middel van een beeldkwaliteitplan een aantal zaken geregeld worden zodat het unieke karakter van het gebied bewaard blijft.
9917PDF_AGO-dorp.pdf
Na de aanleg van het Ruiten-A-kanaal (ca. 1911) vestigden zich in Terapelkanaal enkele industrieën. Eén ervan was de AGO-fabriek, een bedrijf dat houten instrumenten vervaardigde ten behoeve van de textielindustrie. Voor de werknemers van de AGO-fabriek werd naast het werkterrein vanaf 1922 een eigen ‘dorp’ aangelegd, het AGO-dorp.
Alle woningen, zowel de villa’s als de arbeiderswoningen, hebben een grote tuin. Dit gegeven en de ligging aan de rand van het bos geven het AGO-dorp het karakter van een tuindorp.
De huidige eigenaar van het AGO-dorp, Woonstichting Acantus (voorheen Oosterkim), is voornemens de woningen te verkopen aan de bewoners. In deze nieuwe situatie kan door middel van een beeldkwaliteitplan een aantal zaken geregeld worden zodat het unieke karakter van het gebied bewaard blijft.
De kracht van het AGO-dorp ligt voornamelijk in het karakteristieke dorpsbeeld, de kwaliteit en samenhang van architectuur en stedenbouw, de bouw-(detail-)technische staat van de woningen en de sociale cohesie in de buurt. Door een aantal uitgangspunten met betrekking tot de openbare ruimte, de bestaande bebouwing en mogelijke uitbreidingen, vast te leggen in een beeldkwaliteitplan, kunnen deze kwaliteiten van het gebied, ook in een nieuwe eigendomssituatie, bewaard blijven. Ook is er ruimte gemaakt voor individuele aanpassingen.
Openbare ruimte
Gezien het feit dat de verbeeldingskracht van het AGO-dorp ligt in de samenhang tussen stedenbouw en architectuur dient de zorg besteed te worden aan de inrichting van de openbare ruimte. Het kenmerk hiervan is het groene karakter van het gebied.
Door een eenvoudige maatregel, zoals het aanplanten van bomen in de straat en het voorschrijven van (beuken-)hagen als uniforme erf afscheiding aan de straatzijde wordt het groene karakter en het eenheidsbeeld van het gebied versterkt. Het opwaarderen van de openbare ruimte zou ook het hele gebied een impuls geven.
Openbare ruimte
Gezien het feit dat de verbeeldingskracht van het AGO-dorp ligt in de samenhang tussen stedenbouw en architectuur dient de zorg besteed te worden aan de inrichting van de openbare ruimte. Het kenmerk hiervan is het groene karakter van het gebied.
Door een eenvoudige maatregel, zoals het aanplanten van bomen in de straat en het voorschrijven van (beuken-)hagen als uniforme erf afscheiding aan de straatzijde wordt het groene karakter en het eenheidsbeeld van het gebied versterkt. Het opwaarderen van de openbare ruimte zou ook het hele gebied een impuls geven.
Openbaar – privé
In het complex zijn openbare ruimte en privé-gebied duidelijk van elkaar gescheiden. Qua sfeer zijn de gebieden totaal verschillend. In de openbare ruimte heerst rust en uniformiteit: het straatbeeld van 1930 is nog grotendeels in takt. De achtergebieden daarentegen staan vol met individuele bouwwerken, door de bewoners aangebracht.
Vanaf de straat zijn deze achtergebieden grotendeels ‘onzichtbaar’. De vele schuren, garages en uitbouwen ‘rukken echter op' richting de openbare weg, waarmee het gevaar zich aandient dat een gesloten wand ontstaat, waarmee AGO-dorp een belangrijke karakteristiek zou verliezen namelijk die van een verzameling vrijstaande huizen.
Om het ‘dichtslippen’ te voorkomen moet vastgelegd worden dat garages/schuren achter op het erf worden gebouwd. (minimaal 5 meter achter de woning). Zo blijven ‘doorkijkjes en het open karakter van het gebied gewaarborgd.
Bestaande bebouwing
De bebouwing voldoet op een aantal bouwfysische en bouwtechnische aspecten niet meer aan de hedendaagse eisen. Aan de hand van een checklijst wordt het karakter van de verschillende woningtypen omschreven en de mogelijke en niet gewenste aanpassingen gedefinieerd.
In het complex zijn openbare ruimte en privé-gebied duidelijk van elkaar gescheiden. Qua sfeer zijn de gebieden totaal verschillend. In de openbare ruimte heerst rust en uniformiteit: het straatbeeld van 1930 is nog grotendeels in takt. De achtergebieden daarentegen staan vol met individuele bouwwerken, door de bewoners aangebracht.
Vanaf de straat zijn deze achtergebieden grotendeels ‘onzichtbaar’. De vele schuren, garages en uitbouwen ‘rukken echter op' richting de openbare weg, waarmee het gevaar zich aandient dat een gesloten wand ontstaat, waarmee AGO-dorp een belangrijke karakteristiek zou verliezen namelijk die van een verzameling vrijstaande huizen.
Om het ‘dichtslippen’ te voorkomen moet vastgelegd worden dat garages/schuren achter op het erf worden gebouwd. (minimaal 5 meter achter de woning). Zo blijven ‘doorkijkjes en het open karakter van het gebied gewaarborgd.
Bestaande bebouwing
De bebouwing voldoet op een aantal bouwfysische en bouwtechnische aspecten niet meer aan de hedendaagse eisen. Aan de hand van een checklijst wordt het karakter van de verschillende woningtypen omschreven en de mogelijke en niet gewenste aanpassingen gedefinieerd.
Uitbreidingen
Gezien het ruimtegebrek in de woningen en de ‘onzichtbaarheid’ van de tuinzijde vanaf de straat liggen hier mogelijkheden voor uitbreidingen. Het bij te bouwen deel moet echter niet dominant worden ten opzichte van de bestaande woning. De ruimte tussen de woningen moet niet volgebouwd worden en de vormtaal moet aansluiten bij de vormtaal van de bestaande bebouwing.
Hiertoe is een ‘ruimte-envelop’ per woningtype omschreven, die het maximale toelaatbare bouwvolume en de plaats op de kavel definieert. Bovendien is voorgeschreven dat alle aan- en bijgebouwen worden uitgevoerd met een kap, waarvan ook de toe te passen pannen omschreven zijn.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Woonstichting Oosterkim
Jaar: 1999
Project: beeldkwaliteitplan en architectuur
Gezien het ruimtegebrek in de woningen en de ‘onzichtbaarheid’ van de tuinzijde vanaf de straat liggen hier mogelijkheden voor uitbreidingen. Het bij te bouwen deel moet echter niet dominant worden ten opzichte van de bestaande woning. De ruimte tussen de woningen moet niet volgebouwd worden en de vormtaal moet aansluiten bij de vormtaal van de bestaande bebouwing.
Hiertoe is een ‘ruimte-envelop’ per woningtype omschreven, die het maximale toelaatbare bouwvolume en de plaats op de kavel definieert. Bovendien is voorgeschreven dat alle aan- en bijgebouwen worden uitgevoerd met een kap, waarvan ook de toe te passen pannen omschreven zijn.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Woonstichting Oosterkim
Jaar: 1999
Project: beeldkwaliteitplan en architectuur
Prijsvraag EO Wijers
9715PDF_prijsvraag EO Wijers.pdf
'De ene helft van de stad is vast, de andere is geïmproviseerd en als de tijd van haar verblijf om is, wordt zij uit elkaar gehaald, gedemonteerd en meegenomen om overgeplaatst te worden naar de braakliggende terreinen van een andere halve stad.'
(Italo Calvino, De onzichtbare steden)
'Het lege programma' is buitengewoon verleidelijk van aard; een verleiding, die haar oorsprong vindt in de schijnbaar onmogelijke samenvoeging van twee tegenstrijdige begrippen.
Allereerst wordt gerefereerd aan een traditie van doelmatigheid en nuttigheid door het introduceren van een programma.
Tegelijkertijd wordt het programma leeg verklaard, waarmee het territorium van het nutteloze, de kunst wordt betreden.
9715PDF_prijsvraag EO Wijers.pdf
'De ene helft van de stad is vast, de andere is geïmproviseerd en als de tijd van haar verblijf om is, wordt zij uit elkaar gehaald, gedemonteerd en meegenomen om overgeplaatst te worden naar de braakliggende terreinen van een andere halve stad.'
(Italo Calvino, De onzichtbare steden)
'Het lege programma' is buitengewoon verleidelijk van aard; een verleiding, die haar oorsprong vindt in de schijnbaar onmogelijke samenvoeging van twee tegenstrijdige begrippen.
Allereerst wordt gerefereerd aan een traditie van doelmatigheid en nuttigheid door het introduceren van een programma.
Tegelijkertijd wordt het programma leeg verklaard, waarmee het territorium van het nutteloze, de kunst wordt betreden.
Het vooruitgangsdenken, dat de wereld voorstelt als beschikbaar materiaal ten dienste van de mens, wordt geconfronteerd met een dichtende wijze van denken.
Het landschap van Dongeradeel is door de eeuwen heen nadrukkelijk door mensen geschreven en herschreven.
Temidden van uitgestrekte weilanden en akkers wonen en werken mensen in kleine dorpen en grote boerderijen. Bomen vormen een beschermende huid rond deze bewoonde plekken.
De (bijna wrede) leegte verleent het landschap een adembenemende, poëtische kracht, die moet worden gekoesterd als de belangrijkste attractie van het gebied.
Het bewaren van deze leegte is het algemene programma.
Het landschap van Dongeradeel is door de eeuwen heen nadrukkelijk door mensen geschreven en herschreven.
Temidden van uitgestrekte weilanden en akkers wonen en werken mensen in kleine dorpen en grote boerderijen. Bomen vormen een beschermende huid rond deze bewoonde plekken.
De (bijna wrede) leegte verleent het landschap een adembenemende, poëtische kracht, die moet worden gekoesterd als de belangrijkste attractie van het gebied.
Het bewaren van deze leegte is het algemene programma.
Onder het zichtbare schrift van zijwegen, grindwegen, boerenwegen, vaak in het midden met een kam van gras tussen diepe wielsporen, verborgen onder stapels gekapt rijshout, nog duidelijk in het kapot gedroogde mos, loopt een ander schrift: de oude voetpaden.
Ze lopen van meer tot meer, van dal naar dal.
Soms slijten ze uit, worden heel duidelijk zichtbaar en grote bruggen van middeleeuwse stenen dragen hen over zwarte beken, soms raken zij verdoold over kale platte stenen, in moerasgebieden raak je ze gemakkelijk kwijt, zo ongemerkt dat ze er het ene ogenblik zijn, het andere niet. Er is een vervolg, er is altijd een vervolg, als je maar zoekt, deze paden zijn koppig, ze weten wat ze willen en aan kennis paren zij een aanzienlijke listigheid.(…)
Wie vormden het pad?(…) allen en niemand. Wij maken het te samen, ook jij, op een winderige dag, wanneer het vroeg of laat is op aarde: wij schrijven de paden, en de paden blijven bestaan, en de paden zijn verstandiger dan wij en weten al datgene wat wij zouden willen weten.
(Lars Gustafsson, De stille wereld voor Bach)
Projectgegevens
Opdrachtgever: EO Wijers Stichting
Jaar: 1998
Project: 5de prijsvraag 'Wie is er bang voor het lege programma?'
Ze lopen van meer tot meer, van dal naar dal.
Soms slijten ze uit, worden heel duidelijk zichtbaar en grote bruggen van middeleeuwse stenen dragen hen over zwarte beken, soms raken zij verdoold over kale platte stenen, in moerasgebieden raak je ze gemakkelijk kwijt, zo ongemerkt dat ze er het ene ogenblik zijn, het andere niet. Er is een vervolg, er is altijd een vervolg, als je maar zoekt, deze paden zijn koppig, ze weten wat ze willen en aan kennis paren zij een aanzienlijke listigheid.(…)
Wie vormden het pad?(…) allen en niemand. Wij maken het te samen, ook jij, op een winderige dag, wanneer het vroeg of laat is op aarde: wij schrijven de paden, en de paden blijven bestaan, en de paden zijn verstandiger dan wij en weten al datgene wat wij zouden willen weten.
(Lars Gustafsson, De stille wereld voor Bach)
Projectgegevens
Opdrachtgever: EO Wijers Stichting
Jaar: 1998
Project: 5de prijsvraag 'Wie is er bang voor het lege programma?'
Prijsvraag Ee-Oevers te Leeuwarden
9841PDF_ee oevers.pdf
Platform
De essentie van het idee van de ‘wijkgedachte’ was het samenvallen van een sociale eenheid met een ruimtelijke eenheid. De samenstellende elementen van de wijk vertonen in hun onderlinge relaties dezelfde kenmerken als die binnen de hoeksteen van de samenleving: de familie. Terwijl zowel de familierelaties als de relaties met de stad ingrijpend zijn veranderd, zijn programma en ruimtelijke structuur van de wijk nagenoeg onveranderd gebleven. Dit is de conditie waarin wij als planners, architecten en stedenbouwers moeten opereren, moeten herstructureren.
Transformatie
Herstructurering is dus geen eenmalige oefening. Het is ook geen traditionele architectonische of stedenbouwkundige ontwerpoefening. Herstructurering is de voortdurende zoektocht naar eigentijdse verhoudingen tussen sociale en ruimtelijke eenheden in de stad. Dit is het vertrekpunt voor onze inzending en dit is ook de reden dat wij ons niet uitsluitend tot een plaatselijke ingreep langs de Dokkumer Ee hebben beperkt. Dit is ook de reden dat sloop en vervangende nieuwbouw voor ons geen optie is. Voordat de ‘opnieuw verbeterde Hollandse modelwijk’ er staat is hij al achterhaald. Ook bezien vanuit het oogpunt van duurzaamheid is het moeilijk verdedigbaar dat we elke 30 jaar helemaal opnieuw beginnen. Er zal dus gezocht moeten worden naar transformatie mogelijkheden.
9841PDF_ee oevers.pdf
Platform
De essentie van het idee van de ‘wijkgedachte’ was het samenvallen van een sociale eenheid met een ruimtelijke eenheid. De samenstellende elementen van de wijk vertonen in hun onderlinge relaties dezelfde kenmerken als die binnen de hoeksteen van de samenleving: de familie. Terwijl zowel de familierelaties als de relaties met de stad ingrijpend zijn veranderd, zijn programma en ruimtelijke structuur van de wijk nagenoeg onveranderd gebleven. Dit is de conditie waarin wij als planners, architecten en stedenbouwers moeten opereren, moeten herstructureren.
Transformatie
Herstructurering is dus geen eenmalige oefening. Het is ook geen traditionele architectonische of stedenbouwkundige ontwerpoefening. Herstructurering is de voortdurende zoektocht naar eigentijdse verhoudingen tussen sociale en ruimtelijke eenheden in de stad. Dit is het vertrekpunt voor onze inzending en dit is ook de reden dat wij ons niet uitsluitend tot een plaatselijke ingreep langs de Dokkumer Ee hebben beperkt. Dit is ook de reden dat sloop en vervangende nieuwbouw voor ons geen optie is. Voordat de ‘opnieuw verbeterde Hollandse modelwijk’ er staat is hij al achterhaald. Ook bezien vanuit het oogpunt van duurzaamheid is het moeilijk verdedigbaar dat we elke 30 jaar helemaal opnieuw beginnen. Er zal dus gezocht moeten worden naar transformatie mogelijkheden.
Psycho geografie
Het proces van permanente transformatie en herstructurering dat wij voorstellen vindt plaats op basis van een analyse van de sociale geschiedenis en het gegroeid ‘landschap’ in de wijk; een bottum-up strategie in plaats van een nieuw model.
Psycho geografische kwaliteiten, die veranderen per plek en in de tijd, brengen de potenties van de wijk in beeld. Deze potenties zijn waarneembaar op alle schaalniveaus; van stoel tot stad. Het zijn plekken in de wijk die leven in de herinnering, de bewonersinitiatieven die zijn ontstaan, gekoloniseerde oppervlakken , marginale bedrijvigheid, landschappelijke kwaliteiten en de vrijwillige segregatie die her en der ontstaat en die ervoor zorgt dat er druk op de woningen staat in plaats van dreigende leegloop.
Met het creëren van vrijheden voor deze aanwezige potenties wordt de basis gelegd voor een levensvatbare wijk en een alternatief voor de doorsnee VINEX-nieuwbouw.
Van groen tot stad
Op het niveau van de stad betekent dit dat de potentie van de wijk als verbinding tussen stadscentrum en ommeland opgepakt zou moeten worden. Met geconcentreerde sloop van een aantal gebouwen aan de Dokkumer Ee, zeg maar het prijsvraaggebied, kan een grootschalig openbaar groen- en watergebied worden gevormd. Het landschap loopt dan door de wijk tot aan de middeleeuwse ring. Hiermee richt de wijk zich niet langer uitsluitend op haar eigen kern, maar verbindt zich met het stedelijk en landschappelijk weefsel en krijgt een bovenwijkse betekenis. Naast recreatieve voorzieningen aan het water worden woontorens vrij in het groen toegevoegd. De wijk wordt, in plaats van een barrière, een schakel tussen groen en stad, met de Dokkumer Ee als voorkant in plaats van achterkant van de wijk.
Het proces van permanente transformatie en herstructurering dat wij voorstellen vindt plaats op basis van een analyse van de sociale geschiedenis en het gegroeid ‘landschap’ in de wijk; een bottum-up strategie in plaats van een nieuw model.
Psycho geografische kwaliteiten, die veranderen per plek en in de tijd, brengen de potenties van de wijk in beeld. Deze potenties zijn waarneembaar op alle schaalniveaus; van stoel tot stad. Het zijn plekken in de wijk die leven in de herinnering, de bewonersinitiatieven die zijn ontstaan, gekoloniseerde oppervlakken , marginale bedrijvigheid, landschappelijke kwaliteiten en de vrijwillige segregatie die her en der ontstaat en die ervoor zorgt dat er druk op de woningen staat in plaats van dreigende leegloop.
Met het creëren van vrijheden voor deze aanwezige potenties wordt de basis gelegd voor een levensvatbare wijk en een alternatief voor de doorsnee VINEX-nieuwbouw.
Van groen tot stad
Op het niveau van de stad betekent dit dat de potentie van de wijk als verbinding tussen stadscentrum en ommeland opgepakt zou moeten worden. Met geconcentreerde sloop van een aantal gebouwen aan de Dokkumer Ee, zeg maar het prijsvraaggebied, kan een grootschalig openbaar groen- en watergebied worden gevormd. Het landschap loopt dan door de wijk tot aan de middeleeuwse ring. Hiermee richt de wijk zich niet langer uitsluitend op haar eigen kern, maar verbindt zich met het stedelijk en landschappelijk weefsel en krijgt een bovenwijkse betekenis. Naast recreatieve voorzieningen aan het water worden woontorens vrij in het groen toegevoegd. De wijk wordt, in plaats van een barrière, een schakel tussen groen en stad, met de Dokkumer Ee als voorkant in plaats van achterkant van de wijk.
Bewoners
Op het gebied van individuele bewonerswensen liggen er in de wijk mogelijkheden voor ontplooiing die elders niet of nauwelijks aanwezig zijn. Eco-freaks en zelfbouwers kunnen zich uitleven op serres, helofytenfilters en dakopbouwen. De boot kan in de achtertuin worden aangemeerd. Nieuwe woon-/werkprogramma’s krijgen een plek in de wijk. Een Pakistaans , en over 10 jaar, als eigentijdse wijkvoorziening, wellicht een tempelcomplex.
Voormalige bedreigingen blijken zo potenties.
Permanente herstructurering is geen noodzakelijk kwaad, maar de eerste bestaansvoorwaarde van de levende, dynamische stad.
Projectgegevens
Jaar : 1998/1999
Project : Prijsvraag (2e prijs ex aequo)
Samenwerking met : Christine Riphagen en Bureau Daan Scheffer
Op het gebied van individuele bewonerswensen liggen er in de wijk mogelijkheden voor ontplooiing die elders niet of nauwelijks aanwezig zijn. Eco-freaks en zelfbouwers kunnen zich uitleven op serres, helofytenfilters en dakopbouwen. De boot kan in de achtertuin worden aangemeerd. Nieuwe woon-/werkprogramma’s krijgen een plek in de wijk. Een Pakistaans , en over 10 jaar, als eigentijdse wijkvoorziening, wellicht een tempelcomplex.
Voormalige bedreigingen blijken zo potenties.
Permanente herstructurering is geen noodzakelijk kwaad, maar de eerste bestaansvoorwaarde van de levende, dynamische stad.
Projectgegevens
Jaar : 1998/1999
Project : Prijsvraag (2e prijs ex aequo)
Samenwerking met : Christine Riphagen en Bureau Daan Scheffer
