Passief Bouwen als ingrediënt voor toekomstgerichte stedenbouw

Martijn

Bij DAAD Architecten staat duurzaamheid hoog op de agenda. Daar waar mogelijk worden biobased of circulaire bouwmateriaal toegepast. Maar op het gebied van duurzaamheid kan er nog een belangrijke stap gezet worden en dat is op stedenbouwkundig niveau.

Onze collega Martijn is expert op het gebied van energiebewuste, integrale gebiedsontwikkeling en een gepassioneerde gangmaker van biobased, passief bouwen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het enkele huis maar vooral naar de plaatsing en oriëntatie van de woningen. Het passiefhuis principe is het beste uitgangspunt om energieneutraal te bouwen. De reden is simpel: Wat je niet verbruikt hoef je niet op te wekken, te salderen of op te slaan. Maar om optimaal gebruik te kunnen maken van de zon vraagt dat om een goede plaatsing van de woning. Soms is dat in een reeds bebouwde omgeving waarbij rekening moet worden gehouden met het bestaande stratenplan of cultuurhistorische elementen. Maar ook in het buitengebied (nieuwe woonwijken) moet er gekeken worden naar een goede inpassing in het landschap.

Tijdens een bijeenkomst bij KERN (Kennisinstituut Energetische Renovatie en Nieuwbouw) georganiseerd door DNA in de bouw heeft Martijn zijn visie op passief bouwen gepresenteerd aan architecten, stedenbouwkundigen en ontwikkelaars. Wij vroegen Martijn tijdens de koffie hoe haalbaar passief bouwen eigenlijk is.

Is passief bouwen een haalbaar concept voor grootschalige ontwikkelopgaven?

Martijn – Ja zeker want passief bouwen kan bijdragen aan de betaalbaarheid van het wonen. Niet zo zeer in de ontwikkeling maar wel voor de latere kosten voor het verwarmen en koelen van de woning. Wij hebben in de plankaart voor Makkinga de rijwoningen bewust gedraaid om zo de tussenwoningen in de winter ook te laten profiteren van zonnewarmte. Dit waren de starterswoningen dus hopelijk kunnen we zo met de oriëntatie van de plankaart bijdragen aan betaalbaar wonen voor starters.

Wat doen we met wet- en regelgeving van gisteren terwijl we bouwen aan morgen?

Martijn– Lastig, maar ik denk dat als je naar de stedenbouw kijkt je natuurlijk belemmeringen hebt waar je rekening mee moet houden… en ja de regelgeving is daar bij streng. Maar wat je ziet is dat er door de stedenbouwkundige vaak gekeken wordt naar het landschap en ook dus de oude verkavelingen en verkavelingsrichting. Dit staat soms haaks (letterlijk en figuurlijk) op een goede oriëntatie voor een haalbare passieve woning. Als stedenbouwkundige wil ik daar naar kijken en soms zal dan de geschiedenis van de plek minder belangrijk zijn in het voordeel van een goede oriëntatie. En natuurlijk is het niet noodzakelijk precies zuid te oriënteren maar een blok rijwoningen in noord-zuid zetten is dan weer echt niet goed om passief te kunnen bouwen. Maar ik zal als stedenbouwkundige uiteraard nooit de ruimtelijke kwaliteit op de tweede plaats zetten.

Straten gaan vanwege alle infrastructuur vaak honderden jaren mee dus voor duurzaamheid van onder andere materiaalgebruik is een robuust stratenpatroon en een goede voor- achterkant situatie van groot belang. Zo borg je de sociale veiligheid en creëer je een  fijne openbare ruimte. Door even verder te kijken kan met een slimme interventie zowel een goed stedenbouwkundig plan gemaakt worden als ook een goede oriëntatie voor passief bouwen.

Wat speelt er? Wat houdt ons tegen?

Martijn – Soms zijn andere belangen groter en is het niet altijd mogelijk om tot een ideale verkaveling te komen. Passief bouwen is belangrijk maar stedenbouwkundige structuren die er voor honderden jaren liggen zijn misschien nog wel belangrijker. Denk bijvoorbeeld aan de ondergrond (bodem en water sturend) of het creëren van rijwoningen op een bepaalde plek in het plan die dan helaas een minder goede oriëntatie krijgen. Dat geld zeker voor kleinere locatie waarbij we bijvoorbeeld moeten aansluiten op bestaande bouw om tot een goede sociaal veilige stedenbouwkundige structuur te komen.

Wat helpt ons verder?

Martijn – Op het moment dat je een stedenbouwkundig plan geschetst hebt met een goede ruimtelijke verkaveling die misschien niet optimaal op de zon is georiënteerd, is het goed om nog een keer een schetsrol erover heen te leggen en te kijken of het toch niet mogelijk is meer woningen beter te oriënteren. Door even anders te kijken kan met een slimme interventie zowel een goed stedenbouwkundig plan als ook een goede oriëntatie voor passief bouwen gerealiseerd worden. Dit wordt uitgangspunt voor het ontwerpen van stedenbouwkundige plannen bij DAAD.

Nieuw sportpaviljoen voor korfbalvereniging Thrianta

sportpaviljoen Thrianta

We zijn verheugd ons winnende voorstel voor een circulair, duurzaam sportpaviljoen te delen. Een mooie co-creatie van DAAD Architecten en Hollandse Nieuwe interior and architecture als antwoord op de vraag van Thrianta Korfbalvereniging in Hoogeveen om de ruimte van de vereniging opnieuw vorm te geven.

Het paviljoen is ontworpen als een efficiënt bouwblok dat naadloos aansluit op de omgeving. Het wordt opgetrokken met behulp van hergebruikte en overgebleven materialen en bestaat uit twee heldere delen: een royale kantine aan de rand van het veld en een aparte kleedkamervleugel.
Elk volume is op zichzelf herkenbaar, uitgedrukt door unieke materiaalafwerkingen die hun functie benadrukken. Veel kernelementen, van de houten dakconstructie afkomstig van gesloopte gebouwen tot de bakstenen gevel gemaakt van ondeugdelijk of overgebleven materiaal, versterken de circulaire ambitie van het project. Het ontwerp is geïnspireerd op de lokale context, met een gelaagde bakstenen constructie en een subtiel kleurverloop geïnspireerd op de geschiedenis van Hoogeveen, waardoor een paviljoen ontstaat dat geworteld, relevant en verbonden is met zijn plek.

In samenwerking met
Goudstikker De Vries
Borkgroep
Alfa-college
Gemeente Hoogeveen
B+E

Hotel Het Witteveen wint Drentse Architectuurprijs

uitreiking drentse architectuurptijs

Tijdens de Drentse Dag van de Architectuur, georganiseerd door ArchitectuurPunt Drenthe, bleek Hotel Het Witteveen de favoriet van het publiek te zijn.

“Een uniek hotel met de sfeer en charme van een Drentse schuur, prachtig ingepast in het landschap. Mooi voorbeeld voor herbestemming van vrijkomende (agrarische) boerderijen en schuren”.

Titus Mars mocht uit handen van gedeputeerde provincie Drenthe Yvonne Turenhout de publieksprijs in ontvangst nemen. Een groot compliment vanuit de gebruikers van het hotel.

Hotel in Witteveen en appartementencomplex in Assen vallen in de prijzen – RTV Drenthe 

Lees meer over dit project: Hotel Het Witte Veen – DAAD Architecten

Doorontwikkeling Country Cottage

Country Cottage

Wout volgt de opleiding bouwkunde aan de Hogeschool Windesheim en heeft het afgelopen half jaar zijn stage bij DAAD doorgebracht. Zijn focus ligt vooral bij modulair-, circulair- en duurzame bouwen. Met die focus is hem gevraagd om een oud project van DAAD te beoordelen met de kennis, techniek en eisen van nu.

Het onderzoek richtte zich op de ‘Country Cottage’, een recreatiewoning die DAAD begin 2000 heeft ontwikkeld. Het omvat een woonkamer met een open keuken, twee slaapkamers, een badkamer en een afzonderlijk toilet. Het concept is gericht op een optimale beleving van de omringende natuur. Wanneer de schuifpuien open gaan wordt wonen een bijzondere belevenis in het groen. De cottage is te gast in het landschap en er tegelijkertijd nauw mee verbonden. Door de woning vrij van de grond op een poerenfundering te plaatsen lijkt deze te zweven en loopt het landschap er ongeschonden onderdoor.
De cottage is ontwikkeld voor seriematige (pre)fabricage en wordt op locatie geassembleerd. Een bijkomende uitdaging voor Wout was de ambitie om te onderzoeken of de woning modulair kan worden geproduceerd. Platte elementen zijn praktisch voor transport, maar modulaire bouwdelen waarin de installaties zoveel mogelijk zijn geïntegreerd minimaliseren de bouwactiviteiten op de locatie.

Wout heeft zijn onderzoek over vier hoofdonderwerpen verdeeld: het toetsen aan het BBL (Besluit Bouwwerken Leefomgeving), het gebruik van biobased isolatiematerialen, de prefabricage van modulaire bouwdelen en het transport daarvan.

Al snel werd duidelijk dat de woning niet aan alle vereisten van het nieuwe bouwbesluit (BBL) voldoet. Zo bleek dat de vrij doorloophoogte in de woning te laag was en dat het bordes bij de voordeur te smal was. Kwesties behoorlijk gemakkelijk te verhelpen waren. Een grotere uitdaging bestond uit het energiezuinige maken van de woning. De isolatie van het dak, de muren en de vloer moest worden aangepast om aan de huidige norm te voldoen. Er is gezocht naar geschikte constructies die aansluiten bij de ambitie om biobased te isoleren binnen dit huidige ontwerp. Die is gevonden maar er bleek een veel dikker isolatiepakket nodig te zijn.

Bij het onderzoek naar de mogelijkheden om met prefab 3D-modules te werken in plaats van platte bouwelementen is gezocht naar een logische opdeling van de cottage, hoe de verschillende modules eenvoudig kunnen worden gekoppeld en de aansluitingen voor elektriciteit, water en riolering kunnen worden gerealiseerd. Daarbij is rekening gehouden met de omvang van de modules en de transportmogelijkheden daarvan. Er zijn voorwaarden en beperkingen vastgesteld voor de afmetingen die over de openbare weg vervoerd mogen worden.

Voor de vakantie presenteerde Wout zijn onderzoek. Hij concludeerde dat dit slimme concept voor wonen in de natuur, zonder te veel van het oorspronkelijke ontwerp af te wijken, kan worden doorontwikkeld naar een modulair woonconcept dat aan de eisen van vandaag voldoet.

Wij wensen Wout veel succes op zijn volgende stage bij de Gemeente Groningen afdeling Ontwerp en Stadsontwikkeling.

Nieuwbouw binnen beschermd dorpsgezicht Slochteren

straatbeeld slochteren

Aan de Hoofdweg in Slochteren vormen de huizen een vrijwel aaneengesloten geheel. Ze kennen een duidelijk afleesbare symmetrische voorgevel, hebben hun voordeur aan de straat, zijn voorzien van een schilddak bedekt met gebakken pannen en zijn, op een enkele gepleisterde uitzondering na, opgetrokken uit rode Groninger bakstenen. De samenhang met de forse bomen en de groene bermen vormt een beeld dat recht doet aan het beschermd dorpsgezicht.

Beschermde dorpsgezichten zijn gebieden met veel bijzondere beeldbepalende gebouwen met kenmerken uit het verleden. Maar binnen een beschermd dorpsgezicht hoeft niet elk gebouw een monument of bijzonder object te zijn. Het gaat om de harmonie van het geheel.
Maar wat als er een gat dreigt te vallen? Hoe ga je dan nieuwbouw plegen zonder deze harmonie te verstoren en tegelijkertijd ook antwoord geeft op alle woonwensen van tegenwoordig?

Vanuit de Nationaal Coordinator Groningen (NCG) is DAAD gevraagd om een vervangende nieuwbouw vorm te geven. Het betreft een twee-onder-een-kap dwarshuis welke, in vergelijking tot de andere dwarshuizen, wat sober van aard is. Deze woning toont met het ritme van ramen en deuren in de voorgevel, een duidelijke twee-eenheid: twee woningen in één gebouw. Bouwtechnisch onderzoek wees uit dat het gebouw in te slechte staat verkeert waardoor duurzaam herstel werd uitgesloten.
Een intensief ontwerptraject leidde tot een ontwerp dat zich niet alleen naadloos inpast in de rijke historische context, maar tegelijkertijd ook antwoord geeft op specifieke woonwensen van de huidige bewoners.
Een van de wensen is om de voordeuren naar de zijgevel te verplaatsen, wat een ander aangezicht op zou leveren. Door de vlakken van de oorspronkelijke entrees verdiept te metselen wordt subtiel verwezen naar de vroegere entrees en blijft het ritme in de gevel behouden. Toepassing van kenmerkende karakteristieken, kleuren en materialen zorgt er voor dat het voorhuis zich zorgvuldig binnen de historische context en het beschermd dorpsgezicht voegt.

Daar waar het voorhuis traditioneel wordt vormgegeven en ‘braaf’ meedoet in de straat, steekt het achterhuis af door zijn abstracte eigentijdse vormgeving, een monoliete uitwerking, geheel in antraciet hout bekleed. De enige uitzondering zijn het kozijn van de dakkapel en de nieuwe (zij)entrees. Door deze verdiept aan te brengen en in licht hout uit te voeren worden deze extra benadrukt.

Het plan is inmiddels positief ontvangen door de erfgoed- en welstandscommissie en wordt momenteel voorbereid voor de aanvraag omgevingsvergunning. De betrokken partijen Moedt Bouwbedrijf en TOEK Ingenieurs verzorgen respectievelijk de uitvoering en het installatieconcept.

Grindkern fundering voor biobased woningen in Hijken

Storten van grindkern fundering

In Hijken is begonnen met de bouw van de acht biobased woningen voor Woonservice. Waar normaal gesproken een eerste paal de grond in wordt geslagen gebeurde het hier betrekkelijk geruisloos met het storten van grindkernen waarop de woning gebouwd worden.

Het gebruik van grindkernen is in Nederland nog relatief onbekend maar wordt in Duitsland al vaker toegepast. Het is een alternatieve methode voor heiwerk waarbij wordt gewerkt met grindkolommen van gecertificeerd gerecycled betongranulaat. Het is een trillingvrije en duurzame methode om fundatie te realiseren die minstens zo solide is als heiwerk. Een mooie oplossing die past in het concept van circulair en biobased bouwen.
De komende weken worden de draagbalken gelegd en kan worden begonnen met het plaatsen van de geprefabriceerde hsb (houtskeletbouw) elementen.
Deze elementen worden gemaakt in de fabriek van Van Dijk Bouwgroep, WOOWN naar een ontwerp van DAAD Architecten BV. Hierdoor is er op de locatie nog weinig te zien maar vordert de bouw gestaag.

Meer weten over onze bio-based projecten zoals de Schaapskooi Bargerveen of Infocentrum Orvelte?
Lees hier alles over ecologisch bouwen

Boerenerf genomineerd voor architectuurprijs

Het project  Boerenerf Garmerwolde is genomineerd voor de Groninger Architectuur Prijs 2024.
De vakjury, dit jaar afkomstig uit Nijmegen, maakte dat bekend tijdens De Grote Nominatieshow op vrijdag 20 september. 

Het project wordt geloofd omdat het de boerderij als architectonisch object weer op de agenda zet, aldus de jury. “Het getuigt van een enorm vakmanschap en daarom willen we het graag nomineren.”  

Lees hier meer over het project.

Zowel in onze projecten als in ons onderzoek streven we er naar een bijdrage te leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van het noorden. We zijn dan ook erg blij met deze nominatie, die het belang van kwalitatief hoogwaardige architectuur in het agrarisch gebied onderstreept. Zeker nu de omvang van de problematiek in het aardgasgebied steeds duidelijker wordt, zouden we iedereen willen aanmoedigen de versterkingsopgave van boerderijen ter hand te nemen. 

Naast een juryprijs is er ook een publieksprijs. Dit betekent dat iedereen via de website van de Groninger Architectuur Maand een stem kan uitbrengen. Dit kan nog tot en met 3 oktober.

Stemmen op Boerderij Garmerwolde kan hier.

Meer weten? Blijf op de hoogte via LinkedInInstagram of Facebook .

Hotel Het Witte Veen feestelijk geopend

Nadat een brand in 2022 het Drentse hotel Het Witte Veen geheel verwoestte, was het voor DAAD Architecten de uitdaging om in zeer korte tijd een streekeigen ontwerp te maken dat voldoet aan de huidige duurzaamheidseisen.

Nieuwbouw bood kansen om een eigentijds horecabedrijf te realiseren dat de kwaliteiten van de locatie optimaal benut. Zo is de openheid van de Drentse veenontginningen overal vanuit het nieuwe hotel te ervaren.

In het ontwerp is de oorspronkelijke opzet van voorhuis met achterliggende schuur voortgezet. Alle functies van het nieuwe hotel, ook de bedrijfswoning, zijn binnen één schuurvolume geïntegreerd. Passend bij de agrarische context zijn ingrepen zoals krimpen en sleepkappen ingezet om een zo compact mogelijk volume te realiseren dat ruimte biedt aan 28 hotelkamers.

Overstekken aan de zuidzijde voorkomen oververhitting en zorgen dat de zichtlijnen naar het landschap open blijven. Een patchwork van houtpatronen in de gevel verwijst naar de regionale traditie van boerenschuren, maar zorgt ook voor meer transparantie en verfijning in het schuurvolume. Door de half open gevel door te trekken worden warmtepompen en vluchttrappen uit het zicht genomen en geïntegreerd in de architectuur.

In het interieur is de houten en duurzame uitstraling voortgezet. Hier zorgt een eigentijdse houten gebintconstructie ervoor dat niet alleen in het restaurant, maar ook in de rest van het hotel de sfeer en charme van een Drentse schuur kan worden ervaren.

Meer weten? Blijf op de hoogte via LinkedInInstagram of Facebook .