2011 > 2009
> 2011
Innovatieve varkensstal, Utrecht
> 2010
Kinderboerderij en theehuis te Harkstede
> 2009
Milieufederatie Drenthe, Assen
> 2009
Melkveebedrijf Buijs, Sellingen
> 2009
Kantoor Zuidema, Niehove
Het Eiland van Schalkwijk
Randstedelijk boeren
De familie Uijttewaal woont al sinds 1420 op het Eiland van Schalkwijk.
Het ontwerp voor de nieuwe stal is in nauwe samenspraak met de boer tot stand gekomen.
Deze varkenshouderij is gericht op dierenwelzijn in combinatie met goede opbrengsten en op de diversificatie van de inkomstenstromen met bijvoorbeeld een bezoekerscentrum en kleinschalige, recreatieve ontwikkeling met overnachtingsmogelijkheid gekoppeld aan de Hollandse Waterlinie. Zo wordt het mogelijk op kleinere schaal te produceren. Op termijn wordt ook een rundveehouderij toegevoegd waarmee het grasland van de polder weer bestemming krijgt. Ook de opgewekte energie, gezuiverd water en nutriënten uit de biovergister en de toeristische en educatieve diensten zijn nieuwe producten die het bedrijf levert. Zo kan de agrarische sector in dichtbevolkte gebieden behouden blijven. Dit noemen we Randstedelijk boeren.
Randstedelijk boeren
De familie Uijttewaal woont al sinds 1420 op het Eiland van Schalkwijk.
Het ontwerp voor de nieuwe stal is in nauwe samenspraak met de boer tot stand gekomen.
Deze varkenshouderij is gericht op dierenwelzijn in combinatie met goede opbrengsten en op de diversificatie van de inkomstenstromen met bijvoorbeeld een bezoekerscentrum en kleinschalige, recreatieve ontwikkeling met overnachtingsmogelijkheid gekoppeld aan de Hollandse Waterlinie. Zo wordt het mogelijk op kleinere schaal te produceren. Op termijn wordt ook een rundveehouderij toegevoegd waarmee het grasland van de polder weer bestemming krijgt. Ook de opgewekte energie, gezuiverd water en nutriënten uit de biovergister en de toeristische en educatieve diensten zijn nieuwe producten die het bedrijf levert. Zo kan de agrarische sector in dichtbevolkte gebieden behouden blijven. Dit noemen we Randstedelijk boeren.
Het bedrijf gaat gebruik maken van producten uit de streek; snoeiafval, bermgras en stro als strooisel voor de varkens en voor de biovergister. Overtollige partijen van een nabijgelegen koekfabriek dienen als voer voor de varkens. In de streek wordt afzet gevonden voor het vlees van de Blokhovens varken bij slagers en restaurants.
Sterke randvoorwaarden als licht, ruimte, strooisel, de basisbehoeften van het dier, zijn leidend. De 1-ster eisen van het keurmerk van de dierenbescherming worden ruimschoots gehaald. De kracht van dit concept ligt vooral in de openheid en toegankelijkheid van het bedrijf. Daarnaast biedt de overmaat aan ruimte de mogelijkheid om verschillende vormen van varkenshouderij te verkennen.
Sterke randvoorwaarden als licht, ruimte, strooisel, de basisbehoeften van het dier, zijn leidend. De 1-ster eisen van het keurmerk van de dierenbescherming worden ruimschoots gehaald. De kracht van dit concept ligt vooral in de openheid en toegankelijkheid van het bedrijf. Daarnaast biedt de overmaat aan ruimte de mogelijkheid om verschillende vormen van varkenshouderij te verkennen.
Voor het nieuwe bedrijf is aansluiting gezocht bij de typologie van de polder. Verdichting langs het bebouwingslint zou een te grote massa in het kleinschalig karakter van de dijk betekenen, bovendien zou het zicht op het inundatieveld verdwijnen. Met het verwijderen van de bestaande stallen en de positie van de nieuwe stal in de polder wordt het zicht weer vrij gemaakt.
De stal is niet verstopt, niet ingepakt in bomen, maar ligt zichtbaar en trots in het landschap, gekoppeld aan recreatieve routes. De polder heeft een grote maat maar ook veel detail en kleinschaligheid. Om dit in het ontwerp te bereiken is de traditionele kapvorm voor stallen gedraaid en zijn de overspanningen relatief klein gehouden. Hierdoor kan laag gebouwd worden. De gebouwen zijn maximaal 7 meter hoog.
De stallen zijn gelegen rondom een binnenplaats, hier spelen zich de meeste bedrijfshandelingen af. Beplanting op de binnenplaats heeft een behoorlijke maat en zorgt voor schaduw en een prettige atmosfeer op de ook voor het publiek toegankelijke binnenplaats.
De stal is niet verstopt, niet ingepakt in bomen, maar ligt zichtbaar en trots in het landschap, gekoppeld aan recreatieve routes. De polder heeft een grote maat maar ook veel detail en kleinschaligheid. Om dit in het ontwerp te bereiken is de traditionele kapvorm voor stallen gedraaid en zijn de overspanningen relatief klein gehouden. Hierdoor kan laag gebouwd worden. De gebouwen zijn maximaal 7 meter hoog.
De stallen zijn gelegen rondom een binnenplaats, hier spelen zich de meeste bedrijfshandelingen af. Beplanting op de binnenplaats heeft een behoorlijke maat en zorgt voor schaduw en een prettige atmosfeer op de ook voor het publiek toegankelijke binnenplaats.
De innovatie in deze varkensstal is het open low-tech systeem dat altijd werkt en eenvoudig door de boer zelf te onderhouden is. De opzet van het ontwerp is zodanig dat deze eenvoudig in eigen beheer te realiseren is. Hierdoor kan er goedkoper gebouwd worden.
Het is een ontwerp dat jaren vooruit kan met de toekomstige toepassingen op allerlei gebied.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Steef Uijttewaal
Jaar: 2011
Project: prijsvraag
Het is een ontwerp dat jaren vooruit kan met de toekomstige toepassingen op allerlei gebied.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Steef Uijttewaal
Jaar: 2011
Project: prijsvraag
Opening kinderboerderij en theehuis te Harkstede
0735PDF_Harkstede.pdf
Op zaterdag 04 september 2010 is de kinderboerderij en theehuis te Harkstede feestelijk geopend.
Voor onze opdrachtgever Stichting Novo hebben we een kinderboerderij in het centrum van Harkstede ontwikkeld.
Novo gaat met hun gehandicapte cliënten de kinderboerderij en theehuis exploiteren. Ook gaan scholen, kinderdagverblijven en de ouderen van het woon/zorgcomplex (wozoco) de Appelhof gebruikmaken van de theeschenkerij en de kinderboerderij.
De locatie is een plek waar vroeger een schooltje heeft gestaan. De ruimte is het gebied tussen wozoco Appelhof en het hertenkamp. Deze ruimte is op te vatten als één groene ruimte. Door de nieuwe locatie in te richten als weide, met behoud van bestaande bomen, wordt het ruimtelijk samengetrokken met het hertenkamp. Hierdoor wordt het idee dat het ruimtelijk een geheel is versterkt.
0735PDF_Harkstede.pdf
Op zaterdag 04 september 2010 is de kinderboerderij en theehuis te Harkstede feestelijk geopend.
Voor onze opdrachtgever Stichting Novo hebben we een kinderboerderij in het centrum van Harkstede ontwikkeld.
Novo gaat met hun gehandicapte cliënten de kinderboerderij en theehuis exploiteren. Ook gaan scholen, kinderdagverblijven en de ouderen van het woon/zorgcomplex (wozoco) de Appelhof gebruikmaken van de theeschenkerij en de kinderboerderij.
De locatie is een plek waar vroeger een schooltje heeft gestaan. De ruimte is het gebied tussen wozoco Appelhof en het hertenkamp. Deze ruimte is op te vatten als één groene ruimte. Door de nieuwe locatie in te richten als weide, met behoud van bestaande bomen, wordt het ruimtelijk samengetrokken met het hertenkamp. Hierdoor wordt het idee dat het ruimtelijk een geheel is versterkt.
Vanuit het centrum loopt een route onder het wozoco Appelhof door. Vanaf hier komt een pad door de weide naar het midden van het pad langs het hertenkamp. De nieuwe kinderboerderij staat op het kruispunt van de route en het pad langs het hertenkamp. Dit gebouw staat als object in de groene ruimte. De contouren van het schooltje dat hier gestaan heeft worden teruggebracht doormiddel van een betonpad in het gras.
Het gebouw
Het concept van het gebouw is een eenvoudig volume met een overstek naar de hoofdroute. Het gebouw is opgedeeld in twee delen. Het ene deel is geklimatiseerd, hier bevindt zich het theehuis. Het andere deel is de schuurruimte waar de stallen voor de dieren zijn. Ook staan hier een aantal verrijdbare dierenhokken voor kleine dieren. Deze hokken staan in de winter binnen, maar in de zomer staan ze verspreid over de weide.
Het dak is geknikt om het regenwater op te vangen. Door een grote goot komt het water in een grote vijverbak met goudvissen die in de stallen staat. Het water kan worden hergebruikt voor diverse doeleinden.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting Novo en Gemeente Slochteren
Oplevering: 2009
BVO: 250 m2
Het gebouw
Het concept van het gebouw is een eenvoudig volume met een overstek naar de hoofdroute. Het gebouw is opgedeeld in twee delen. Het ene deel is geklimatiseerd, hier bevindt zich het theehuis. Het andere deel is de schuurruimte waar de stallen voor de dieren zijn. Ook staan hier een aantal verrijdbare dierenhokken voor kleine dieren. Deze hokken staan in de winter binnen, maar in de zomer staan ze verspreid over de weide.
Het dak is geknikt om het regenwater op te vangen. Door een grote goot komt het water in een grote vijverbak met goudvissen die in de stallen staat. Het water kan worden hergebruikt voor diverse doeleinden.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting Novo en Gemeente Slochteren
Oplevering: 2009
BVO: 250 m2
Duurzame verbouw en renovatie Milieufederatie te Assen
0744PDF_Milieufederatie.pdf
De voormalige officierswoning uit 1895 is gelegen aan het Hertenkamp in Assen. Dit woonhuis is enige jaren in gebruik als kantoorruimte van de Milieufederatie.
Om het pand goed te kunnen blijven gebruiken zijn bij de verbouw een aantal programmatische en klimatologische vraagstukken opgelost. Een grondige renovatie van interieur en exterieur heeft het pand weer tot een frisse een representatieve kantoorruimte gemaakt. Hierbij hebben we intensief samengewerkt met Monumentenwacht.
0744PDF_Milieufederatie.pdf
De voormalige officierswoning uit 1895 is gelegen aan het Hertenkamp in Assen. Dit woonhuis is enige jaren in gebruik als kantoorruimte van de Milieufederatie.
Om het pand goed te kunnen blijven gebruiken zijn bij de verbouw een aantal programmatische en klimatologische vraagstukken opgelost. Een grondige renovatie van interieur en exterieur heeft het pand weer tot een frisse een representatieve kantoorruimte gemaakt. Hierbij hebben we intensief samengewerkt met Monumentenwacht.
Een deel van het kantoorprogramma is gehuisvest in het naastgelegen pand. De ontsluiting hiervan ging buiten langs. Dit leverde een onwenselijke situatie op. In het nieuwe voorstel zijn de veranda’s omgebouwd tot geschakelde serres. Deze doen dienst als extra overlegplek maar maken het ook mogelijk om het andere bouwdeel te bereiken zonder dat men buiten langs moet.
Bij deze transformatie zijn nieuwe onderdelen ondergeschikt gemaakt aan de authentieke elementen. Door de nieuwe pui donkergrijs te maken komt het wit geschilderde sierlijke houtwerk beter uit.
De later gebouwde uitbouw is verbouwd tot vergaderruimte. Hier zijn de aanpassingen op een zichtbare wijze uitgevoerd. Dit vergroot de leesbaarheid van het gebouw.
Bij het kiezen van de kleuren aan de buitenzijde hebben we de traditionele lijn gehandhaafd. Binnen hebben we het kleurenpallet sober gehouden met een natuurlijk kleuren pallet. Historische elementen zijn geaccentueerd met een lichtgrijze kleur dat afsteekt tegen de witte wanden.
Bij deze transformatie zijn nieuwe onderdelen ondergeschikt gemaakt aan de authentieke elementen. Door de nieuwe pui donkergrijs te maken komt het wit geschilderde sierlijke houtwerk beter uit.
De later gebouwde uitbouw is verbouwd tot vergaderruimte. Hier zijn de aanpassingen op een zichtbare wijze uitgevoerd. Dit vergroot de leesbaarheid van het gebouw.
Bij het kiezen van de kleuren aan de buitenzijde hebben we de traditionele lijn gehandhaafd. Binnen hebben we het kleurenpallet sober gehouden met een natuurlijk kleuren pallet. Historische elementen zijn geaccentueerd met een lichtgrijze kleur dat afsteekt tegen de witte wanden.
Duurzaam
Bij het ontwerpen en bouwkundig uitwerken hebben we veel aandacht besteed aan de toepassing van duurzame materialen. Er is bijvoorbeeld houtwol als isolatiemateriaal toegepast en planken in plaats van multiplex. Ook hebben we optimaal gebruik gemaakt van daglicht.
Duurzaamheid is ook voor de opdrachtgever een belangrijke drijfveer. Hierdoor heeft deze verbouw en renovatie tot in detail een duurzaam karakter gekregen.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Miliefederatie Drenthe
Jaar: 2009
Bij het ontwerpen en bouwkundig uitwerken hebben we veel aandacht besteed aan de toepassing van duurzame materialen. Er is bijvoorbeeld houtwol als isolatiemateriaal toegepast en planken in plaats van multiplex. Ook hebben we optimaal gebruik gemaakt van daglicht.
Duurzaamheid is ook voor de opdrachtgever een belangrijke drijfveer. Hierdoor heeft deze verbouw en renovatie tot in detail een duurzaam karakter gekregen.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Miliefederatie Drenthe
Jaar: 2009
Melkveebedrijf familie Buijs
0864PDF_Melkveebedrijf Buijs.pdf
De impact van grote bedrijven op het landschap is zo groot dat zij zich niet langer laat ‘verstoppen’. Hier liggen nieuwe ontwerpopgaven op het niveau van het landschapsontwerp. In zekere zin is deze opgave vergelijkbaar met die van de landgoederen. Met architectuur alleen lukt het niet, er is een geïntegreerde visie op landschap en architectuur nodig.
De betreffende boeren moeten beseffen dat deze ontwikkelingen niet allen een bedrijfseconomisch doel dienen, maar ook een culturele betekenis hebben. Een nieuwe laag wordt dan aan het landschap toegevoegd.
Op de ca. 300 ha. grond van het bedrijf zal een stallencomplex voor ca. 1000 melkkoeien en bijbehorend kleinvee worden gebouwd met alle voorzieningen die daarvoor nodig zijn. Begin 2009 kreeg DAAD Architecten de opdracht te onderzoeken of en hoe een complex van een dergelijke omvang zich zou kunnen verhouden tot het grootschalige, uitgestrekte Oost Groninger landschap, ten noorden van Bourtange tegen de Duitse grens.
0864PDF_Melkveebedrijf Buijs.pdf
De impact van grote bedrijven op het landschap is zo groot dat zij zich niet langer laat ‘verstoppen’. Hier liggen nieuwe ontwerpopgaven op het niveau van het landschapsontwerp. In zekere zin is deze opgave vergelijkbaar met die van de landgoederen. Met architectuur alleen lukt het niet, er is een geïntegreerde visie op landschap en architectuur nodig.
De betreffende boeren moeten beseffen dat deze ontwikkelingen niet allen een bedrijfseconomisch doel dienen, maar ook een culturele betekenis hebben. Een nieuwe laag wordt dan aan het landschap toegevoegd.
Op de ca. 300 ha. grond van het bedrijf zal een stallencomplex voor ca. 1000 melkkoeien en bijbehorend kleinvee worden gebouwd met alle voorzieningen die daarvoor nodig zijn. Begin 2009 kreeg DAAD Architecten de opdracht te onderzoeken of en hoe een complex van een dergelijke omvang zich zou kunnen verhouden tot het grootschalige, uitgestrekte Oost Groninger landschap, ten noorden van Bourtange tegen de Duitse grens.
In een eerste modellenstudie werden drie organisatieprincipes vergeleken: de lineair georganiseerde boerderij, een organisatie van volumes met specifieke functies verspreid in het land en de boerderij als nieuwe nederzetting in het landschap. In alle gevallen betrof het ontwikkelingen die relatief los van het bestaande lint, op een afstand van ca. 200 m vanaf de weg, in het landschap gepositioneerd waren. Na afweging van de voor- en nadelen van de verschillende modellen groeide het idee van een relatief compact georganiseerd erf met een heldere organisatie, waarin gebouwen, groen en water elkaar afwisselen. Een organisatie die vanuit alle windrichtingen een gelijkwaardig en acceptabel beeld oplevert en waarin de positionering van de samenstellende onderdelen is gericht op het verkleinen van de schaal van het geheel. Hierin schuilt een wonderlijke paradox: vergroting van de afstand tussen de gebouwen zorgt ervoor dat het geheel zich minder als één groot complex in het landschap manifesteert.
Het organisatieprincipe dat wij vonden is dat van de ‘streepjescode’: een afwisselend patroon van in dikte variërende lijnen en tussenruimtes. In deze lineaire structuur laten de diverse functies zich goed onderbrengen en worden de lange lijnen van het landschap gerespecteerd.
Gebouwen, bomen en vijvers in zones wisselen elkaar af. Elke functie heeft een eigen gebouw met een bij de functie passende doorsnede en lengte. In de te bebouwen (en beplanten) zones vinden verschillende functies achter elkaar een plek. De ruimtes tussen deze bouwzones is van voor naar achter op het erf open. Het patroon is open genoeg om het plan in fasen uit te voeren en/of nog onbekende toekomstige ontwikkelingen op te nemen.
Het organisatieprincipe dat wij vonden is dat van de ‘streepjescode’: een afwisselend patroon van in dikte variërende lijnen en tussenruimtes. In deze lineaire structuur laten de diverse functies zich goed onderbrengen en worden de lange lijnen van het landschap gerespecteerd.
Gebouwen, bomen en vijvers in zones wisselen elkaar af. Elke functie heeft een eigen gebouw met een bij de functie passende doorsnede en lengte. In de te bebouwen (en beplanten) zones vinden verschillende functies achter elkaar een plek. De ruimtes tussen deze bouwzones is van voor naar achter op het erf open. Het patroon is open genoeg om het plan in fasen uit te voeren en/of nog onbekende toekomstige ontwikkelingen op te nemen.
Architectuur
Voor het erf is een ‘familie’ van heldere, eenvoudige gebouwen ontworpen. De goothoogte (5m) is bij alle gebouwen gelijk alsmede de dakhelling (20º). Met een variërende gebouwdiepte komt de nok op variabele hoogte (8m bij de woning tot 15,9m bij de stal). Voor de daken wordt één materiaal gekozen om de samenhang zoveel mogelijk te versterken. Om de grote schaal van de gebouwen te ‘breken’ worden enkele maatregelen getroffen. Ten eerste worden de volumes op enkele plekken onderbroken met paden. Ten tweede krijgen verschillende functies achter de gevel een eigen expressie zodat het geheel geleed wordt. Tenslotte worden de zijgevels uitgevoerd met een zichtbare, regelmatige kolomstructuur (kolom aan de buitenzijde of gelijkwaardig) waarmee een heldere ritmiek ontstaat.
De zijgevels worden uitgevoerd met een zichtbare, regelmatige kolomstructuur aan de buitenzijde. Achter de reeks kolommen zijn voor de zijgevels een serie gevelelementen ontworpen die, afhankelijk van de achterliggende functie, kunnen worden toegepast. Het betreft: gesloten gevelelementen, al dan niet geïsoleerd; gesloten delen met te openen deuren; open delen, al dan niet voorzien van windbreekgaas; delen met een borstwering (al dan niet met talud), etc. De regels voor de plaatsing van de gebouwen binnen een zone zijn niet alleen ontstaan op basis van efficiency in bedrijfsvoering, maar ook op basis van compositie van het erf en zicht vanuit het landschap op het geheel en de samenstellende onderdelen.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Familie Buijs
Jaar: 2009
Bouwvlak erf: ca. 12 ha.
Voor het erf is een ‘familie’ van heldere, eenvoudige gebouwen ontworpen. De goothoogte (5m) is bij alle gebouwen gelijk alsmede de dakhelling (20º). Met een variërende gebouwdiepte komt de nok op variabele hoogte (8m bij de woning tot 15,9m bij de stal). Voor de daken wordt één materiaal gekozen om de samenhang zoveel mogelijk te versterken. Om de grote schaal van de gebouwen te ‘breken’ worden enkele maatregelen getroffen. Ten eerste worden de volumes op enkele plekken onderbroken met paden. Ten tweede krijgen verschillende functies achter de gevel een eigen expressie zodat het geheel geleed wordt. Tenslotte worden de zijgevels uitgevoerd met een zichtbare, regelmatige kolomstructuur (kolom aan de buitenzijde of gelijkwaardig) waarmee een heldere ritmiek ontstaat.
De zijgevels worden uitgevoerd met een zichtbare, regelmatige kolomstructuur aan de buitenzijde. Achter de reeks kolommen zijn voor de zijgevels een serie gevelelementen ontworpen die, afhankelijk van de achterliggende functie, kunnen worden toegepast. Het betreft: gesloten gevelelementen, al dan niet geïsoleerd; gesloten delen met te openen deuren; open delen, al dan niet voorzien van windbreekgaas; delen met een borstwering (al dan niet met talud), etc. De regels voor de plaatsing van de gebouwen binnen een zone zijn niet alleen ontstaan op basis van efficiency in bedrijfsvoering, maar ook op basis van compositie van het erf en zicht vanuit het landschap op het geheel en de samenstellende onderdelen.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Familie Buijs
Jaar: 2009
Bouwvlak erf: ca. 12 ha.
Woon-werkhuis te Niehove
0762PDF_Woon-werkhuis Niehove.pdf
In een voormalige boerderij in Middag Humsterland, op de terp van Frytum, zijn een woning en een ‘dependance’ van het kantoor van Enno Zuidema Stedebouw ondergebracht. Het is een exemplarisch voorbeeld van nieuwe gebruik van een monumentale erfenis uit een agrarisch verleden. Van boerderijen als deze zullen er de komende twintig jaar nog duizenden vrijkomen. Transformatie tot bedrijfsgebouw, woning of een combinatie van beide kan één van de antwoorden leveren op het krimpvraagstuk.
De oude kop-hals-romp-boerderij is in de loop van de geschiedenis al vaker op pragmatische wijze verbouwd. Hoewel dit aan de buitenzijde niet direct zichtbaar is heeft dit in het interieur tot soms wonderlijke ontmoetingen van functies, ruimten en volumes geleid. Zo loopt de ‘hals’ door tot in de ‘romp’ (schuur) en is het aanzienlijke hoogteverschil van de terp in de gebouwen beleefbaar. Een lange, rechte route verbindt alle bouwdelen van de achtergevel van schuur tot voorhuis.
0762PDF_Woon-werkhuis Niehove.pdf
In een voormalige boerderij in Middag Humsterland, op de terp van Frytum, zijn een woning en een ‘dependance’ van het kantoor van Enno Zuidema Stedebouw ondergebracht. Het is een exemplarisch voorbeeld van nieuwe gebruik van een monumentale erfenis uit een agrarisch verleden. Van boerderijen als deze zullen er de komende twintig jaar nog duizenden vrijkomen. Transformatie tot bedrijfsgebouw, woning of een combinatie van beide kan één van de antwoorden leveren op het krimpvraagstuk.
De oude kop-hals-romp-boerderij is in de loop van de geschiedenis al vaker op pragmatische wijze verbouwd. Hoewel dit aan de buitenzijde niet direct zichtbaar is heeft dit in het interieur tot soms wonderlijke ontmoetingen van functies, ruimten en volumes geleid. Zo loopt de ‘hals’ door tot in de ‘romp’ (schuur) en is het aanzienlijke hoogteverschil van de terp in de gebouwen beleefbaar. Een lange, rechte route verbindt alle bouwdelen van de achtergevel van schuur tot voorhuis.
Na verbouw van het voorhuis en uitbreiding in de schuur met een keuken, patio, badkamers en slaapvertrekken werd in 2009 het kantoor van Enno Zuidema Stedebouw achter in de schuur ontworpen en opgeleverd. De uitbreidingen van de woning in de schuur zijn amorf van karakter en borduren zo voort op de verbouwgeschiedenis van de boerderij. Het kantoor is duidelijk als een zelfstandig volume in de schuur vormgegeven. Alle nieuwe functies zijn in de ‘zijbeuken’, het gebied tussen de gebinten en de buitengevel geplaatst, waarbij de zware gebinten niet worden geraakt. Op deze wijze blijft de centrale schuurruimte leeg en is de maat van de kap overal beleefbaar. De functies in de randen zijn bepaald, het ‘middenschip’ is vrij voor allerlei invullingen, zoals speelruimte, opslag, werkplaats of concertruimte. Ten behoeve van daglichttoetreding zijn bestaande openingen gebruikt (soms opnieuw geopend) of nieuwe openingen toegevoegd. Een toekomstige uitbreiding van het kantoor met een eerste verdieping is mogelijk onder de kap.
Het idee van de boerderijschuur als grote paraplu waaronder losse, nieuwe volumes als meubels in de ruimte is een ontwerpconcept dat niet alleen ruimtelijk bijzondere kwaliteiten oplevert, maar ook bouwfysisch en in het gebruik buitengewoon goed past bij nieuwe gebruiksvormen van bestaande schuren. De gehele schuur isoleren zou een situatie opleveren waarin de kap niet meer kan ventileren en een beetje bewegen (zoals een schuur doet), de draagconstructie ingepakt is en er een enorm volume warm gestookt zou moeten worden. Als interieurelementen zijn losse volumes onder kap eenvoudiger te maken, bouwfysisch te optimaliseren en bovendien laten zij de kap intact. Met een warmtepompsysteem is het beperkte volume van het kantoor eenvoudig op temperatuur te houden en in de zomer te koelen. Het klimaat in de niet verwarmde ‘tussenruimte’ is zodanig dat hier het overgrote deel van het jaar allerlei onderdelen van het woon-/werkprogramma een plek zullen vinden. De bruikbare ruimte beweegt mee met de seizoenen.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Enno Zuidema
Oplevering: 2009
BVO: 130 m2
Projectgegevens
Opdrachtgever: Enno Zuidema
Oplevering: 2009
BVO: 130 m2
Bloemsingel te Groningen
0510PDF_bloemsingel.pdf
Het Paleis in Groningen, eerder bekend in Groningen onder de naam Bloemsingel 10 is in sept. 2009 geopend. Alle appartementen en ateliers zijn betrokken.
In het voormalig scheikundig laboratorium aan de Bloemsingel 10 is een ontwerp gemaakt voor een cultureel woon-werkgebouw. Naast ateliers, studio’s appartementen en diverse bedrijfsruimten vinden vele culturele activiteiten plaats vinden in het gebouw o.a. de maandelijkse Culturele Zondagen.
0510PDF_bloemsingel.pdf
Het Paleis in Groningen, eerder bekend in Groningen onder de naam Bloemsingel 10 is in sept. 2009 geopend. Alle appartementen en ateliers zijn betrokken.
In het voormalig scheikundig laboratorium aan de Bloemsingel 10 is een ontwerp gemaakt voor een cultureel woon-werkgebouw. Naast ateliers, studio’s appartementen en diverse bedrijfsruimten vinden vele culturele activiteiten plaats vinden in het gebouw o.a. de maandelijkse Culturele Zondagen.
De publieksfuncties zijn gerangschikt rondom de toegankelijk gemaakte westelijke binnenplaats van het gebouw. De tweede binnenplaats heeft een meer besloten karakter met een binnentuin voor bewoners en kunstenaars. De woningen bevinden zich op de bovenste twee lagen.
Historische elementen in het gebouw en de buitengevels worden zo veel mogelijk gehandhaafd, nieuwe toevoegingen zijn duidelijk als zodanig herkenbaar met als meest markante punt de nieuwe doorgang naar de westelijke binnenplaats waar de horecafunctie een plek heeft gekregen naast en boven de doorgang.
Het programma omvat 19 woningen en 8 studio’s, met een totaal oppervlakte van een 2500 m2, een auditorium/conferentieruimte van 200 m2, een horecagelegenheid van 200 m2, een hotel met 10 kamers, 3 vergaderruimtes, een projectruimte van 90 m2, 500 m2 startersateliers, 1260 m2 (koop)ateliers en 1100 m2 bedrijfsruimte waar hoofdzakelijk creatieve bedrijven zich hebben gevestigd.
www.hetpaleisgroningen.nl
Projectgegevens
Opdrachtgever: Nijestee Vastgoed
Oplevering: 2009
BVO: 7.500 m2
Historische elementen in het gebouw en de buitengevels worden zo veel mogelijk gehandhaafd, nieuwe toevoegingen zijn duidelijk als zodanig herkenbaar met als meest markante punt de nieuwe doorgang naar de westelijke binnenplaats waar de horecafunctie een plek heeft gekregen naast en boven de doorgang.
Het programma omvat 19 woningen en 8 studio’s, met een totaal oppervlakte van een 2500 m2, een auditorium/conferentieruimte van 200 m2, een horecagelegenheid van 200 m2, een hotel met 10 kamers, 3 vergaderruimtes, een projectruimte van 90 m2, 500 m2 startersateliers, 1260 m2 (koop)ateliers en 1100 m2 bedrijfsruimte waar hoofdzakelijk creatieve bedrijven zich hebben gevestigd.
www.hetpaleisgroningen.nl
Projectgegevens
Opdrachtgever: Nijestee Vastgoed
Oplevering: 2009
BVO: 7.500 m2
Boterdiep Parkeergarage te Groningen
0501PDF_Parkeergarage.pdf
In 1999 kreeg DAAD opdracht een verdiepte parkeergarage te ontwerpen op het voormalig Gasfabriekterrein te Groningen. Op de parkeergarage zouden de woonblokken Schots 4 t/m 7 van het totale ontwikkelingsplan CiBoGa gebouwd worden, waarover DAAD de coördinatie zou voeren. Vooralsnog is in dit plandeel alleen de parkeergarage gerealiseerd.
Uitgangspunten bij het ontwerp van de parkeergarage waren de contouren van het oorspronkelijke Gasfabriekterrein en het creëren van zoveel mogelijk flexibiliteit voor het ontwerp van de toekomstige bouwblokken op het dek. Met een totaal van 1250 parkeerplaatsen heeft dit uiteindelijk geresulteerd in de grootste eenlaagse parkeergarage van Nederland.
Door een aanvullende opdracht van de Gemeente Groningen ontstond de mogelijkheid de parkeergarage overzichtelijker voor de gebruiker te maken.
0501PDF_Parkeergarage.pdf
In 1999 kreeg DAAD opdracht een verdiepte parkeergarage te ontwerpen op het voormalig Gasfabriekterrein te Groningen. Op de parkeergarage zouden de woonblokken Schots 4 t/m 7 van het totale ontwikkelingsplan CiBoGa gebouwd worden, waarover DAAD de coördinatie zou voeren. Vooralsnog is in dit plandeel alleen de parkeergarage gerealiseerd.
Uitgangspunten bij het ontwerp van de parkeergarage waren de contouren van het oorspronkelijke Gasfabriekterrein en het creëren van zoveel mogelijk flexibiliteit voor het ontwerp van de toekomstige bouwblokken op het dek. Met een totaal van 1250 parkeerplaatsen heeft dit uiteindelijk geresulteerd in de grootste eenlaagse parkeergarage van Nederland.
Door een aanvullende opdracht van de Gemeente Groningen ontstond de mogelijkheid de parkeergarage overzichtelijker voor de gebruiker te maken.
Uitgangspunt bij de inrichting en aankleding is geweest een lichte, overzichtelijke ruimte te realiseren. Hierin moet de automobilist eenvoudig een parkeerplek, maar ook de uitrit, kunnen vinden en, bij terugkomst, moet de voetganger gemakkelijk zijn auto kunnen bereiken.
De gebruikte middelen (verlichting, kleur- en materiaalgebruik, pictogrammen, etc.) zijn allen ingezet ter ondersteuning van dit leidende idee. De belangrijkste hierbij waren kleurgebruik en verlichting.
De perimeter is in twee kleuren geschilderd. Drie zijden zijn in een rustige kleur gehouden en een langszijde heeft een opvallende kleur gekregen, waardoor met name voetgangers zich beter kunnen oriënteren.
Met verschillen in lichtintensiteit worden de drie publieke voetgangersopgangen benadrukt. Rond deze opgangen is de lichtintensiteit het hoogst. Ondersteunend hierbij is de richting van de verlichtingsarmaturen: deze zijn als ijzerdeeltjes, aangetrokken door magneetpolen, om de drie opgangen gegroepeerd.
De gebruikte middelen (verlichting, kleur- en materiaalgebruik, pictogrammen, etc.) zijn allen ingezet ter ondersteuning van dit leidende idee. De belangrijkste hierbij waren kleurgebruik en verlichting.
De perimeter is in twee kleuren geschilderd. Drie zijden zijn in een rustige kleur gehouden en een langszijde heeft een opvallende kleur gekregen, waardoor met name voetgangers zich beter kunnen oriënteren.
Met verschillen in lichtintensiteit worden de drie publieke voetgangersopgangen benadrukt. Rond deze opgangen is de lichtintensiteit het hoogst. Ondersteunend hierbij is de richting van de verlichtingsarmaturen: deze zijn als ijzerdeeltjes, aangetrokken door magneetpolen, om de drie opgangen gegroepeerd.
Bij de drie publieke opgangen zelf zijn zowel verlichting als kleurgebruik de belangrijkste ondersteunende middelen voor oriëntatie geweest. Door gebruik van groene beglazing en een hoog verlichtingsniveau in de opgangen fungeren de trappenhuizen als een soort lichtbakens in de zee van auto’s. In contrast hiermee zijn alle overige opgangen, noodzakelijk als vluchtwegen, juist sober in kleurgebruik gehouden.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Ontwikkelingscombinatie IMA/Gemeente Groningen
Oplevering: 2009
BVO: 32.500 m2
Inhoud: 100.000 m3
Projectgegevens
Opdrachtgever: Ontwikkelingscombinatie IMA/Gemeente Groningen
Oplevering: 2009
BVO: 32.500 m2
Inhoud: 100.000 m3
Oplevering Shared Service Centre te Veenhuizen
0439PDF_Shared Service Centre.pdf
Eind 2008 werd het Shared Service Centre te Veenhuizen opgeleverd. Enige jaren geleden werd al het Clusterkantoor voltooid, het SSC vormt een voltooiing van de invulling van het voormalig werkgesticht.
Doelstelling
Voor het werkgesticht van de PI Norgerhaven moest nieuwbouw gerealiseerd worden, om te kunnen voldoen aan huidige eisen. Voor het oorspronkelijke werkgesticht, een Rijksmonument, was vervolgens vervangend gebruik nodig. DAAD Architecten had reeds onderzoek verricht naar hergebruikmogelijkheden van gebouwen in Veenhuizen. In de, bij het werkgesticht gevolgde, onderzoeksmethodiek 'Programma van Mogelijkheden' staan de potenties van het complex centraal. In plaats van onderzoek naar de benodigde ingrepen, om een gebouw geschikt te maken voor een vooraf bepaald programma, laten we het gebouw vertellen welke kwaliteiten het heeft en welke functies de ruimten het best zouden kunnen opnemen. Dit omgekeerde proces, dat via het bestaande gebouw en een Programma van Mogelijkheden leidt tot een programma van eisen, biedt ons inziens de beste kansen een passende herbestemming te vinden. Het gebouw, bestaande uit 8 compartimenten van 12,6 x 15,4 m, bleek uitermate geschikt voor huisvesting van een eigentijds kantoorprogramma voor ca. 250 personen: een kantoor voor het SSC van Justitie
0439PDF_Shared Service Centre.pdf
Eind 2008 werd het Shared Service Centre te Veenhuizen opgeleverd. Enige jaren geleden werd al het Clusterkantoor voltooid, het SSC vormt een voltooiing van de invulling van het voormalig werkgesticht.
Doelstelling
Voor het werkgesticht van de PI Norgerhaven moest nieuwbouw gerealiseerd worden, om te kunnen voldoen aan huidige eisen. Voor het oorspronkelijke werkgesticht, een Rijksmonument, was vervolgens vervangend gebruik nodig. DAAD Architecten had reeds onderzoek verricht naar hergebruikmogelijkheden van gebouwen in Veenhuizen. In de, bij het werkgesticht gevolgde, onderzoeksmethodiek 'Programma van Mogelijkheden' staan de potenties van het complex centraal. In plaats van onderzoek naar de benodigde ingrepen, om een gebouw geschikt te maken voor een vooraf bepaald programma, laten we het gebouw vertellen welke kwaliteiten het heeft en welke functies de ruimten het best zouden kunnen opnemen. Dit omgekeerde proces, dat via het bestaande gebouw en een Programma van Mogelijkheden leidt tot een programma van eisen, biedt ons inziens de beste kansen een passende herbestemming te vinden. Het gebouw, bestaande uit 8 compartimenten van 12,6 x 15,4 m, bleek uitermate geschikt voor huisvesting van een eigentijds kantoorprogramma voor ca. 250 personen: een kantoor voor het SSC van Justitie
Prijzenswaardigheden
In 'Historische documentatie en waardebepaling Veenhuizen' (RGD bureau Rijksbouwmeester, dec.1990) wordt het gebouw aangemerkt als beeldbepalend in ruimtelijke en cultuurhistorische zin. Het ontwerp was erop gericht deze kwaliteiten te versterken, ondermeer door ingrepen niet te laten contrasteren met het bestaande gebouw en deze met eerbied voor het monument uit te voeren.
Rol gebruikers
Het programma van eisen was, door politieke besluitvorming, tot ver na de bouwstart onduidelijk. De ontwerpteamleden namens de gebruiker waren niet degenen, die in het gebouw zouden gaan werken. In eerste instantie werd een cellenkantoor ontworpen. Tijdens de bouw werd dit, in overleg met de gebruiker, deels omgebogen naar flexplekken.
In 'Historische documentatie en waardebepaling Veenhuizen' (RGD bureau Rijksbouwmeester, dec.1990) wordt het gebouw aangemerkt als beeldbepalend in ruimtelijke en cultuurhistorische zin. Het ontwerp was erop gericht deze kwaliteiten te versterken, ondermeer door ingrepen niet te laten contrasteren met het bestaande gebouw en deze met eerbied voor het monument uit te voeren.
Rol gebruikers
Het programma van eisen was, door politieke besluitvorming, tot ver na de bouwstart onduidelijk. De ontwerpteamleden namens de gebruiker waren niet degenen, die in het gebouw zouden gaan werken. In eerste instantie werd een cellenkantoor ontworpen. Tijdens de bouw werd dit, in overleg met de gebruiker, deels omgebogen naar flexplekken.
Innovatie en bijzondere kenmerken
De eigenlijke ontsluiting van het 'nieuwe' complex kan, als oorspronkelijk, vanaf de binnenplaats plaatsvinden. Ingrepen in de buitengevels zijn beperkt gebleven. Vooral aan de binnenplaatsgevels is te zien, dat het gebouw een nieuwe functie heeft: nieuwe entrees, een loopbrug en grotere volumes in het dakvlak. De ontsluiting van kantoorunits vanaf het binnenterrein komt tegemoet aan de programmatische eisen van een beveiligingsschil op de perimeter en flexibiliteit in verhuur van kantoorunits. Begane grond en zolder zijn ruimtelijk en functioneel verschillend behandeld. Op de begane grond zijn afzonderlijke kantoorvertrekken, met oude details nog zichtbaar; gewelvenplafond, gietijzeren constructie, trappen, kozijnen, etc. Hieraan toegevoegd zijn nieuwe wandelementen, in het midden en aan de gevelzijde, waarin alle technische voorzieningen. De zolder is zoveel mogelijk als grote, open ruimte gehandhaafd, met werkplekken en overlegruimten. Net boven de vloer bieden nieuwe vensteropeningen zicht op de omgeving. Hoog in de ruimte prikken enkele 'dozen' door het dakvlak met concentratiewerkplekken.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Rijksgebouwendienst
Oplevering: najaar 2008
BVO: 5.650 m2
De eigenlijke ontsluiting van het 'nieuwe' complex kan, als oorspronkelijk, vanaf de binnenplaats plaatsvinden. Ingrepen in de buitengevels zijn beperkt gebleven. Vooral aan de binnenplaatsgevels is te zien, dat het gebouw een nieuwe functie heeft: nieuwe entrees, een loopbrug en grotere volumes in het dakvlak. De ontsluiting van kantoorunits vanaf het binnenterrein komt tegemoet aan de programmatische eisen van een beveiligingsschil op de perimeter en flexibiliteit in verhuur van kantoorunits. Begane grond en zolder zijn ruimtelijk en functioneel verschillend behandeld. Op de begane grond zijn afzonderlijke kantoorvertrekken, met oude details nog zichtbaar; gewelvenplafond, gietijzeren constructie, trappen, kozijnen, etc. Hieraan toegevoegd zijn nieuwe wandelementen, in het midden en aan de gevelzijde, waarin alle technische voorzieningen. De zolder is zoveel mogelijk als grote, open ruimte gehandhaafd, met werkplekken en overlegruimten. Net boven de vloer bieden nieuwe vensteropeningen zicht op de omgeving. Hoog in de ruimte prikken enkele 'dozen' door het dakvlak met concentratiewerkplekken.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Rijksgebouwendienst
Oplevering: najaar 2008
BVO: 5.650 m2
ACM-locatie te Groningen
0620PDF_ACM Silo Groningen.pdf
Tussen Vinkhuizen en de binnenstad ligt, ingeklemd tussen de westelijke Ringweg, het spoor en het Reitdiep, de ACM-locatie met een voormalig silocomplex. De locatie maakt onderdeel uit van een rommelig gebied tussen de Friesestraatweg en het Reitdiep met bedrijven en enkele woningen. Een zone die een ruimtelijke barrière tussen verschillende delen van Groningen vormt.
Om de barrièrewerking van deze zone op te heffen zal het gebied in de nabije toekomst herontwikkeld worden. De ACM-locatie krijgt met een mix van bedrijven en culturele functies een belangrijke centrale positie in het gebied. Het silocomplex is een verzameling van industriële gebouwen uit verschillende tijden met gemetselde loodsen, een betonnen silo en een silogebouw opgebouwd uit stalen damwanden. De gebouwen vormden ooit tesamen een veevoerfabriek. Elk gebouw heeft specifieke, op de toenmalige functie toegesneden ruimtelijke en constructieve kenmerken. Eigenschappen die bij hergebruik kwaliteiten kunnen zijn of nieuwe functies in de weg zitten.
0620PDF_ACM Silo Groningen.pdf
Tussen Vinkhuizen en de binnenstad ligt, ingeklemd tussen de westelijke Ringweg, het spoor en het Reitdiep, de ACM-locatie met een voormalig silocomplex. De locatie maakt onderdeel uit van een rommelig gebied tussen de Friesestraatweg en het Reitdiep met bedrijven en enkele woningen. Een zone die een ruimtelijke barrière tussen verschillende delen van Groningen vormt.
Om de barrièrewerking van deze zone op te heffen zal het gebied in de nabije toekomst herontwikkeld worden. De ACM-locatie krijgt met een mix van bedrijven en culturele functies een belangrijke centrale positie in het gebied. Het silocomplex is een verzameling van industriële gebouwen uit verschillende tijden met gemetselde loodsen, een betonnen silo en een silogebouw opgebouwd uit stalen damwanden. De gebouwen vormden ooit tesamen een veevoerfabriek. Elk gebouw heeft specifieke, op de toenmalige functie toegesneden ruimtelijke en constructieve kenmerken. Eigenschappen die bij hergebruik kwaliteiten kunnen zijn of nieuwe functies in de weg zitten.
In opdracht van Lefier Groningen is door DAAD Architecten een studie uitgevoerd met als doel de hergebruikpotentie voor het gehele complex in kaart te brengen.
Er zijn een drietal modellen ontwikkeld die allen een ander uitgangspunt hadden.
Model 1: minimale investering.
Model 2: maximaal hergebruik.
Model 3: optimalisatie locatie.
Aan de hand van deze studie en een exploitatiebegroting is een Programma van Eisen vastgesteld voor de verschillende gebouwdelen.
Stalen silo: sloop.
Zakgoedmagazijn: sloop.
Grondstoffendoseersilo: kantoren/horeca.
Veevoerfabriek: welnes/hamam.
Opslagloods: dansstudio
Er zijn een drietal modellen ontwikkeld die allen een ander uitgangspunt hadden.
Model 1: minimale investering.
Model 2: maximaal hergebruik.
Model 3: optimalisatie locatie.
Aan de hand van deze studie en een exploitatiebegroting is een Programma van Eisen vastgesteld voor de verschillende gebouwdelen.
Stalen silo: sloop.
Zakgoedmagazijn: sloop.
Grondstoffendoseersilo: kantoren/horeca.
Veevoerfabriek: welnes/hamam.
Opslagloods: dansstudio
Door het grote verschil in architectonische en cultuurhistorische waarde en de wisselende kwaliteit van de bouwkundige staat van de verschillende gebouwdelen, is er gekozen om elk gebouwdeel verschillend te benaderen. De dansstudio wordt als inbouwpakket geplaatst in de opslagloods. Het oorspronkelijke gebouw wordt in grote mate intact gelaten. De veevoerfabriek wordt volledig gestript tot er een gave betonstructuur over blijft. Hierin worden de verschillende onderdelen van het welnes programma als dozen tussen geplaatst. Bij de grondstofdoseersilo wordt het bovenste deel van de silo’s gesloopt. Het onderste deel van de silo’s wordt als fundering gebruikt voor een volume met kantoorvloeren. Tussen de kolommen van het onderste deel bevindt zich een café/restaurant. Zo ontstaat een complex waar programma en gebouw nauw met elkaar verweven zijn en er nog ruimte is voor het verleden van de gebouwen.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Lefier Groningen
Jaar: 2008
BVO: 6.700 m2
Projectgegevens
Opdrachtgever: Lefier Groningen
Jaar: 2008
BVO: 6.700 m2
De Beuken te Boschoord
0503PDF_De Beuken Boschoord.pdf
Langs de Boylerstraat toont Hoeve Boschoord zijn vele gezichten. Rechts van de oorspronkelijke boerderij staat een uitbreiding uit de jaren zeventig (de Beuken), met daaraan een uitbreiding van midden jaren negentig en een vrijstaande woning. Links staan nieuwe afdelingen in de vorm van twee compacte wooneenheden (De Sparren). De aard van de gebouwen, het ritme en de afstand tot de weg verschillen. De algemene regel lijkt te zijn dat kleine volumes dicht op de weg gebouwd zijn en de grotere gebouwen terugliggen.
0503PDF_De Beuken Boschoord.pdf
Langs de Boylerstraat toont Hoeve Boschoord zijn vele gezichten. Rechts van de oorspronkelijke boerderij staat een uitbreiding uit de jaren zeventig (de Beuken), met daaraan een uitbreiding van midden jaren negentig en een vrijstaande woning. Links staan nieuwe afdelingen in de vorm van twee compacte wooneenheden (De Sparren). De aard van de gebouwen, het ritme en de afstand tot de weg verschillen. De algemene regel lijkt te zijn dat kleine volumes dicht op de weg gebouwd zijn en de grotere gebouwen terugliggen.
Op de plaats van de oorspronkelijke noordvleugel van het gebouw de Beuken is een deel gesloopt en vervangende nieuwbouw gepleegd. Het programma van het nieuwe volume was beduidend groter dan het gesloopte deel. Voor de nieuwe functies is veel daglicht nodig, waardoor een langgerekt en diep volume niet tot de mogelijkheden hoort. Het bestemmingsplan gaf ruimte om richting de Boylerstraat uit de breiden. Dit betekende dat het grootste gebouw van het complex nogmaals kon worden vergroot én dicht op de weg zou komen te staan. Dit was geen wenselijke schaalvergroting. Het volume is daarom opgedeeld in drie bouwdelen van twee bouwlagen (de maximale bebouwingshoogte). In het meest oostelijke bouwdeel zijn de algemene functies ondergebracht, in de andere twee telkens twee afdelingen boven elkaar.
De volumes zijn uitgevoerd in metselwerk conform de meest recente uitbreiding (de Eiken). Ook de vensterdetaillering in de nieuwbouw is (deels) terug te vinden in de Eiken. Waar echter in het gebouw de Eiken een duidelijk onderscheid is gemaakt (in dakoverstek en kozijndetaillering) tussen de (uitnodigende) binnenplaatszijde en de (ingetogen) buitenzijde van het gebouw, zijn in de nieuwbouwplannen de binnenplaatsgevel en de buitengevel gelijk behandeld.
De volumes zijn uitgevoerd in metselwerk conform de meest recente uitbreiding (de Eiken). Ook de vensterdetaillering in de nieuwbouw is (deels) terug te vinden in de Eiken. Waar echter in het gebouw de Eiken een duidelijk onderscheid is gemaakt (in dakoverstek en kozijndetaillering) tussen de (uitnodigende) binnenplaatszijde en de (ingetogen) buitenzijde van het gebouw, zijn in de nieuwbouwplannen de binnenplaatsgevel en de buitengevel gelijk behandeld.
De afdelingen liggen grotendeels aan de buitenzijde van het complex en bepalen dankzij hun ligging aan de Boylerstraat voor een groot gedeelte het gezicht van Hoeve Boschoord, waarmee een minder ingetogen gevel gewenst is. Er zijn drie verschillende typen kozijnen toegepast die de achterliggende functies afleesbaar maken; een standaardvenster voor de kamers (conform binnenplaatszijde de Eiken), een verticaal venster bij verkeersruimten en opvallende grote erkers ter plekke van de woonkamers.
Het buitengebied is op Drentse wijze ingericht eenvoudige gazons van de straat tot aan de gevel, onderbroken door een beukenhaag en enkele bomen tussen de drie bouwdelen.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting Hoeve Boschoord
Oplevering: 2008
BVO: 3000 m2
Het buitengebied is op Drentse wijze ingericht eenvoudige gazons van de straat tot aan de gevel, onderbroken door een beukenhaag en enkele bomen tussen de drie bouwdelen.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting Hoeve Boschoord
Oplevering: 2008
BVO: 3000 m2
Musikeum te Emmen
0758PDF_musikeum.pdf
Stichting Musikeum is opgericht door een groep muziekliefhebbers met als doel de Drentse muziekgeschiedenis zo breed mogelijk te laten zien en vooral te laten horen. Hiervoor wordt het Musikeum opgericht, een muziekcentrum met een museaal programma en met gelegenheid om levende muziek te spelen. In het gebouw worden de belangrijke muziekstromingen toegelicht, maar ook de rol van instrumenten en techniek in de muziek wil men laten zien en horen.
Door het muziekthema zichtbaar te maken in de lay-out van het gebouw maar ook daar buiten wordt het gebouw in het landschap verankerd. De aanzet voor de terreininrichting en de contouren van mogelijke uitbreidingen worden daarmee ook al gegeven. In het gebouw zijn de tentoonstellingsruimten geschakeld rond een open centrale ruimte. De open ruimte fungeert als algemene publieksruimte, vooral de mensen maken hier in het ‘oor’ het geluid. De binnenwand is tevens tentoonstellingsruimte met de muziekschatten opgesteld in de vitrines, deze geven doorkijkjes naar de achterliggende tentoonstelling.
0758PDF_musikeum.pdf
Stichting Musikeum is opgericht door een groep muziekliefhebbers met als doel de Drentse muziekgeschiedenis zo breed mogelijk te laten zien en vooral te laten horen. Hiervoor wordt het Musikeum opgericht, een muziekcentrum met een museaal programma en met gelegenheid om levende muziek te spelen. In het gebouw worden de belangrijke muziekstromingen toegelicht, maar ook de rol van instrumenten en techniek in de muziek wil men laten zien en horen.
Door het muziekthema zichtbaar te maken in de lay-out van het gebouw maar ook daar buiten wordt het gebouw in het landschap verankerd. De aanzet voor de terreininrichting en de contouren van mogelijke uitbreidingen worden daarmee ook al gegeven. In het gebouw zijn de tentoonstellingsruimten geschakeld rond een open centrale ruimte. De open ruimte fungeert als algemene publieksruimte, vooral de mensen maken hier in het ‘oor’ het geluid. De binnenwand is tevens tentoonstellingsruimte met de muziekschatten opgesteld in de vitrines, deze geven doorkijkjes naar de achterliggende tentoonstelling.
De opzet van geschakelde ruimtes geeft ook de mogelijkheid om verschillende indelingen voor tentoonstellingen te maken. Behalve tentoonstellen is er ruimte voor levende muziek. Op een prominente plaats, naast de entree, ligt een kleine zaal met een podium voor live muziek en het draaien van muziekfilms.
Op het podium kunnen de bands optreden die in de kelder een oefenruimte hebben, eventueel in combinatie met een studio. Met mooi weer wordt het buitenpodium gebruikt voor optredens en evenementen. Het Musikeum wil een duurzame basis zijn voor alle muziekliefhebbers, zowel de makers als de luisteraars.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting Musikeum
Jaar: 2007
BVO: 550 m2
Op het podium kunnen de bands optreden die in de kelder een oefenruimte hebben, eventueel in combinatie met een studio. Met mooi weer wordt het buitenpodium gebruikt voor optredens en evenementen. Het Musikeum wil een duurzame basis zijn voor alle muziekliefhebbers, zowel de makers als de luisteraars.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting Musikeum
Jaar: 2007
BVO: 550 m2
Visie Zorgcentrum te Leeuwarden
0753PDF_Zorgcentrum.pdf
Het betreft de nieuwbouw van een verpleegdependance aan het Kalverdijkje. In de stedenbouwkundige verkaveling is de contour van de nieuwbouw zo getekend dat er een gebouw zal ontstaan met een voorkant, met de entree vanuit de woonwijk, en een achterkant, met een gebouw voor de stadsverwarming en het parkeerterrein. De opdrachtgever heeft de wens dat het gebouw op vanzelfsprekende wijze onderdeel gaat worden van de woonwijk.
De locatie en het naastgelegen woonwijkje maken ook deel uit van een grotere recreatieve groenzone. Om beter tegemoet te komen aan de wens van de opdrachtgever is gekozen voor een aangepast stedenbouwkundig uitgangspunt. Het gebouw is alzijdig ontworpen, geen voor- en achterkant met een mogelijke doorgaande route door het gebouw. Hiermee wordt ook beter tegemoet gekomen aan de wens van de opdrachtgever dat het Centrum onderdeel gaat worden van de woonwijk.
0753PDF_Zorgcentrum.pdf
Het betreft de nieuwbouw van een verpleegdependance aan het Kalverdijkje. In de stedenbouwkundige verkaveling is de contour van de nieuwbouw zo getekend dat er een gebouw zal ontstaan met een voorkant, met de entree vanuit de woonwijk, en een achterkant, met een gebouw voor de stadsverwarming en het parkeerterrein. De opdrachtgever heeft de wens dat het gebouw op vanzelfsprekende wijze onderdeel gaat worden van de woonwijk.
De locatie en het naastgelegen woonwijkje maken ook deel uit van een grotere recreatieve groenzone. Om beter tegemoet te komen aan de wens van de opdrachtgever is gekozen voor een aangepast stedenbouwkundig uitgangspunt. Het gebouw is alzijdig ontworpen, geen voor- en achterkant met een mogelijke doorgaande route door het gebouw. Hiermee wordt ook beter tegemoet gekomen aan de wens van de opdrachtgever dat het Centrum onderdeel gaat worden van de woonwijk.
Het programma bestaat uit wooneenheden (6 kamers per eenheid/twee eenheden gekoppeld via huiskamer) waarin 24 plaatsen psychogeriatrie en 12 plaatsen somatiek (meer zelfstandige bewoner met eigen sanitair).
Men verblijft in een gesloten setting, waarbij het zwaartepunt ligt op het gemeenschappelijke deel van de woning, de huiskamer en de keuken. Om bescherming te kunnen bieden is gekozen voor gefaseerde overgangen van buiten naar binnen.
De entreedeur ligt terug van de verkeersruimte aan een kleine omsloten buitenruimte. De gemeenschappelijke woonkamer ligt aan een omsloten binnentuin. Deze binnentuin vormt de overgang tussen de woning en de buitenwereld.
Per afdeling is bij de interne organisatie ingespeeld op de verschillende mogelijkheden van de bewoners. De individuele woonslaapkamers liggen daarom of aan de binnentuin (introvert) of aan de buitengevel (extrovert). Het woonprogramma is alleen op de begane grond georganiseerd.
In de schematische plattegronden zijn de verschillen per afdeling zichtbaar in de organisatie van de kamers rondom de patio.
Men verblijft in een gesloten setting, waarbij het zwaartepunt ligt op het gemeenschappelijke deel van de woning, de huiskamer en de keuken. Om bescherming te kunnen bieden is gekozen voor gefaseerde overgangen van buiten naar binnen.
De entreedeur ligt terug van de verkeersruimte aan een kleine omsloten buitenruimte. De gemeenschappelijke woonkamer ligt aan een omsloten binnentuin. Deze binnentuin vormt de overgang tussen de woning en de buitenwereld.
Per afdeling is bij de interne organisatie ingespeeld op de verschillende mogelijkheden van de bewoners. De individuele woonslaapkamers liggen daarom of aan de binnentuin (introvert) of aan de buitengevel (extrovert). Het woonprogramma is alleen op de begane grond georganiseerd.
In de schematische plattegronden zijn de verschillen per afdeling zichtbaar in de organisatie van de kamers rondom de patio.
Om de verschillende wooneenheden herkenbaar te maken wordt het dak van de woonkamers uitgevoerd als lessenaardak waardoor een verticale accenten in de hoofdvolumes ontstaan.
Naast de verblijfeenheden wordt er ook een centrum voor dagbehandeling gebouwd. Deze is toegankelijk voor de bewoners alsook mensen van buiten.
Door de wooneenheden te verzelfstandigen per afdeling en per groep wordt de stedenbouwkundige setting in een groene zone versterkt. De relatie met de aansluitende woonwijk wordt gemaakt door de route door het centrum te leggen. Er worden twee modellen voorgesteld: het hofmodel, hierbij omsluiten de woongebouwen en het dagcentrum een binnenhof. Deze centrale ruimte maakt deel uit van de interne verkeersruimte en is van beide zijden toegankelijk.
In het clustermodel is het tussengebied geopend naar de groene omgeving en maakt deze ruimte uit van een doorgaande, langzaam verkeersroute. De route gaat tussen de afdelingen door en is publiek toegankelijk.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Habion
Jaar: 2007
Project: Stedenbouwkundig plan
Naast de verblijfeenheden wordt er ook een centrum voor dagbehandeling gebouwd. Deze is toegankelijk voor de bewoners alsook mensen van buiten.
Door de wooneenheden te verzelfstandigen per afdeling en per groep wordt de stedenbouwkundige setting in een groene zone versterkt. De relatie met de aansluitende woonwijk wordt gemaakt door de route door het centrum te leggen. Er worden twee modellen voorgesteld: het hofmodel, hierbij omsluiten de woongebouwen en het dagcentrum een binnenhof. Deze centrale ruimte maakt deel uit van de interne verkeersruimte en is van beide zijden toegankelijk.
In het clustermodel is het tussengebied geopend naar de groene omgeving en maakt deze ruimte uit van een doorgaande, langzaam verkeersroute. De route gaat tussen de afdelingen door en is publiek toegankelijk.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Habion
Jaar: 2007
Project: Stedenbouwkundig plan
DAAD Architecten wint besloten prijsvraag voor de nieuwbouw Dienstencentrum Landschapsbeheer Drenthe
0721PDF_dienstencentrum landschapsbeheer.pdf
Op dit moment zijn de gebouwen en voorzieningen van het Landschapsbeheer Drenthe over meerdere locaties verspreid. Met de geplande vestiging op het voormalige AZC-terrein te Hooghalen wordt het mogelijk alle diensten te concentreren op één plek. Behalve de nieuwbouw wordt ook het omliggende terrein ingericht met kweektuinen en een landschapstuin, die geschikt is als werkveld voor vrijwilligers en het geven van cursussen. De nieuwbouw komt tegemoet aan veranderende eisen van het werk, de efficiëntie van de organisatie en de vraag naar een informatief centrum met een representatieve functie.
Het gebouw bestaat uit één golvend dakvlak over drie verschillende volumes. De volumes voldoen aan de fysieke condities die worden gesteld aan de gehuisveste programma onderdelen. Zo is er een kantorendeel dat volledig geklimatiseerd wordt, een machine-uitgifte- en opslag, die slechts gedeeltelijk wordt verwarmd en een stallingruimte met een open gevel.
0721PDF_dienstencentrum landschapsbeheer.pdf
Op dit moment zijn de gebouwen en voorzieningen van het Landschapsbeheer Drenthe over meerdere locaties verspreid. Met de geplande vestiging op het voormalige AZC-terrein te Hooghalen wordt het mogelijk alle diensten te concentreren op één plek. Behalve de nieuwbouw wordt ook het omliggende terrein ingericht met kweektuinen en een landschapstuin, die geschikt is als werkveld voor vrijwilligers en het geven van cursussen. De nieuwbouw komt tegemoet aan veranderende eisen van het werk, de efficiëntie van de organisatie en de vraag naar een informatief centrum met een representatieve functie.
Het gebouw bestaat uit één golvend dakvlak over drie verschillende volumes. De volumes voldoen aan de fysieke condities die worden gesteld aan de gehuisveste programma onderdelen. Zo is er een kantorendeel dat volledig geklimatiseerd wordt, een machine-uitgifte- en opslag, die slechts gedeeltelijk wordt verwarmd en een stallingruimte met een open gevel.
De ruimtelijke eisen zijn vertaald in verschillende doorsneden die de benodigde hoogtes onder het dakvlak hebben vastgelegd. Door het dakvlak te vergroten tot één dak wordt uitdrukking gegeven aan het feit dat alle verschillende werkzaamheden door één organisatie worden verricht. Daarnaast ontstaan er extra, overdekte ruimtes tussen en boven de volumes die in de toekomst verder ingevuld kunnen worden. Dit levert op eenvoudige wijze flexibiliteit op zonder, dat in het geval van een uitbreiding, het gebouwvolume moet worden vergroot. Zolang er nog geen concrete invulling is kunnen de ruimtes worden gebruikt als werkplaats, overdekte cursusruimte, tijdelijke opslag e.d.
Door het gebruik van deze ruimtes wordt ook zichtbaar voor bezoekers waar het Landschapsbeheer Drenthe op dat moment mee bezig is. Het gebouw zal hierdoor steeds veranderen in de tijd.
Het dakvlak is op twee plaatsen, tussen de volumes, geknikt. Een knik in het verlengde van de toegangsweg, waar zich de hoofdentree van het gebouw bevindt. Hierdoor ontstaat een hoge representatieve onderdoorgang naar de tuinzijde en het achtererf. Aan deze zijde, vergelijkbaar met een achtererf, is ook een knik gemaakt zodat meer hoogte voor grote voertuigen bij de entree van de stalling ontstaat. Door het golvende dakvlak symboliseert het gebouw ook de landschappelijke betekenis van het terrein als ecologische verbindingszone tussen twee landschappen.
Door het gebruik van deze ruimtes wordt ook zichtbaar voor bezoekers waar het Landschapsbeheer Drenthe op dat moment mee bezig is. Het gebouw zal hierdoor steeds veranderen in de tijd.
Het dakvlak is op twee plaatsen, tussen de volumes, geknikt. Een knik in het verlengde van de toegangsweg, waar zich de hoofdentree van het gebouw bevindt. Hierdoor ontstaat een hoge representatieve onderdoorgang naar de tuinzijde en het achtererf. Aan deze zijde, vergelijkbaar met een achtererf, is ook een knik gemaakt zodat meer hoogte voor grote voertuigen bij de entree van de stalling ontstaat. Door het golvende dakvlak symboliseert het gebouw ook de landschappelijke betekenis van het terrein als ecologische verbindingszone tussen twee landschappen.
Het dak wordt eenvoudig en doelmatig geconstrueerd, met materialen die zo dicht mogelijk bij het werk van het Landschapsbeheer Drenthe staan en verwantschap tonen met agrarische schuren in de omgeving. De kolommen worden uitgevoerd als lariks stammen, de dakconstructie in hout afgedekt met dak van vezelcementplaat. De dichte gevels bestaan uit een beplating waarop houten lariks latten worden bevestigd. Ter plaatse van open gevels wordt een ventilerende lattenconstructie toegepast. Door de latten te laten terugkeren ontstaat er samenhang in de gevels van de verschillende programma’s. Het gebouw kan begroeien en voorzieningen voor vogels en vleermuizen opnemen, waardoor het als het ware letterlijk opgaat in het landschap.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Landschapsbeheer Drenthe
Verwachte oplevering: 2008
BVO: 1.065m2
Projectgegevens
Opdrachtgever: Landschapsbeheer Drenthe
Verwachte oplevering: 2008
BVO: 1.065m2
Woonboerderij te Niehoeve
0532PDF_Woonboerderij Niehove.pdf
In een voormalige boerderij in Middag Humsterland, op de terp van Frytum, is een woning ondergebracht. Het is een exemplarisch voorbeeld van nieuwe gebruik van een monumentale erfenis uit een agrarisch verleden. Van boerderijen als deze zullen er de komende twintig jaar nog duizenden vrijkomen. Transformatie tot bedrijfsgebouw, woning of een combinatie van beide kan een van de antwoorden leveren op het krimpvraagstuk.
De oude kop-hals-romp-boerderij is in de loop van de geschiedenis al vaker op pragmatische wijze verbouwd. Hoewel dit aan de buitenzijde niet direct zichtbaar is heeft dit in het interieur tot soms wonderlijke ontmoetingen van functies, ruimten en volumes geleid. Zo loopt de ‘hals’ door tot in de ‘romp’ (schuur) en is het aanzienlijke hoogteverschil van de terp in de gebouwen beleefbaar. Een lange, rechte route verbindt alle bouwdelen van de achtergevel van schuur tot voorhuis.
0532PDF_Woonboerderij Niehove.pdf
In een voormalige boerderij in Middag Humsterland, op de terp van Frytum, is een woning ondergebracht. Het is een exemplarisch voorbeeld van nieuwe gebruik van een monumentale erfenis uit een agrarisch verleden. Van boerderijen als deze zullen er de komende twintig jaar nog duizenden vrijkomen. Transformatie tot bedrijfsgebouw, woning of een combinatie van beide kan een van de antwoorden leveren op het krimpvraagstuk.
De oude kop-hals-romp-boerderij is in de loop van de geschiedenis al vaker op pragmatische wijze verbouwd. Hoewel dit aan de buitenzijde niet direct zichtbaar is heeft dit in het interieur tot soms wonderlijke ontmoetingen van functies, ruimten en volumes geleid. Zo loopt de ‘hals’ door tot in de ‘romp’ (schuur) en is het aanzienlijke hoogteverschil van de terp in de gebouwen beleefbaar. Een lange, rechte route verbindt alle bouwdelen van de achtergevel van schuur tot voorhuis.
De verbouw van het voorhuis en uitbreiding in de schuur met een keuken, patio, badkamers en slaapvertrekken werd in 2006 opgeleverd. De uitbreidingen van de woning in de schuur zijn amorf van karakter en borduren zo voort op de verbouwgeschiedenis van de boerderij.
Het idee van de boerderijschuur als grote paraplu waaronder losse, nieuwe volumes als meubels in de ruimte is een ontwerpconcept dat niet alleen ruimtelijk bijzondere kwaliteiten oplevert, maar ook bouwfysisch en in het gebruik buitengewoon goed past bij nieuwe gebruiksvormen van bestaande schuren.
De gehele schuur isoleren zou een situatie opleveren waarin de kap niet meer kan ventileren en een beetje bewegen (zoals een schuur doet), de draagconstructie ingepakt is en er een enorm volume warm gestookt zou moeten worden. Als interieurelementen zijn losse volumes onder kap eenvoudiger te maken, bouwfysisch te optimaliseren en bovendien laten zij de kap intact.
Het klimaat in de niet verwarmde ‘tussenruimte’ is zodanig dat hier het overgrote deel van het jaar allerlei onderdelen van het woonprogramma een plek zullen vinden.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Enno Zuidema
Oplevering: 2006
BVO: 140 m2
Het idee van de boerderijschuur als grote paraplu waaronder losse, nieuwe volumes als meubels in de ruimte is een ontwerpconcept dat niet alleen ruimtelijk bijzondere kwaliteiten oplevert, maar ook bouwfysisch en in het gebruik buitengewoon goed past bij nieuwe gebruiksvormen van bestaande schuren.
De gehele schuur isoleren zou een situatie opleveren waarin de kap niet meer kan ventileren en een beetje bewegen (zoals een schuur doet), de draagconstructie ingepakt is en er een enorm volume warm gestookt zou moeten worden. Als interieurelementen zijn losse volumes onder kap eenvoudiger te maken, bouwfysisch te optimaliseren en bovendien laten zij de kap intact.
Het klimaat in de niet verwarmde ‘tussenruimte’ is zodanig dat hier het overgrote deel van het jaar allerlei onderdelen van het woonprogramma een plek zullen vinden.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Enno Zuidema
Oplevering: 2006
BVO: 140 m2
De Walnoot te Boschoord
0504PDF_walnoot.pdf
In de nieuwe afdeling van Hoeve Boschoord worden 12 forensische SGLVG-behandelplaatsen gehuisvest, verdeelt over twee woongroepen van zes personen. Vanwege het potentiële vluchtrisico bij deze groep cliënten zijn de therapieruimten in het gebouw opgenomen, daarnaast was een afgesloten buitenruimte noodzakelijk. Het programma is om een binnentuin georganiseerd die, behalve als buitenruimte, ook als gecontroleerde vluchtruimte bij calamiteiten kan worden gebruikt. De individuele zit-/slaapkamers zijn aan weerszijden van de binnentuin in de twee langsvleugels geplaatst. Aan de oostzijde wordt de tuin afgesloten door de verschillende groepsruimten. Op de begane grond liggen de gemeenschappelijke woonkamers met zicht op de weilanden en een gemeenschappelijk terras in de binnentuin. Aan de westzijde van de binnentuin zijn de therapievoorzieningen opgenomen.
Via een centraal gecontroleerde entree komt men in de binnentuin vanwaar de afdelingen worden ontsloten. De therapieruimten beschikken ook nog over een eigen entree zodat cliënten van andere afdelingen hiervan gebruik kunnen maken.
0504PDF_walnoot.pdf
In de nieuwe afdeling van Hoeve Boschoord worden 12 forensische SGLVG-behandelplaatsen gehuisvest, verdeelt over twee woongroepen van zes personen. Vanwege het potentiële vluchtrisico bij deze groep cliënten zijn de therapieruimten in het gebouw opgenomen, daarnaast was een afgesloten buitenruimte noodzakelijk. Het programma is om een binnentuin georganiseerd die, behalve als buitenruimte, ook als gecontroleerde vluchtruimte bij calamiteiten kan worden gebruikt. De individuele zit-/slaapkamers zijn aan weerszijden van de binnentuin in de twee langsvleugels geplaatst. Aan de oostzijde wordt de tuin afgesloten door de verschillende groepsruimten. Op de begane grond liggen de gemeenschappelijke woonkamers met zicht op de weilanden en een gemeenschappelijk terras in de binnentuin. Aan de westzijde van de binnentuin zijn de therapievoorzieningen opgenomen.
Via een centraal gecontroleerde entree komt men in de binnentuin vanwaar de afdelingen worden ontsloten. De therapieruimten beschikken ook nog over een eigen entree zodat cliënten van andere afdelingen hiervan gebruik kunnen maken.
De hoge binnengevels rondom de binnentuin waren voorgeschreven in het p.v.e. Deze voorwaarde heeft geleid tot de karakteristieke dwarsdoorsnede in de langsvleugels. Het dak loopt in hoogte op van de buitengevel naar de gevel aan de binnentuin. De gemeenschappelijke gangruimte aan de binnentuinzijde heeft hierdoor extra hoogte gekregen, alsook de individuele zit-/slaapkamers. Het leidingtracé is weggewerkt in de verlaagde zone boven de sanitaire ruimten. De gevels aan de korte zijden van de binnentuin hadden door stapeling van het programma al voldoende hoogte.
Door het programma op deze wijze te organiseren kan het totale programma onder één aaneengesloten dakvolume worden gemaakt. Ook de installaties zijn door toepassing van een extra insteekverdieping binnen het volume geplaatst zodat opbouwen en grote onderbrekingen in het dakvlak zijn voorkomen.
Door het programma op deze wijze te organiseren kan het totale programma onder één aaneengesloten dakvolume worden gemaakt. Ook de installaties zijn door toepassing van een extra insteekverdieping binnen het volume geplaatst zodat opbouwen en grote onderbrekingen in het dakvlak zijn voorkomen.
Door de lagere gevelopstand van de langsgevels en de grote contouren van de kap sluit het gebouw aan bij de schaal van de overwegend agrarische bebouwing in de omgeving van Hoeve Boschoord. Een belangrijk verschil met de 'traditionele' boerderijschuren zit in de doorbreking van de noklijn ten behoeve van de binnentuin, waarmee een fragment van de binnengevel zichtbaar wordt. De schaal van de kopgevels is verkleind door de woonkamers en de therapievoorzieningen te laten uitsteken ten opzichte van de langsgevels. De entree van De Walnoot ligt in de oksel van het uitstekende therapiegebouw, gericht op het park en daarmee goed zichtbaar binnen het terrein van Hoeve Boschoord.
De gevels zijn uitgevoerd in een gemêleerd rood metselwerk met een terugliggende voeg. In het metselwerk wordt plaatselijk een sierverband toegepast om de entree te accentueren. Het dak wordt bekleed met grijze dakpannen. De gevelopeningen vormen de weerslag van het programma in het gebouw, de verschillen zijn expliciet zichtbaar gemaakt. De kozijnen worden in hout uitgevoerd, die overwegend terugliggend in de gevel zijn geplaatst waardoor de buitengevel als schil voelbaar wordt. In de binnentuin worden de verschillen nog versterkt door op een aantal plekken de kozijnen vlak in de gevel (de gangzone) of juist buiten de gevel te plaatsen. De kozijnen die hoog in de gevels zijn geplaatst om het licht binnen te halen zijn zo terughoudend mogelijk als een gat in de muur gedetailleerd.
De gevels zijn uitgevoerd in een gemêleerd rood metselwerk met een terugliggende voeg. In het metselwerk wordt plaatselijk een sierverband toegepast om de entree te accentueren. Het dak wordt bekleed met grijze dakpannen. De gevelopeningen vormen de weerslag van het programma in het gebouw, de verschillen zijn expliciet zichtbaar gemaakt. De kozijnen worden in hout uitgevoerd, die overwegend terugliggend in de gevel zijn geplaatst waardoor de buitengevel als schil voelbaar wordt. In de binnentuin worden de verschillen nog versterkt door op een aantal plekken de kozijnen vlak in de gevel (de gangzone) of juist buiten de gevel te plaatsen. De kozijnen die hoog in de gevels zijn geplaatst om het licht binnen te halen zijn zo terughoudend mogelijk als een gat in de muur gedetailleerd.
Het gebouw wordt omsloten door een gazon met incidentele bomen en sluit daarmee aan op de overige inrichting van de buitenruimte in Hoeve Boschoord. De binnentuin is zo afwisselend mogelijk ingericht. Naast de ontsluiting van de afdelingen is er gelegenheid voor de cliënten om te zitten, te wandelen en een balspel te doen.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting Hoeve Boschoord
Oplevering: december 2006
BVO: 1.500 m2
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting Hoeve Boschoord
Oplevering: december 2006
BVO: 1.500 m2
Vensterschool te Groningen
0243PDF_vensterschool.pdf
Het plan bestaat uit drie volumes (entree gebouw, school en kindercentrum).
De drie volumes zijn gekoppeld aan de bestaande gebouwen. Het entreegebouw aan de school, de nieuwe lokalen aan het gymlokaal en het kindercentrum aan de gemeentewerf. Hierdoor ontstaat, tussen deze nieuwe volumes, een groot en open middengebied.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Groningen, Dienst OCSW
Oplevering: 2005
BVO: 1.965 m2
0243PDF_vensterschool.pdf
Het plan bestaat uit drie volumes (entree gebouw, school en kindercentrum).
De drie volumes zijn gekoppeld aan de bestaande gebouwen. Het entreegebouw aan de school, de nieuwe lokalen aan het gymlokaal en het kindercentrum aan de gemeentewerf. Hierdoor ontstaat, tussen deze nieuwe volumes, een groot en open middengebied.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Groningen, Dienst OCSW
Oplevering: 2005
BVO: 1.965 m2
Vormingscentrum met Bed & breakfast te Oostwold
0641PDF_bedandbreakfast.pdf
De locatie voor het vormingscentrum met bed & breakfast kenmerkt zich door de relatie met het open landschap naar het Oldtambtmeer toe, de relatie met de intieme tuin en het hoogte verschil in het maaiveld. Het gebouw is zo ontworpen dat deze kenmerken worden verbonden en benut.
Het ontwerp is een compact gebouw waarin alle geklimatiseerde functies optimaal zijn ondergebracht. Het gebouw zelf is open en transparant. De gevels van de gezamenlijke functies zijn voorzien van veel glas en te openen delen naar buiten.
Om dit volume bevindt zich een half open huid van houten latten waarmee de verschillende overgangen met de omgeving kunnen worden geregisseerd.
0641PDF_bedandbreakfast.pdf
De locatie voor het vormingscentrum met bed & breakfast kenmerkt zich door de relatie met het open landschap naar het Oldtambtmeer toe, de relatie met de intieme tuin en het hoogte verschil in het maaiveld. Het gebouw is zo ontworpen dat deze kenmerken worden verbonden en benut.
Het ontwerp is een compact gebouw waarin alle geklimatiseerde functies optimaal zijn ondergebracht. Het gebouw zelf is open en transparant. De gevels van de gezamenlijke functies zijn voorzien van veel glas en te openen delen naar buiten.
Om dit volume bevindt zich een half open huid van houten latten waarmee de verschillende overgangen met de omgeving kunnen worden geregisseerd.
Op de begane grond is over de gehele lengte van het gebouw een ongeklimatiseerde binnenruimte gelegen. Deze ruimte, van ca 2,6 meter breed, heeft een multifunctionele functie dat door de seizoenen heen verschillend te gebruiken is.
In het voorjaar en herfst is het de verkeersruimte van de verschillende functies. Het heeft een klimaat dat overeenkomt met een wintertuin.
In de zomer kan de routing vrijwel geheel buiten het gebouw lopen. De multifunctionele ruimte kan geheel bij de functies van creatieve ruimte, vergaderruimte en keuken worden getrokken. Deze ruimten zijn hiermee direct aan het terras op het zuiden gelegen. Door de luifels te laten zakken kan de begane grond worden afgesloten met de half open gevel. Hierdoor kunnen de ruimten ook ’s nachts goed gekoeld worden.
In de winter kan deze ruimte soms te koud zijn om te verblijven. De geklimatiseerde ruimten kunnen frisse lucht aan deze ruimte onttrekken die niet zo koud is als de buitenlucht. De ontsluiting van de functies kan binnen het compacte volume plaatsvinden.
Door deze multifunctionele ruimte varieert de ervaring en het gebruik van het gebouw door de seizoenen heen.
In het voorjaar en herfst is het de verkeersruimte van de verschillende functies. Het heeft een klimaat dat overeenkomt met een wintertuin.
In de zomer kan de routing vrijwel geheel buiten het gebouw lopen. De multifunctionele ruimte kan geheel bij de functies van creatieve ruimte, vergaderruimte en keuken worden getrokken. Deze ruimten zijn hiermee direct aan het terras op het zuiden gelegen. Door de luifels te laten zakken kan de begane grond worden afgesloten met de half open gevel. Hierdoor kunnen de ruimten ook ’s nachts goed gekoeld worden.
In de winter kan deze ruimte soms te koud zijn om te verblijven. De geklimatiseerde ruimten kunnen frisse lucht aan deze ruimte onttrekken die niet zo koud is als de buitenlucht. De ontsluiting van de functies kan binnen het compacte volume plaatsvinden.
Door deze multifunctionele ruimte varieert de ervaring en het gebruik van het gebouw door de seizoenen heen.
De houten huid begint onder de bomen. Hier schermt het een terras af dat de entree van het gebouw vormt. Dit terras ligt aan de besloten tuin.
Het loopt omhoog langs de flauwe hellingbaan, geschikt voor rolstoelen, richting het meer. Op het bordes is prachtig zicht op het meer van de Blauwestad. De helling gaat verder naar het gebouw waar het uitkomt op de galerij. Hieraan zijn de yogaruimte en twee wooneenheden voor minder validen gelegen.
Hier, op de zuidgevel, functioneert deze huid als een zonwering. Door te openen delen ontstaan luifels en veranda’s waardoor de zon uit de binnenruimten wordt geweerd. Deze delen hebben grote afmetingen waardoor het gebouw ook op grotere afstand vanaf het meer leesbaar is. De verschillende delen zijn door de gebruikers zelf te openen. Door de veranderingen in de gevel communiceert het gebouw met haar omgeving.
De wooneenheden op de eerste en tweede verdieping hebben een woonkamer die geheel op het meer is gericht. De slaapkamers liggen aan de koele noordkant.
Het loopt omhoog langs de flauwe hellingbaan, geschikt voor rolstoelen, richting het meer. Op het bordes is prachtig zicht op het meer van de Blauwestad. De helling gaat verder naar het gebouw waar het uitkomt op de galerij. Hieraan zijn de yogaruimte en twee wooneenheden voor minder validen gelegen.
Hier, op de zuidgevel, functioneert deze huid als een zonwering. Door te openen delen ontstaan luifels en veranda’s waardoor de zon uit de binnenruimten wordt geweerd. Deze delen hebben grote afmetingen waardoor het gebouw ook op grotere afstand vanaf het meer leesbaar is. De verschillende delen zijn door de gebruikers zelf te openen. Door de veranderingen in de gevel communiceert het gebouw met haar omgeving.
De wooneenheden op de eerste en tweede verdieping hebben een woonkamer die geheel op het meer is gericht. De slaapkamers liggen aan de koele noordkant.
Tussen de hellingbaan en de westzijde van het volume is een ruimte ontstaan die een buitenkamer vormt. Direct gelegen aan de gemeenschappelijke keuken vormt het een besloten ontmoetingsplek, het hart van het gebouw. Op deze besloten plek kan tot laat in de avond worden gezeten, rondom een openhaard met zicht op het meer.
Projectgegevens
Opdrachtgever: dhr. W. Knigge
Oplevering: 2006
BVO: 525 m2
Projectgegevens
Opdrachtgever: dhr. W. Knigge
Oplevering: 2006
BVO: 525 m2
Dienstengebouw ‘de Punt’
0228PDF_de punt.pdf
Inleiding
Het pompgebouw in Nietap heeft als uitgangspunt gediend voor het ontwerp van dit ’dienstengebouw’. Het pompgebouw bestaat in essentie uit twee delen. Het gebouw en de vijver. Het bijzondere van de vijver is hier dat deze onderdeel uitmaakt van het gebouw. Het kantoor staat grotendeels in de vijver en de kademuren vormen plaatselijk één geheel met het gebouw. De verwevenheid van gebouw en vijver is naar ons idee een belangrijk middel om te laten zien dat het hier gaat om een gebouw voor het waterbedrijf. Het laat de tegenstelling zien tussen het ‘natuurlijke’ water en het door de mensenhand gezuiverde water zodat het geconsumeerd kan worden.
0228PDF_de punt.pdf
Inleiding
Het pompgebouw in Nietap heeft als uitgangspunt gediend voor het ontwerp van dit ’dienstengebouw’. Het pompgebouw bestaat in essentie uit twee delen. Het gebouw en de vijver. Het bijzondere van de vijver is hier dat deze onderdeel uitmaakt van het gebouw. Het kantoor staat grotendeels in de vijver en de kademuren vormen plaatselijk één geheel met het gebouw. De verwevenheid van gebouw en vijver is naar ons idee een belangrijk middel om te laten zien dat het hier gaat om een gebouw voor het waterbedrijf. Het laat de tegenstelling zien tussen het ‘natuurlijke’ water en het door de mensenhand gezuiverde water zodat het geconsumeerd kan worden.
Stedenbouw
Het waterbedrijf in Glimmen wil het terrein meer gaan beveiligen. Er is daarvoor een ‘poortgebouw’ nodig. Na analyse van mogelijke plekken voor het gebouw is door het waterbedrijf besloten om het ten oosten van de bomenlaan te plaatsen. Door het weg halen van het lage groen langs de Rijksweg zal dit gebouw ook zichtbaar zijn vanaf de straat. Gezien het aantal verkeers bewegingen op het terrein wordt de bomenlaan éénrichtingsverkeer. Terug rijd men aan de andere zijde van het gebouw langs, zodat men het gebouw van alle zijden zal ervaren.
Parkeren
Het parkeren is op dit moment verdeeld over een aantal gebieden op het terrein. Het is erg versnipperd en bepaalde parkeergebieden worden nauwelijks gebruikt. Ons voorstel is om voor alle werknemers (het laboratorium en de werkplaats) het parkeren te concentreren op de voormalige ‘brink’. Door niet de parkeerplaatsen in het groen rond de gebouwen te plaatsen, maar ze uit het zicht in het middengebied te concentreren wordt voorkomen dat een rommelig beeld ontstaat. Dit terrein wordt ingedeeld met behulp van groene ‘eilanden’ met daarin bomen. Op deze wijze worden zestig parkeerplaatsen gerealiseerd.
Het waterbedrijf in Glimmen wil het terrein meer gaan beveiligen. Er is daarvoor een ‘poortgebouw’ nodig. Na analyse van mogelijke plekken voor het gebouw is door het waterbedrijf besloten om het ten oosten van de bomenlaan te plaatsen. Door het weg halen van het lage groen langs de Rijksweg zal dit gebouw ook zichtbaar zijn vanaf de straat. Gezien het aantal verkeers bewegingen op het terrein wordt de bomenlaan éénrichtingsverkeer. Terug rijd men aan de andere zijde van het gebouw langs, zodat men het gebouw van alle zijden zal ervaren.
Parkeren
Het parkeren is op dit moment verdeeld over een aantal gebieden op het terrein. Het is erg versnipperd en bepaalde parkeergebieden worden nauwelijks gebruikt. Ons voorstel is om voor alle werknemers (het laboratorium en de werkplaats) het parkeren te concentreren op de voormalige ‘brink’. Door niet de parkeerplaatsen in het groen rond de gebouwen te plaatsen, maar ze uit het zicht in het middengebied te concentreren wordt voorkomen dat een rommelig beeld ontstaat. Dit terrein wordt ingedeeld met behulp van groene ‘eilanden’ met daarin bomen. Op deze wijze worden zestig parkeerplaatsen gerealiseerd.
Alle huidige parkeerplaatsen verdwijnen en worden weer opgenomen in de natuur. Het parkeren voor de werknemers van het ‘dienstengebouw’ is op de bezoekersparkeerplaats. Dit nieuwe parkeerterrein ten westen van de bomenlaan wordt met graskeien bestraat, zodat de groene uitstraling van het terrein niet wordt verstoord.
Het gebouw
Wat we zichtbaar willen maken met dit gebouw is het belang van water. We doen dit op twee manieren. Eén is het ontwerpen van een vijver verweven met het gebouw analoog aan het pompgebouw in Nietap. Twee is het zichtbaar maken van de regen in het gebouw. Voor de contouren van het gebouw en de uitsneden daarin zijn wolken een inspiratiebron geweest. De uitsneden halen de regen naar binnen zodat de regen in het hele gebouw wordt ervaren en men zich er van bewust zal zijn dat dit ons drinkwater wordt. Net als bij wolken waar het zonlicht doorheen schijnt zullen ook deze uitsneden het zonlicht tot in de vijver doorlaten. Al het water dat op het dak terecht komt en door de uitsneden valt komt in de vijver. De vijver is op deze manier onlosmakelijk met het gebouw verweven.
Het gebouw
Wat we zichtbaar willen maken met dit gebouw is het belang van water. We doen dit op twee manieren. Eén is het ontwerpen van een vijver verweven met het gebouw analoog aan het pompgebouw in Nietap. Twee is het zichtbaar maken van de regen in het gebouw. Voor de contouren van het gebouw en de uitsneden daarin zijn wolken een inspiratiebron geweest. De uitsneden halen de regen naar binnen zodat de regen in het hele gebouw wordt ervaren en men zich er van bewust zal zijn dat dit ons drinkwater wordt. Net als bij wolken waar het zonlicht doorheen schijnt zullen ook deze uitsneden het zonlicht tot in de vijver doorlaten. Al het water dat op het dak terecht komt en door de uitsneden valt komt in de vijver. De vijver is op deze manier onlosmakelijk met het gebouw verweven.
Om meer programma voor dit gebouw te vinden is besloten de oude kantine te slopen en de werkplekken, die nu in tijdelijke units is ondergebracht onder te brengen in dit gebouw. Daarnaast moet het mogelijk zijn om in de kantine grote groepen bezoekers te ontvangen.
Gezien het tweeledige programma is besloten een compact gebouw, geheel in metselwerk, over twee lagen te maken. Op de begane grond zijn de ontvangstbalie en de grote kantine gesitueerd. Op de verdieping bevinden zich alle kantoren.
Projectgegevens
Opdrachtgever : NV Waterbedrijf Groningen
Oplevering: 2005
BVO: 450 m2
Gezien het tweeledige programma is besloten een compact gebouw, geheel in metselwerk, over twee lagen te maken. Op de begane grond zijn de ontvangstbalie en de grote kantine gesitueerd. Op de verdieping bevinden zich alle kantoren.
Projectgegevens
Opdrachtgever : NV Waterbedrijf Groningen
Oplevering: 2005
BVO: 450 m2
Openbaar Ministerie, Assen
0027PDF_om assen.pdf
In 2000 kampte het Openbaar Ministerie in Assen met een fors ruimtegebrek en zocht een nieuw onderkomen in de nabijheid van de rechtbank aan de Brinkstraat. In opdracht van de Rijksgebouwendienst onderzocht DAAD de hergebruikmogelijkheden van een tegenover de rechtbank gelegen voormalige drukkerij.
Het sobere gebouw uit de jaren vijftig viel nauwelijks op in de gevelwand met winkels, woningen en een theater. Het bestond uit twee bouwlagen, had een breedte van 20 meter en was 30 meter diep. Alhoewel het vloeroppervlak feitelijk groot genoeg was om de 65 medewerkers van het OM te huisvesten, was er een probleem met daglicht en uitzicht. Slechts ondiepe stroken aan de voor– en achterzijde van het gebouw waren geschikt om er kantoorfuncties in onder te brengen, maar achter keek men uit op opslagruimte van belendende winkels en voor op de straat (privacy).
0027PDF_om assen.pdf
In 2000 kampte het Openbaar Ministerie in Assen met een fors ruimtegebrek en zocht een nieuw onderkomen in de nabijheid van de rechtbank aan de Brinkstraat. In opdracht van de Rijksgebouwendienst onderzocht DAAD de hergebruikmogelijkheden van een tegenover de rechtbank gelegen voormalige drukkerij.
Het sobere gebouw uit de jaren vijftig viel nauwelijks op in de gevelwand met winkels, woningen en een theater. Het bestond uit twee bouwlagen, had een breedte van 20 meter en was 30 meter diep. Alhoewel het vloeroppervlak feitelijk groot genoeg was om de 65 medewerkers van het OM te huisvesten, was er een probleem met daglicht en uitzicht. Slechts ondiepe stroken aan de voor– en achterzijde van het gebouw waren geschikt om er kantoorfuncties in onder te brengen, maar achter keek men uit op opslagruimte van belendende winkels en voor op de straat (privacy).
Het onderzoek van DAAD spitste zich toe op de vraag op welke manier een bij de oorspronkelijke opzet van het gebouw passende ruimtelijke indeling zou kunnen worden gevonden waarbij alle werkplekken voldoende daglicht en uitzicht zouden hebben. De oplossing volgde na bestudering van de structuur en de bouwgeschiedenis van het gebouw.
Het gebouw bestond uit twee delen. Het oudste deel met een breedte aan de straat van 14 meter had een zware, overgedimensioneerde kolommenstructuur.
Later was de resterende zes meter tussen de drukkerij en het pand van de buren ingevuld. Het voorstel van DAAD begon met sloop van dit meest recente bouwdeel. Hiermee ontstond een ruimte van zes bij dertig meter die als tuin kan worden ingericht en waarop alle werkplekken georiënteerd kunnen worden. Op de wand tegenover de kantoorruimten is een kunstwerk van Pjotr van Oorschot aangebracht. Het gesloopte oppervlak kon nieuw worden teruggebouwd op het dak van de bewaarde structuur. Toen in de loop van het ontwerpproces het programma groeide van 65 naar 85 werkplekken kon zelfs een tweede nieuwbouwlaag worden toegevoegd.
Het gebouw bestond uit twee delen. Het oudste deel met een breedte aan de straat van 14 meter had een zware, overgedimensioneerde kolommenstructuur.
Later was de resterende zes meter tussen de drukkerij en het pand van de buren ingevuld. Het voorstel van DAAD begon met sloop van dit meest recente bouwdeel. Hiermee ontstond een ruimte van zes bij dertig meter die als tuin kan worden ingericht en waarop alle werkplekken georiënteerd kunnen worden. Op de wand tegenover de kantoorruimten is een kunstwerk van Pjotr van Oorschot aangebracht. Het gesloopte oppervlak kon nieuw worden teruggebouwd op het dak van de bewaarde structuur. Toen in de loop van het ontwerpproces het programma groeide van 65 naar 85 werkplekken kon zelfs een tweede nieuwbouwlaag worden toegevoegd.
De beide nieuwbouwlagen hebben aan de tuinzijde (zuid) een lamellengevel om de zon buiten te houden. Op de begane grond en de eerste verdieping zijn de aanwezige openingen in de voormalige binnenwand gebruikt om nieuwe vensteropeningen te maken. De 80 cm diepe negge is gebruikt om de plastiek van de gevel te versterken en met forse kalven in de kozijnen het daglicht diep de ruimten in te reflecteren.
De dynamiek binnen het OM vraagt om een ruimtelijke organisatie die in staat is eenvoudig in te spelen op nieuwe programma’s. In het plan is hier op verschillende manieren op ingespeeld. Met computervloeren door het hele gebouw en een vrij indeelbare kantoorzone aan de tuin zijn veranderingen in indelingen gemakkelijk te accommoderen. De verkeersruimten vormen de ruggengraat van het gebouw. Zij hebben een verblijfskwaliteit gekregen en zijn ruim bemeten zodat er ook andere functies een plek kunnen vinden. Op elke verdieping is het contact met de omgeving op een andere manier vormgegeven.
De dynamiek binnen het OM vraagt om een ruimtelijke organisatie die in staat is eenvoudig in te spelen op nieuwe programma’s. In het plan is hier op verschillende manieren op ingespeeld. Met computervloeren door het hele gebouw en een vrij indeelbare kantoorzone aan de tuin zijn veranderingen in indelingen gemakkelijk te accommoderen. De verkeersruimten vormen de ruggengraat van het gebouw. Zij hebben een verblijfskwaliteit gekregen en zijn ruim bemeten zodat er ook andere functies een plek kunnen vinden. Op elke verdieping is het contact met de omgeving op een andere manier vormgegeven.
Het gebouw is rondom in metselwerk uitgevoerd, waarbij de tuin als buitenkamer van het OM is opgenomen. Kleine vensteropeningen in het metselwerk worden afgewisseld met bijzondere kozijnen op die plekken waar de verkeersruimte de buitengevel ontmoet. Met verschillende metselwerkverbanden en in het stucwerk van de tuinwanden is de hoogte van de bestaande drukkerij aangegeven.
Projectgegevens
Opdrachtgever: VROM Rijksgebouwendienst
Oplevering: 2004
BVO: 2.020 m2
Projectgegevens
Opdrachtgever: VROM Rijksgebouwendienst
Oplevering: 2004
BVO: 2.020 m2
Industrieel Complex te Boschoord
0038PDF_industrieel complex.pdf
Ter vervanging van de verouderde werkplaatsen heeft Hoeve Boschoord een nieuw industrieel complex gebouwd. De nieuwbouw vormt de noordwand van de toekomstige centrale Brink van het dorp Boschoord. Het complex, met buitenafmetingen van 46x38 meter, heeft een carrévorm rondom een patio van 23x21 meter en is samengesteld uit diverse hallen.
Het programma bestaat uit diverse werkplaatsen en magazijnen, een kantine, leslokalen en kantoren. Alle functies zijn gesitueerd rondom de patioruimte met een overdekte rondgang. Er is om drie redenen voor een dergelijke organisatie gekozen. Ten eerste kan op deze manier het complex ’s avonds eenvoudig worden afgesloten. Ten tweede is er weinig ontwerpverlies aan interne verkeersruimte. En tenslotte fungeert de patio ook als ontmoetingsruimte. De rondgang maakt het bovendien mogelijk dat goederen tijdelijk overdekt buiten worden opgesteld alvorens zij verder in of uit het complex worden getransporteerd, zonder dat dit vanaf de Brink een storend beeld oplevert.
0038PDF_industrieel complex.pdf
Ter vervanging van de verouderde werkplaatsen heeft Hoeve Boschoord een nieuw industrieel complex gebouwd. De nieuwbouw vormt de noordwand van de toekomstige centrale Brink van het dorp Boschoord. Het complex, met buitenafmetingen van 46x38 meter, heeft een carrévorm rondom een patio van 23x21 meter en is samengesteld uit diverse hallen.
Het programma bestaat uit diverse werkplaatsen en magazijnen, een kantine, leslokalen en kantoren. Alle functies zijn gesitueerd rondom de patioruimte met een overdekte rondgang. Er is om drie redenen voor een dergelijke organisatie gekozen. Ten eerste kan op deze manier het complex ’s avonds eenvoudig worden afgesloten. Ten tweede is er weinig ontwerpverlies aan interne verkeersruimte. En tenslotte fungeert de patio ook als ontmoetingsruimte. De rondgang maakt het bovendien mogelijk dat goederen tijdelijk overdekt buiten worden opgesteld alvorens zij verder in of uit het complex worden getransporteerd, zonder dat dit vanaf de Brink een storend beeld oplevert.
Aan de Brinkzijde zijn de meer publieke functies zoals kantine, leslokalen, kantoren en grafisch centrum gegroepeerd. Erachter liggen de werkplaatsen en magazijnen.
Het geheel is uitgevoerd in een eenvoudige hallenbouw structuur van stalen spanten met houten buitenbeschieting en aluminium golfplaatkap zoals de agrarische bebouwing in de regio. De gevels van de patio bestaan uit pui-invullingen, houten beschieting en werkplaatsdeuren uitgevoerd in naturel hout. De buitengevels in zwart gebeitst hout zijn grotendeels gesloten uitgevoerd met brede zichtvensters. De kolommen onder de overkapping van de rondgang zijn van schors ontdane boomstammen uit een belendend bosperceel.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting Hoeve Boschoord
Oplevering: 2004
BVO: 1.270 m2
Het geheel is uitgevoerd in een eenvoudige hallenbouw structuur van stalen spanten met houten buitenbeschieting en aluminium golfplaatkap zoals de agrarische bebouwing in de regio. De gevels van de patio bestaan uit pui-invullingen, houten beschieting en werkplaatsdeuren uitgevoerd in naturel hout. De buitengevels in zwart gebeitst hout zijn grotendeels gesloten uitgevoerd met brede zichtvensters. De kolommen onder de overkapping van de rondgang zijn van schors ontdane boomstammen uit een belendend bosperceel.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting Hoeve Boschoord
Oplevering: 2004
BVO: 1.270 m2
Medisch Psychiatrische Afdeling te Boschoord
0207PDF_MPA Plataan.pdf
Stedenbouw
Voor de stedenbouwkundige organisatie van ‘Hoeve Boschoord’ wordt het Drentse model van een Brinkdorp aangehouden. Dit vertaalt zich in Boschoord in een hoofdas waaraan, verdeeld over meerdere aan elkaar verbonden open ruimten, de belangrijke centrale functies gelegen zijn. De psychiatrische en somatische behandel- en stafafdeling en de cliënten-, personele en financiële administratie zijn functies die geheel Boschoord te dienste staan. Het is van belang dat zij zich duidelijk aan deze ‘Brink’ manifesteren. De administratie heeft als bijkomende functie ook nog een receptie voor bezoekers aan ‘Hoeve Boschoord’. Deze receptie, het eerste contactpunt voor onbekenden met ‘Hoeve Boschoord’, moet zowel aan de ‘Brink’ gelegen zijn, als goed zichtbaar zijn vanaf de parkeerplaats.
De nieuwe medisch psychiatrische behandelafdeling en de behandel- en stafafdeling zijn programmatisch een uitbreiding van de bestaande gebouwen van ‘de Eiken’. Door het verlengen van het U-vormige gebouw van de laatste uitbreiding van ‘de Eiken’ ontstaat de mogelijkheid om zowel goed aan te sluiten op de bestaan de bebouwing als om de kop van de nieuwbouw aan de ‘Brink’ te leggen. De bestaande bebouwing van ‘de Eiken’ bestaat uit twee lagen.
Om goed op deze bestaande bebouwing aan te sluiten zijn de cliënten-, personele en financiële administratie op de eerste verdieping geplaatst.
0207PDF_MPA Plataan.pdf
Stedenbouw
Voor de stedenbouwkundige organisatie van ‘Hoeve Boschoord’ wordt het Drentse model van een Brinkdorp aangehouden. Dit vertaalt zich in Boschoord in een hoofdas waaraan, verdeeld over meerdere aan elkaar verbonden open ruimten, de belangrijke centrale functies gelegen zijn. De psychiatrische en somatische behandel- en stafafdeling en de cliënten-, personele en financiële administratie zijn functies die geheel Boschoord te dienste staan. Het is van belang dat zij zich duidelijk aan deze ‘Brink’ manifesteren. De administratie heeft als bijkomende functie ook nog een receptie voor bezoekers aan ‘Hoeve Boschoord’. Deze receptie, het eerste contactpunt voor onbekenden met ‘Hoeve Boschoord’, moet zowel aan de ‘Brink’ gelegen zijn, als goed zichtbaar zijn vanaf de parkeerplaats.
De nieuwe medisch psychiatrische behandelafdeling en de behandel- en stafafdeling zijn programmatisch een uitbreiding van de bestaande gebouwen van ‘de Eiken’. Door het verlengen van het U-vormige gebouw van de laatste uitbreiding van ‘de Eiken’ ontstaat de mogelijkheid om zowel goed aan te sluiten op de bestaan de bebouwing als om de kop van de nieuwbouw aan de ‘Brink’ te leggen. De bestaande bebouwing van ‘de Eiken’ bestaat uit twee lagen.
Om goed op deze bestaande bebouwing aan te sluiten zijn de cliënten-, personele en financiële administratie op de eerste verdieping geplaatst.
Architectuur
In de architectonisch uitwerking van de drie gecombineerde nieuwe functies spelen twee uitgangspunten een hoofdrol:
- Door het verlengen van de bestaande bebouwing ontstaat een grote lengte van de zuidgevel die gelegen is aan het parkeerterrein. De grote lengte en de erg stedelijk uitstraling van deze gevel moet in verhouding gebracht worden met het veel kleinschaliger karakter van ‘Hoeve Boschoord’.
- De op de eerste verdieping gelegen administratie moet een goede en heldere toegang vanaf straatniveau krijgen.
Door tussen de lengte van het gebouw en het ritme van de kleine raamperforaties een nieuwe schaal met een eigen ordening toe te voegen ontstaat de mogelijkheid de gevel te relateren aan de ordening van geheel ‘Hoeve Boschoord’. Voor deze nieuwe schaal zijn vanuit het programma een aantal aanleidingen; de receptiefunctie op de begane grond, de kantoorfuncties op de eerste verdieping en de pantry met balkon bij de administratie.
In de architectonisch uitwerking van de drie gecombineerde nieuwe functies spelen twee uitgangspunten een hoofdrol:
- Door het verlengen van de bestaande bebouwing ontstaat een grote lengte van de zuidgevel die gelegen is aan het parkeerterrein. De grote lengte en de erg stedelijk uitstraling van deze gevel moet in verhouding gebracht worden met het veel kleinschaliger karakter van ‘Hoeve Boschoord’.
- De op de eerste verdieping gelegen administratie moet een goede en heldere toegang vanaf straatniveau krijgen.
Door tussen de lengte van het gebouw en het ritme van de kleine raamperforaties een nieuwe schaal met een eigen ordening toe te voegen ontstaat de mogelijkheid de gevel te relateren aan de ordening van geheel ‘Hoeve Boschoord’. Voor deze nieuwe schaal zijn vanuit het programma een aantal aanleidingen; de receptiefunctie op de begane grond, de kantoorfuncties op de eerste verdieping en de pantry met balkon bij de administratie.
Door de gevel bij de receptie te openen en het tochtportaal extra te benadrukken ontstaat een element dat zowel de aandacht trekt als mogelijkheid creëert om via een vide de relatie tussen straatniveau en verdieping te versterken. De grote pui en het balkon bij de pantry maakt een onderverdeling in de gevel. Door de kantoorramen, die functioneel afwijken van de andere ramen in de gevel, te vergroten en een eigen ritme te geven ontstaat een derde afwijkend element in de gevel. Hiermee is, ondanks de forse schaal van het geheel, een gebouw gemaakt dat aansluit bij het kleinschalig karakter van ‘Hoeve Boschoord’.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting Hoeve Boschoord
Oplevering: 2004
BVO: 1625 m2
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting Hoeve Boschoord
Oplevering: 2004
BVO: 1625 m2
Prijsvraag Sennemalocatie te Winsum
0415PDF_sennema locatie.pdf
In de dorpskom van Winsum ligt een relatief groot, ontoegankelijk gebied met de achterkanten van gedateerde, eenvoudige en functionele bebouwing. In een meervoudige opdracht is DAAD gevraagd een visie voor dit gebied te ontwikkelen. Voor DAAD ligt de opgave in het versterken van de kwaliteit van de openbare ruimte in de dorpskom middels invoeging van een relatief grootschalig programma.
Het plan bestaat uit een compact bouwvolume met vier verschillende voorkanten. Een kadewand met ateliers en een rij woningen, een straatwand met volumes in de schaal van de bestaande woningen, een nieuwe gevel van het schoolplein en een ‘onzichtbare’ gevel achter de bestaande bebouwing. Het geheel is vormgegeven als een sculpturaal blok in metselwerk en hout. De bewerking van de onderdelen is aangesloten op maat, sfeer en karakter van de bestaande bebouwing in de dorpskern van Winsum.
Projectgegevens
Jaar : 2004
Project : prijsvraag
0415PDF_sennema locatie.pdf
In de dorpskom van Winsum ligt een relatief groot, ontoegankelijk gebied met de achterkanten van gedateerde, eenvoudige en functionele bebouwing. In een meervoudige opdracht is DAAD gevraagd een visie voor dit gebied te ontwikkelen. Voor DAAD ligt de opgave in het versterken van de kwaliteit van de openbare ruimte in de dorpskom middels invoeging van een relatief grootschalig programma.
Het plan bestaat uit een compact bouwvolume met vier verschillende voorkanten. Een kadewand met ateliers en een rij woningen, een straatwand met volumes in de schaal van de bestaande woningen, een nieuwe gevel van het schoolplein en een ‘onzichtbare’ gevel achter de bestaande bebouwing. Het geheel is vormgegeven als een sculpturaal blok in metselwerk en hout. De bewerking van de onderdelen is aangesloten op maat, sfeer en karakter van de bestaande bebouwing in de dorpskern van Winsum.
Projectgegevens
Jaar : 2004
Project : prijsvraag
Dierenkliniek te Ommen
0014PDF_dierenkliniek de kompaan.pdf
Op een nieuw industrieterrein in Ommen wil de dierenarts een nieuwe praktijk starten. Om de kosten te drukken in de beginfase zal een deel van de praktijk ingericht worden als woning voor de familie van de arts. In een later stadium kan dit deel omgebouwd worden voor de praktijk.
Het programma van eisen voor het gebouw is:
• Entree met receptie
• Wachtkamer
• Operatiekamers
• Honden- en kattenverblijven
• Kantoor
Een belangrijke eis van de opdrachtgever was dat het gebouw geen steriele sfeer mag hebben.
Het concept van het gebouw gaat uit van de cirkel van leven en dood. Rond een patio zijn alle ruimten gerangschikt. In de patio staat een grote boom die ‘het leven’ symboliseert. De bezoeker kan een cirkelgang maken rond deze boom. De boom die hoop of troost geeft.
Projectgegevens
Opdrachtgever : De Kompaan
Oplevering : 2003
BVO : 530 m2
0014PDF_dierenkliniek de kompaan.pdf
Op een nieuw industrieterrein in Ommen wil de dierenarts een nieuwe praktijk starten. Om de kosten te drukken in de beginfase zal een deel van de praktijk ingericht worden als woning voor de familie van de arts. In een later stadium kan dit deel omgebouwd worden voor de praktijk.
Het programma van eisen voor het gebouw is:
• Entree met receptie
• Wachtkamer
• Operatiekamers
• Honden- en kattenverblijven
• Kantoor
Een belangrijke eis van de opdrachtgever was dat het gebouw geen steriele sfeer mag hebben.
Het concept van het gebouw gaat uit van de cirkel van leven en dood. Rond een patio zijn alle ruimten gerangschikt. In de patio staat een grote boom die ‘het leven’ symboliseert. De bezoeker kan een cirkelgang maken rond deze boom. De boom die hoop of troost geeft.
Projectgegevens
Opdrachtgever : De Kompaan
Oplevering : 2003
BVO : 530 m2
Aanleginrichting autobrug te Vlieland
0041PDF_autobrugvlieland.pdf
De aanleginrichting is een brugdek dat aan één zijde scharnierend bevestigd is aan de wal en aan de andere zijde omhoog en omlaag kan bewegen. Bij wisselende waterstanden kunnen de veerboten zo altijd aanmeren en kunnen de mensen gemakkelijk van de wal op het schip komen. Hoog boven het brugdek staat, op vier palen, een ruimte met daarin de motor die het brugdek op en neer kan doen bewegen doormiddel van staalkabels. Op het vaste land en bij alle eilanden staat een dergelijke aanleginrichting.
Alleen op het eiland Vlieland staat nog een hele oude inrichting die aan vervangen toe is.
Allereerst was het de bedoeling de standaard aanleginrichting met de motorruimte geheel uit witkunststof op het eiland te plaatsen. Voor de eilandbewoners was dit echter geen optie.
Rijkswaterstaat heeft daarom aan DAAD Architecten gevraagd om de aanleginrichting anders vorm te geven.
De speelruimte voor ons was klein omdat het principe van het brugdek en de motor op hoge palen gehandhaafd blijft. Wat overblijft, is het vormgeven van de motorruimte en de kleuren te bepalen van de rest.
Doel van DAAD Architecten was om de motorruimte minder opvallend te doen laten zijn. We hebben gekozen voor een glazen behuizing in een stalen kader.
Hierdoor is het mogelijk door de ruimte heen te kijken en verandert de sfeer, de kleur van het gebouw afhankelijk van het licht.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Rijkswaterstaat
Oplevering: 2003
0041PDF_autobrugvlieland.pdf
De aanleginrichting is een brugdek dat aan één zijde scharnierend bevestigd is aan de wal en aan de andere zijde omhoog en omlaag kan bewegen. Bij wisselende waterstanden kunnen de veerboten zo altijd aanmeren en kunnen de mensen gemakkelijk van de wal op het schip komen. Hoog boven het brugdek staat, op vier palen, een ruimte met daarin de motor die het brugdek op en neer kan doen bewegen doormiddel van staalkabels. Op het vaste land en bij alle eilanden staat een dergelijke aanleginrichting.
Alleen op het eiland Vlieland staat nog een hele oude inrichting die aan vervangen toe is.
Allereerst was het de bedoeling de standaard aanleginrichting met de motorruimte geheel uit witkunststof op het eiland te plaatsen. Voor de eilandbewoners was dit echter geen optie.
Rijkswaterstaat heeft daarom aan DAAD Architecten gevraagd om de aanleginrichting anders vorm te geven.
De speelruimte voor ons was klein omdat het principe van het brugdek en de motor op hoge palen gehandhaafd blijft. Wat overblijft, is het vormgeven van de motorruimte en de kleuren te bepalen van de rest.
Doel van DAAD Architecten was om de motorruimte minder opvallend te doen laten zijn. We hebben gekozen voor een glazen behuizing in een stalen kader.
Hierdoor is het mogelijk door de ruimte heen te kijken en verandert de sfeer, de kleur van het gebouw afhankelijk van het licht.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Rijkswaterstaat
Oplevering: 2003
Duurzame landbouwschuren
0140PDF_Duurzame landbouwschuren.pdf
Het platteland ondergaat ingrijpende wijzigingen. Waar eeuwenlange traditie borg stond voor een onveranderlijk beeld met regionale verschillen leiden noodzakelijke schaalvergroting, herverkavelingoperaties, veeziektes en nieuwe technologieën tot een plattelandsdynamiek die zich qua impact kan meten met veranderingsprocessen in en rond de stad. Met deze ontwikkeling komen niet alleen de relaties tussen boerderij, erf en landschap onder druk te staan, maar dreigt ook de diversiteit uit het Nederlands agrarisch landschap te verdwijnen. Behalve gebrek aan oog voor bebouwings- en omgevingskwaliteit kan de agrarische sector als geheel het verwijt gemaakt worden de discussie rond duurzaamheid, die in woning- en utiliteitsbouw al grotendeels is uitgekristalliseerd, tot op heden nauwelijks te hebben willen voeren.
Het onderzoek is niet gericht op het onzichtbaar maken van de bebouwing, noch op het beschrijven van de ondergrens van de kwaliteit ervan. Ook het terugvinden van beelden die in het verleden zijn ontstaan vanuit de organisatie van het toenmalige boerenbedrijf, lokale materialen of bouwtraditie lijkt ons voor de toekomst van de dynamische bedrijfstak weinig relevant.
0140PDF_Duurzame landbouwschuren.pdf
Het platteland ondergaat ingrijpende wijzigingen. Waar eeuwenlange traditie borg stond voor een onveranderlijk beeld met regionale verschillen leiden noodzakelijke schaalvergroting, herverkavelingoperaties, veeziektes en nieuwe technologieën tot een plattelandsdynamiek die zich qua impact kan meten met veranderingsprocessen in en rond de stad. Met deze ontwikkeling komen niet alleen de relaties tussen boerderij, erf en landschap onder druk te staan, maar dreigt ook de diversiteit uit het Nederlands agrarisch landschap te verdwijnen. Behalve gebrek aan oog voor bebouwings- en omgevingskwaliteit kan de agrarische sector als geheel het verwijt gemaakt worden de discussie rond duurzaamheid, die in woning- en utiliteitsbouw al grotendeels is uitgekristalliseerd, tot op heden nauwelijks te hebben willen voeren.
Het onderzoek is niet gericht op het onzichtbaar maken van de bebouwing, noch op het beschrijven van de ondergrens van de kwaliteit ervan. Ook het terugvinden van beelden die in het verleden zijn ontstaan vanuit de organisatie van het toenmalige boerenbedrijf, lokale materialen of bouwtraditie lijkt ons voor de toekomst van de dynamische bedrijfstak weinig relevant.
De studie is vertrokken vanuit het idee dat het eigentijdse agrarische bedrijf samen met duurzame architectuur en landschap genoeg potentie hebben om een nieuwe regionaliteit te bewerkstelligen.
Onze totale ervaringsruimte is onder te verdelen in een drietal gebieden: een intieme zone van handelen, een wijdere zone van lopen en een uitgestrekte zone van zien. De ervaringsruimte is dus een samengestelde ruimte, een superpositie van steeds groter wordende ruimtes. Deze drievoudigheid van de ervaringsruimte heeft haar architectonische consequenties: zij vereist een drievoudige afbakening van de ruimte; de cella, het hof en het domein.
Vertaald naar een agrarisch landschap zijn de cella, het hof en het domein: de boerderij, het erf en het open land. In de ruimtelijke opbouw van het landschap is de verhouding tussen deze drie bepalend. Lange tijd is deze verhouding harmonieus en constant geweest. De agrarische bedrijvigheid in Nederland, gerelateerd aan bodemgesteldheid, kon zich eeuwenlang prima redden met beproefde middelen en bebouwing.
Onze totale ervaringsruimte is onder te verdelen in een drietal gebieden: een intieme zone van handelen, een wijdere zone van lopen en een uitgestrekte zone van zien. De ervaringsruimte is dus een samengestelde ruimte, een superpositie van steeds groter wordende ruimtes. Deze drievoudigheid van de ervaringsruimte heeft haar architectonische consequenties: zij vereist een drievoudige afbakening van de ruimte; de cella, het hof en het domein.
Vertaald naar een agrarisch landschap zijn de cella, het hof en het domein: de boerderij, het erf en het open land. In de ruimtelijke opbouw van het landschap is de verhouding tussen deze drie bepalend. Lange tijd is deze verhouding harmonieus en constant geweest. De agrarische bedrijvigheid in Nederland, gerelateerd aan bodemgesteldheid, kon zich eeuwenlang prima redden met beproefde middelen en bebouwing.
Na-oorlogse schaalvergroting en ruilverkavelingen leverden de eerste grote veranderingen in het landschap. Met de invoering van kunstmest en nieuwe technologieën in landbouw en veeteelt zijn de bedrijven footloose geworden en ontstaan nieuwe gebruikspatronen. De ontwikkelingen zijn niet alleen onontkoombaar en onomkeerbaar, de potentie van hoge dynamiek in het agrarisch bedrijf is wellicht de redding ervan en moet derhalve als positieve kracht worden gezien. De vraag is eerder hoe we opnieuw een evenwicht kunnen vinden tussen de cella, het hof en het domein.
“Hij houdt van het geometrische landschap, van de rijen populieren in streng gelid met vijftien passen tussen elke stam. Wat recht is, is mooi. Een eik in het veld zou hier passen als een cirkel in een werk van Mondriaan. De kleiboeren zijn schepper naast God, maar omdat ze iets minder zeker van hun zaak zijn, leggen ze slingertûnen aan met niervormige vijvers en ovale bloemperken – als tegenwicht voor de strakke akkers.”
(De Graanrepubliek, p.16, Frank Westerman 1999)
Informatiepunt Duurzaam Bouwen - 2006.pdf
Projectgegevens
Opdrachtgever: Informatiepunt Duurzaam Bouwen
Jaar: 2002
Project: Studie
“Hij houdt van het geometrische landschap, van de rijen populieren in streng gelid met vijftien passen tussen elke stam. Wat recht is, is mooi. Een eik in het veld zou hier passen als een cirkel in een werk van Mondriaan. De kleiboeren zijn schepper naast God, maar omdat ze iets minder zeker van hun zaak zijn, leggen ze slingertûnen aan met niervormige vijvers en ovale bloemperken – als tegenwicht voor de strakke akkers.”
(De Graanrepubliek, p.16, Frank Westerman 1999)
Informatiepunt Duurzaam Bouwen - 2006.pdf
Projectgegevens
Opdrachtgever: Informatiepunt Duurzaam Bouwen
Jaar: 2002
Project: Studie
Zorgboerderij De Wiede te Veendam
0224PDF_zorgboerderij de wiede.pdf
Inleiding
In opdracht van de Provincie Groningen hebben wij een onderzoek naar duurzame landbouwschuren in het Oldambt verricht. Hierin stonden de volgende vragen centraal:
1) Hoe kunnen duurzaam bouwen en agrarische bedrijvigheid bij elkaar worden gebracht?
2) Hoe komt het dat huidige nieuwbouwschuren van Zeeland tot Groningen op elkaar lijken; wat kunnen begrippen als regionaliteit en streekeigenheid vandaag de dag betekenen?
3) Hoe komt het dat de plaatsing van nieuwe schuren doorgaans geen verrijking voor het landschap betekent?
Wij situeren de problemen van de verdwijning van diversiteit uit het Nederlandse agrarische landschap en het feit dat nieuwe schuren doorgaans een storend beeld opleveren in de verstoorde relatie tussen boerderij, erf en land. In de studie, die uitmondde in een model voor een nieuwe boerderij zonder plek of programma, onderzochten wij de transformatie van bedrijfsprocessen als gevolg waarvan een nieuwe verhouding tussen boerderij, erf en land zou kunnen ontstaan. Hierin werden nieuwe kansen voor architectuur en duurzaam bouwen ontdekt.
Als vervolg op de studie is in een meervoudige opdracht een concreet project uitgewerkt. Het betreft de nieuw te bouwen biologische zorgboerderij “de Wiede” op een locatie tussen Veendam en Muntendam.
0224PDF_zorgboerderij de wiede.pdf
Inleiding
In opdracht van de Provincie Groningen hebben wij een onderzoek naar duurzame landbouwschuren in het Oldambt verricht. Hierin stonden de volgende vragen centraal:
1) Hoe kunnen duurzaam bouwen en agrarische bedrijvigheid bij elkaar worden gebracht?
2) Hoe komt het dat huidige nieuwbouwschuren van Zeeland tot Groningen op elkaar lijken; wat kunnen begrippen als regionaliteit en streekeigenheid vandaag de dag betekenen?
3) Hoe komt het dat de plaatsing van nieuwe schuren doorgaans geen verrijking voor het landschap betekent?
Wij situeren de problemen van de verdwijning van diversiteit uit het Nederlandse agrarische landschap en het feit dat nieuwe schuren doorgaans een storend beeld opleveren in de verstoorde relatie tussen boerderij, erf en land. In de studie, die uitmondde in een model voor een nieuwe boerderij zonder plek of programma, onderzochten wij de transformatie van bedrijfsprocessen als gevolg waarvan een nieuwe verhouding tussen boerderij, erf en land zou kunnen ontstaan. Hierin werden nieuwe kansen voor architectuur en duurzaam bouwen ontdekt.
Als vervolg op de studie is in een meervoudige opdracht een concreet project uitgewerkt. Het betreft de nieuw te bouwen biologische zorgboerderij “de Wiede” op een locatie tussen Veendam en Muntendam.
De Wiede
De zorgboerderij maakt onderdeel uit van het natuurontwikkelingsgebied “De Wiede”. Dit gebied, 75 ha. groot, wordt aan vier zijden omsloten door wegen met lintbebouwing. De bouwlocatie voor de zorgboerderij ligt in de zuidoostelijke hoek van het gebied, net achter de eerste rij met boerderijen, woningen en bedrijven, onzichtbaar vanaf de weg. Gezien deze positie kan de plek onzes inziens dan ook niet als onderdeel van het lint worden gezien, maar moet het als onderdeel van het natuurontwikkelingsgebied worden beschouwd. Dit heeft niet alleen gevolgen voor erfinrichting, maar ook voor de situering en positionering van de gebouwen.
Het programma van de zorgboerderij is complex van aard. Het bevat naast een professionele geitenboerderij met een woonhuis, een aantal gebouwen waaronder kantine, kantoor en werkruimten. Bovendien zijn er een groot aantal secundaire onderdelen zoals houtkapschuur, mestplaat, machinestalling, kas, stro- en voederopslag. Bezoekers moeten er, met in acht name van de hygiënische voorschriften, een kijkje kunnen nemen en wandelen verder door het natuurgebied.
Gezien het feit dat de belangrijkste functie van het complex het werken, leren en genieten op het land is, is ruimte tussen de gebouwen minstens even belangrijk als ontwerpopgave, als die van de gebouwen zelf. De relatie van erf met landschap is gelijkwaardig aan de relatie tussen erf en gebouwen.
In ons voorstel is het gehele erf dan ook als ontwerpopgave opgevat; er is geen onderscheid gemaakt tussen bebouwd of onbebouwd, binnen of buiten, landschap of architectuur. Het geheel schept voorwaarden voor ontmoeting tussen mens en dier, bezoeker en medewerker en functioneert als een eigentijds voorbeeld van een nieuw, complex agrarisch zorgprogramma.
De zorgboerderij maakt onderdeel uit van het natuurontwikkelingsgebied “De Wiede”. Dit gebied, 75 ha. groot, wordt aan vier zijden omsloten door wegen met lintbebouwing. De bouwlocatie voor de zorgboerderij ligt in de zuidoostelijke hoek van het gebied, net achter de eerste rij met boerderijen, woningen en bedrijven, onzichtbaar vanaf de weg. Gezien deze positie kan de plek onzes inziens dan ook niet als onderdeel van het lint worden gezien, maar moet het als onderdeel van het natuurontwikkelingsgebied worden beschouwd. Dit heeft niet alleen gevolgen voor erfinrichting, maar ook voor de situering en positionering van de gebouwen.
Het programma van de zorgboerderij is complex van aard. Het bevat naast een professionele geitenboerderij met een woonhuis, een aantal gebouwen waaronder kantine, kantoor en werkruimten. Bovendien zijn er een groot aantal secundaire onderdelen zoals houtkapschuur, mestplaat, machinestalling, kas, stro- en voederopslag. Bezoekers moeten er, met in acht name van de hygiënische voorschriften, een kijkje kunnen nemen en wandelen verder door het natuurgebied.
Gezien het feit dat de belangrijkste functie van het complex het werken, leren en genieten op het land is, is ruimte tussen de gebouwen minstens even belangrijk als ontwerpopgave, als die van de gebouwen zelf. De relatie van erf met landschap is gelijkwaardig aan de relatie tussen erf en gebouwen.
In ons voorstel is het gehele erf dan ook als ontwerpopgave opgevat; er is geen onderscheid gemaakt tussen bebouwd of onbebouwd, binnen of buiten, landschap of architectuur. Het geheel schept voorwaarden voor ontmoeting tussen mens en dier, bezoeker en medewerker en functioneert als een eigentijds voorbeeld van een nieuw, complex agrarisch zorgprogramma.
Delen van de kavel kunnen onmiddellijk worden bebost, andere delen blijven open of worden bebouwd. Nuttige en sierbomen wisselen elkaar af. De bebouwing vormt soms samen met bomen een pleinwand, staat dan weer solitair in de open ruimte of is onderdeel van een bosje. Sommige daken zijn begroeid, klimplanten worden als gevelbekleding gebruikt evenals de opslag van bijvoorbeeld stro en hout. De scheidslijn tussen natuurlijke en cultuurrijke elementen verdwijnt.
Projectgegevens
Opdrachtgever : Provincie Groningen i.s.m. Informatiepunt Duurzaam Bouwen Groningen
Jaar : 2002
Projectgegevens
Opdrachtgever : Provincie Groningen i.s.m. Informatiepunt Duurzaam Bouwen Groningen
Jaar : 2002
Centrumplan Ede
9615PDF_centrumplan ede.pdf
Binnen het stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteitplan van de stedenbouwkundige Kandikar en de gemeente Ede is een uitbreiding van het winkelcentrum met bovenwoningen gerealiseerd.
Programma
100 woningen, 12000 m2 winkels, 400 parkeerplaatsen in parkeergarage.
Architectuur en stedenbouw
Kenmerkend voor deze locatie in Ede zijn de grote hoogteverschillen tussen het beoogde winkelcentrum en de geplande woonwijk. Hiervan wordt in ons plan gebruik gemaakt door het maaiveld vanuit de woonwijk door te laten lopen, zodat hier onder aan de zijde van het winkelcentrum ruimte ontstaat voor de grootschalige winkels. Hiermee wordt bereikt dat de woningen boven de winkels vanaf het maaiveld toegankelijk zijn. Vanuit de woningen heeft men niet, zoals vaak gebruikelijk, zicht op het dak van de winkels maar kijkt men uit op een prachtig parkachtig landschap. Tevens blijft op deze wijze iets van de kleine schaal van het bestaande winkelcentrum gehandhaafd.
Projectgegevens
Opdrachtgever: ING Vastgoed BV Den Haag
Oplevering: 2001
BVO: 36.800 m2
9615PDF_centrumplan ede.pdf
Binnen het stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteitplan van de stedenbouwkundige Kandikar en de gemeente Ede is een uitbreiding van het winkelcentrum met bovenwoningen gerealiseerd.
Programma
100 woningen, 12000 m2 winkels, 400 parkeerplaatsen in parkeergarage.
Architectuur en stedenbouw
Kenmerkend voor deze locatie in Ede zijn de grote hoogteverschillen tussen het beoogde winkelcentrum en de geplande woonwijk. Hiervan wordt in ons plan gebruik gemaakt door het maaiveld vanuit de woonwijk door te laten lopen, zodat hier onder aan de zijde van het winkelcentrum ruimte ontstaat voor de grootschalige winkels. Hiermee wordt bereikt dat de woningen boven de winkels vanaf het maaiveld toegankelijk zijn. Vanuit de woningen heeft men niet, zoals vaak gebruikelijk, zicht op het dak van de winkels maar kijkt men uit op een prachtig parkachtig landschap. Tevens blijft op deze wijze iets van de kleine schaal van het bestaande winkelcentrum gehandhaafd.
Projectgegevens
Opdrachtgever: ING Vastgoed BV Den Haag
Oplevering: 2001
BVO: 36.800 m2
Service Centrum Oost te Enschede
9827PDF_service centrum oost Enschede.pdf
"Op twee manieren kun je Despina bereiken: per schip op per kameel. De stad ziet er ander uit voor wie over land komt dan voor wie over zee komt. De kameeldrijver ziet aan de horizon aan de hoogvlakte de puntige daken van wolkenkrabbers en radarantennes opdoemen, rood&witte windzakken wapperen, schoorstenen rook uit spuwen, en denkt aan een schip; hij weet dat het een stad is maar hij ziet haar voor zich als een schip dat hem weg zal voeren uit de woestijn; een zeilschip dat op het punt staat uit te varen, terwijl de wind de nog niet losgemaakte zeilen bolt, of een stoomboot waarvan de ketel trilt in het ijzeren ruim; en hij denkt aan alle havens, aan de handelswaar van overzee die op de kaden gelost wordt, aan de kroegen waar bemanningsleden van verschillende vlag flessen op elkaars hoofden stukslaan, aan verlichte benedenvensters, met achter elk een vrouw die haar haar kamt. In de nevel van de kust ontwaart de zeeman de vorm van een kamelenrug, van een geborduurd zadel met glanzende franje tussen twee gevlekte bulten die schommelend voortgaan; hij weet dat het een stad is maar hij ziet haar voor zich als een kameel met leren zakken aan het zadel, en zadeltassen met gekonfijt fruit, dadelwijn, tabaksbladeren, en hij ziet zich al aan het hoofd van een lange karavaan die hem wegvoert uit de zeewoestijn, naar oases met zoet water in de gekartelde schaduw van palmen, naar paleizen met dikke gepleisterde muren, met betegelde binnenplaatsen waar danseressen met blote voeten dansen en hun armen bewegen, een beetje binnen en een beetje buiten hun sluier. Iedere stad krijgt haar vorm door de woestijn waaraan zij tegengesteld is; zo zien de kameeldrijver en de zeeman Despina, grensstad tussen twee woestijnen".
Italo Calvinod
9827PDF_service centrum oost Enschede.pdf
"Op twee manieren kun je Despina bereiken: per schip op per kameel. De stad ziet er ander uit voor wie over land komt dan voor wie over zee komt. De kameeldrijver ziet aan de horizon aan de hoogvlakte de puntige daken van wolkenkrabbers en radarantennes opdoemen, rood&witte windzakken wapperen, schoorstenen rook uit spuwen, en denkt aan een schip; hij weet dat het een stad is maar hij ziet haar voor zich als een schip dat hem weg zal voeren uit de woestijn; een zeilschip dat op het punt staat uit te varen, terwijl de wind de nog niet losgemaakte zeilen bolt, of een stoomboot waarvan de ketel trilt in het ijzeren ruim; en hij denkt aan alle havens, aan de handelswaar van overzee die op de kaden gelost wordt, aan de kroegen waar bemanningsleden van verschillende vlag flessen op elkaars hoofden stukslaan, aan verlichte benedenvensters, met achter elk een vrouw die haar haar kamt. In de nevel van de kust ontwaart de zeeman de vorm van een kamelenrug, van een geborduurd zadel met glanzende franje tussen twee gevlekte bulten die schommelend voortgaan; hij weet dat het een stad is maar hij ziet haar voor zich als een kameel met leren zakken aan het zadel, en zadeltassen met gekonfijt fruit, dadelwijn, tabaksbladeren, en hij ziet zich al aan het hoofd van een lange karavaan die hem wegvoert uit de zeewoestijn, naar oases met zoet water in de gekartelde schaduw van palmen, naar paleizen met dikke gepleisterde muren, met betegelde binnenplaatsen waar danseressen met blote voeten dansen en hun armen bewegen, een beetje binnen en een beetje buiten hun sluier. Iedere stad krijgt haar vorm door de woestijn waaraan zij tegengesteld is; zo zien de kameeldrijver en de zeeman Despina, grensstad tussen twee woestijnen".
Italo Calvinod
De kruising van de stedenband (Almelo, Hengelo en Enschede) met het omliggende landschap wordt manifest gemaakt in het gebouw. De bebouwde ruimte van de stad staat gelijk aan het gebruiksoppervlak van het gebouw en het landschap staat gelijk aan de gezamenlijke en openbare ruimten van het gebouw. Het gebouw dusdanig uiterlijk geven dat het voor de toeschouwer een kleine stad is of een gestapeld landschap.
In tegenstelling tot de stad waar publieke ruimten de 'restruimten' vormen van de bebouwde omgeving wordt hier voor een strategie gekozen om juist de openbare ruimten vorm te geven en de restruimte door de gebruiker in te laten vullen. Het aantal publieke ruimten vormen een functioneel en constructief cluster. Deze ruimten zijn te vergelijken met de publieke ruimten in een stad (pleinen, vijvers, parken, straten en lanen). De openbare ruimten worden aan thema's gekoppeld (bijvoorbeeld: bamboetuin, watertuin, verhard plein, etc.).
Projectgegevens
Opdrachtgever : Gemeente Enschede
Oplevering : 2001
BVO : 4.850 m2
In tegenstelling tot de stad waar publieke ruimten de 'restruimten' vormen van de bebouwde omgeving wordt hier voor een strategie gekozen om juist de openbare ruimten vorm te geven en de restruimte door de gebruiker in te laten vullen. Het aantal publieke ruimten vormen een functioneel en constructief cluster. Deze ruimten zijn te vergelijken met de publieke ruimten in een stad (pleinen, vijvers, parken, straten en lanen). De openbare ruimten worden aan thema's gekoppeld (bijvoorbeeld: bamboetuin, watertuin, verhard plein, etc.).
Projectgegevens
Opdrachtgever : Gemeente Enschede
Oplevering : 2001
BVO : 4.850 m2
DOC Kaasfabriek te Hoogeveen
0139PDF_doc_kaasfabriek.pdf
Inleiding
In de staart van een lange voorbereidingsperiode heeft DOC Kaas in Hoogeveen, in oktober 2001, DAAD Architecten gevraagd een masterplan voor het terrein Buitenvaart II te ontwikkelen. De nadruk zou hierbij moeten liggen op een tot dan toe enigszins onderbelicht aspect van het plan: de architectuur van het nieuw te bouwen complex en de relatie met het landschap. De voorliggende studie is het resultaat van 6 weken intensief overleg tussen opdrachtgever, adviseurs, gemeente, stedenbouwkundige en architect. Het masterplan beoogt niet een eindbeeld te schetsen van de situatie van het zuivelpark over een tiental jaren. Enerzijds is dit, gezien de complexiteit van de processen rond de hoogdynamische organisatie, momenteel niet aan te geven. De nieuwbouw markeert een moment van enorme schaalvergroting en opening tot samenwerking met andere kaasproducerende en verwerkende bedrijven. Anderzijds is het de vraag of een complex van een dergelijke omvang zich nog in termen van een gebouwontwerp laat beschrijven. Eerder dan architectuur lijkt behoefte te bestaan aan een set regels waarmee de verschillende (en soms strijdige) belangen zo goed mogelijk gediend zijn.
0139PDF_doc_kaasfabriek.pdf
Inleiding
In de staart van een lange voorbereidingsperiode heeft DOC Kaas in Hoogeveen, in oktober 2001, DAAD Architecten gevraagd een masterplan voor het terrein Buitenvaart II te ontwikkelen. De nadruk zou hierbij moeten liggen op een tot dan toe enigszins onderbelicht aspect van het plan: de architectuur van het nieuw te bouwen complex en de relatie met het landschap. De voorliggende studie is het resultaat van 6 weken intensief overleg tussen opdrachtgever, adviseurs, gemeente, stedenbouwkundige en architect. Het masterplan beoogt niet een eindbeeld te schetsen van de situatie van het zuivelpark over een tiental jaren. Enerzijds is dit, gezien de complexiteit van de processen rond de hoogdynamische organisatie, momenteel niet aan te geven. De nieuwbouw markeert een moment van enorme schaalvergroting en opening tot samenwerking met andere kaasproducerende en verwerkende bedrijven. Anderzijds is het de vraag of een complex van een dergelijke omvang zich nog in termen van een gebouwontwerp laat beschrijven. Eerder dan architectuur lijkt behoefte te bestaan aan een set regels waarmee de verschillende (en soms strijdige) belangen zo goed mogelijk gediend zijn.
De stand van zaken bij aanvang van de studie was een directe ruimtelijke vertaling van het organisatieschema van de fabriek; een plan dat al volledig was doorgewerkt op technische aspecten, logistiek en fasering. Op basis van de lay-out van dit plan is getracht tot een concept te komen waarin zowel de dynamiek van het moderne kaasbedrijf als de kwaliteit van de plek een plaats krijgen.
Masterplan DOC Hoogeveen
Het plan voegt zich in het orthogonale verkavelingpatroon van het onderliggende slagenlandschap. Het totale complex bestaat uit een aantal vrijstaande volumes, geordend binnen de contouren van de slagen.
Bestaande houtwallen en boomgroepen worden zoveel mogelijk gespaard en waar nodig aangevuld. De entree van het complex bevindt zich aan de zuidzijde. Vanaf hier benadert het verkeer de gebouwen en heeft DOC 'een gezicht'. Het bouwdeel dat als eerste zal worden uitgewerkt en gebouwd, waarin zich twee kaasproductielijnen en een weilijn bevinden, is een groot rechthoekig volume dat de bebouwingsgrenzen van het kavel opzoekt. De rand van dit volume bestaat uit een zone van ca. 5.5m diepte rondom waarin diverse verkeers-, kantoor en andere functies zijn ondergebracht; functies die het aangezicht van het complex gaan bepalen, waarin daglichtopeningen gewenst zijn, waardoorheen verkeersstromen lopen, beweging plaatsvindt, licht brandt, etc.
Masterplan DOC Hoogeveen
Het plan voegt zich in het orthogonale verkavelingpatroon van het onderliggende slagenlandschap. Het totale complex bestaat uit een aantal vrijstaande volumes, geordend binnen de contouren van de slagen.
Bestaande houtwallen en boomgroepen worden zoveel mogelijk gespaard en waar nodig aangevuld. De entree van het complex bevindt zich aan de zuidzijde. Vanaf hier benadert het verkeer de gebouwen en heeft DOC 'een gezicht'. Het bouwdeel dat als eerste zal worden uitgewerkt en gebouwd, waarin zich twee kaasproductielijnen en een weilijn bevinden, is een groot rechthoekig volume dat de bebouwingsgrenzen van het kavel opzoekt. De rand van dit volume bestaat uit een zone van ca. 5.5m diepte rondom waarin diverse verkeers-, kantoor en andere functies zijn ondergebracht; functies die het aangezicht van het complex gaan bepalen, waarin daglichtopeningen gewenst zijn, waardoorheen verkeersstromen lopen, beweging plaatsvindt, licht brandt, etc.
Dit ca. 10.5 meter hoge gebied tussen landschap en fabriek vormt letterlijk het kader waarbinnen de deels nog niet precies in te passen fabrieksonderdelen in de toekomst een plaats zullen vinden, zonder dat dit het gebruikelijke beeld bij dergelijke complexen van een rommelige buitenzijde, met laad- en losplekken, pallets, silo's en andere in het beeld storende elementen oplevert. Naast kantoren en kantine, een hellingbaan ten behoeve van de parkeerplaats op het dak, wegen en personenontsluiting bevindt zich in deze zone een route van waaruit men als toerist het productieproces in de hallen kan bekijken.
Gezien het feit dat dit 'tussen'-gebouw de daadwerkelijke fabriek vanaf de weg bezien grotendeels aan het oog onttrekt kunnen de hallen in eenvoudige beplatingmaterialen worden uitgevoerd. Het beeld wordt bepaald door de open, gesloten of transparante delen in het 'tussen'-gebouw.
Projectgegevens
Opdrachtgever: DOC-Kaas te Hoogeveen
Jaar: 2001
Gezien het feit dat dit 'tussen'-gebouw de daadwerkelijke fabriek vanaf de weg bezien grotendeels aan het oog onttrekt kunnen de hallen in eenvoudige beplatingmaterialen worden uitgevoerd. Het beeld wordt bepaald door de open, gesloten of transparante delen in het 'tussen'-gebouw.
Projectgegevens
Opdrachtgever: DOC-Kaas te Hoogeveen
Jaar: 2001
Sanitairgebouw camping ‘de Papaver’ te Sellingerbeetse
0130PDF_papaver.pdf
In het najaar van 1999 is DAAD gevraagd een masterplan te maken voor de nieuwe camping ‘de Papaver’ op het terrein van de voormalige camping ‘de Beetse’ te Sellingerbeetste. Dit plan voorziet in de bouw van ‘hutten’, groepsgebouwen, multifunctionele gebouwen en sanitaire voorzieningen, ingepast in een totaalvisie op het terrein en zijn omgeving. Nieuwe voorzieningen kunnen eventueel worden toegevoegd. Daar het een plan zonder precies geformuleerd definitief programma betreft, een plan zonder eindbeeld, is het wellicht beter te spreken van een ontwikkelingsplan.
0130PDF_papaver.pdf
In het najaar van 1999 is DAAD gevraagd een masterplan te maken voor de nieuwe camping ‘de Papaver’ op het terrein van de voormalige camping ‘de Beetse’ te Sellingerbeetste. Dit plan voorziet in de bouw van ‘hutten’, groepsgebouwen, multifunctionele gebouwen en sanitaire voorzieningen, ingepast in een totaalvisie op het terrein en zijn omgeving. Nieuwe voorzieningen kunnen eventueel worden toegevoegd. Daar het een plan zonder precies geformuleerd definitief programma betreft, een plan zonder eindbeeld, is het wellicht beter te spreken van een ontwikkelingsplan.
Architectonisch landschap - landschappelijke architectuur
Wij stellen voor geen onderscheid te maken tussen het ontwerp van gebouwen en het ontwerp van het landschap. In plaats van een mogelijk contrast tussen beiden uit te buiten wordt juist gezocht naar een wederzijdse doordringing en beïnvloeding van natuur in de gebouwen en van architectuur in het landschap. We bouwen niet aan of in, maar met het landschap. Dit betekent o.a. dat ‘kamers’ in het bos als ruimten worden ontworpen, maar ook dat er ruimten zullen ontstaan tussen binnen en buiten, met verschillende ‘klimaten’. In het beste geval staat ons een situatie voor ogen waarin het soms onduidelijk is of je je in een gebouw bevindt of erbuiten. Vanzelfsprekend speelt hierbij het ‘tussen’, als plek waar de grens vervaagt, een belangrijke rol. Gezien de functie van de gebouwen en de kracht en schoonheid van de locatie is een bescheiden architectuur hier op zijn plaats. Een familie van eenvoudige, degelijke, gerieflijke hutten die niet zozeer van elkaar verschillen in materiaal of kleur, maar eerder in de specifieke aansluitingen op het landschap: ... in een ‘kamer’ in het bos, op het strand, met de voet in het water, dobberend in de vijver, zwevend tussen de bomen, onder de grond, ... Gebouwen met een dubbelzinnige natuurlijkheid; bestaand uit natuurlijke, herkenbare materialen met een minimale milieubelasting zonder demonstratief duurzaam te willen zijn. Gebouwen die in de tijd zullen verouderen, per seizoen een andere gedaante aannemen of in het gebruik door de bewoner kunnen worden veranderd van een huis in een tent.
Wij stellen voor geen onderscheid te maken tussen het ontwerp van gebouwen en het ontwerp van het landschap. In plaats van een mogelijk contrast tussen beiden uit te buiten wordt juist gezocht naar een wederzijdse doordringing en beïnvloeding van natuur in de gebouwen en van architectuur in het landschap. We bouwen niet aan of in, maar met het landschap. Dit betekent o.a. dat ‘kamers’ in het bos als ruimten worden ontworpen, maar ook dat er ruimten zullen ontstaan tussen binnen en buiten, met verschillende ‘klimaten’. In het beste geval staat ons een situatie voor ogen waarin het soms onduidelijk is of je je in een gebouw bevindt of erbuiten. Vanzelfsprekend speelt hierbij het ‘tussen’, als plek waar de grens vervaagt, een belangrijke rol. Gezien de functie van de gebouwen en de kracht en schoonheid van de locatie is een bescheiden architectuur hier op zijn plaats. Een familie van eenvoudige, degelijke, gerieflijke hutten die niet zozeer van elkaar verschillen in materiaal of kleur, maar eerder in de specifieke aansluitingen op het landschap: ... in een ‘kamer’ in het bos, op het strand, met de voet in het water, dobberend in de vijver, zwevend tussen de bomen, onder de grond, ... Gebouwen met een dubbelzinnige natuurlijkheid; bestaand uit natuurlijke, herkenbare materialen met een minimale milieubelasting zonder demonstratief duurzaam te willen zijn. Gebouwen die in de tijd zullen verouderen, per seizoen een andere gedaante aannemen of in het gebruik door de bewoner kunnen worden veranderd van een huis in een tent.
Bij de keuze van toe te passen materialen spelen, behalve verouderingsaspecten, duurzaamheids- en esthetische overwegingen, zintuiglijke waarnemingen een rol: geur, geluid, lichtreflectie, textuur, transparantie, etc. Ook is het eenvoudige begrip van de herkomst van materialen voor ons van belang. Behalve in nieuwbouw laat zich een dergelijke strategie goed verenigen met een aanpak van de bestaande gebouwen waarbij deze worden ‘ingepakt’ in groen.
Sanitairgebouw
Het eerste gebouwde voorbeeld van de gekozen aanpak is het sanitairgebouw naast het theehuis. Het gebouw is aan de oostzijde half in de grond gebouwd om het zicht vanaf de entree van het terrein richting de vijver open te houden. Aan de lager gelegen oostzijde is het direct vanaf het strand te betreden. Alle zichtbare delen aan de buitenzijde zijn in waxed wood uitgevoerd. Het ademt dan ook eerder de sfeer van een Scandinavische sauna dan van een Parijs openbaar toilet. In dit gebouw (oplevering mei 2000) zijn normale sanitaire functies op een niet alledaagse wijze onder één dak gebracht. De dak- en vloerplaat zijn middels 3 volumes met elkaar verbonden. In deze volumes zijn douches, wasruimten en toiletten ondergebracht, in de tussenruimte de wasbakken. De onderverdeling van de functies heeft niet plaatsgevonden naar ‘dames’ en ‘heren’, maar naar zomer- en wintergebruik.
Sanitairgebouw
Het eerste gebouwde voorbeeld van de gekozen aanpak is het sanitairgebouw naast het theehuis. Het gebouw is aan de oostzijde half in de grond gebouwd om het zicht vanaf de entree van het terrein richting de vijver open te houden. Aan de lager gelegen oostzijde is het direct vanaf het strand te betreden. Alle zichtbare delen aan de buitenzijde zijn in waxed wood uitgevoerd. Het ademt dan ook eerder de sfeer van een Scandinavische sauna dan van een Parijs openbaar toilet. In dit gebouw (oplevering mei 2000) zijn normale sanitaire functies op een niet alledaagse wijze onder één dak gebracht. De dak- en vloerplaat zijn middels 3 volumes met elkaar verbonden. In deze volumes zijn douches, wasruimten en toiletten ondergebracht, in de tussenruimte de wasbakken. De onderverdeling van de functies heeft niet plaatsgevonden naar ‘dames’ en ‘heren’, maar naar zomer- en wintergebruik.
In een zomersituatie zijn de ruimten vanaf alle zijden toegankelijk en is het tussengebied een overdekte buitenruimte waar de wind doorheen spoelt. In een wintersituatie worden de 3 volumes verbonden middels gezeefdrukte hardglazen platen en glazen deuren waarmee het tussengebied binnenruimte wordt met een temperatuur van ca. 12° C. De helft van het aantal douches, wasruimten en toiletten (22° C) is dan van binnenuit bereikbaar. De buitenste ring blijft in de winter gesloten. Het zeefdrukpatroon van papavers op het glas geeft het gebouw ‘s nachts de uitstraling van een lampion.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Recreatieterrein De Papaver
Oplevering: 2001
Projectgegevens
Opdrachtgever: Recreatieterrein De Papaver
Oplevering: 2001
Gerechtsgebouw te Utrecht
9721PDF_rechtbank utrecht.pdf
Het gerechtsgebouw is gerealiseerd op een locatie die de historische binnenstad van Utrecht aan de westzijde mede begrenst. Het terrein wordt gedomineerd door een tweetal monumentale gebouwen die beide deel zijn gaan uitmaken van het gerechtsgebouw. Belangrijkste element in het plan is een transparant volume met een lengte van 160m, dat fungeert als hoofdontsluiting van het gerechtsgebouw.
Behalve in functioneel opzicht is dit element ook in stedenbouwkundige en architectonische zin de ‘drager’ van het project. Aan de Catharijnesingel is tussen de twee bestaande gebouwen een derde volume gesitueerd met een specifiek monumentaal karakter. Het beeld dat is nagestreefd is eerder dat van een dynamisch gerechtsgebouw met een voor de burgers maximale transparantie van de rechtspraak, dan dat van een statisch Paleis van Justitie.
Projectgegevens
Opdrachtgever : ING Vastgoed BV
Oplevering : 2000
BVO : 35.500 m2
9721PDF_rechtbank utrecht.pdf
Het gerechtsgebouw is gerealiseerd op een locatie die de historische binnenstad van Utrecht aan de westzijde mede begrenst. Het terrein wordt gedomineerd door een tweetal monumentale gebouwen die beide deel zijn gaan uitmaken van het gerechtsgebouw. Belangrijkste element in het plan is een transparant volume met een lengte van 160m, dat fungeert als hoofdontsluiting van het gerechtsgebouw.
Behalve in functioneel opzicht is dit element ook in stedenbouwkundige en architectonische zin de ‘drager’ van het project. Aan de Catharijnesingel is tussen de twee bestaande gebouwen een derde volume gesitueerd met een specifiek monumentaal karakter. Het beeld dat is nagestreefd is eerder dat van een dynamisch gerechtsgebouw met een voor de burgers maximale transparantie van de rechtspraak, dan dat van een statisch Paleis van Justitie.
Projectgegevens
Opdrachtgever : ING Vastgoed BV
Oplevering : 2000
BVO : 35.500 m2
Waterzuivering te Nietap
9617PDF_nietap.pdf
Het waterzuiveringscomplex in Nietap uit de jaren '50 is toe aan modernisering. Er zal een nieuw onthardingsgebouw, slibverwerkingsgebouw en rein waterkelder worden gebouwd. Na het winnen van de besloten prijsvraag is DAAD Architecten BV gevraagd het architectonisch ontwerp en het landschappelijk inrichtingsplan te maken. De technische installatie van deze waterzuivering wordt ontworpen door DHV in samenspraak met de Waprog. Het zichtbaar maken van het zuiveringsproces is het belangrijkste ontwerpthema geworden. Dit wordt bereikt door de latent aanwezige zonering in het landschap te versterken en deze in de architectuur voort te zetten. Het plan gebied wordt gestructureerd in 4 zones:
1. De formele zone: Dit is 'het gezicht' van de Waprog, de entree. De beplanting die nu verspreid in deze zone voorkomt, wordt opgenomen in een grit, dat door middel van een herbestrating wordt aangebracht.
2. De groene zone: Dit is de zone waar het schone water in ondergrondse tanks wordt opgeslagen. Op deze 'heuvels' worden bomen geplant. De hoofdroute snijdt door deze heuvels.
9617PDF_nietap.pdf
Het waterzuiveringscomplex in Nietap uit de jaren '50 is toe aan modernisering. Er zal een nieuw onthardingsgebouw, slibverwerkingsgebouw en rein waterkelder worden gebouwd. Na het winnen van de besloten prijsvraag is DAAD Architecten BV gevraagd het architectonisch ontwerp en het landschappelijk inrichtingsplan te maken. De technische installatie van deze waterzuivering wordt ontworpen door DHV in samenspraak met de Waprog. Het zichtbaar maken van het zuiveringsproces is het belangrijkste ontwerpthema geworden. Dit wordt bereikt door de latent aanwezige zonering in het landschap te versterken en deze in de architectuur voort te zetten. Het plan gebied wordt gestructureerd in 4 zones:
1. De formele zone: Dit is 'het gezicht' van de Waprog, de entree. De beplanting die nu verspreid in deze zone voorkomt, wordt opgenomen in een grit, dat door middel van een herbestrating wordt aangebracht.
2. De groene zone: Dit is de zone waar het schone water in ondergrondse tanks wordt opgeslagen. Op deze 'heuvels' worden bomen geplant. De hoofdroute snijdt door deze heuvels.
3. De technische zone: Dit is de zone waar het water wordt gezuiverd. Op een open grasveld staan zware baksteen gebouwen die in hun volumeopbouw de verschillende stadia van het zuiveringsproces verbeelden. Het onthardingsgebouw is in drie fragmenten verdeeld en uitgevoerd in baksteen, keramische tegels en hout. Het slibverwerkingsgebouw is in twee fragmenten verdeeld. Een deel onder de grond en een deel boven de grond. Daartussen een glasstrook die het proces letterlijk zichtbaar maakt. Het gebouw wordt uitgevoerd in beton en keramische tegels.
4. De landschappelijke zone: Dit is de zone waar het spoelwater wordt opgeslagen. Van twee vijvers wordt één gemaakt, samen met de slibbuffer en de steiger wordt deze compositie meer benadrukt in het landschap. Door deze landschappelijke zonering wordt het zuiveringsproces -het zuiveren, de opslag en de distributie- herkenbaar gemaakt. De toegangsroute door het plangebied doorkruist de verschillende zoneringen, de verschillende sfeergebieden. De route wordt benadrukt door verlichting.
Projectgegevens
Opdrachtgever: N.V. Waterbedrijf Groningen
Oplevering: 1999
BVO: 24.720 m3
4. De landschappelijke zone: Dit is de zone waar het spoelwater wordt opgeslagen. Van twee vijvers wordt één gemaakt, samen met de slibbuffer en de steiger wordt deze compositie meer benadrukt in het landschap. Door deze landschappelijke zonering wordt het zuiveringsproces -het zuiveren, de opslag en de distributie- herkenbaar gemaakt. De toegangsroute door het plangebied doorkruist de verschillende zoneringen, de verschillende sfeergebieden. De route wordt benadrukt door verlichting.
Projectgegevens
Opdrachtgever: N.V. Waterbedrijf Groningen
Oplevering: 1999
BVO: 24.720 m3
Rabobank te Leek
9813PDF_rabo leek.pdf
Projectgegevens
Opdrachtgever: Rabobank
Oplevering: 2000
BVO: 2.750 m2
9813PDF_rabo leek.pdf
Projectgegevens
Opdrachtgever: Rabobank
Oplevering: 2000
BVO: 2.750 m2
Duurzaam informatiecentrum te Orvelte
9718PDF_Informatiecentrum Orvelte.pdf
In zijn hoofdvorm en materialisering sluit het gebouw nauw aan bij de agrarische bebouwing uit de omgeving. Van afstand is een volledig houten volume waarneembaar dat onder invloed van weer, seizoen en leeftijd van uiterlijk zal veranderen, terwijl bij benadering de gelaagde opbouw en detaillering van het hout van de gevels en het dak duidelijk maken dat hier een ‘nieuwe’, eigentijdse functie is ondergebracht.
Architectuur en DuBo
Naast de educatieve functie die het met betrekking tot ecologische landbouw vervult is het gebouw zelf een demonstratie van regionaal en duurzaam bouwen. Het is opgebouwd uit materialen die van het land van de opdrachtgever of uit de directe omgeving afkomstig zijn. Deze natuurlijke, duurzame en milieuvriendelijke materialen zijn, waar mogelijk, in het zicht gelaten en zullen op natuurlijke wijze verouderen. De kringloopmaterialen zoals larikshout, hennep en leem zijn op een zodanige manier bevestigd dat eventuele toekomstige demontage (en hergebruik) tot de mogelijkheden behoort. Bij sloop wordt het milieu niet belast.
9718PDF_Informatiecentrum Orvelte.pdf
In zijn hoofdvorm en materialisering sluit het gebouw nauw aan bij de agrarische bebouwing uit de omgeving. Van afstand is een volledig houten volume waarneembaar dat onder invloed van weer, seizoen en leeftijd van uiterlijk zal veranderen, terwijl bij benadering de gelaagde opbouw en detaillering van het hout van de gevels en het dak duidelijk maken dat hier een ‘nieuwe’, eigentijdse functie is ondergebracht.
Architectuur en DuBo
Naast de educatieve functie die het met betrekking tot ecologische landbouw vervult is het gebouw zelf een demonstratie van regionaal en duurzaam bouwen. Het is opgebouwd uit materialen die van het land van de opdrachtgever of uit de directe omgeving afkomstig zijn. Deze natuurlijke, duurzame en milieuvriendelijke materialen zijn, waar mogelijk, in het zicht gelaten en zullen op natuurlijke wijze verouderen. De kringloopmaterialen zoals larikshout, hennep en leem zijn op een zodanige manier bevestigd dat eventuele toekomstige demontage (en hergebruik) tot de mogelijkheden behoort. Bij sloop wordt het milieu niet belast.
Drentse tropenconstructie
In een tijd waarin veel aandacht wordt besteed aan integratie van de verschillende functies die de gebouwdelen te vervullen hebben in complexe high-tech geveloplossingen, manifesteert dit gebouw zich als een low-tech verzameling van schillen die, afhankelijk van plaats van en materiaalkenmerken, elk een specifieke taak vervullen. Een gebouw in een tropenconstructie die in de wintersituatie op een aantal onderdelen wordt aangepast, met een minimum aan installaties, een lage energiebehoefte en een aangenaam en gezond binnenklimaat.
Binnenvolumes
De kern van het gebouw bestaat uit twee ‘zware’, goed geïsoleerde volumes, opgetrokken uit ongebakken leemsteen. De volumes liggen enigszins verdiept ten opzichte van het maaiveld (400-mv) om ook de massa van de grond voor warmteaccumulatie te benutten. Dieper ondergronds bouwen behoort, gezien de incidenteel hoge grondwaterstand, bij gebruik van leemsteen niet tot de mogelijkheden. Tussen de twee ligt een overdekt terras. De hoge massa van de kern en de hennepisolatie rondom houden de ruimten ‘s zomers koel en ‘s winters warm. Verwarming geschiedt door warm water (uit broeiwarmte verkregen) door warmtewanden (verwarmingsleidingen in de stuclaag) te leiden. Een begane grondvloer met kruipruimte is er niet. Om materiaal te besparen en de massa van de bodem maximaal te benutten ten behoeve van warmteaccumulatie is gekozen voor een oplossing waarbij de keramische, ongeglazuurde vloertegels direct op het met schelpenisolatie gestabiliseerde grondpakket zijn gelegd. De wanden zijn aan de binnenzijde deels onbehandeld gelaten en deels met leemstuc bepleisterd en met natuurverven gekleurd. De constructie is dampopen en niet waterdicht.
In een tijd waarin veel aandacht wordt besteed aan integratie van de verschillende functies die de gebouwdelen te vervullen hebben in complexe high-tech geveloplossingen, manifesteert dit gebouw zich als een low-tech verzameling van schillen die, afhankelijk van plaats van en materiaalkenmerken, elk een specifieke taak vervullen. Een gebouw in een tropenconstructie die in de wintersituatie op een aantal onderdelen wordt aangepast, met een minimum aan installaties, een lage energiebehoefte en een aangenaam en gezond binnenklimaat.
Binnenvolumes
De kern van het gebouw bestaat uit twee ‘zware’, goed geïsoleerde volumes, opgetrokken uit ongebakken leemsteen. De volumes liggen enigszins verdiept ten opzichte van het maaiveld (400-mv) om ook de massa van de grond voor warmteaccumulatie te benutten. Dieper ondergronds bouwen behoort, gezien de incidenteel hoge grondwaterstand, bij gebruik van leemsteen niet tot de mogelijkheden. Tussen de twee ligt een overdekt terras. De hoge massa van de kern en de hennepisolatie rondom houden de ruimten ‘s zomers koel en ‘s winters warm. Verwarming geschiedt door warm water (uit broeiwarmte verkregen) door warmtewanden (verwarmingsleidingen in de stuclaag) te leiden. Een begane grondvloer met kruipruimte is er niet. Om materiaal te besparen en de massa van de bodem maximaal te benutten ten behoeve van warmteaccumulatie is gekozen voor een oplossing waarbij de keramische, ongeglazuurde vloertegels direct op het met schelpenisolatie gestabiliseerde grondpakket zijn gelegd. De wanden zijn aan de binnenzijde deels onbehandeld gelaten en deels met leemstuc bepleisterd en met natuurverven gekleurd. De constructie is dampopen en niet waterdicht.
Buitenvolume
Om deze ‘zware’ kern heen is een huid in onbehandeld larikshout getrokken die regen, wind en zon weert. Afhankelijk van de plaats in de omhulling zijn de delen horizontaal (zonwering), vertikaal (wanden) bevestigd. Om het zonlicht, dat %27s zomers gefilterd wordt door de relatief dichte huid, ‘s winters maximaal naar binnen te kunnen halen is een gedeelte van de lange zuidgevel met forse schuifdeuren te openen. Het houten dak is afgedekt met een sedumbeplanting die behalve een isolerende en esthetische ook een functie als waterbuffer heeft. De bij het uitgraven vrijgekomen grond wordt gebruikt om het maaiveld rondom het gebouw op te hogen (tot ca. 600+mv) waardoor met een eenvoudige draagconstructie volstaan kan worden en er minder geveloppervlak nodig is (minimalisering materiaalgebruik).
Spouw
De open ruimte tussen de twee schillen die het gebouw omhullen (in feite een spouw van plaatselijk ca. 1,5 m) zorgt in de zomersituatie voor een goede ventilatie (tropendak) en toont op demonstratieve wijze het gebouwprincipe. Daarnaast is ook het isolatiemateriaal te zien en aan te raken in deze als verkeersruimte gebruikte spouw. Door het terrasgedeelte tussen de twee ‘zware’ volumes in de winter met glas af te dichten ontstaat een serreruimte waarin de zonnewarmte opgevangen kan worden ten behoeve van de ruimteverwarming.
Om deze ‘zware’ kern heen is een huid in onbehandeld larikshout getrokken die regen, wind en zon weert. Afhankelijk van de plaats in de omhulling zijn de delen horizontaal (zonwering), vertikaal (wanden) bevestigd. Om het zonlicht, dat %27s zomers gefilterd wordt door de relatief dichte huid, ‘s winters maximaal naar binnen te kunnen halen is een gedeelte van de lange zuidgevel met forse schuifdeuren te openen. Het houten dak is afgedekt met een sedumbeplanting die behalve een isolerende en esthetische ook een functie als waterbuffer heeft. De bij het uitgraven vrijgekomen grond wordt gebruikt om het maaiveld rondom het gebouw op te hogen (tot ca. 600+mv) waardoor met een eenvoudige draagconstructie volstaan kan worden en er minder geveloppervlak nodig is (minimalisering materiaalgebruik).
Spouw
De open ruimte tussen de twee schillen die het gebouw omhullen (in feite een spouw van plaatselijk ca. 1,5 m) zorgt in de zomersituatie voor een goede ventilatie (tropendak) en toont op demonstratieve wijze het gebouwprincipe. Daarnaast is ook het isolatiemateriaal te zien en aan te raken in deze als verkeersruimte gebruikte spouw. Door het terrasgedeelte tussen de twee ‘zware’ volumes in de winter met glas af te dichten ontstaat een serreruimte waarin de zonnewarmte opgevangen kan worden ten behoeve van de ruimteverwarming.
Energieverbruik
Er is gestreefd naar een beperking van het energieverbruik door een minimum aan ruimteverwarming -koeling en verlichting toe te passen. Het gebouw heeft een laag energieverbruik in de winter en behoeft ‘s zomers niet mechanisch te worden gekoeld. De energie ten behoeve van ruimteverwarming wordt opgewerkt met broeiwarmte in de composteerinrichting. Mocht deze vorm van warmteopwekking niet voor het gehele gebouw toereikend zijn dan zal van additionele zonnecollectoren of een tegelkachel gebruik gemaakt worden. Alleen in de toiletten en douches wordt mechanisch lucht afgezogen.
Water
Er is een tweede waterleidingnet met grijswater en een natuurlijke waterzuiveringsinstallatie ten behoeve van toiletspoeling en planten. De toiletten, kranen en douchekoppen zijn waterbesparend en voorzien van doorstroom begrenzers.
Er is gestreefd naar een beperking van het energieverbruik door een minimum aan ruimteverwarming -koeling en verlichting toe te passen. Het gebouw heeft een laag energieverbruik in de winter en behoeft ‘s zomers niet mechanisch te worden gekoeld. De energie ten behoeve van ruimteverwarming wordt opgewerkt met broeiwarmte in de composteerinrichting. Mocht deze vorm van warmteopwekking niet voor het gehele gebouw toereikend zijn dan zal van additionele zonnecollectoren of een tegelkachel gebruik gemaakt worden. Alleen in de toiletten en douches wordt mechanisch lucht afgezogen.
Water
Er is een tweede waterleidingnet met grijswater en een natuurlijke waterzuiveringsinstallatie ten behoeve van toiletspoeling en planten. De toiletten, kranen en douchekoppen zijn waterbesparend en voorzien van doorstroom begrenzers.
Zonlicht
De te openen zuidgevel (waarachter de serre) is pal op het zuiden gericht. Grote dakoverstekken en beschermen de gevel tegen regenval en weren het zonlicht. Bovendien zorgt een bomenrij aan de zuidzijde van het gebouw voor beschaduwen in de zomer. Aan de noordgevel zijn enkele minimale vensteropeningen aangebracht.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting BION
Oplevering: 1999
BVO: 228 m2
De te openen zuidgevel (waarachter de serre) is pal op het zuiden gericht. Grote dakoverstekken en beschermen de gevel tegen regenval en weren het zonlicht. Bovendien zorgt een bomenrij aan de zuidzijde van het gebouw voor beschaduwen in de zomer. Aan de noordgevel zijn enkele minimale vensteropeningen aangebracht.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting BION
Oplevering: 1999
BVO: 228 m2
Menso Alting College te Groningen
9521PDF_Menso Alting College.pdf
Na de bouw van het nieuwe Gomarus College (GC) en de verbouw van het bestaande schoolgebouw is het Menso Alting College (MAC) de derde in de reeks van vier schoolcomplexen die gerealiseerd wordt op de uni locatie aan het Helperdiep. Het betreft een 'studiehuis' voor Middelbaar Beroeps Onderwijs met een toekomstige omvang van ca. 450 leerlingen. Met het ontwerp van dit studiehuis is geprobeerd een architectonisch antwoord te geven op nieuwe inzichten in het onderwijs met betrekking tot de 'zelfstandige' leerling die al 'winkelend' in het schoolgebouw zijn/haar individuele onderwijsprogramma samenstelt. Het traditionele schooltype met een corridor waaraan lokalen gelegen zijn is verlaten ten gunste van een organisatie met vrij indeelbare les- en werkruimten die zowel met elkaar als met een ruim en open verkeersgebied in verbinding staan.
9521PDF_Menso Alting College.pdf
Na de bouw van het nieuwe Gomarus College (GC) en de verbouw van het bestaande schoolgebouw is het Menso Alting College (MAC) de derde in de reeks van vier schoolcomplexen die gerealiseerd wordt op de uni locatie aan het Helperdiep. Het betreft een 'studiehuis' voor Middelbaar Beroeps Onderwijs met een toekomstige omvang van ca. 450 leerlingen. Met het ontwerp van dit studiehuis is geprobeerd een architectonisch antwoord te geven op nieuwe inzichten in het onderwijs met betrekking tot de 'zelfstandige' leerling die al 'winkelend' in het schoolgebouw zijn/haar individuele onderwijsprogramma samenstelt. Het traditionele schooltype met een corridor waaraan lokalen gelegen zijn is verlaten ten gunste van een organisatie met vrij indeelbare les- en werkruimten die zowel met elkaar als met een ruim en open verkeersgebied in verbinding staan.
Stedenbouw en architectuur
De stedenbouwkundige positionering van het MAC, vastgelegd in het masterplan voor de uni locatie, sluit aan de oostzijde aan op het Gomarus College. Gezien de verschillen in programma, geluidsproblematiek en de wens zich met een eigen gezicht te profileren is in gevelbehandeling, kleur- en materiaalgebruik van het MAC nadrukkelijk een eigen weg gevolgd. Kantoor- en werkruimten liggen op de begane grond en eerste verdieping waarbij het gedeelte voor de centrale directies zich kenmerkt door een horizontale uitsnede in het gemetselde volume. Daarboven bestaat het gebouw uit twee gemetselde volumes die middels een transparant ontsluitingsgebied gekoppeld zijn. In het oostelijk volume zijn praktijkruimten in clusters ondergebracht; in het geluidsluwe westelijke volume de theorieruimten. De positie van entree en specifieke ruimten in het gebouw is in de gevel aangegeven door van het basispatroon afwijkende vensters. Een luchtbrug verbindt het gebouw met het Gomarus College.
In het ontwerp heeft duurzaam bouwen een belangrijke rol gespeeld. De centrale open verkeersruimte, in het dak beëindigd met sheddaken, de aparte zicht- en lichtvensters in de lokalen, de voor warmteaccumulatie benutte massa van het gebouw en keuzes ten aanzien van materiaalgebruik hebben niet alleen geleid tot een onderhoudsvriendelijk gebouw dat, ondanks de hoge geluidsbelasting, nagenoeg natuurlijk geventileerd wordt en een lage kunstlichtbehoefte kent, maar hebben ook het aanzicht van het gebouw mede bepaald.
Projectgegevens
Opdrachtgever : Menso Alting College
Oplevering : 1999
BVO : 4.890 m2
De stedenbouwkundige positionering van het MAC, vastgelegd in het masterplan voor de uni locatie, sluit aan de oostzijde aan op het Gomarus College. Gezien de verschillen in programma, geluidsproblematiek en de wens zich met een eigen gezicht te profileren is in gevelbehandeling, kleur- en materiaalgebruik van het MAC nadrukkelijk een eigen weg gevolgd. Kantoor- en werkruimten liggen op de begane grond en eerste verdieping waarbij het gedeelte voor de centrale directies zich kenmerkt door een horizontale uitsnede in het gemetselde volume. Daarboven bestaat het gebouw uit twee gemetselde volumes die middels een transparant ontsluitingsgebied gekoppeld zijn. In het oostelijk volume zijn praktijkruimten in clusters ondergebracht; in het geluidsluwe westelijke volume de theorieruimten. De positie van entree en specifieke ruimten in het gebouw is in de gevel aangegeven door van het basispatroon afwijkende vensters. Een luchtbrug verbindt het gebouw met het Gomarus College.
In het ontwerp heeft duurzaam bouwen een belangrijke rol gespeeld. De centrale open verkeersruimte, in het dak beëindigd met sheddaken, de aparte zicht- en lichtvensters in de lokalen, de voor warmteaccumulatie benutte massa van het gebouw en keuzes ten aanzien van materiaalgebruik hebben niet alleen geleid tot een onderhoudsvriendelijk gebouw dat, ondanks de hoge geluidsbelasting, nagenoeg natuurlijk geventileerd wordt en een lage kunstlichtbehoefte kent, maar hebben ook het aanzicht van het gebouw mede bepaald.
Projectgegevens
Opdrachtgever : Menso Alting College
Oplevering : 1999
BVO : 4.890 m2
Van Mesdagkliniek te Groningen
9519PDF_van mesdag.pdf
De TBS-kliniek Dr. S. van Mesdag is gehuisvest in een complex van gebouwen dat is gesitueerd aan de Verlengde Hereweg te Groningen. Een van de meest markante gebouwen van het complex is de laat 19e eeuwse gevangenis van de architect J.F. Metselaar.
Het 115 jaar oude gebouw is in de loop van haar geschiedenis vele malen verbouwd waarbij delen van het oorspronkelijke ontwerp zijn verdwenen of ingrijpend gewijzigd.
Nu is een nieuwe functionele ingreep aan de orde namelijk het huisvesten van 5 woonafdelingen (met ‘sanitair-op-kamer’), behandelruimten en kantoren. Daarmee is tegelijkertijd de architectonische probleemstelling geformuleerd: op welke wijze kunnen tamelijk ingrijpende functionele wijzigingen plaatsvinden binnen de context van een monumentaal gebouw.
9519PDF_van mesdag.pdf
De TBS-kliniek Dr. S. van Mesdag is gehuisvest in een complex van gebouwen dat is gesitueerd aan de Verlengde Hereweg te Groningen. Een van de meest markante gebouwen van het complex is de laat 19e eeuwse gevangenis van de architect J.F. Metselaar.
Het 115 jaar oude gebouw is in de loop van haar geschiedenis vele malen verbouwd waarbij delen van het oorspronkelijke ontwerp zijn verdwenen of ingrijpend gewijzigd.
Nu is een nieuwe functionele ingreep aan de orde namelijk het huisvesten van 5 woonafdelingen (met ‘sanitair-op-kamer’), behandelruimten en kantoren. Daarmee is tegelijkertijd de architectonische probleemstelling geformuleerd: op welke wijze kunnen tamelijk ingrijpende functionele wijzigingen plaatsvinden binnen de context van een monumentaal gebouw.
Stedenbouw en architectuur
De gevolgde strategie is uiterst simpel en bestaat in hoofdzaak uit het verduidelijken van de oorspronkelijke structuur van het gebouw. Zodoende ontstaat een sterke, historisch bepaalde, context die als achtergrond fungeert voor nieuwe ingrepen.
In haar verschijningsvorm en materiaalgebruik onderscheiden deze nieuwe ingrepen zich duidelijk van het bestaande gebouw waarbij de nadruk wordt gelegd op het ‘tijdelijke’ karakter van de ingrepen.
De plaats, afmetingen en verhoudingen van de nieuwe bouwkundige elementen daarentegen worden nadrukkelijk gerelateerd aan de structuur van het bestaande gebouw van J.F. Metselaar.
Projectgegevens
Opdrachtgever: VROM Rijksgebouwendienst
Oplevering: 1999
BVO: 5.900 m2
De gevolgde strategie is uiterst simpel en bestaat in hoofdzaak uit het verduidelijken van de oorspronkelijke structuur van het gebouw. Zodoende ontstaat een sterke, historisch bepaalde, context die als achtergrond fungeert voor nieuwe ingrepen.
In haar verschijningsvorm en materiaalgebruik onderscheiden deze nieuwe ingrepen zich duidelijk van het bestaande gebouw waarbij de nadruk wordt gelegd op het ‘tijdelijke’ karakter van de ingrepen.
De plaats, afmetingen en verhoudingen van de nieuwe bouwkundige elementen daarentegen worden nadrukkelijk gerelateerd aan de structuur van het bestaande gebouw van J.F. Metselaar.
Projectgegevens
Opdrachtgever: VROM Rijksgebouwendienst
Oplevering: 1999
BVO: 5.900 m2
De Eiken te Boschoord
9530PDF_De Eiken.pdf
'Hoeve Boschoord' is een behandelcentrum voor verstandelijk gehandicapten met ernstige gedragsstoornissen, dat is gesitueerd in de bosrijke omgeving van het dorp Vledder. Op het terrein bevinden zich therapie- en woongebouwen, werkplaatsen, een boerderij en aanverwante gebouwen. De nieuwbouw- en verbouwactiviteiten als gevolg van een capaciteitsuitbreiding, die gepaard gaat met verdere differentiatie en verkleining van afdelingen van 12 naar 6 personen, is aangegrepen om de samenhang tussen de onderdelen te vergroten en het dorpskarakter van het complex te versterken.
9530PDF_De Eiken.pdf
'Hoeve Boschoord' is een behandelcentrum voor verstandelijk gehandicapten met ernstige gedragsstoornissen, dat is gesitueerd in de bosrijke omgeving van het dorp Vledder. Op het terrein bevinden zich therapie- en woongebouwen, werkplaatsen, een boerderij en aanverwante gebouwen. De nieuwbouw- en verbouwactiviteiten als gevolg van een capaciteitsuitbreiding, die gepaard gaat met verdere differentiatie en verkleining van afdelingen van 12 naar 6 personen, is aangegrepen om de samenhang tussen de onderdelen te vergroten en het dorpskarakter van het complex te versterken.
Stedenbouw en architectuur
In het bestaande gebouw 'De Beuken' waren een aantal recreatieve voorzieningen, kantoren en vier woonafdelingen van twaalf personen rond een patio gegroepeerd. De westelijke vleugel van het gebouw is gesloopt om plaats te maken voor zes nieuwe afdelingen met een gesloten (justitieel) regime. Deze afdelingen zijn ondergebracht in een U-vorming rond een binnenplaats in diagonale verbinding met de bestaande binnenplaats zodat een verdubbeling van de buitenruimte optreedt. Door de glazen tussenelementen is een blik naar buiten mogelijk.
Het 'nieuwe' complex bestaat uit twee bouwdelen met elk een eigen uitdrukkingsvorm. Wordt de oudbouw gekenmerkt door een tamelijk amorfe, indifferente vormgeving, bij de nieuwbouw is er sprake van een heldere, uitgesproken architectuur waarbij in kozijndetaillering en dakoverstek een onderscheid is gezocht tussen de buitenzijde en de binnenplaatszijde van het gebouw. Ondanks de vergroting van de capaciteit ontstaat een zinvolle schaalverkleining van het totale complex.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting Hoeve Boschoord
Oplevering: 1999
BVO: 6.150 m2
In het bestaande gebouw 'De Beuken' waren een aantal recreatieve voorzieningen, kantoren en vier woonafdelingen van twaalf personen rond een patio gegroepeerd. De westelijke vleugel van het gebouw is gesloopt om plaats te maken voor zes nieuwe afdelingen met een gesloten (justitieel) regime. Deze afdelingen zijn ondergebracht in een U-vorming rond een binnenplaats in diagonale verbinding met de bestaande binnenplaats zodat een verdubbeling van de buitenruimte optreedt. Door de glazen tussenelementen is een blik naar buiten mogelijk.
Het 'nieuwe' complex bestaat uit twee bouwdelen met elk een eigen uitdrukkingsvorm. Wordt de oudbouw gekenmerkt door een tamelijk amorfe, indifferente vormgeving, bij de nieuwbouw is er sprake van een heldere, uitgesproken architectuur waarbij in kozijndetaillering en dakoverstek een onderscheid is gezocht tussen de buitenzijde en de binnenplaatszijde van het gebouw. Ondanks de vergroting van de capaciteit ontstaat een zinvolle schaalverkleining van het totale complex.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Stichting Hoeve Boschoord
Oplevering: 1999
BVO: 6.150 m2
Uitbreiding bibliotheek te Diever
9706PDF_bibliotheek_diever.pdf
Context
Het dorpscentrum van Diever ondergaat de komende jaren een aantal ingrijpende veranderingen. Zo worden op de plek van twee gesloopte woningen en een voormalige school, 21 nieuwe appartementen gebouwd op een met bomen beplante pleinruimte (brink) waarop ook ca. 80 auto's kunnen parkeren. Als eerste onderdeel van de herstructureringsoperatie is de openbare bibliotheek verbouwd en uitgebreid met nieuwbouw. De bibliotheek maakt onderdeel uit van het 'Dingspelhuus', een relatief grootschalig dorpshuis uit 1972 (architect Cor Kalfsbeek). Behalve in grootte onderscheidt het huidige gebouw zich in materiaalgebruik (houten gevels), hoogte en kapvorm (plat dak) van de omringende bebouwing. In een poging het gebouw van zijn gedateerdheid te ontdoen is het enkele jaren geleden grijs geschilderd, waarmee het een enigszins barakachtig karakter heeft gekregen.
Architectuur
Met de uitbreiding van de bibliotheek is het vooraanzicht van het gehele complex ingrijpend veranderd en is het complex voorbereid op een nieuwe benaderingsrichting vanaf de westzijde. De nieuwe gevel aan de straatzijde is, in het verlengde van de uitbreiding van de bibliotheek, doorgezet als een scherm voor het bestaande gebouw langs. De totale gevel bestaat uit deels horizontaal, deels vertikaal aangebrachte houten delen waarover een lattenwerk is aangebracht. Door het transparante scherm is het bestaande gebouw nog gedeeltelijk zichtbaar. Het geheel zal begroeien met klimop.
9706PDF_bibliotheek_diever.pdf
Context
Het dorpscentrum van Diever ondergaat de komende jaren een aantal ingrijpende veranderingen. Zo worden op de plek van twee gesloopte woningen en een voormalige school, 21 nieuwe appartementen gebouwd op een met bomen beplante pleinruimte (brink) waarop ook ca. 80 auto's kunnen parkeren. Als eerste onderdeel van de herstructureringsoperatie is de openbare bibliotheek verbouwd en uitgebreid met nieuwbouw. De bibliotheek maakt onderdeel uit van het 'Dingspelhuus', een relatief grootschalig dorpshuis uit 1972 (architect Cor Kalfsbeek). Behalve in grootte onderscheidt het huidige gebouw zich in materiaalgebruik (houten gevels), hoogte en kapvorm (plat dak) van de omringende bebouwing. In een poging het gebouw van zijn gedateerdheid te ontdoen is het enkele jaren geleden grijs geschilderd, waarmee het een enigszins barakachtig karakter heeft gekregen.
Architectuur
Met de uitbreiding van de bibliotheek is het vooraanzicht van het gehele complex ingrijpend veranderd en is het complex voorbereid op een nieuwe benaderingsrichting vanaf de westzijde. De nieuwe gevel aan de straatzijde is, in het verlengde van de uitbreiding van de bibliotheek, doorgezet als een scherm voor het bestaande gebouw langs. De totale gevel bestaat uit deels horizontaal, deels vertikaal aangebrachte houten delen waarover een lattenwerk is aangebracht. Door het transparante scherm is het bestaande gebouw nog gedeeltelijk zichtbaar. Het geheel zal begroeien met klimop.
Interieur
Gezien het beperkte oppervlak van de huidige bibliotheek en het grote ruimtebehoefte van 'nieuwe' bibliotheekfuncties als internetwerkplekken, leestafels, zithoeken en studienissen was een uiterst efficiënt ruimtegebruik een vereiste.
Het plan voorziet in een nieuwbouwgedeelte van ca. 100m2 BVO met grotendeels dichte wanden waarin het uitleengedeelte is ondergebracht. De grote vrije hoogte en de hoge vensters geen het gebouwdeel, ondanks de hoge boekenkastendichtheid, een aangenaam verblijfsklimaat. Dankzij de efficiëntie van deze ruimte komt het gedeelte van de bibliotheek in het bestaande gebouw vrij voor 'nieuwe' bibliotheekfuncties.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Westerveld
Oplevering: 1999
BVO nieuwbouw: 100m2
Gezien het beperkte oppervlak van de huidige bibliotheek en het grote ruimtebehoefte van 'nieuwe' bibliotheekfuncties als internetwerkplekken, leestafels, zithoeken en studienissen was een uiterst efficiënt ruimtegebruik een vereiste.
Het plan voorziet in een nieuwbouwgedeelte van ca. 100m2 BVO met grotendeels dichte wanden waarin het uitleengedeelte is ondergebracht. De grote vrije hoogte en de hoge vensters geen het gebouwdeel, ondanks de hoge boekenkastendichtheid, een aangenaam verblijfsklimaat. Dankzij de efficiëntie van deze ruimte komt het gedeelte van de bibliotheek in het bestaande gebouw vrij voor 'nieuwe' bibliotheekfuncties.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Gemeente Westerveld
Oplevering: 1999
BVO nieuwbouw: 100m2
Sociaal Cultureel Centrum te Haren
9430PDF_SCC Haren.pdf
Het plan maakt deel uit van een voor het dorp Haren grootschalige herstructureringsoperatie van het centrum, waarin woning-, winkel- en parkeerarsenaal worden uitgebreid en de openbare ruimte een transformatie ondergaat. Aansluitend op de te renoveren ‘oude MAVO’ uit 1926 moest in de kleinschalige dorpskern ca. 1800m2 nieuwbouw worden ondergebracht ten behoeve van de concentratie van een aantal gemeentelijke en andere voorzieningen.
Stedenbouw en architectuur
De positie van het Sociaal Cultureel Centrum “Het Clockhuys” is zodanig gekozen dat het relatief grote volume nauwelijks waarneembaar is. Het wordt aan het zicht onttrokken door nieuwe en bestaande gebouwen, waaronder de ‘oude MAVO’; een monumentaal schoolgebouw gebouwd in de Groninger variant van de Amsterdamse school, dat als onderdeel van het Sociaal Cultureel Centrum een herbestemming heeft gekregen.
9430PDF_SCC Haren.pdf
Het plan maakt deel uit van een voor het dorp Haren grootschalige herstructureringsoperatie van het centrum, waarin woning-, winkel- en parkeerarsenaal worden uitgebreid en de openbare ruimte een transformatie ondergaat. Aansluitend op de te renoveren ‘oude MAVO’ uit 1926 moest in de kleinschalige dorpskern ca. 1800m2 nieuwbouw worden ondergebracht ten behoeve van de concentratie van een aantal gemeentelijke en andere voorzieningen.
Stedenbouw en architectuur
De positie van het Sociaal Cultureel Centrum “Het Clockhuys” is zodanig gekozen dat het relatief grote volume nauwelijks waarneembaar is. Het wordt aan het zicht onttrokken door nieuwe en bestaande gebouwen, waaronder de ‘oude MAVO’; een monumentaal schoolgebouw gebouwd in de Groninger variant van de Amsterdamse school, dat als onderdeel van het Sociaal Cultureel Centrum een herbestemming heeft gekregen.
De zichtbare hoek van het complex markeert het overgangsgebied van twee belangrijke openbare ruimten: het groene kerkplein en het voormalige schoolplein. Via de hal van de nieuwbouw staan deze ruimten met elkaar in verbinding. Bovendien komt de lift vanuit de nieuwe parkeergarage in de hal uit. Met vier entrees maakt het gebouw, gedurende de openingstijden, onderdeel uit van de openbare ruimte.
Het complex bestaat uit kleinschalige gebouwdelen, gegroepeerd rondom een transparante hal. De gebouwdelen zijn niet naar gebruiker, maar naar functiesoort ingedeeld; kantoren, personeelsvoorzieningen, cursuslokalen, etc. Deze indeling stimuleert niet alleen de communicatie en uitwisseling tussen de zeer diverse gebruikersgroepen, maar geeft het gebouw een grote toekomstflexibiliteit.
Met een aantal ruimtelijke doorbraken speelt de ‘oude MAVO’ een belangrijke rol in de multifunctionaliteit. In plaats van een constructie is het complex voorbereid op een eventuele toekomstige uitbreiding met een toneelzaal. De bibliotheek is, als grootste gebruiker, ondergebracht in een plat en grotendeels gesloten volume van ca. 1000m2 dat in een brede middenzone vanuit het dak van noordelijk daglicht wordt voorzien. De industriële sheddaken, waarop aan de zuidzijde flexibele zonnepanelen van amorf silicium worden aangebracht, geven de ruimte een open en licht karakter.
Het complex bestaat uit kleinschalige gebouwdelen, gegroepeerd rondom een transparante hal. De gebouwdelen zijn niet naar gebruiker, maar naar functiesoort ingedeeld; kantoren, personeelsvoorzieningen, cursuslokalen, etc. Deze indeling stimuleert niet alleen de communicatie en uitwisseling tussen de zeer diverse gebruikersgroepen, maar geeft het gebouw een grote toekomstflexibiliteit.
Met een aantal ruimtelijke doorbraken speelt de ‘oude MAVO’ een belangrijke rol in de multifunctionaliteit. In plaats van een constructie is het complex voorbereid op een eventuele toekomstige uitbreiding met een toneelzaal. De bibliotheek is, als grootste gebruiker, ondergebracht in een plat en grotendeels gesloten volume van ca. 1000m2 dat in een brede middenzone vanuit het dak van noordelijk daglicht wordt voorzien. De industriële sheddaken, waarop aan de zuidzijde flexibele zonnepanelen van amorf silicium worden aangebracht, geven de ruimte een open en licht karakter.
De inrichting van de bibliotheek volgt en versterkt deze architectonische ruimte. Ter weerszijden van de middenzone en tegen de dichte zijwanden zijn de boekenkasten opgesteld. Met deze optimale functionele organisatie komt het middengebied volledig vrij voor balies en ‘nieuwe’ bibliotheekfuncties zoals studieruimte, internetplekken, leesruimte, zitjes, sta-meubels, etc. De eenheid in kleur en materiaalgebruik van de ontworpen inrichtingselementen brengt rust en samenhang in deze informeel georganiseerde ruimte.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Mabon BV
Oplevering: 1998
BVO: 1.800 m2 nieuwbouw en 750 m2 verbouw
Projectgegevens
Opdrachtgever: Mabon BV
Oplevering: 1998
BVO: 1.800 m2 nieuwbouw en 750 m2 verbouw
Keukenstudio Jaap Knegt te Emmen
9627PDF_keukenstudio jaap knegt.pdf
Randvoorwaarden
De huidige keukenstudio is gesitueerd op de hoek van twee wegen op een industrieterrein met een relatief grootschalige bebouwing en bestaat uit een eenvoudige loods (ca. 1960) die in de loop van de tijd is uitgebreid met een aantal gemetselde volumes.
Doel van de (voorlopig laatste) ingreep is uitbreiding van het oppervlak tot het maximum toegestane op deze locatie, rekening houdend met een eventueel toekomstige splitsing in twee winkels.
Architectuur
De bouw van een nieuwe omhulling is aangegrepen om een eenheid te maken van de verscheidenheid aan vormen en materialen die in de loop van de tijd op deze plek zijn ontstaan. Deze omhulling bestaat uit twee schillen die oud en nieuw omvatten.
Beginnend op een lijn die exact 15 meter uit het hart van de wegen loopt, is de buitenste schil in rode keramische tegels rond het gebouw gezet.
Als blikvanger en met het oog op de eventueel toekomstige opsplitsing in twee delen is de zuidoost hoek van deze schil ‘geopend’, waardoor de huid van het tweede gebouw (glas en hout) zichtbaar wordt.
9627PDF_keukenstudio jaap knegt.pdf
Randvoorwaarden
De huidige keukenstudio is gesitueerd op de hoek van twee wegen op een industrieterrein met een relatief grootschalige bebouwing en bestaat uit een eenvoudige loods (ca. 1960) die in de loop van de tijd is uitgebreid met een aantal gemetselde volumes.
Doel van de (voorlopig laatste) ingreep is uitbreiding van het oppervlak tot het maximum toegestane op deze locatie, rekening houdend met een eventueel toekomstige splitsing in twee winkels.
Architectuur
De bouw van een nieuwe omhulling is aangegrepen om een eenheid te maken van de verscheidenheid aan vormen en materialen die in de loop van de tijd op deze plek zijn ontstaan. Deze omhulling bestaat uit twee schillen die oud en nieuw omvatten.
Beginnend op een lijn die exact 15 meter uit het hart van de wegen loopt, is de buitenste schil in rode keramische tegels rond het gebouw gezet.
Als blikvanger en met het oog op de eventueel toekomstige opsplitsing in twee delen is de zuidoost hoek van deze schil ‘geopend’, waardoor de huid van het tweede gebouw (glas en hout) zichtbaar wordt.
Materialisering
- Keramische tegels
- Colorbel glasgevel
- WRC zonwering, onbehandeld
- Eterspan binnenblad en vloerafwerking.
Projectgegevens
Opdrachtgever : J. Knegt Keukenstudio
Oplevering : 1998
BVO : 300 m2
- Keramische tegels
- Colorbel glasgevel
- WRC zonwering, onbehandeld
- Eterspan binnenblad en vloerafwerking.
Projectgegevens
Opdrachtgever : J. Knegt Keukenstudio
Oplevering : 1998
BVO : 300 m2
Ondergrondse gasopslag NAM te Langelo
9204PDF_NAM.pdf
In samenwerking met Bureau Alle Hosper, landschapsarchitectuur en stedenbouw, is een competitie gewonnen, welke door de NAM is uitgeschreven, inzake de landschappelijke inpassing en architectonische vormgeving van een ondergrondse gasopslag in de nabijheid van Langelo (gemeente Noordenveld). Het project is gesitueerd in de directe omgeving van het bestaande gasputtenterrein Norg-2, dat is gelegen aan de rand van het beekdal van het Groote Diep.
De opgave is toegespitst op de vraag op welke wijze een grootschalig industrieel complex kan worden ingepast in een kwetsbaar landschap.
9204PDF_NAM.pdf
In samenwerking met Bureau Alle Hosper, landschapsarchitectuur en stedenbouw, is een competitie gewonnen, welke door de NAM is uitgeschreven, inzake de landschappelijke inpassing en architectonische vormgeving van een ondergrondse gasopslag in de nabijheid van Langelo (gemeente Noordenveld). Het project is gesitueerd in de directe omgeving van het bestaande gasputtenterrein Norg-2, dat is gelegen aan de rand van het beekdal van het Groote Diep.
De opgave is toegespitst op de vraag op welke wijze een grootschalig industrieel complex kan worden ingepast in een kwetsbaar landschap.
Stedenbouw en architectuur
Om zoveel mogelijk recht te doen aan de landschappelijke karakteristiek is het gehele complex gesitueerd in het gebied van de heideontginningen, dus tussen het uitgestrekte landschap van het beekdal en de kleinschalige wereld van het dorp Langelo. Het complex is opgebouwd uit een drietal componenten:
- het terrein van de Gasunie en de meetstations
- het puttenterrein
- de gasbehandelingsinstallatie.
Deze drie onderdelen zijn los van elkaar gesitueerd. Ieder onderdeel is apart bereikbaar vanaf de provinciale weg Langelo/Roden en de op deze weg aansluitende route langs de rand van het beekdal. Om tot een samenhangend geheel te komen en het procesmatige karakter van de installatie leesbaar te maken, zijn de meest omvangrijke onderdelen van de gasbehandelingsinstallatie ondergebracht in één langgerekte structuur. Deze structuur is gesitueerd op een radiaal van het dorp naar het beekdal, onder een hoek met de terreinen.
Om zoveel mogelijk recht te doen aan de landschappelijke karakteristiek is het gehele complex gesitueerd in het gebied van de heideontginningen, dus tussen het uitgestrekte landschap van het beekdal en de kleinschalige wereld van het dorp Langelo. Het complex is opgebouwd uit een drietal componenten:
- het terrein van de Gasunie en de meetstations
- het puttenterrein
- de gasbehandelingsinstallatie.
Deze drie onderdelen zijn los van elkaar gesitueerd. Ieder onderdeel is apart bereikbaar vanaf de provinciale weg Langelo/Roden en de op deze weg aansluitende route langs de rand van het beekdal. Om tot een samenhangend geheel te komen en het procesmatige karakter van de installatie leesbaar te maken, zijn de meest omvangrijke onderdelen van de gasbehandelingsinstallatie ondergebracht in één langgerekte structuur. Deze structuur is gesitueerd op een radiaal van het dorp naar het beekdal, onder een hoek met de terreinen.
Rondom de installatie wordt een grastalud aangebracht; deze onttrekt de feitelijke beveiliging, het hekwerk, aan het oog.
De noord- en zuidzijde van het complex wordt met bos beplant, om de installatie rugdekking te geven, en bij te dragen aan de ruimtelijke en de ecologische structuur van het ontginningsgebied. De componenten A en B, met uitsluitend lage installatieonderdelen, zijn in dit bosgebied gesitueerd.
Aan de zuidkant is, parallel aan de lineair geordende installatie, een dubbele eikenlaan voor fietsers geprojecteerd. Dit fietspad vormt een nieuwe verbinding tussen de Westerbrink en het beekdal.
(tekst: Alle Hosper)
Projectgegevens
Opdrachtgever: NAM en Fluor Daniel BV (2e fase)
Oplevering: 1997
In samenwerking met: Bureau Alle Hosper
De noord- en zuidzijde van het complex wordt met bos beplant, om de installatie rugdekking te geven, en bij te dragen aan de ruimtelijke en de ecologische structuur van het ontginningsgebied. De componenten A en B, met uitsluitend lage installatieonderdelen, zijn in dit bosgebied gesitueerd.
Aan de zuidkant is, parallel aan de lineair geordende installatie, een dubbele eikenlaan voor fietsers geprojecteerd. Dit fietspad vormt een nieuwe verbinding tussen de Westerbrink en het beekdal.
(tekst: Alle Hosper)
Projectgegevens
Opdrachtgever: NAM en Fluor Daniel BV (2e fase)
Oplevering: 1997
In samenwerking met: Bureau Alle Hosper
Gerechtsgebouw te Almelo
9215PDF_Gerechtsgebouw Almelo.pdf
Randvoorwaarden
De nieuwbouw ten behoeve van de rechtbank maakt deel uit van de herontwikkeling van de zogenaamde NTC-locatie, welke is vrijgekomen door de sloop van een grootschalige textielfabriek aan de rand van de binnenstad van Almelo.
Het programma van eisen omvat marktconforme kantoren (80%) en een zittingszalencomplex (20%).
Ontwerpthema’s zijn gevonden in de tegenstellingen, welke opgesloten lagen in het onderliggende programma:
- de tegenstelling tussen ‘het gewone’ (marktconformiteit) en ‘het bijzondere’(rechtspraak);
- de tegenstelling tussen openbaarheid/toegankelijkheid en beveiliging/controle.
9215PDF_Gerechtsgebouw Almelo.pdf
Randvoorwaarden
De nieuwbouw ten behoeve van de rechtbank maakt deel uit van de herontwikkeling van de zogenaamde NTC-locatie, welke is vrijgekomen door de sloop van een grootschalige textielfabriek aan de rand van de binnenstad van Almelo.
Het programma van eisen omvat marktconforme kantoren (80%) en een zittingszalencomplex (20%).
Ontwerpthema’s zijn gevonden in de tegenstellingen, welke opgesloten lagen in het onderliggende programma:
- de tegenstelling tussen ‘het gewone’ (marktconformiteit) en ‘het bijzondere’(rechtspraak);
- de tegenstelling tussen openbaarheid/toegankelijkheid en beveiliging/controle.
Stedenbouw en architectuur
Het gedempte Overijsselse Kanaal is, begeleid door een openbare wandelpromenade, opnieuw doorgetrokken tot de Egbert Gorterstraat.
Het gebouw is verankerd in de stedenbouwkundige context door middel van een tweetal ‘gewone’, dat wil zeggen neutrale, bouwvolumes:
- een volume langs het water (traditionele lintbebouwing);
- een volume, loodrecht op de Egbert Gorterstraat (toegangspoort van de binnenstad).
Zodoende wordt een nieuwe context gecreëerd die als decor fungeert voor de ‘bijzondere’ elementen: het zittingszalencomplex en de ontsluitingsroute. Het zittingszalencomplex is vormgegeven als een grote ruimte, afgedekt door middel van sheddaken (refererend aan de historische textielfabrieken). De hoofdontsluitingsroute wordt geaccentueerd door een portico: een 6.5 m. hoge openbare ruimte.
Het gedempte Overijsselse Kanaal is, begeleid door een openbare wandelpromenade, opnieuw doorgetrokken tot de Egbert Gorterstraat.
Het gebouw is verankerd in de stedenbouwkundige context door middel van een tweetal ‘gewone’, dat wil zeggen neutrale, bouwvolumes:
- een volume langs het water (traditionele lintbebouwing);
- een volume, loodrecht op de Egbert Gorterstraat (toegangspoort van de binnenstad).
Zodoende wordt een nieuwe context gecreëerd die als decor fungeert voor de ‘bijzondere’ elementen: het zittingszalencomplex en de ontsluitingsroute. Het zittingszalencomplex is vormgegeven als een grote ruimte, afgedekt door middel van sheddaken (refererend aan de historische textielfabrieken). De hoofdontsluitingsroute wordt geaccentueerd door een portico: een 6.5 m. hoge openbare ruimte.
Materialisering
Marktconforme kantoren:
- donkere baksteen.
Zittingszalencomplex:
- beton, transparant nachtblauw.
Portico:
- staal (zwart) en koper.
Meubilair:
- kersenhout.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Goossen Almelo
Oplevering: 1995
BVO: 11.500 m2
Marktconforme kantoren:
- donkere baksteen.
Zittingszalencomplex:
- beton, transparant nachtblauw.
Portico:
- staal (zwart) en koper.
Meubilair:
- kersenhout.
Projectgegevens
Opdrachtgever: Goossen Almelo
Oplevering: 1995
BVO: 11.500 m2
