Beeldkwaliteitsplan voor Loppersum

Beeldkwaliteitsplan

Als de schade aan de woning dermate groot is dat versterking geen optie meer is kunnen bewoners in het gaswingebied soms kiezen voor sloop en nieuwbouw. Dat gebeurde ook bij een aantal woningen aan de Middenstraat in Loppersum. Een kleine, rustige woonstraat met 41 woningen, gelegen in het karakteristiek gebied van de dorpskern.

Maar hoe bewaar je de karakteristieken van een straat wanneer een groot deel van de huizen gaat verdwijnen? En hoe verhouden zich die tot de te versterken woningen? In gesprekken met de bewoners is gesproken over de kwaliteiten van de Middenstraat wat betreft de historische- maar zeker ook de toekomstige situatie. Hoewel elke eigenaar specifieke kwesties heeft aangedragen lijkt er veel consensus te bestaan over een aantal zaken.

De straat wordt herkend als een van oudsher gegroeide straat met woningen uit verschillende tijdsperiodes waarbinnen veel onderlinge verschillen bestaan. Toch is er sprake van een grote mate van samenhang tussen de woningen. In materialisatie, vorm, nokrichting, hoogte en detaillering vormen de verschillende woningen een ‘familie’ van Groninger dorpswoningen. De verhoudingen in de architectuur van een woning en die tussen de verschillende woningen zijn als belangrijke kwaliteiten benoemd. Door de bewoners werd dan ook de wens uitgesproken om vooral deze kwaliteiten te behouden en waar mogelijk te versterken.

DAAD Architecten heeft in opdracht van de gemeente Eemsdelta voor deze straat een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Hierin is van ieder woningtype een nauwkeurige omschrijving opgenomen in de huidige- en de nieuwe situatie. Uitgangspunt is herbouw in de geest van de bestaande situatie en woningtype rekeninghoudend met de huidige bouwregelgeving. Teruggrijpen op de oorspronkelijke verschijningsvorm van de woningen wordt gestimuleerd, maar ook wordt ruimte geboden voor maatwerk en eigentijdse technieken, mits passend binnen het dorpse karakter. In de nieuwe situatie dienen de woningen qua vorm, maat en uitstraling onderling op elkaar afgestemd te worden. Op deze manier wordt de bestaande samenhang en individualiteit behouden en blijft de ruimtelijke kwaliteit van dit karakteristiek gebied voor de toekomst gewaarborgd.

A met plusjes

Neptunusbad

Een nietsvermoedende voorbijganger zal wellicht vreemd opkijken bij het aangezicht want nagenoeg het complete zwembad van Klazienaveen is weg. Het Neptunusbad dateert van 1990 en zag er tot afgelopen zomer nog net zo uit als 35 jaar geleden. Daarom werd eind september het startsein gegeven voor een grootschalige renovatie.

Nu bijna een half jaar later is een groot deel van het oude zwembad verdwenen en wordt stap voor stap gebouwd aan een toekomstbestendige zwem voorziening voor de regio.

Er gingen wel iets meer muren om dan vooraf gedacht maar de verbouwing verloopt volgens plan. De nieuwe muren worden voorzien van adequate isolatie, er komen nieuwe verwarmings- en luchtbehandelingsinstallatie en nieuwe apparatuur voor het reinigen van het zwemwater. Nieuw is straks ook de beweegbare bodem in het instructiebad waardoor deze straks geschikter is voor speciale doelgroepen. Tevens wordt het vernieuwde bad gasloos. Het oude zwembad had energielabel C en dat wordt straks A met veel plusjes.

Lees meer: Nieuw uiterlijk voor het Neptunusbad in Klazinaveen – DAAD Architecten

Symbolische starthandeling van De Molenhof

Bouwbord De Molenhof

Gistermiddag vond de symbolische starthandeling van Molenhof in Emmen plaats. Op het braakliggende terrein tussen de Wilhelminastraat en Julianastraat gaven wethouder Albert-Jan Jakobs van de Gemeente Emmen en Jan Brands van Brands Bouwgroep b.v. het officiële startsein voor de bouw.

De Molenhof is een initiatief van Brands bouw voor de realisatie van een nieuw stadsblok met een groene kern. DAAD architecten maakte het ontwerp voor drie vierlaagse gebouwen aan de Wilhelminastraat met daarachter een openbaar toegankelijke stadstuin. Een levendig plan voor 56 woningen waarbij vergroening van het openbaar gebied en de gevels een integraal planonderdeel is.

Met het boren van het eerste gat ten behoeve van de warmtepomp werd de eerste stap gezet in de realisatie van dit ambitieuze project. Naast deze handeling was stralende voorjaarsweer symbolisch voor de start van deze levendige, groene stadswijk die deze kale locatie zal vullen.

Na afloop was er gelegenheid voor de toekomstige bewoners om alvast kennis te maken met hun nieuwe buren.

Lees meer: Een groene oase in de stad – DAAD Architecten

Passief Bouwen als ingrediënt voor toekomstgerichte stedenbouw

Martijn

Bij DAAD Architecten staat duurzaamheid hoog op de agenda. Daar waar mogelijk worden biobased of circulaire bouwmateriaal toegepast. Maar op het gebied van duurzaamheid kan er nog een belangrijke stap gezet worden en dat is op stedenbouwkundig niveau.

Onze collega Martijn is expert op het gebied van energiebewuste, integrale gebiedsontwikkeling en een gepassioneerde gangmaker van biobased, passief bouwen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het enkele huis maar vooral naar de plaatsing en oriëntatie van de woningen. Het passiefhuis principe is het beste uitgangspunt om energieneutraal te bouwen. De reden is simpel: Wat je niet verbruikt hoef je niet op te wekken, te salderen of op te slaan. Maar om optimaal gebruik te kunnen maken van de zon vraagt dat om een goede plaatsing van de woning. Soms is dat in een reeds bebouwde omgeving waarbij rekening moet worden gehouden met het bestaande stratenplan of cultuurhistorische elementen. Maar ook in het buitengebied (nieuwe woonwijken) moet er gekeken worden naar een goede inpassing in het landschap.

Tijdens een bijeenkomst bij KERN (Kennisinstituut Energetische Renovatie en Nieuwbouw) georganiseerd door DNA in de bouw heeft Martijn zijn visie op passief bouwen gepresenteerd aan architecten, stedenbouwkundigen en ontwikkelaars. Wij vroegen Martijn tijdens de koffie hoe haalbaar passief bouwen eigenlijk is.

Is passief bouwen een haalbaar concept voor grootschalige ontwikkelopgaven?

Martijn – Ja zeker want passief bouwen kan bijdragen aan de betaalbaarheid van het wonen. Niet zo zeer in de ontwikkeling maar wel voor de latere kosten voor het verwarmen en koelen van de woning. Wij hebben in de plankaart voor Makkinga de rijwoningen bewust gedraaid om zo de tussenwoningen in de winter ook te laten profiteren van zonnewarmte. Dit waren de starterswoningen dus hopelijk kunnen we zo met de oriëntatie van de plankaart bijdragen aan betaalbaar wonen voor starters.

Wat doen we met wet- en regelgeving van gisteren terwijl we bouwen aan morgen?

Martijn– Lastig, maar ik denk dat als je naar de stedenbouw kijkt je natuurlijk belemmeringen hebt waar je rekening mee moet houden… en ja de regelgeving is daar bij streng. Maar wat je ziet is dat er door de stedenbouwkundige vaak gekeken wordt naar het landschap en ook dus de oude verkavelingen en verkavelingsrichting. Dit staat soms haaks (letterlijk en figuurlijk) op een goede oriëntatie voor een haalbare passieve woning. Als stedenbouwkundige wil ik daar naar kijken en soms zal dan de geschiedenis van de plek minder belangrijk zijn in het voordeel van een goede oriëntatie. En natuurlijk is het niet noodzakelijk precies zuid te oriënteren maar een blok rijwoningen in noord-zuid zetten is dan weer echt niet goed om passief te kunnen bouwen. Maar ik zal als stedenbouwkundige uiteraard nooit de ruimtelijke kwaliteit op de tweede plaats zetten.

Straten gaan vanwege alle infrastructuur vaak honderden jaren mee dus voor duurzaamheid van onder andere materiaalgebruik is een robuust stratenpatroon en een goede voor- achterkant situatie van groot belang. Zo borg je de sociale veiligheid en creëer je een  fijne openbare ruimte. Door even verder te kijken kan met een slimme interventie zowel een goed stedenbouwkundig plan gemaakt worden als ook een goede oriëntatie voor passief bouwen.

Wat speelt er? Wat houdt ons tegen?

Martijn – Soms zijn andere belangen groter en is het niet altijd mogelijk om tot een ideale verkaveling te komen. Passief bouwen is belangrijk maar stedenbouwkundige structuren die er voor honderden jaren liggen zijn misschien nog wel belangrijker. Denk bijvoorbeeld aan de ondergrond (bodem en water sturend) of het creëren van rijwoningen op een bepaalde plek in het plan die dan helaas een minder goede oriëntatie krijgen. Dat geld zeker voor kleinere locatie waarbij we bijvoorbeeld moeten aansluiten op bestaande bouw om tot een goede sociaal veilige stedenbouwkundige structuur te komen.

Wat helpt ons verder?

Martijn – Op het moment dat je een stedenbouwkundig plan geschetst hebt met een goede ruimtelijke verkaveling die misschien niet optimaal op de zon is georiënteerd, is het goed om nog een keer een schetsrol erover heen te leggen en te kijken of het toch niet mogelijk is meer woningen beter te oriënteren. Door even anders te kijken kan met een slimme interventie zowel een goed stedenbouwkundig plan als ook een goede oriëntatie voor passief bouwen gerealiseerd worden. Dit wordt uitgangspunt voor het ontwerpen van stedenbouwkundige plannen bij DAAD.

Ecologisch bouwen is de toekomst

ecologisch bouwen

Met twee geslaagde open dagen op het unieke project aan De Woert in Hijken heeft Woonservice samen met DAAD Architecten, Van Dijk Bouwgroep en WOOWN wederom laten zien dat ecologisch, circulair en duurzaam bouwen mogelijk is. De bijeenkomsten vonden plaats op de productielocatie in Hardenberg én de bouwplaats in Hijken.

Tijdens deze inspiratie sessies gaven alle betrokken partijen met hun verhalen een inkijkje in de keuzes, ambities en uitdagingen van dit biobased bouwproject. Zo werd een helder beeld geschetst hoe een gezamenlijke visie op biobased bouwen is vertaald naar de praktijk: door de toepassing van hout, biobased isolatiematerialen, low-tech installaties, slimme detailleringen én de integrale samenwerking tussen alle betrokken partijen.

Ecologisch bouwen vraagt om lef, samenwerking en het delen van kennis. Door te kiezen voor prefab, natuurlijke materialen en innovatieve technieken, realiseren we woningen die klaar zijn voor de toekomst.

Lees ook: Biobased en betaalbaar wonen in Hijken – DAAD Architecten

Wat maakt een hofje typisch Gronings?

Delfts stoepje

Het hofje, een gezamenlijk binnenterrein met daaromheen meerdere kleine woningen, is niet typisch Gronings. Het verschijnsel is ontstaan in de dertiende eeuw om in de grote Nederlandse steden onderdak te bieden aan armen, weduwen en zieken. Tegenwoordig spreken deze hofjes nog erg tot de verbeelding en zijn het, door de schaal en het gevoel van saamhorigheid, geliefde locaties voor particulieren om in te wonen.

Op uitnodiging van Goud Wonen hebben de ontwerpers van DAAD zich gebogen over de vraag om een woonhof met 22 woningen in Uithuizen te creëren. Voor deze opgave wilden wij een typisch Gronings hofje maken. Maar wat is dan typisch Gronings?
Met name in de binnenstad van Groningen zien we hofjes met een duidelijke architectonische samenhang en waar de op het hof georiënteerde woningen zorgen voor een prettige geborgenheid en sociale harmonie. De vorm van deze Groninger architectuur kenmerkt zich door een heldere massaopbouw in baksteen met verticale raamopeningen. De kwaliteit zit niet zozeer in decoratie, maar juist in eenvoud en goede verhoudingen.

In de architectuur hebben wij gezocht naar diezelfde sterke onderlinge samenhang zodat het hof, waar de menselijke schaal de basis vormt, als een eenheid in de wijk te ervaren is. Met de keuze voor eenvoud en rust wordt gerefereerd naar deze nuchtere Groninger architectuur in Gronings rood wat wellicht een uiting is van het karakter van de Groninger zelf.
De entrees van de woningen komen aan zogeheten Delftse stoepjes te liggen die  als een overgangszone tussen de publieke straat en de privé woning fungeren. Deze worden ingericht met plantenborders, om zo het hof verder te vergroenen en het regenwater goed te laten infiltreren, en bankjes, waardoor tussen buren en buurtbewoners meer sociale interactie kan ontstaan.

Om de woningen aardbevingbestendig te maken is er gekozen voor een combinatie van een betoncasco met HSB gevels en binnenwanden. De HSB gevels worden damp-open uitgevoerd zodat deze positief bijdragen aan een gezond binnenklimaat en de koelbehoefte in de zomer minimaliseren. Ook de voorgestelde bakstenen zijn duurzaam. Het is een ‘restproduct’ uit de steenstripindustrie. Na het verzagen tot strips blijft een prachtige hoogwaardige baksteen over met mooie structuur in de kenmerkende Gronings Rode kleur.

Een groene oase in de stad

een groene oase in de stad

Binnenkort start de verkoop van 92 woningen in De Molenhof, een initiatief van bouwbedrijf Brands voor de realisatie van een nieuw stadsblok met een groene kern op het braakliggende terrein tussen de Wilhelminastraat en Julianastraat in Emmen.

Het plan omvat de bouw van vier wooncomplexen met een mix in verschillende prijsklassen, voor jong en oud, ten noorden van molenromp van Beins. Het middelpunt wordt gevormd door een collectieve stadstuin met daaronder een parkeergarage met ruim 90 plekken. De zichtbaarheid van de oude molenromp blijft in dit plan gegarandeerd.

DAAD architecten heeft een levendig plan voor 56 woningen in drie vierlaagse gebouwen aan de Wilhelminastraat ontworpen. Voor de gevels is goed gekeken naar de korrel en schaal van de oostzijde van de Wilhelminastraat. Door de nieuwe invulling op te delen in drie bouwdelen, volop in te zetten op een verticale geleding en de bovenste verdieping terug te leggen wordt aansluiting gezocht met de belendende bebouwing. Balkons en erkers verlevendigen het beeld en de gevelplastiek, verkleinen de schaal van het gebouwde volume en vergroten het woongenot. De architectuur is hedendaags, fris en levendig.  Uitgevoerd in aansprekend metselwerk in een rood/bruine tint die met liefde en zorgvuldigheid is vormgegeven.

De woningen op de begane grond krijgen een terras met een entree op de Wilhelminastraat. Ontsluiting van de bovenwoningen gaat middels een centraal geplaatste portiek met lift in een semi publieke binnenstraat. Deze binnenstraat ontsluit een bouwdeel gelegen aan de Wilhelminastraat en een bouwdeel dat zich oriënteert op de binnentuin. Onderling zijn deze bouwdelen verbonden middels luchtbruggen. Het bouwblok is op deze wijze op verschillende schaalniveaus doorwaadbaar. Vanaf de drukke Wilhelminastraat loop je via steegjes de weldadige rust van de openbaar toegankelijke stadstuin in, dat feitelijk een daktuin boven de parkeerkelder wordt. De tuingevels openen zich maximaal aan de binnentuin, met meer glas en royale buitenruimtes. Vergroening van het openbaar gebied en de gevels is een integraal planonderdeel.

Nieuw uiterlijk voor het Neptunusbad in Klazinaveen

Neptunusbad Klazinaveen

Maandag 27 januari was er een inloopmiddag voor omwonenden om te worden bijgepraat over de aanstaande verbouwing van het Neptunusbad in Klazienaveen.

Het uit 1990 stammende zwembad voldoet niet meer aan de huidige maatstaven en is na 35 jaar intensief gebruik toe aan grootschalig onderhoud. Er is gekozen voor renovatie in plaats van sloop-nieuwbouw met een aanzienlijke CO2 reductie als resultaat.
Het klimaat- en filtersysteem wordt vervangen omdat het allesbehalve goed werkt en zowel het instructiebad als het wedstrijdbad worden opnieuw betegeld. Het laatste bad wordt uitgerust met een beweegbare vloer zodat het bad voor de verschillende doelgroepen te gebruiken is. Behalve de noodzakelijke reparaties wordt gebouw het met 150 vierkante meter uitgebreid voor meer bergruimte en krijgt het zwembad een nieuwe geïsoleerde schil.

DAAD Architecten ontwierp voor deze renovatie zowel het interieur als het exterieur.
De buitenzijde krijgt een facelift. Het bestaande zwembad bestond uit een aantal volumes met verschillende hoogtes. In het nieuwe ontwerp zijn deze horizontale volumes versterkt met een bruinrode houten gevel. Achter deze nieuwe gevel worden de technische installaties weggewerkt. Voor het interieur is gekozen voor rustige, warme, tijdloze kleuren en materialen. De baden krijgen een akoestisch plafond van hout.

Naast Pascal Schrik en Jan Bos (resp. wethouder sport en vastgoed bij de gemeente Emmen) was onze collega Sjoerd Tasseron tijdens deze middag aanwezig om geïnteresseerden en omwonenden uitleg te geven bij de voorgestelde plannen. Verwacht wordt voor de zomer de klus te kunnen uitbesteden en na de zomer te starten met de werkzaamheden.

Matenplan voor Buurtschap De Hem

Stedenbouw kan een puzzel zijn, om onderdelen als de hoogte van het maaiveld en de lengte van de taluds of wegen en ruimte voor bomen op de juiste manier in elkaar te passen. Voor de gemeente Leeuwarden vertaalde DAAD het schetsontwerp voor buurtschap De Hem (onderdeel van ontwikkelingsgebied De Zuidlanden) naar een matenplan en ontwierp daarnaast een aantal deeloplossingen. 

Lees hier meer over De Zuidlanden. 

Het plan

Het hart van de buurtschap is gebaseerd op een terp, waar de woningen gegroepeerd zijn rondom een open ruimte die kan dienen als speel- en ontmoetingsplek. Vanaf de terp zijn er in alle richtingen ‘vingers’ met elk een eigen kenmerkende uitstraling.

Aan de noordzijde staan de vingers in het teken van wonen aan het water, aan de zuid- en westzijde juist in het kader van wonen in/aan het bos. Aan de oostzijde grenst het woongebied aan een weidevogel gebied. Een brede sloot zorgt hier voor extra bescherming voor de vogels. 

Parkeerbalans

In het hele plangebied is gezocht naar de juiste balans tussen parkeren en het aantal woningen
Op de terp heeft elke woning een parkeerplek in een parkeerkoffer.

In het overige gebied is gekozen voor een afwisseling tussen brede- en lange opritten naast de woning. Bezoekers parkeren altijd in de parkeerkoffers, waar ook ruimte is voor een eventuele tweede auto van bewoners. 

Route afvaldiensten

Bij het ontwerp van de wegen is een van de belangrijkste aandachtspunten het verzorgen van voldoende ruimte voor afval en nooddiensten om te kunnen draaien en keren. We hebben naar de meest optimale route gezocht voor de afvaldiensten waar tegelijkertijd de afstand voor bewoners tot de container opstelplaatsen wordt beperkt. 

Beleving openbare ruimte

Voor de beleving van het buurtschap is de kleurstelling en materialisatie van de openbare ruimte van belang. De terp wordt benadrukt door het gebruik van rood bruine klinkers. Deze worden afhankelijk van de functie van de straat in halfsteensverband of keperverband gelegd. De straten buiten de terp hebben een meer grijze uitstraling, zodat het onderscheid tussen het centrum van de buurtschap en de uitbreiding duidelijk zicht- en voelbaar is. 

Kabels en leidingen

Op deze kaart is het tracé van kabels en leidingen te zien, die per kleur varieert in breedte. Daar waar kabels en leidingen zijn, is geen ruimte voor bomen en hun ondergrondse wortelsysteem. De ondergrondse infrastructuur bepaalt dus in zekere mate de beleving boven het maaiveld.

Door de kabels en leidingen op sommige plekken op te splitsen in twee stroken (rode lijnen), is het hier mogelijk om kleinschaligere groene ruimtes en smallere straten te realiseren. Deze kunnen het dorpse gevoel van De Hem benadrukken. 

Groenkaart

De meeste overgangen tussen openbaar en privé zijn in de vorm van hagen, die op de private kavels staan. Dit is vastgelegd in het beeldkwaliteitsplan. Op een aantal plekken is het essentieel om de groei en het voortbestaan van een haag te kunnen waarborgen, en in deze gevallen staan deze dan ook op gemeentegrond. 

Profiel toegangsweg

De ruimte tússen de woningen en het opgaande groen kan de stedenbouwkundige ruimte maken of breken. Daarom zijn alle wegen, maar ook alle bijzondere plekken in het plan in profiel getekend om zo de optimale ruimtelijke verhoudingen te kunnen vinden. 

Profiel met talud

Naast ruimtelijke eisen zijn er ook veel technische eisen, zoals het beheer en onderhoud. Dit wordt duidelijk als een doorsnede wordt getekend. Hier kun je zien dat helling van 2:3 of 1:3 een groot verschil maakt in de uiteindelijke beschikbare ruimte.

Daarnaast is het profiel (hol of bol op een oor) van de weg van belang voor een juiste afwatering. De uitgangspunten hiervoor stellen we vast in samenwerking met de civieltechnici. 

Meer weten over stedenbouw binnen DAAD?
Blijf op de hoogte via LinkedInInstagram of Facebook .

Klimaatadaptief lint voor Hoogezand-Sappemeer

Wat is klimaatadaptatie en hoe kan het worden toegepast in het stedelijk gebied? Stagiair Jan Jansen  zocht het uit in het kader van zijn afstuderen aan de opleiding Built Environment. 

Wateroverlast, droogte en hittestress zijn actuele problemen voor veel gemeenten. Een mogelijke oplossing is het klimaatadaptief lint zoals Jan dat ontwierp voor het Groningse Hoogezand-Sappemeer. “Het lint is een combinatie van straten dat als het ware mee kan bewegen met het veranderende klimaat”, legt Jan uit. “Dit kan bijvoorbeeld door verharding te verwijderen, wadi’s en goten aan te leggen en bomen te planten om extra schaduw te creëren.”

Tijdens het onderzoek en ontwerp speelde Jan in op reeds bestaande elementen in de openbare ruimte. “Eigenlijk is het een soort puzzel. Je zoekt eerst uit waar de problemen liggen, dan wat de beste oplossingen kunnen zijn en die maatregelen weeg je tegen elkaar af.” De oplossing is dus zeker niet overal een wadi, maar verschilt per straatprofiel.

ONDERZOEKSMETHODEN

Het voorafgaande onderzoek deed Jan door gebruik te maken van deskresearch, fieldresearch, interviews en verschillende analyse methoden. Zo kreeg hij zicht op wat klimaatadaptatie is, welke thema’s er van belang zijn en welke maatregelen er kunnen worden getroffen om een klimaat-adaptieve omgeving te realiseren.  

De analysemethoden die zijn toegepast zijn onder andere een historische analyse, een analyse op het gebied van klimaatadaptatie en het maken van profielen, waarbij het gebied werd opgedeeld in deelgebieden vanwege de lengte van het lint (5 kilometer) en om zo de specifieke problemen in kaart te brengen. Vervolgens zijn de profielen getoetst aan de waarden uit de analyse. De profielen die de hoogste waarden hadden, werden uitgekozen om te worden aangepast. Hieruit kwamen een viertal profielen (locaties) naar voren.

De problemen die de profielen hadden zijn op basis van de thema’s van klimaatadaptatie; hittestress, wateroverlast, overstromingen en droogte in kaart gebracht. Deze problemen zijn vervolgens opgelost door klimaat adaptieve maatregelen toe te passen die onderzocht en afgewogen zijn in het onderzoek. Denk hierbij aan het aanleggen van een wadi en vervangen van verharding door groen of waterdoorlatende verharding etc. De maatregelen zijn afhankelijk van de locatie en de problemen die het desbetreffende profiel kenmerkt. 

Deze vier locaties zijn uitgewerkt in een ontwerp bestaande uit een profiel, plattegrond en 3D sfeerimpressie. Daarnaast is er ook een ideaalbeeld gecreëerd, vanwege kosten is dat beeld helaas op korte termijn niet haalbaar, maar daar kan in stappen naar toegewerkt worden.

Jan is met zijn onderzoek en ontwerp geslaagd voor zijn opleiding. Wij danken hem voor zijn inzet en feliciteren hem met zijn diploma!

Lijkt het jou ook leuk om bij ons gedurende een (afstudeer) stage ervaring op te doen met architectuur, stedenbouw of bouwkunde? Stuur dan je motivatiebrief en CV naar info@daad.nl