Grote Markt Oostzijde wint Neprom-prijs 2021

Gemeente Groningen en ontwikkelaars VolkerWessels en MWPO winnen de Neprom-prijs 2021! We feliciteren hen en alle betrokken architecten van harte.

De Grote Markt Oostzijde is beloond met een prijs die het belang van een goede samenwerking tussen overheid en markt onderstreept. Om in het nieuwe binnenstadsgebied rondom het Forum een hoog kwaliteitsniveau te behalen, trad de gemeente op onderdelen zélf als opdrachtgever op. Voor het plandeel Nieuwe Markt Zuidzijde, waarbij DAAD als coördinerend en uitvoerend architect betrokken was, gaf de Gemeente Groningen 4 jonge architecten de kans zich als ontwerpers te profileren.

In onze optiek getuigt het van durf dat de Gemeente deze opgave is aangegaan en zo het Gronings architectuurklimaat heeft gestimuleerd door ruimte te geven aan jong talent. We zijn blij en trots een bijdrage te hebben geleverd aan dit bijzondere project.

Dienende architectuur in Hoogeveen

Hoe werken wij als bureau? Architectuur gaat in onze optiek over veel méér dan slechts het maken van een mooi ontwerp. “In onze rol als architect“, legt Titus Mars uit, “kijken wij naar alle facetten van het planproces om zo de opdrachtgever van A tot Z te ontzorgen.” 

Het woonzorgproject aan de Brederoweg in Hoogeveen is hiervan een goed voorbeeld.  Aan tafel zaten naast  betrokken ouders ook de gemeente, woningcorporatie Domesta en zorgverlener Philadelphia. Al met al een grote groep. Hoe zorg je dan dat je alle partijen binnen boord houdt? 

Het ontwerp is tot stand gekomen in een open planproces. “Eerst gingen we in gesprek, daarna werden er modellen geschetst”, legt Mars uit. “En die werden vervolgens weer gezamenlijk afgewogen”. Ook vonden er workshops plaats waarin de  toekomstige bewoners en ouders hun feedback konden geven op verschillende thema’s. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de inrichting van de appartementen maar ook aan het gebruik van de buitenruimte.

Bekijk hier meer gerelateerde projecten. In Cahier #10 De zorg goed onder dak/ Unieke architectuur voor unieke bewoners lees je alles over zorgarchitectuur. 

Overzicht

Uiteindelijk is er een ontwerp toestand gekomen dat gebaseerd is op ieders individuele expertise. Het u-vormige gebouw is gegroepeerd rondom een centrale binnentuin, gelegen op het zuiden. Bij indeling van het gebouw”, legt Mars uit, “hebben we rekening gehouden met drie verschillende niveaus van zorg. Dit zorgt ervoor dat elk kind de ruimte krijgt die hij/zij nodig heeft.

Zeker in projecten waar veel partijen betrokken zijn, is de architect diegene die het overzicht behoudt. Dat vraagt soms om een flexibele houding, aldus Mars. “Zo waren er oorspronkelijk 33 appartementen gepland, maar toen de financiële haalbaarheid onder druk kwam te staan, hebben we appartementen toegevoegd om de haalbaarheid te vergroten. Rekenen en tekenen gaan bij DAAD Architecten hand in hand.”

Het resultaat van dit proces van vele betrokken partijen is  een fijne plek, die gewaardeerd wordt door zowel de bewoners als de buurt.  “Een ontwerp hoeft niet altijd opvallend en hypermodern te zijn”, is Mars van mening. “Wij maken dienende architectuur. Architectuur die inspeelt op de diepste wensen van mensen en helpt die te realiseren.” 

Foto’s: Walter Frisart FOTOwerk

Milieubewust zorgcomplex in Coevorden

We sluiten 2021 mooi af met de gunning van ons ontwerp voor de bouw van een ambitieus woon-zorg project in Coevorden. Voor zorgverlener Cosis  gaan we in samenwerking met Brands Bouw 27 studio’s en 14 appartementen bouwen.

In dit project komt de visie van DAAD goed naar voren door milieubewust te bouwen waarbij veel aandacht uitgaat naar een zo duurzaam mogelijke afwerking, materialisering en detaillering. De MPG (Milieuprestatie Gebouwen) is op lager dan 0,6 berekend.

We kijken er naar uit dit vooruitstrevende project verder te mogen ontwikkelen en begeleiden. 

Volgende week blijft het bureau van DAAD gesloten, maar op maandag 3 januari zijn we weer bereikbaar. We wensen iedereen hele fijne kerstdagen! 

Partners zijn:
Cosis  
Brands Bouw
Goudstikker – de Vries B.V.
Niemeijer Installatietechniek
Nijeboer-Hage Technisch adviseurs BV
Fysi-k adviesbureau

Waarom wij bio-based bouwen

Bio-based bouwen is beter voor het milieu, maar ook gezonder om in te leven. Wat zijn nu eigenlijk de verschillen met reguliere woningbouw?
In het ontwerp voor corporatie Woonservice in Exloo laten we zien hoe je bio-based en daarnaast economisch kunt bouwen. Gangbare materialen als baksteen en beton vervingen we door ecologische materialen die niet milieubelastend zijn en bovendien hernieuwbaar.

Meer weten over onze bio-based projecten zoals de Schaapskooi Bargerveen of Infocentrum Orvelte?
Lees hier alles over ecologisch bouwen

Fundering & casco

De fundering is een innovatieve oplossing zonder kruipruimte en koudebrug. Dit betekent dat je de warmte extra goed binnenhoudt. Het casco (wanden/vloeren) dat doorgaans van beton of steen is, bestaat uit houtskeletbouw. Als isolatiemateriaal is gekozen voor stro, wat snel groeit, goedkoop is en net zo goed tegen kou en geluid isoleert als glas- of steenwol, materialen met een hoge CO2-footprint.

Hoewel bio-based grondstoffen hernieuwbaar zijn, dien je als architect wel slimme keuzes te maken in hoe je materialen gebruikt. Zo is CLT (Cross Laminated Timber / kruislaaghout) sterk en brandveilig, maar in dit geval zouden we meer materiaal toepassen dan constructief noodzakelijk. In onze optiek kun je ook met minder hout een even comfortabele woning realiseren. 

CO2-opslag

Naast het casco bestaan ook de binnenwanden uit houtskeletbouw, geïsoleerd met houtwol.  Zowel het hout als de houtwollen platen zijn aan het einde van hun levensduur volledig recyclebaar. Bijkomend voordeel is dat er in 1 kg hout 3,6 kg CO2 ligt opgeslagen, wat slechts vrij komt als het hout aan het einde van de cyclus verbrand wordt. Dit levert dan wel energie op om weer iets nieuws te kunnen maken.

Hout is in die zin dus veel duurzamer dan baksteen. Naast dat baksteen veel energie kost om te produceren, is het bovendien lastiger en dus belastender te bewerken aan einde van haar levensduur.

Hoe minder je materialen (chemisch) hoeft te behandelen, hoe beter dit is voor het milieu. Daarom bestaat de gevel uit onbehandeld lariks en zijn de kozijnen van onbehandeld Fraké. Periodieke schilderbeurten behoren hiermee tot het het verleden. Behalve dat dit veel geld uitspaart, is schoon hout bovendien veel gemakkelijker te recyclen.

Previous
Next

MPG

Op het dak van de woningen liggen hergebruikte dakpannen, en aan de zuidzijde zijn de woningen van PV panelen voorzien. Met een warmtepomp zorgen die er samen voor dat bewoners het hele jaar in hun eigen energiebehoefte kunnen voorzien. 

De woningen hebben een MPG (MilieuPrestatie Gebouwen) score van €0,48. Omdat de maximale grenswaarde stapsgewijs van 0,8 (2021) naar 0,5 (2030) wordt aangescherpt, betekent dit dat de woningen klaar zijn voor de toekomst.

Benieuwd naar de mogelijkheden rondom het bouwen van een eigen bio-based woning?
Neem vrijblijvend contact op via info@daad.nl

Drentse Architectuurprijs 2021

Drentse Architectuurprijs 2021

De Drentse Architectuurprijs 2021 is uitgereikt. DAAD werd door de Jury geprezen om het ecologische en bio-based karakter van haar architectuur en de bijzondere relatie met het landschap en het verleden. 

28 parels van de Drentse architectuur, stedenbouw en landschapsontwikkeling vonden dankzij de prijs hun weg naar  een breed publiek. Klik hier voor meer info over de deelnemers. Onze felicitaties gaan natuurlijk naar de winnende architecten en opdrachtgevers.

DAAD zond 3 plannen in, waarvan er 2 voor de Juryprijs werden genomineerd. De Schaapskooi te Bargerveen en Huis Landweer te Roderesch. Beide projecten laten zien dat inspirerend opdrachtgeverschap leidt tot bijzondere architectuur. Samen kunnen we duurzame oplossingen vinden voor de urgente vraagstukken die nu spelen. 

Het Jury Rapport | Schaapskooi Bargerveen

Architect: DAAD | Opdrachtgever: Staatsbosbeheer, gemeente Emmen en Provincie Drenthe

Dit project won de tweede plek bij de Publieksprijs, wat vanzelfsprekend een grote eer is. Meer over dit project leest u hier. Hieronder leest u een fragment uit het jury rapport.

Een verwijzing naar het beeld van de Drentse plaggenhut doordat het landschap tegen de beide schaapskooien en het restaurant omhoog vouwt en daardoor een nieuw ensemble vormt, had de jury niet nodig om dit mooie project van DAAD te nomineren. […] Veel waardering heeft de jury voor het gebruik van bouwmaterialen die deels circulair en biobased zijn en grotendeels afkomstig uit de eigen bossen van Staatsbosbeheer. Ook de detaillering maakte indruk op de jury.

Collectief Particulier Opdrachtgeverschap: de meerwaarde van een architect

Impressie Borgmanschool CPO

Waarom heb je bij Collectief Particulier Opdrachtgeverschap een architect nodig? Niet slechts om een mooi ontwerp te maken, uiteraard. Als architecten  kunnen wij inzichtelijk maken of/hoe je als groep een leegstaand gebouw kunt gaan betrekken. En wat je kunt bieden voor een plek.

De Borgmanschool, een CPO-project in het kader van de Groningse bouwmanifestatie Wonen in Stadshart (2016/2017), is zo’n plek. Nu het ruimtelijk casco klaar, is onze rol als ontwerper en adviseur bijna uitgespeeld. In de beginfase werd DAAD gevraagd deze voormalige bewaarschool uit 1842 tot woningen te ontwikkelen. Maar zonder een specifieke groep bewoners en hun specifieke woonwensen kun je een dergelijk plek wel op 100 verschillende manieren invullen..

Borgmanschool in aanbouw

Nadat duidelijk werd hoeveel interesse er eigenlijk bestond voor plekken als deze in de stad heeft DAAD een rekenhulp opgesteld waarmee CPO-groepen inzicht krijgen in hun mogelijkheden. Door maximale woonlasten in te vullen, en daarnaast woonwensen als vierkante meters en het gewenste afwerkingsniveau, blijkt of een locatie geschikt is, en zo ja- wat een groep kan bieden. Deze tool kan het CPO-proces aanzienlijk versnellen en vergemakkelijken.

Nu vissen de meeste groepen veelal achter het net. Projectontwikkelaars en investeerders kunnen sneller handelen, en bovendien veel meer bieden. In het Verenigd Koninkrijk kent men zoiets als ‘the right to bid’, waarbij je met goede ideeën met meerwaarde voor de gemeenschap, ook zonder de grootste portemonnee serieus kans maakt.

Bij de Borgmanschool kon iedereen in theorie ook zeker meedoen. Maar de praktijk bleek anders.  Omdat er met herontwikkeling van de oude school ook een nieuwe school moet worden gefinancierd- bleek dit voor de meeste groepen financieel toch te hoog gegrepen Hopelijk kan de winnende groep LAIV binnenkort hun CPO-proces goed afsluiten door samen met de buurt de tuin feestelijk in gebruik te nemen.

In de optiek van DAAD is CPO goede manier om de woondruk te verlagen, maar dan moet je groepen wel een eerlijke kans geven. Onze oproep aan gemeenten en cpo-instellingen is dan ook om de bestaande processen onder de loep te nemen en waar nodig nieuw in te richten.

Heeft u interesse in het starten van een CPO en wilt u weten wat wij als architecten voor u kunnen betekenen?
Neem vrijblijvend contact op via: info@daad.nl

Nieuw Oud Oost: Stedenbouwkundig plan gepresenteerd

Stedenbouwkundig Plan voor Nieuw Oud Oost Leeuwarden

Hoe gaat het terrein van het voormalige voetbalstadion van SC Cambuur er in de toekomst uitzien? Op 11 september presenteerde DAAD in samenwerking met Gemeente Leeuwarden en vastgoedbedrijf Leyten het stedenbouwkundig plan. Ondanks de regen waren er veel Leeuwarders nieuwsgierig genoeg en bovendien geïnteresseerd om ons van input te voorzien.

De informatiemarkt was naast presentatie van de plannen bedoeld om de buurtbewoners te vragen naar hoe zij de openbare ruimte wilden gaan gebruiken. Met een spel van fiches konden zij aangeven waar ze bankjes, bomen, en bijvoorbeeld speel voorzieningen wilden hebben. Maar we hadden ook lege fiches waar de bewoners nieuwe inrichtingselementen of ideeën op konden schijven. DAAD gaat nu aan de slag met de ideeën en begin november wordt het uitgewerkte plan aan de gemeente en de klankbordgroep gepresenteerd.

Meer info op: nieuwoudoost.nl 

Onze fascinatie voor erfgoed

Architectuur uit het verleden kun je bijna lezen als een boek. De experts van onze Restauratie afdeling delen hun fascinatie en verhalen. Deel 1: Het Oude Gerechtshof in Groningen.

Groot onderhoud

Bindert Kloosterman werkt momenteel als directievoerder en toezichthouder aan het groot onderhoud van het voormalige Gerechtsgebouw in Groningen. Thans bevindt zich daar de Faculteit Theologie van de Rijksuniversiteit. 

Wat fascineert jou aan dit gebouw?
Wat ik erg mooi vind aan het complex, is haar historische diversiteit en de geschiedenis die het uitstraalt. Je kunt dit oude pand bijna lezen als een soort boek. Wat is bijvoorbeeld het verhaal van al die verschillende gezichten in de sluitstenen? Hoe langer je er naar kijkt, des te meer vragen roept het gebouw bij mij op. Bovendien laat het mij zien dat we als individuen maar voorbijgangers zijn in de geschiedenis en een taak hebben dit soort panden te bewaren voor het nageslacht.”  

Frontons en zuilen

De voorgevel is indrukwekkend. In wat voor stijl is deze gebouwd?
“Die is opgetrokken in een Hollandse renaissancestijl. Griekse en Romeinse elementen zoals frontons en zuilen worden gebruikt ter versiering, zoals je bijvoorbeeld boven de entree ziet. Vanaf 1565 ongeveer passen de Nederlandse bouwmeesters die motieven aan hun eigen traditionele bouwwijze; dan krijg je die typische bakstenen gevels gemengd met lagen natuursteen zoals je hier zo mooi ziet. De trapgevel is verder rijk gedetailleerd, bijvoorbeeld met cordonlijsten en natuurlijk de kopjes in de sluitstenen van de ontlastingsbogen.” 

Hoe ga je met materialen om als je een gebouw restaureert?
“Dit hangt van het materiaal af. Zo moet je zandsteen alleen onder lage druk reinigen, anders
verwijder je de patinalaag van het zandsteen.  Als je die verwijdert, zal het verval sneller intreden. En onherstelbare schade is juist wat wij níet willen. Door te reinigen onder zeer lage druk en met een zeer hoge temperatuur zullen algen en mossen afsterven en uiteindelijk loskomen van het zandsteen. Middels proefreiniging kun je de juiste wijze van reinigen vaststellen.  Voorzichtigheid is dus in het hele proceserg belangrijk. Eenmaal beschadigd betekent namelijk meestal geen weg terug.”




Affiniteit met restauratie

Zijn er bepaalde elementen onmisbaar in een restauratie-werkplaats?
In principe moet een machinale timmerwerkplaats al het benodigde gereedschap wel in huis hebben. Dit betekent onder meer een goede slijperij om de beitels van de frees van een juist profiel te voorzien. Meestal zijn oude profiel (beitels) niet standaard leverbaar en moet je ze dus zelf maken/kopiëren.

Daarnaast is voor mij het allerbelangrijkste dat een werkplaats timmerman affiniteit heeft met restauratie en een goede kennis en beheersing heeft van oude technieken en materialen. Dit is tegenwoordig best lastig, omdat er een maar een beperkte instroom is van nieuwe vaklieden.”

Wat is jouw visie op restauratie?

”Allereerst dat je zoveel mogelijk van het oude materiaal behoudt, in plaats van het vervangt.  Neem bijvoorbeeld de eiken luiken van het Oude Gerechtsgebouw. Deze waren plaatselijk aangetast door houtrot, maar voor 95% nog gewoon goed. Vervang je bijvoorbeeld een hele klamp of scherf je de klamp aan ter plaatse van waar deze aangetast is? Ik ga voor aanscherven en wil juist zoveel mogelijk van de bestaande klamp behouden. Voor een restauratie (werkplaats) timmerman is dit vaak wel iets bewerkelijker en arbeidsintensiever maar het resultaat is dat je met gepaste terughoudendheid voor maximaal behoud gaat. En daar draait het juist om in de restauratie.”

Klik hier om meer Restauratie projecten te bekijken 

Bekijk hier prachtige foto’s  van het Oude Gerechtshof op de website van Rijksmonumenten 

Locatie:
Faculteit Theologie
Oude Boteringestraat 36-38 Groningen 

Klein Corpus: Architectuur van de lange adem

Als je niet opvalt, tel je niet mee zo lijkt het. Zal de Groninger Architectuurprijs ook dit jaar weer naar het meest opvallende gebouw gaan? De gedoodverfde winnaar is door zijn unieke verschijningsvorm bekend bij iedere Groninger. Maar hoe zit het met de architectuur die bescheidener is? Die haar meerwaarde toont als je beter, langer en uitgebreider kijkt?

Dit is het verhaal van de locatie Klein Corpus dat in haar ruim 17-jarige ontstaansgeschiedenis meebewoog op de golven van woningbouwmarkt en daarbij nooit de menselijke maat uit het oog verloor. Zou je anders stemmen als je meer van het verhaal achter de architectuur weet?

Aan de Laan Corpus Den Hoorn vormen de 3 meanderende gebouwen met hun licht-warme baksteen visueel een sterk geheel. Je zou nauwelijks vermoeden dat er ooit een Fase 1, 2, en 3 was. In ruim 17 jaar tijd realiseerde DAAD in opdracht van woningcorporatie Nijestee 150 woningen en verschillende buurtfuncties, zoals een basisschool, buurthuis en kinderdagverblijf. Zo is een complex ontstaan dat geen barrière vormt tussen de wijken, maar de noord- en zuidkant van de na-oorlogse wijk juist verbindt. “Vanaf het allereerste b gin, zijn we bezig geweest met de context”, vertelt architect Rob Hendriks, “en hoe we de bestaande schaal, of ‘korrel’ konden behouden.”

STEMPELS
Karakteriserend voor de wijk Corpus Den Hoorn, de eerste stadsuitbreiding in Groningen na de oorlog, zijn haar ‘stempels’. Typerend voor de jaren vijftig zijn dat zich steeds herhalende verkavelingspatronen van rijwoningen. Hierin was bovendien het sociale concept van de ‘wijkgedachte’ leidend; door het integreren van centraal gelegen buurtvoorzieningen, meende men de gemeenschapszin onderling te kunnen versterken. In plaats van de gesloten bouwblokken van voor de oorlog werd er juist in stroken gebouwd omringd door groen.

“Het leuke van deze wijken is dat ze een open structuur hebben”, vertelt Hendriks. Er zijn veel open groene plekken, doorsteekjes en verbindingen in de wijk zelf. Dit behouden was dan ook een belangrijk uitgangspunt in het stedenbouwkundig plan dat Johannes Kappler maakte in het kader van de Groningse woningbouwmanifestatie De Intense Stad, aldus Hendriks. Als eerste in een serie van stadsmanifestaties diende De Intense Stad (2004) als impuls en aanjager om de stad Groningen te verdichten, middels meervoudig ruimtegebruik en het stapelen van functies.

Het gebied van Klein Corpus zou transformeren van groene tussenzone tussen de A7 en de A28 naar een stedelijk woongebied, waarbij de buurtfuncties gekoppeld zouden worden aan woningbouw.
“Om barrière werking van een dergelijk grootschalig complex te voorkomen”, vertelt Hendriks, “zijn een serie paddenstoelvormige gebouwen ontworpen. Hierbij zijn de openbaar toegankelijke functies zoveel mogelijk op de begane grond en de eerste 2 verdiepingen gesitueerd.”

Daarbij is geprobeerd het maaiveld vrij te houden, zodat de buurt en de verschillende buurtfuncties zoals de school, het buurthuis en het kinderdagverblijf er afwisselend gebruik van kunnen maken. Een intensief ontwikkelproces, waarbij er lang gemeenschappelijk overleg plaatsvond met alle partijen, heeft nu tot een levendige en flexibel te gebruiken buitenruimte geleid met allerlei verschillende hoekjes en habitats.

CRISIS
Het project heeft in de 17-jarige ontwikkeling veel uitdagingen gekend. “We hebben nog nooit een complex gemaakt dat zo lang op zijn voltooiing moest wachten”, aldus Hendriks. Door allerlei noodzakelijke bezuinigingsrondes is het complex lager geworden en is de initieel geplande ondergrondse parkeergarage niet doorgegaan. “Hierdoor ontstond er nog meer druk op functies als parkeren en bergingen. Dit ging helaas ook ten koste van het geplande park”, vertelt Hendriks. “Je kunt wel zeggen dat we onze gezamenlijke ambities voor de openbare ruimte flink hebben moeten bijstellen.”

Hoe behoud je dan toch de continuïteit als de realisatie zo lang op zich laat wachten? En er bovendien tussentijds allerlei veranderingen in het programma plaatsvinden? “Dit is iets wat je als voorbijganger wellicht niet direct opvalt”, legt Hendriks uit, “maar de sleutel hier ligt in het ontwikkelde architectonische concept. Eigenlijk is het namelijk een set van spelregels waarmee je verschillende gebouwen in samenhang kunt maken.’

ARCHITECTUURTAAL
“Als ontwerpers”, vertelt Hendriks, “hebben we allerlei verbanden bedacht tussen de gebouwen, die steeds op andere wijze vorm krijgen. Een soort architectuurtaal.”  Elementen van deze taal, zo licht de architect toe, zijn bijvoorbeeld de twee soorten metselwerk, waarbij het onderste net anders is van kleur. Ook het vele hout in de plint behoort hiertoe. “Doordat alle gebouwen dezelfde regels volgen, is het eigenlijk een doorlopend gebouw geworden, zonder begin of eind.”

In de toekomst zou er zelfs tussen deze locatie en de Paterswoldseweg een nieuwe kerk kunnen worden gebouwd, gecombineerd met woningen. “Er is binnen deze regels genoeg variatie mogelijk”, aldus Hendriks. “Maar als we deze taal in de eerste fase van het project niet zo scherp hadden gedefinieerd, hadden we nooit de samenhang tussen de 3 gebouwen kunnen garanderen.” Niet onder de programmatische dynamiek en de financiële druk waar het project mee te kampen had.

Extra bijzonder vindt Hendriks het daarom hoe Nijestee ondanks alles DAAD de mogelijkheid heeft gegeven de architectonische taal door te voeren, tot het einde toe.  “Anders was er vermoedelijk halverwege overgestapt op kunststof kozijnen, in plaats van hout. Af en toe heeft de woningcorporatie best moeten slikken, dat weet ik zeker”, aldus Hendriks.  “Maar zij zijn het die het mogelijk hebben gemaakt om het ooit ingezette kwaliteitsniveau in dit project met sociale woningbouw te blijven waarmaken.”

SAMENHANG
Is het belangrijker unieke gebouwen neer te zetten, of gebouwen die samenhang creëren? “Ik hoop natuurlijk dat Klein Corpus over 10 jaar gewoon zal worden gezien als een ontwerp en niet als drie losse gebouwen” aldus Hendriks. Hij vindt de samenhang tussen uniciteit en het geheel een van de meest interessante ontwerpvragen. DAAD is nu ook als bij diverse projecten in de Groningse binnenstad betrokken; als supervisor bij de zuidzijde van het Nieuwe Markt plein en als ontwerper bij het CiBoGa-terrein. Hier speelt precies deze vraag, namelijk: hoe kun je grootschalige programma’s integreren binnen de korrel van de binnenstad zonder dat de onderlinge samenhang verloren gaat?

De korrel, zo legt Hendriks uit, is hedendaagse vakjargon voor de maat van elementen waaruit de binnenstad of een buurt is opgebouwd. In de historische binnenstad zijn dit panden van ca. 6 tot 8 meter breed, in een wijk als Corpus den Hoorn zijn het de maten van blokken rijwoningen of voorzieningengebouwen. “Uiteindelijk gaat het om de juiste balans tussen de fijnmazigheid en het geheel, tussen de individuele expressie van een gebouw en de relatie met de context. En net als bij Klein Corpus moet je dan op zoek naar verbindende thema’s als rooilijnen, hoogtes, materiaal, kleur en detail. Het behouden van de schaal en de verhoudingen tussen de gebouwen en de ruimte er omheen, dat is echt zoeken naar de nuance”, sluit Hendriks af. “En dat lukt alleen als opdrachtgever, ontwerper en gebruiker op een lijn staan”. Zie je dat altijd direct af aan de architectuur? Misschien niet, maar je voelt het zeker wel.

Hoe denk je nu over Klein Corpus?
Laat het ons weten in een mail of via onze social media kanalen.
Je kunt nog stemmen op de Groninger Architectuurprijs tot 17 september!

INSTAGRAM: @daad_architecten
TWITTER: @DAADarchitecten
LINKEDIN: DAAD Architecten BV