Behoud en herstel van monumentale elementen

Martinikerkhof 11

Het verduurzamen en herbestemmen van een monumentaal pand is vaak een spagaat tussen behoud van historische waarde en eigentijdse (duurzaamheids-) eisen.

Martinikerkhof 11 in Groningen maakt onderdeel uit van bouwblok “Tumult”. Tumult Groningen is een cultureel centrum voor amateurkunst in het hart van de stad. Het project omvat nieuwbouw en restauratie van monumentale panden rondom een centrale stadstuin. De Gemeente Groningen heeft, na een architectenselectie, DAAD Architecten BV opdracht gegeven een ontwerp te maken voor het huisvesten van een huisartsenpost, centrum voor Seksueel Geweld, praktijk voor fysiotherapie, psychologen en een collectieve kantine en wachtruimte. Een passende functie voor dit monumentale gebouw.

De oorsprong van het hoofdgebouw ligt in de tweede helft van de 15e eeuw als toevluchtsoord voor monniken. De vleugel aan de Popkenstraat stamt uit de 17e eeuw en bestond aanvankelijk uit één bouwlaag, maar later is er een extra bouwlaag toegevoegd. Na de reformatie komt het pand in handen van verschillende prominente personen. Elke bewoner laat zijn sporen achter, maar de meest ingrijpende veranderingen ondergaat het pand echter de laatste honderd jaar. In 1912 verwerft het Gesticht voor Pleegzusters en Toevluchtsoord voor Meisjes het gebouw. Een omvangrijke uitbreiding en verbouwing moet ervoor zorgen dat de bewoners van het Toevluchtsoord zich hier veilig en geborgen voelen.

Een passend gebruik zorgt voor behoud, onderhoud en betekenis. Zo beweegt het gebouw mee met de tijd, al eeuwenlang. In iedere fase wordt het aangepast aan de gebruiker en/of heersende “mode”. Ondanks deze veranderingen is het middeleeuwse casco van buitenmuren, balklagen en kapconstructie grotendeels bewaard gebleven. Het gebouw bestaat uit 2 monumentale bouwdelen met ieder een eigen karakter. Hier is op de begane grond een derde bouwdeel aan toegevoegd naar een ontwerp van Next architects. In deze nieuwbouw komt de entree.

Belangrijk onderdeel van het project is het uitvoeren van achterstallig onderhoud. Het plan van DAAD architecten gaat uit van behoud en herstel van de monumentale structuur en kenmerkende elementen. Waar herstel noodzakelijk is, is gekozen voor traditionele materialen en restauratietechnieken die aansluiten bij de bouwtijd van het monument. Verlaagde plafonds en gipsen voorzetwanden worden verwijderd waarmee een belangrijk deel van de historische uitstraling (balklagen, stucplafonds, en houten lambrisering) terugkeert.
Isolerende maatregelen worden waar mogelijk achter bestaande elementen verwerkt. Zo blijft het karakter van het gebouw bewaard en is haar historie afleesbaar. Tevens voorziet het plan van nieuwe elementen zoals een centraal trappenhuis met lift, een kantoorindeling en technische installaties die ingepast moeten worden om het pand voor het nieuwe gebruik geschikt te maken.